Archief | december, 2011

de grote wijzer

31 dec

Omdat ik moderne ouders had, hippies in die tijd, hadden wij ook een moderne, hippie verantwoorde inrichting. De muren waren paars en her en der stonden zilverkleurige objecten in de huiskamer. Vriendinnetjes en vriendjes kwamen graag bij ons want dat stond garant voor een middagje plezier en fun. Want als de muren paars zijn betekende dat toch echt wel dat je kon smijten met dingen en je geen zorgen hoefde te maken over troep opruimen en dergelijk . En dat je in alles wat je zag mocht klimmen en vanaf springen. Voor de ramen hingen geen vitrages maar met de handgeknoopte macramé gordijnen en op iedere muur was wel een toendertijd leuk broodpoppetje te vinden.

 Mijn vader droeg spijkerbroeken met heftig geborduurde oppervlaktes en mijn moeder veranderde zo vaak van haarstijl, dat ik haar negen van de tien keer niet herkende, als ze ons sporadisch kwam ophalen uit school. Die lijn zetten zij voort in ons interieur, ik kwam beneden en alles was anders en ik beleefde weer een cultuurschok van’ heb ik jou daar’. Waarom stond de bank niet meer op zijn oude plek en waarom was de lekkere stoel veranderd in een grote gezinspoef? Jarenlang heb ik met vriendjes moeten stuntelen op vreemd uitziende kussens, ter bevordering van het zitgemak maar niet toegepast op puberliefdes.  

 Eén van die gevolgen van een dergelijke inrichting was een rode kubistische klok waar de tijd in digitale cijfers werd weergegeven, ongebruikelijk voor die jaren. Toen dus de juffrouw Hoek van klas 3 aan mij vroeg om in de grote hal te gaan kijken hoe laat het was, greep de angst mij om het hart. Ik liep de klas uit, zwetend als een otter en bedacht de smoes dat ik de klok niet kon vinden. ( Ik was net nieuw op die school, dus plausibel genoeg als smoes ). Helaas stuurde de juf mij terug met een gedetailleerde zoekroute en kon ik er niet onder uit. “De grote wijzer staat op de twee en de kleine wijzer op de tien . “ Ten overstaan van de hele klas werd ik belachelijk gemaakt door haar snerende opmerking: “Zo, dus jij kunt geen klok kijken”? Nee, juf, dankzij mijn moderne intellectuele ouders met dito klok kon ik dit inderdaad niet. Ik droom er nog van.

verplichte natuur

30 dec

 

Bij de opvoeding van mijn zonen hoort bepaalde kennis tot de elementaire pijlers. Simpele kennis, dat wel maar voor mij een beetje onontbeerlijk. En dan heb ik het niet over zaken als met mes en vork eten ( doen ze toch niet, alleen bij vreemden ) en beleefd gedag zeggen ( doen ze toch niet, alleen bij vreemden ).

 Daarentegen vind ik het belangrijk dat ze toch tenminste tien van de vogels in onze tuin kunnen benoemen. Die kennis krijg ik er maar niet ingestampt hoe vaak ik ze ook met de ornithologische gids op hun hoofd mep. Ze blijven alles een merel noemen. De enig uitzondering is zoon 3, die heeft zich verdiept in de uilenrassen dus die kent hij wel. De andere twee willen wel maar het staartmeesje en het winterkoninkje blijven niet hangen en vormen een fladderende vogelbrij. Een ‘keelmoosje ‘was de hoogste score bij de toen 6-jarige zoon 2.

 Hetzelfde geldt voor namen van planten en bloemen. IJverig lepelde ik tijdens wandelingen allerlei namen op en overhoorde ze op de terugweg. Wees ik dan op een bos fluitenkruid dan riep zoon 3 enthousiast “Bloemkool “!!! Een distel bleef jarenlang onveranderd een ‘auwvoet ‘ en toen ze heel klein waren stonden er natuurlijk boterhambloemen in ons grasveld.

 Had ik zoon 1 het mooie proces van rups tot vlinder toch echt duidelijk en uitgebreid verteld. Toen hij zijn kennis wilde delen met zijn jongere broertje werd dit hele natuurverschijnsel terug gebracht tot één zin: “Nou, dan gaat die rups in de kalkoen en wordt hij een vlinder “.

 Wees ik in het kader van natuur opvoeding op een rondkriebelende hooiwagen dan hoorde ik twee dagen later: “Mam, daar gaat weer zo’n volkswagen “. Gelukkig zijn het nooit van die engerdjes geweest die vanaf de achterbank alle automerken konden opdreunen. Het dichtst bij kwam zoon 2 die, toen er een oude Deux- Chevaux voorbij reed, zei : “Mam, dat is toch een vervelende eend”?

 

meisjes met rode haren

29 dec

 

Mijn ouderlijke woning bevond zich op 5 minuten fietsen van de lagere school en drie minuten lopen van de middelbare school. Heerlijk dichtbij dus allemaal. Maar ja, we woonden dan ook in een stad. Waar ook een grote kazerne was en dan kom ik bij het werkelijke probleem. De weg naar de middelbare was een lange, rechte met aan het uiteinde de school. Als pubermeisje was ik natuurlijk erg lelijk, lang rood haar en een bril uit het jaar 1940. De onzekerheid liep met grote druppels van mijn arme rug af, lijkt me duidelijk. Goed, iedere ochtend trouw op pad maar met mijn oren gespitst op geluiden achter mij. Niet omkijken, nee, dat vooral niet doen. En minstens twee keer per week hoorde ik ze aankomen. Soldaten !

 Een colonne marcherende soldaten kwam mij achterop. Een verzameling hitsige en verveelde jongens van 18, 19 jaar die in mij direct een trillend slachtoffer zagen. Aan het toenemende volume van soldatenkistjes kon ik horen hoeveel tijd mij nog restte. Gaan rennen was geen optie. Voorop liep een meerdere dus de eerste paar rijen hielden zich betrekkelijk rustig. Maar hoe verder de soldaat verwijderd was van het gehoorveld van zijn superieur, hoe vernederender de opmerkingen. Nu zou ik er om lachen maar als meisje van 14 wenste ik onzichtbaar te zijn. Was ik niet door mijn rode haar.

 Toen ik eens in een reuzenrad zat met mijn eveneens roodharige tante, bleef dat vermaledijde ding steken en hingen wij volledig in het zicht boven de kermisbezoekers. Niks aan de hand, zou je zeggen, tot dat door de geluidsspeakers de toenmalige hit ‘Meisjes met rode haren‘ schalde. Ik kon nergens heen !! Niet eens door de grond zakken. Lijdzaam zaten wij het nummer en de storing uit. Maar het is nooit meer goed gekomen met me. Gelukkig word ik nu zo langzamerhand grijs.

il treno

28 dec

                                          

 

 

 

Toen mijn moeder er dus vandoor ging met een Italiaan, maakte ik de daarop volgende jaren iedere zomer netjes een trip naar Italië. (België was goedkoper geweest, maar ach, dat soort dingen plan je niet.) De treinreis was een rechtstreekse verbinding tussen Arnhem en Florence, dwars door Duitsland en Zwitserland. Zwitserland miste ik alleen altijd omdat we daar ’s nachts doorheen reden.

 Je maakt wat mee in zo’n internationale trein. Ergens op de lijn stapte een Amerikaans meisje in, die doodleuk op station Milaan uit het raam de restauratiekar riep : “Io sono una coca cola”. In mijn huis- tuin en stiefvader- Italiaans begreep ik nog wel dat ze zei : “Ik ben een coca cola ‘. Maar goed, die Italianen zijn ook de beroerdste niet, ze kreeg hem.

 Op een andere rit richting het zuiden trof ik, jonge naïeve Hollandse blom van 17 die ik was, een moegestreden Italiaanse conducteur. Vanaf het begin sprak hij vleiend over mijn ogen, tot hilariteit van mijn medereizigers. Die avond, in het helaas donkere Zwitserland, vroeg hij of hij een foto van mijn ogen mocht maken. Gevleid zei ik natuurlijk ja. Mee naar zijn coupé, alwaar hij de deur achter zich op slot deed. Op dat moment dacht ik:  “Ik ben misschien een beetje naïef “.

 Nog geheel onschuldig maakte Giovanni een foto van mijn ogen. “Oke “dacht ik. “Misschien ga je dit overleven”. Vervolgens zei ons aller Fransesco : “Rook je sigaret op en denk aan de liefde “. Nou, dat kon ik nog wel, een beetje wazig in de camera kijken en klaar was Allesandro. Maar toen zei Lucca : “Als je nou eens je t-shirt uitdoet “en toen werd het me eindelijk duidelijk. Ik stond op, vol bravoure en zei dat hij nu de coupedeur open moest doen. Gelukkig deed hij dat en kon ik ietwat trillerig naar mijn eigen plaats terugkeren.

 De ellende is alleen dat ik zeker weet dat ik  in een soort veroveringenboek van Maurizio sta, zo van ‘mijn meisjes onderweg.’En aangezien hij nu ongeveer de pensioengemachtigde leeftijd heeft bereikt, ben ik als de dood mijzelf tegen te komen in een softporno publicatie van Federico, de treinconducteur. 

 

 

verzet

27 dec

 

 

Ooit heb ik eens in een  arrestanten cel gezeten. Ik liep stage bij een bedrijf in Den Haag, woelige jaren tachtig, punkhoofd, hier en daar een veiligheidsspeld. Uiteraard had ik in de sfeer van fuck-the-system geen zin om buskaartjes te kopen en werd ik dus als eerste uit de bus geplukt.

 De agent wilde mijn honende en beschimpende gedrag denk ik corrigerend bestraffen en nam mij mee naar bureau Kijkduin. Lekker aan zee. Omdat ik ook nog eens een vals adres had opgegeven werd besloten mij een lesje te leren om erger te voorkomen. Hup, de cel in. Wel even de veters uit mijn schoenen halen en natuurlijk de veiligheidsspelden want ik zou toch maar zo om een buskaartje zelfmoord kunnen plegen.

 Het eerste kwartier zat ik stoer te lachen met mezelf, wat een mop, als ze dit vanavond horen! Het volgende kwartier werd ik stil en verdiepte mij in alle opgeschreven teksten en tekeningen op de celmuur. Leerzaam Haags. Maar de laatste twee kwartier was ik een heel zielig meisje met tranen in haar ogen en heel veel spijt. Te laat op mijn werk, reputatie verknald. Maar sindsdien heb ik nooit meer mijn degens hoeven kruisen met de sterke arm. Ik durf nog geen dropje te pikken en als ik een politieauto achter me zie rijden heb ik de neiging te stoppen en te bekennen ook al heb ik niets gedaan. Dus toen ik van de zomer werd verzocht te stoppen door een agent op een rotonde bezweek ik bijna van ontzag en angst. Nu werd het echt.!!

 Vruchteloos zoekend naar de hendel van mijn autoraampje, niet kunnen vinden, o ja, nieuwe auto  nu knopje bij versnellingspook, snel, snel voor hij zijn pistool trekt!!  Zwetend  als een eersteklas misdadiger het raampje opengedaan , klaar voor het vreselijkste vonnis.  “Mevrouw, uw rechterkoplamp is kapot”.  “” Oh” piepte  ik amechtig : ”Wat nu”? “Als u meteen doorrijdt naar de garage is er niks aan de hand. Goedemiddag”

 Thuis zette ik,ondanks het vroege tijdstip, een fles wijn aan mijn lippen om het trillen te stoppen. Om vervolgens nog een week door te rijden met de kapotte lamp want er rest nog steeds een heel klein beetje fuck-the-system in mij, ha!!

 

 

hamer

26 dec

                                            

 

 

 

Als ik ergens de godsgruwelijke pest aan heb dan is dat wel pech of iets met de auto. Rare geluidjes kunnen mij rillingen bezorgen waar een echte hyperventilatie bui niks bij is. Wel kan ik heel stoer met een ervaren blik de motorkap openen en volleerd de ruitenwisser vloeistof bijvullen, als het op ware kennis aankomt, dan ben ik een nul. De vorige eigenaar van mijn auto was een Italiaan, dus ook het bijbehorende boekje. Als er dan een lampje gaat branden dan kom ik niet ver met pesto, lasagne en ciao.

 

Maar gelukkig is daar de ANWB. Afgelopen zomer, met een kofferbak vol dozen wijn, ice-thea, melk en andere dagelijkse behoefte, startte ik de auto en er gebeurde niet veel. Ik heb de afwijking dat ik dan altijd eerst mijn wederhelft bel. “Ja, hoe moet ik dat nou weten, er zal wel geen benzine inzitten”. Ja, hoor alsof ik zo stom zou zijn. Gelukkig was , na mijn bel de ANWB-man snel ter plekke.

 

“Ja mevrouwtje, die boodschappen moeten er wel effe uit”. Na een half uurtje zwoegen en proberen, onderwijl lurkend aan de ice-thea, pakte hij een grote hamer. “Ho” : probeerde ik nog maar hij ging onder de auto liggen en gaf een mep van jewelste tegen ‘een ding’. Et voila, mijn auto startte alsof er niets gebeurd was.

 

De volgende ochtend, geen probleem. Nu naar de andere supermarkt, stralende dag, een graadje of 30. Volgeladen naar huis. Dus niet. Wederhelft briesend gebeld “Kom met hamer”!!!.  Hij kwam, sloeg de hele onderkant van mijn auto aan gort maar overwon niet. Ik had het inmiddels erg warm. “Ga maar naar huis met de boodschappen, ik bel de ANWB wel weer, aan jou heb ik niets!” Zo snel als de beste man er de dag ervoor was, zo niet vandaag. Inmiddels begon het hele parkeerterrein met mij mee te leven, uit belendende zaakjes kreeg ik bekers koele vloeistof, alternatieve moeders op de fiets keken mij ‘lekker puh’ aan.

 

Na anderhalf uur wilde ik gaan huilen maar dat mocht niet van de bedrijfsleider, dat zou slecht zijn voor de verkoop. Ook begon ik ranzig te ruiken door een onder de bank gevallen bakje kibbeling in de auto die inmiddels het kookpunt had bereikt. En toen, als door een wonder gezonden, verscheen de MAN van de ANWB. Na een zweterig handje te hebben gegeven, legde ik hem het probleem uit. De heiland pakte een hamer, sloeg 1 keer tegen de onderkant en mijn auto deed het weer. Luid gejoel en gejuich klonk op van het parkeerterrein, mensen omarmden elkaar en begonnen het volkslied te zingen. Ik wil een andere auto

vroeger en nu.

21 dec

Sinds ik als laatste holbewoner een eigen computer tot mijn beschikking heb (afdankertje van zoon 1), ben ik als een gek bezig op het internet. Ik zoek dingen op die ik helemaal niet hoef of wil weten en ik speur naar oude geliefdes om te kijken of ze lekker slecht terecht zijn gekomen.

Zo heb ik ook mijn oude studenten-woongroepje bij elkaar gegoogeld. Vijfentwintig jaar later, met vage herinneringen aan cola-jenever (gatver, hoe konden we). Het lijkt eergisteren. Ik voel me weer 20, zwart-witte kleren en een Doris D and the Pins-hoofd.

Jointjes roken en dan naar de ijskast kruipen om het kliekje zuurkool naarstig naar binnen te schuiven. Venerische ziektes sprongen van de een naar de ander, ik geloof zelfs dat we een groepsabonnement hadden in die tijd. Of was ik nou de enige? De rare gewaarwording om vroeg op te staan voor je stage en de rest tegenkomend in de gang, compleet laveloos na een avondje stappen.

Maar lol hadden we. Goed, oud-collega-student 1 zei spontaan: “Wat leuk om weer eens van je horen, regel  een reunie”. Oké, mannen zijn makkelijk te googlen  maar dan die vrouwen! Allemaal truttig hun achternaam veranderen en op de koop toe, als een pubermeisjes-variant van hartjes in plaats van puntjes op hun i, ook nog andere voornamen  gebruiken.

Vind die maar eens terug op Google. Je komt terecht op de meest obscure sites met uitslagen van uitheemse hockey-clubs waar een soort cryptische puzzel wordt gemaakt van de door jou gezochte voor- en achternaam. Heb je een beetje mazzel dan is de naam ook nog in meerdere talen gangbaar en kom je op plekken terecht waar je niet wilt wezen.

Nee, dan maar gewoon het telefoonboek erbij pakken, desbetreffende ouders bellen en informeren naar de huidige verblijfplaats.

groothandelgrutten

20 dec

                                                                     

 

Nu hebben wij sinds jaar en dag door wederhelfst arbeidelijk verleden, pasjes van diverse groothandels. Ik zie U  al smullen maar vergeet het maar. Wil je werkelijk goedkoper uitzijn met bijvoorbeeld een blikje kidney-beans  dan ben je toch echt verplicht een blik van 5 liter te kopen. En er is geen zinnige huisvrouw die zo’n blik gevarieerd kan verwerken binnen één week. Daardoor ben je geneigd de kleinere verpakkingen te kopen waarmee je net zo duur uit bent als bij je buurtsuper.

Maar goed, in het begin van ons yuppentijdperk toogden wij meer dan maals naar zo’n giga-super om onze auto vol te laden. Daar kregen wij alras spijt van. Omdat onze lievelings mosterdsaus alleen per six-pack verkrijgbaar was  ontwikkelden wij na drie maanden een meer dan gigantische afkeer tegen dit product. Na driekwart jaar werden de resterende flessen resoluut  de kliko ingegooid en gingen wij naïef op pad om onze voorraadkasten te hervullen met alternatieven.

Maar dan al dat gewauwel van grootgrutters dat zij zouden leveren aan alle toprestaurants in de Benelux zodat jij, als simpele burger, ook kon beschikken over exclusieve vleeswaren, legendarische kaasjes en gods-kont-kussende paté’s.  Geloof het niet!!  Ooit vroeg ik een slager eens om twee ons mortadella, niet echt exotisch meer maar hij keek me aan en wist niet waar ik het over had. Nou, dan!! Terwijl ik het gewoon bij de Appie kon halen.

Het enige waarvoor ik de laatste jaren de tocht naar het mistroostige industrie terrein maakte waren de blikjes gerookte tonijn. Ik wrong mij tussen al die would-be huisvrouwtjes, die dachten de culinaire top mee naar huis te nemen , heen en vocht mijn weg naar de kassa.

Alhoewel, er was altijd wel een rij met schappen waar ik me kon uitleven. Als de mannen van de bevoorrading met hun heftrucks aan de gang gaan, sluiten ze het desbetreffende pad af in verband met de volksveiligheid. Een ketting hangt dan op heuphoogte voor het pad. Niets is leuker dan op een duffe maandagochtend voor die ketting te gaan staan en keihard ‘Limbo dancing’ te schreeuwen. Hebben die jongens ook weer een leuke dag.

 

foetus docenten

17 dec

                                                             

Tien-minuten gesprekken gehad van zoon 3 op zijn school. Was nergens voor nodig, zijn cijfers zijn goed maar het moest van hem. Vooruit dan maar, een gesprekje met zijn Nederlandse docente in verband met het dyslexie virus dat waart in onze familie en met zijn mentor, door de weeks zijn gymleraar. Nu weet ik dat er op zoon 3 weinig aan te merken is. Hij is ons positieve prinsje altijd bereid en werkwillig. Dus ik verwachtte eigenlijk geen nare berichten. En dat bleek helemaal juist. Maar waar ik wel, misschien onterechte, van schrok was de leeftijd van zijn docenten. Juf Nederlands had zo mijn jongste dochter kunnen zijn als ik er een gehad had en de mentor van zoon 3 kon makkelijk doorgaan als zoon -1. Zo jong, zo blozend, zo naïef en dat moest mijn zoon op het wankele pedagogische pad begeleiden? Waar waren de oude stoffige docenten met jarenlange ervaring die met één blik een scholier konden doorgronden?

Waar was de levenswijsheid, gestoeld op meerjarige praktische kennis? Kon ik niet beter zelf voor de klas gaan staan met mijn door schade en schande verkregen kennis? Moest mentor van zoon 3 zich eigenlijk al scheren? En waarom had docent Nederlands al haar aantekeningen op een ‘Diddle’ papier geschreven? Wie ben ik ?

Natuurlijk besef ik me dat ik zelf ouder word en dat het bijvoorbeeld in een ziekenhuis heel normaal is dat je wordt geholpen door een dokter die tien jaar jonger is dan dat jij bent. Maar het blijft raar. Blijkbaar is voor mij  kennis gelijk aan enkele grijze haren en vertrouw ik rücksichtslos op jarenlange ervaring. Natuurlijk moet ook de jonge garde een kans krijgen maar liever niet met mij of mijn zonen.

kerstkaartenoorlog

15 dec

                                                                    

 

Niets vind ik zo irritant als mensen die met Kerst al hun ontvangen kerstkaarten opvallend etaleren. Zo van: kijk eens hoeveel mensen er wel niet aan ons denken. En dan stiekem die onpersoonlijke wensen van werkgevers, scholen en de krantenbezorger er tussen hangen zodat het meer lijkt. Het ergste zijn zij die al hun kaarten triomfantelijk aan linten voor het raam hangen. Het wordt een soort wedstrijdje met de buren, wie heeft er het meest? Ik verdenk zelfs sommige ervan dat ze de kaarten van vorig jaar bewaren en die er lukraak tussen hangen. ( Ideetje? )

Wij doen hier begrijpelijkerwijs niet aan mee, daarvoor ontvangen wij te weinig kerstkaarten, zelfs met de zakelijke meegerekend. Dus bij ons verdwijnen de ontvangen kaarten in het alles- en- nog- wat bakje waar ieder ze weet te vinden. Wij hebben ook niet zo’n uitgebreide kennissen- en familiekring dus schaam ik me ieder jaar rot als ik maar één velletje kerstzegels vraag bij het postkantoor. Vooral als er iemand  vóór je vijf van die vellen heeft gekocht. Ik ben zelf in het sturen van kaarten nogal wispelturig. Het ene jaar wel, het andere jaar heb ik er geen zin in. Het moet een leuke, originele kaart zijn en als ik geen inspiratie heb dan krijgt niemand een goed jaar toegewenst.

Vorig jaar was het makkelijk. Zoon 3 had een konijn voor zijn verjaardag gekregen dus hop, konijn in soeppan op fornuis, fotootje maken en klaar. Smakelijke Kerst. Ook bij kerstkaarten kun je een trend waarnemen. Na al die jaren dat we het hele gezin of liever de kinderen en huishond in kerstmannenpakjes op foto in de bus kregen zijn we nu aangekomen bij een angstaanjagende toename van zelf gefotografeerde plaatjes van besneeuwde bomen en winterse landschappen. Iedere ochtend als de wereld mooi wit is weet je dat de helft van Nederland bezig is om de kerstkaarten van volgend jaar te maken.