Archief | januari, 2012

rammelende rat

31 jan

 

Vorig jaar aan het einde van de herfst begon mijn auto rare rammelende geluiden te maken. Ik besteedde er geen aandacht aan want als je dagelijks zonen vervoert weet je wat er voor een troep meegenomen en uitgescheiden wordt. Dus dan verbaas je je niet zo gauw. Rammelend, tikkend en rochelend reden wij voort.

Tot de dag dat ik koelvloeistof moest bijvullen. Ik opende de motorkap en verstarde. Ieder beschikbaar plekje onder de kap was bezaaid met walnoten, hele en halve aangevroten. Een complete oogst was verzameld in mijn auto. Wat had dat gedaan? Muizen kon niet, bovendien hadden die de walnotenvoorraad in de schuur reeds ontdekt, konijnen leek me stug, net iets te groot om via het voorwiel omhoog te klimmen.

“Marters” gilde wederhelft en dook daarna meteen het net op om op te zoeken hoe we hier weer vanaf konden komen. Er hadden inderdaad verontrustende berichten in de kranten gestaan over marters die alle bereikbare kabels en leidingen in een auto doorknaagden als ze de kans kregen. En dat kan lullig zijn als je moet remmen voor een overstekend kind op straat. Dus wederhelft was er van overtuigd dat dit de boosdoeners waren.

Ik geloof dat het enige dat je kon doen bestond uit het spannen van gaas onder je auto. Dat zag ik niet zo zitten. Ik haalde braaf ieder ochtend de noten uit mijn motorkap en merkte niets van doorgeknaagde leidingen. En op een gegeven moment hield het op. Tijdens de grote beurt vond de monteur nog wel een ruggengraatje tussen de kabels maar ach!

Begin deze winter was het weer raak. Talloze walnoten tussen alle slangen en buizen. Maar het mysterie werd snel opgelost. ’s Ochtends tijdens het wegrijden zag ik een dikke vette dode rat naast mijn auto liggen. En de trippelpootjes in de sneeuw verklaarden ook veel. Ordinaire ratten! Te bedenken dat ik met een ontbindende rat in mijn motorkap heb rondgereden! En ik maar zeggen tegen zoon 1 dat hij toch echt wat meer aan lichaamsverzorging moest gaan doen.

geslaagde bierdroesem

31 jan

  

Mijn eindexamenfeest van HAVO 5 was wel heel mooi. Met drie geslaagde klasgenoten had ik een feestje georganiseerd aan de Waal in de Ooy polder bij Nijmegen. “Neemt allen wat mee en het wordt gezellig “. En dat werd het. Kampvuren, wild gezang en overvloedige flessen. Toen tegen vier uur de meeste scholieren reeds huiswaarts waren vertrokken bleven ik, medescholier  L. en H. over. In onze after party roes besloten wij niet nog eens helemaal de barre fietstocht naar Nijmegen te ondernemen maar lekker daar op het strandje aan de Waal te overnachten. Met wat aangewaaide stukken plastic, wrakhout en keien fabriceerden wij een overnachtingsgelegenheid waar je ” U “  tegen zei.

Mijn contactlenzen in twee plastic bierglaasjes  met water gedaan en slapen maar. Nee,ik bedoel ook echt slapen, het was een erg zedig tafereel, dus wees gerust. Toen ik tegen een uur of 7 wakker werd en mijn lenzen uit het bierdroesem had gehaald, kroop ik ons survival tentje uit. De zon kwam net op en wat mistvlagen fladderden over de Waal. Tot mijn verbazing kwam er een man in een kano voorbij. “Goedemorgen “ fluisterde hij. Zelden zo’n surrealistisch moment meegemaakt. Alhoewel, toen ik eindelijk op de fiets thuisgekomen was en de keukendeur inliep, kwam ik op de gang mijn vader tegen. “Zo, jij bent ook vroeg op”? Ik liet ’t maar zo.

 

whiskey

30 jan

Ooit namen mijn wederhelft en ik  een hond om te oefenen voor het ouderschap. Bram heette hij en we verstuurden heuse  aankondigingskaartjes. Het beest werd uiteraard ziekelijk verwend, sliep bij ons in bed, ging mee in het vliegtuig en we deden peterselie door zijn eten omdat dat zo gezond zou zijn.

Door het arriveren van echte schijterdjes  begon de liefde voor Bram wat te vervagen, “Hop, ga jij maar een uurtje of twee de tuin in” Toen Bram bejaard werd en wij inmiddels ruimbeboerderijd  waren, besloten we er twee puppies bij te nemen , zodat zij het vak van waakhond nog konden leren van Bram.  Entree Pim en Pom. (Ja, naar het kinderboek).

Op mijn achtendertigste verjaardag lag Bram als een misplaatst kadootje onder aan de trap, met zijn tong uit zijn bek. Snel in zijn mandje gelegd en tegen de zonen: “Bram slaapt nog, laat hem maar”, ervan overtuigd dat zij zijn verscheiden als goed excuus zouden gebruiken om niet naar school te gaan vandaag. Zo moesten wij zelf verder met de opvoeding van Pim en Pom en dat werd duidelijk niks. Ze scheten het hele huis vol, gingen er om de haverklap vandoor en deden niets dat goede waakhonden zouden moeten doen.

Toen Pom op een nachtelijk wandeling/ontsnappingstocht op de dijk hartstikke dood werd gereden hadden we Pim als enige over. Zielig!! Krenterig als wij zijn zochten we niet naar een nieuw puppie maar naar een achtergelaten hond of een afdankertje. En ja, een pas gescheiden vrouw, nu gedoemd tot full time werken om haar kleine flatje te betalen, bood haar twee honden aan, Zelfde ras, alleen waren dit twee teefjes. We lieten Pim kennis maken met zijn harem en hij ging akkoord.

Nu kom ik bij het ware probleem. Teef 2 heet Noah. Goed, niet mijn keuze maar er zijn zelfs mensen die zo heten. Maar teef 1 heet Whiskey. Arghhh!! Waarschijnlijk heette haar voorgangster Sherry, één van meest walgelijke combi’s die je kunt maken bij dierennamen. Verander dat maar eens op zo’n manier dat de hond wel blijft reageren op de naam. Piskie? Wippie? Mystie? Zo las ik laatst in de krant populaire namen voor dierenkoppels. Urbi en Orbi. Niet leuk. Het populairst op dit moment ; Donder en Bliksem. Vast lang over nagedacht. Wat dacht je van Chip en Dale? Dat wordt lachen in het park,  jongens, succes verzekerd!

Het ergst is dat blijkt dat de naam van je beest iets over jou zegt. Sta ik daar in de tuin “Whiskey” te schreeuwen. En ik heb al zo’n  reputatie.

dure schurft

29 jan

 

 

Met Het Konijn naar de dierenarts geweest. Zoon 3 had een microscopisch klein plekje in de huid van zijn huisdier gevonden en stond er op dat wij terstond naar de dokter gingen. ( ik herken dit, ook hij wordt later een overbezorgde ouder ). Dus na wat smeekbedes zijner zijds, afspraak gemaakt en met konijn richting praktijk.

Daar zaten we dan in de, vaag naar hondenpies en sterk naar ontsmettingsmiddel ruikende, wachtkamer. Het konijn in een doos met meer dan genoeg kijk- en ademgaten, baasje ietwat zenuwachtig om zich heen kijkend. En ja, hoor, drie minuten na onze komst verscheen er een knots van een Golden Retriever. Helemaal over de rooie want iedere hond weet wat een bezoekje aan de dierenarts doorgaans inhoudt. Dus het beest was spastisch aan het kronkelen aan zijn riem, onderwijl hijg- piep en stik geluiden voortbrengend. Toen begon hij indringend zwaar te blaffen, mijn gehoorapparaatjes produceerden een protesteerde piep maar baas en bazin deden niets.

Na drie minuten zei de bazin met een teemachtige stem : “Och, jochie doet toch niet zo gek, er is niets aan de hand”. Niets aan de hand!!? Een schop kan die krijgen!!  Maar nee, er wordt sussend gesproken en tot overmaat van ramp komt er nog een stel binnen met god bewaar me, óók een Retriever. Ja, en dan houdt de rust definitief op in de wachtkamer. Alle goede eigenschappen van dit ras worden gretig uitgewisseld tussen de eigenaren. Niets is te gek; “Die van mijn kan de deur open doen”,  tot “Op Moederdag brengt hij me ontbijt op bed”, want ze zijn zo slim!!

Daar zitten zoon en ik dan met een inmiddels zwaar hyperventilerend konijn want Retrievers zijn zo leergierig, ze willen weten wat er in die doos zit, hoor! Gelukkig zijn we na twintig minuten aan de beurt en druipen af richting spreekkamer. Daar constateert de dierenarts een duidelijk geval van schurftmijt ( wat klinkt dat vooroorlogs en het is ook nog eens besmettelijk voor den mensch. ) en druppelt vervolgens 4 druppels medicijn in het nekje. Over twee weken herhalen en dat voor 38,- Euro. Dat gaat mooi van je zakgeld af, sis ik gemeen naar zoon 3.

stoere mannen

28 jan

  

Wat moet dat vroeger heerlijk zijn geweest. Nou ja, vroeger,  ik heb het over zo’n veertig jaar geleden. Iedere dag mocht je onbeperkt vuilniszakken aan de weg zetten die vervolgens vakkundig door gespierde sterke mannen in een vuilnisauto werden gezwiept. En alles mocht. Flessen, batterijen, plastic, wegwerpluiers, kernafval, papier, noem maar op.

Als je je  tegenwoordig aan de regels van de vuilnis-gestapo houdt zit er dus helemaal niets meer in de emmer in je keuken. Een volle dagtaak heb je aan het sorteren van blik, glas , plastic,  frisdank cartons, kleding, gif, composteerbaar afval. Ploeterend in de speciaal daar voor gemetselde uitbouw reduceer je je consumptieve leven tot bijna niets. Warmwater verkwistend probeer je stukjes rode kool van kartonnetjes te schrapen, melkpakken uit te spoelen en vleesresten uit lastige hoekjes te pulken.

Uren lang heen en weer rijdend naar de diverse dumpplaatsen, natuurlijk met de auto hoe vervoer je anders die berg?. En dan maar hopen dat je je steentje hebt bijgedragen aan een schoner milieu. Je zal ook wel moeten omdat de stoere vuilnismannen tegenwoordig nog maar één keer in de twee weken langs komen. En niks stoer zwiepen, gewoon de kliko in de zwieperd zetten en dan lijdzaam toezien.

Goed, de beroepsrisico’s zijn drastisch verminderd, geen afgesneden vingers meer door  scherven, geen Beri-Beri  veroorzaakt door poepluiers en geen hartverzakkingen door in stukken gezaagde lijken. Het nadeel is dat ze niet meer uitgroeien tot stoere vuilnismannen, het blijven magere mannetjes zonder spierballen.

ik snap het niet

27 jan

 

Ik was met zoon 2 eens naar het museum geweest. Dat is hij verplicht voor het schoolvak CKV. De permanente tentoonstelling lieten wij links liggen, we sloegen rechtsaf naar een tijdelijke kunstuitbarsting. Deze was van een uiterst in het leven teleurgestelde Rus met een dubieuze hang naar het verleden. Na het lezen van het informatiefoldertje ontsnapte mij een lichte zucht maar ach, open staan voor alles.

Maar wat moest ik nu met een zin als :”  …. een fantasiewereld waarin de Sovjet- megalomie een wonderlijke symbiose vormt met geestelijke beweeglijkheid en artistieke vrijheid”? Holy moly, dat wordt een aangrijpend iets dacht ik terwijl ik de zaal inliep. Zoon 2 liep inmiddels al voorzichtig ogenrollend door het vertrek en ik stapte onbevangen af op de eerste vitrinekast. Twee inlegzolen waren daar aan elkaar gestanst en staken uit een boek. Totale paniek maakte zich van mij meester, ik begreep het niet!! Was dit beweeglijkheid ( dankzij mijn inlegzolen loop ik weer tien kilometer per dag) of vrijheid? ( dankzij mijn inlegzolen kon ik de grens bereiken)  Aan de muur hingen Andy Warhol-achtige zeefdrukken van allerlei mensen met gasmaskers op. En ik vond die symbiose maar niet!!

Opgelucht constateerde ik dat alle teksten in het Cyrillisch schrift waren, misschien verklaarde dat mijn totale niet-begrijpen. Na een serie portretten van Stalin vonden zoon en ik het wel genoeg. We hadden het verplichte entreebewijs en zoon had her en der verdwaasd foto’s gemaakt, genoeg voor een recensie. Ietwat ontheemd gleden we de trappen af, geheel in Russische stijl met sneeuw bedekt. Ik ben bang dat ik eng ga dromen vannacht.

la fête

27 jan

 

Zo mochten we, twee jaar geleden, een onvervalste Franse verjaardagspartij meemaken. Tegen drieën kwamen wij aan bij mijn, al bijna 40 jaar geëmigreerde oom. Hij werd 60 dus een groot feest was verantwoord. En wat is een groot feest bij die  Fransen; eten!! Tegen half vier verdween ik in de keuken met tantes  die al het nodige voorwerk hadden gedaan. Mijn God, wat een bergen eten hebben we toen gemaakt. Toen het half acht was, een half uurtje voor de gasten kwamen, moesten we nog tutten en omkleden en ik had nog geen borrel gedronken. Record!!

Niet gedronken maar ook niet gegeten, de Fransen hebben de rare gewoonte om pas tegen 8 uur te gaan eten. Dan zitten wij Nederlanders al aan de koffie met een spritsje. Dus toen tegen achten het aperitief geschonken werd hing ik vrijwel direct daarna als een aap in een boom. Hola, dat komt aan. Tegen negenen was iedereen er zo’n beetje en kon het feest beginnen. Nu moet je weten dat een feest in Frankrijk niets meer en minder is dan gewoon de hele avond eten. And so it was. Half tien kwam het voorgerecht op tafel, typisch Frans, in de schuur, lange tafels met stoelen van de dorpsvereniging, kaarsen en vooral veel wijn. Goed, men zit en eet. Maar voor dat het volgende gerecht is geserveerd, ben je toch alweer een uurtje verder. Conclusie, tegen twaalf uur ’s nachts werd het hoofdgerecht op tafel gezet en was ik inmiddels zo beschonken dat ik lam niet meer van varken en rund kon onderscheiden. Maar wat een lol!!

Tegen 1 uur ’s nachts renden op het erf de kleine Franse kinderkes, als ware het 1 uur ’s middags,  rond  en speelden balspelletjes en verstoppertje. En we waren nog niet eens toe aan het dessert!! Uiteindelijk vulde ik mijn al overgoten maag met heerlijke stukken kaas, mij onderwijl afvragend hoe ik in godsnaam in het donker, mijn tentje kon vinden. Wederhelft en zonen waren al verdwenen en ik was als enige over.

Tegen drieën vertrok ik richting de boomgaard waar ergens onze tenten zouden moeten staan. Ik heb het gevonden maar vraag niet hoe. De volgende dag was mijn stem drie octaven lager maar volgend jaar ben ik er weer !! Wat een feest.