Tijd.

12 mei

Ik let niet meer op dagen, weken, maanden, jaren. Het is niet belangrijk meer hoe lang je al dood bent. Het zegt me niks omdat tijd ophield toen je er ineens niet meer was. Ik voel me gewapend tegen al de verdrieten die nog komen gaan. Erger dan dit kan niet. En dan toch iedere keer dat afgrijzen. Dat mijn oppaskind me een Duplo-popje geeft. Een poppetje met een helm. En dat ik naar dat poppetje kijk en een klap in mijn smoel krijg. Alleen maar die helm kan zien. Die helm, doormidden, vol met bloed.

Je bent dood en ik zal je nooit meer zien. Nooit meer bekvechten, nooit meer omhelzen, nooit meer lachen om je grapjes, nooit meer niks. Jouw dood heeft mijn tijd veranderd. Ik verbaas me over bloeiende seringen. Hoe kan dat? Bloeiende seringen in september? En dan realiseer ik me met een pijnlijke knauw dat het mei 2019 is. Dat seringen niet weten dat jij er niet meer bent. Dat seizoenen in mijn wereld niet meer bestaan.

En dan zeg ik tegen mezelf: “Hij is dood, moeders. Hij is er niet meer, de tijd gaat gewoon verder, ook al stopt hij voor jou”. Maar ik mis je. Mis je zo. En ik weet dat dat nooit zal veranderen. En dat maakt me droevig. Weten dat ik de rest van mijn leven die pijn zal voelen.Dat verdriet dat nooit over zal gaan. Zoals mijn ouwe wijze oma al zei: “Pien, dit gaat nooit meer over.”

Tijd. Tijd doet rare dingen met je. Tijd is relatief. Maar ook niet.

Het was een goedkope spaarlamp die ik ongeveer vijf jaar geleden in de ganglamp draaide. Vlak na je dood, bijna drie jaar geleden, begon hij te flikkeren. Bijna op? Los contactje? Goedkope troep? Ik weet het niet. Weet wel dat ook in mijn nieuwe huis met die zelfde lamp, deze lamp bij tijd en wijle flikkert.

En dan zeg ik altijd “Hallo, lieve Pieter! Ik hou van je!”

Advertenties

Alleen.

17 mrt

Alleen als ik alleen ben. Dan durf ik toe te geven aan je dood. En er aan te denken. Heb ik mensen om me heen dan lukt het allemaal wel, dan kabbelt het leven voort. Maar als ik alleen ben dan zit ik ongegeneerd te janken. Kijk ik foto’s en video’s. Luister naar jouw favoriete muziek.

Na zoveel maanden, jaren is mijn verdriet privé. Zij snappen dat niet. Iedereen leeft verder.

Je vader plaatste van de week een nummer op FaceBook. Eentje waardoor hij moest huilen omdat het hem deed denken aan jou, aan dat je er niet meer bent. Aan die klote bijtende pijn die nooit weg zal gaan. Hoe moet dat toch ooit verder als jij er nooit meer zal zijn?

Vanavond probeerde ik me voor te stellen wat je gezegd zou hebben tijdens het avondeten. Want dat was jouw moment suprême. Daar speelde je de hoofdrol en maakte iedereen aan het lachen. Of zocht je ruzie met je broers. Maar wat moesten wij zo vaak vreselijk om je verhalen lachen, om je mimiek, om je gebaren en stemmetjes.

Je bent er niet meer. Ook de gezamenlijke eettafel is versplinterd. Maar weet dat wij allemaal iedere avond een extra bord en stoel voor jou bij schuiven om te luisteren naar je verhalen.

Afgelopen woensdagochtend zag ik op weg naar mijn werk je oudste broer staan bij een drukke kruising in Nijmegen, vlakbij zijn werk. Ik toeterde en zwaaide uitbundig uit mijn autoraampje. Het was zo raar, Piet. Zo’n bizarre gewaarwording, Floris heeft nu een geheel eigen leven. Wouter ook, mijn nest is leeg. Meer dan leeg. Jullie woonden allemaal bij mij en nu niet meer. Ik werd vrolijk toen ik hem zag en naar hem toeterde. De uren daarna niet meer. Ik mis jullie, ik mis mijn gezin.

Weg.

17 feb

Snappen zal ik het nooit. Waar ben je gebleven, lief kind? Ik heb je negen maanden in mijn buik gedragen, ik kende je als eerste. En nu ben je weg, hartstikke weg. Nooit meer een zoen, een groet, het delen van dingen.

Ik mis je zo. Ik probeer daar niet aan te denken maar het overvalt me op bizarre momenten. Sleur ik mijn nanny baby en meisje met vriendinnetjes mee naar huis, denk ik ineens aan jou en moet dan de kinderwagen door mijn mistige tranen de stoep opsturen.

Ik denk aan hoe het zou voelen om een kind te verliezen en realiseer me dat ik dat nu zou moeten weten. Maar ik weet helemaal niks, lieve Pieter. Ik verbaas me nog iedere dag over mijn onwetendheid. Hier kun je je niet op voorbereiden, hier zijn geen lessen voor.

Alleen maar grauw grijnzende gruwel. Iedere ochtend wakker worden met een knauw in je hart. Iedere avond gaan slapen met hopen op dromen waarin jij vanzelfsprekend een rol speelt. Maar het gemis zal nooit wennen, nooit.

Het onvoorstelbare kan nooit wennen. Je denkt dat dat alleen andere overkomt, niet jou. Blijf dat alsjeblieft allemaal maar denken. Denk bij dat achteloze berichtje in de krant dat dat nooit over jouw kind zal gaan, echt niet, nooit never, niet.

Maar toch gebeurt het. En dan sta je naast het lichaam van je dode kind. En je weet niets meer te zeggen, te voelen, te ademen. Te veel.

Bekväm

2 jan

Vanmiddag was ik met Zoon1 naar de Ikea. Hij zocht een bankstel en ik had handige kruidenrekjes, Bekväm, gespot in de catalogus van 2019. Half Nederland blijkbaar ook want we moesten mijn auto ongeveer op het dak parkeren en werden als koopzieke schapen het woonwinkelwarenhuis in gedreven. Ik had van tevoren al tegen Zoon1 gezegd dat hij er voor moest zorgen dat ik niet mijn hele gele Ikea tas zou volproppen met dingen waar ik niet voor kwam. Alleen maar vier Bekvämpjes.

Liep ik richting leuke bijzettafeltjes dan schreeuwde hij voluit: “Nee, mam, daar heb je geen plaats voor!” Bleef ik iets te lang hangen bij een mooi tapijt “Nee, mam, je hebt al een vloerkleed!” Bij de vetplanten en cactussen “Mam, jij laat zelfs een cactus verdrogen.” En die mooie dekbedhoezen “Te duur, mam, te duur”.

Ondertussen propte hij zijn gele tas vol met glazen voedselbewaarbakjes want al zijn plastic exemplaren waren vervormd en rood aangeslagen door oververhitte pastasaus in de magnetron.

Jaloers keek ik naar die gele, zwellende bult over zijn rechterschouder maar ik hield stand. Wel zag ik kans om dertig geurige waxinelichtjes in mijn eigen tas te laten glijden, Zoon1 was me in de drukte kwijtgeraakt.

Een meter of vijfhonderd lange rij stond voor bijna iedere kassa dus toen ik een relatief kort rijtje zag stoof ik daar als een Zweedse eland op af. “Snel” riep ik over mijn schouder naar Zoon1 die nog wat spaarlampjes in de gele bult wierp. Ik wilde mijn Bekvämpjes al op de kassaband leggen maar keek verbaasd op mij heen. “Ja, mam, dit is een zelf-scankassa.”

Toen brak het koude zweet mij uit. Ik ben niet zo van die zelf-doen-moderne-dingesen. Nog regelmatig vallen hele busdiensten uit omdat ik iets verkeerd doe bij het inchecken met mijn OV-chipkaart. Een treinkaartje kopen doe ik principieel niet meer en mijn bonuskaart hou ik standaard verkeerd voor het lezende oog. “Help” zei ik zachtjes tegen Zoon1 maar die keek mij minachtend aan. “Hartstikke makkelijk, trut” zei hij. Dus nu heb ik betaald voor zestien Bekväms, negentig geurwaxinelichtjes en een papieren Ikea tas ter waarde van vijf euro.

Omdat ik het bonnetje niet uit het apparaat had gehaald moest ik over het hekje klimmen dat alleen openging door de kassabon te scannen. Achter me hoorde ik Zoon1 zeggen: “Mijn moeder? Nee, ik ken die vrouw niet.”

Vandaag

24 sep

En alleen jij, lief kind, weet hoe erg ik je mis. De speciale band die we hadden, is er niet meer. Jij was de enige zoon waar ik verschrikkelijk kwaad op kon worden en erge ruzie mee kon hebben. Je eigenwijze gedrag, je grote mond. De meningsverschillen tussen ons die hoog konden oplopen. Maar die altijd eindigden in omhelzingen en excuses.

Je bent twee jaar dood. Aan de ene kant vervaag je, aan de andere kant lijkt het pas gister dat je verongelukte. Vandaag was natuurlijk apart, pijnlijk. Ik kon je dood niet wegmoffelen omdat zoveel mensen me wilden troosten, sterkte wilden wensen en wilden laten weten dat ze aan me dachten.

Dus werd het toch een aparte dag. Een dag die ik afsloot met fijne telefoontjes van je vader, omhelzingen met je oudste broer, zoenen van je opa en oma, biertje met je oom, gesprekken over de aarde, rond of plat, met je neef en mijn vriend,

Het is zo verdrietig, Pieter, dat je er niet meer bent. En nooit meer zal zijn. Dat de klok na achttien jaar, twee maanden en twee dagen gewoon verder bleef tikken. “Stop de tijd” wil ik schreeuwen. “Waarom gaat alles door? Waarom overleef ik mijn kind?” Waarom leef ik terwijl ik dacht altijd dood te zullen gaan als ik een kind zou verliezen?

Jij bent er niet meer. Ik wel. Ik ben niet doodgegaan. Alleen maar een heel klein beetje.

Vierentwintig september.

9 sep

 

De vierentwintigste september sluipt naderbij. Ondanks het feit dat ik niet veel met data heb, ik zou niet eens het jaartal dat je oma overleed kunnen zeggen, doet deze datum wel iets. Ik bekeek vanmiddag sinds best lange tijd de video van je uitvaartdienst. Tranen natuurlijk en weer dat bizarre ervaren dat je er niet meer bent. Dat ongeloof, dat onbegrip.

Na bijna twee jaar snap ik het nog steeds niet. Maar je wordt vager. Dát snap ik niet. Hoe kan ik een dag werken zonder constant aan je te denken? Hoe doen andere moeders dat? Is dat uit zelfbehoud? Waarom?

Ik ben laatst voor het eerst sinds de verhuizing naar ons huis in Slijk-Ewijk gereden. Dat was raar. Ik ben blij dat ik er niet meer woon. Te veel herinneringen. Maar het was wel ons huis. En eigenlijk hoop ik stiekem tijdens iedere onweersbui dat die hele boerderij afbrandt. De ruimte waarin jij was is van ons, daar waar jij je handafdruk achterliet. Van niemand anders dus niemand anders mag daar zijn. Zij kennen je niet.

Ik verbaas me over mijn eigen leven. Ik heb altijd gedacht dat ik dood zou gaan als jij of één van je broers dood zou gaan. Toch heb ik gewoon naast je dode lichaam kunnen slapen. Met je kunnen praten terwijl je er niet meer was. Verder kunnen gaan met zelfs best veel plezier.

Het is zo dubbel, ik vertel je niet over die nachten dat ik huilend je knuffelbeest tegen mijn ogen wreef. Vertel ik niet dat ik zo bang ben voor de ervaring dat je steeds waziger wordt. Dat ik me niet meer herinner wat je zei als je ‘s ochtends de keuken inliep. Misschien is dat de normale gang van zaken. En dat is raar want toen je net dood was zat het verdriet niet alleen in mijn kop maar ook in mijn lijf. Een lichamelijke pijn, een soort scheurend gevoel in mijn middenrif.

Ondanks wat ik eerder schreef wordt het zeer minder, rouw wordt dat ook en dat verwacht je niet. Laat je je zelfs schuldig voelen. Ik? Een moeder die haar jongste kind verloor? Dat die plezier in het leven kan hebben? Schandalig toch? Maar ik moet verder, lieve Piet. Jij bent dood maar ik niet. En je weet dat ik alles zou geven om je hier terug terug te krijgen. Vierentwintig september sluipt stiekem naderbij.

Herinneringen

21 aug

Tegenwoordig als ik mijn laptop opstart krijg ik op FaceBook herinneringen te zien. Ik kan kijken naar berichten die ik precies één, twee of drie jaar geleden plaatste en lezen over de dingen die me toen bezig hielden. Die twee jaar is zo verschrikkelijk. Twee jaar geleden wisten we niet dat je nog maar 27 dagen zou leven. Twee jaar min 27 dagen geleden wist ik niet dat alles ineens voorgoed anders zou worden.

Iedere ochtend dat de herinneringen uit 2016 op FaceBook op mijn scherm verschijnen waarschuw ik je. In mijn hoofd. In mijn gedachten. “Kijk uit, het zal niet goed gaan!” “Lieffie, blijf slapen bij Yason!” Maar er gebeurt niets en iedere ochtend komt die klotedag dichterbij, in het echt en op Facebook en Twitter.

Hoe bitter, al die onwetende berichten en grappige opmerkingen. Dat jij, ik en wij nog geen benul hadden van wat komen ging. Het lijkt een verkeerd omwerkende tijdmachine want als die goed had gewerkt dan had ik op 23 september 2016 de banden van je scooter lek gestoken. Had ik wat in je eten gedaan zodat je ziek thuis was gebleven.

Dat het leven van zulke kleine dingen afhankelijk is, is nog wel het ergste. En de “En als” , “En als” vragen. En de “Waarom” Dat zijn de ergste.

Ik mis je. Na bijna twee jaar na ons samen zijn in het mortuarium in Nijmegen voel ik nog steeds dat afgrijzen. Hier slijt niets. Hier wil niks loslaten. En iedereen die oppert dat ik het een plekje moet geven ram ik keihard voor de desbetreffende kop. Ik laat niet los, ik vertik het. Jij blijft bij me hoe je me verlaten hebt. Pijn, gruwel, onmacht, mooie muziek, dierbare vrienden, liefhebbende familie.

Toch wou ik soms dat alles weer gewoon als vroeger was. Dat de dood van een kind iets was dat je las in de krant, iets dat anderen overkomt. Een terloops gelezen bericht. En dat ik de tijd terug kon draaien.