Archief | januari, 2012

einstein-fail

26 jan

 

Nu is het natuurlijk best leuk om slimme zonen te hebben maar naar mate de jaren vorderen merk je dat je de grip op de avondconversatie verliest. En dat is even wennen. Werden vroeger je wijze woorden en beweringen als gulden nectar gedronken, tegenwoordig blijf je steeds vaker met je mond vol tanden zitten.

Neem zoon1 met overmatige belangstelling in zwarte gaten, Quantum Mechanica en tijdreizen. Voeg daarbij een studie waarvan ik niet eens kan uitleggen wat het precies behelst en mijn nederlaag tijdens de gekookte aardappelen is compleet. Theorieën worden om je oren geslagen, met wat vage oude wiskundige wetten probeer je nog wat in te brengen maar tevergeefs.

Als zoon1 begint over constanten en ingewikkelde grafieken die iets bewijzen buig ik nederig mijn hoofd richting sperziebonen. Weg ouderlijke rol, foetsie leidende en richtinggevende functie. Gelaten laat ik mij onderwijzen over zaken die ik toch niet snap, knik af en toe enthousiast en geef mijn nederlaag onuitgesproken toe.

Ik had het kunnen weten. Toen ik zoon1 het hele verhaal van de bijtjes en de bloempjes had verteld, of te wel ‘hoe ontstaat de mens’ , was zijn enige vraag: “Ja maar hoe is dan de eerste mens gemaakt”? I rest my case.

recycle-mania

26 jan

  

Sinds ik verlost ben van het ‘plastic-limonadeflesje-verbod’ van de basisschool ( en het verplichte iedere avond de altijd lekkende bekers vullen) produceren wij een onrustbarende hoeveelheid plastic afval. Gelukkig voor mij werd er net op tijd een campagne gestart voor het inzamelen van huishoudelijk plastic afval. Ik geloof dat ze er een trui van maken, wil het eigenlijk niet weten ook.

Dus kwamen er containers waar je ice-thea flesjes, boterkuipjes, melk- chloor- en allesreinigerflessen in kon gooien. Plastic huishoudafval gaat natuurlijk veel verder dan dat maar om nou iedere avond de schaaltjes waarin de biefstukken hadden gedreven af te wassen, dat ging mij iets te ver. Ik bedoel, die zakken met plastic hangen wel minstens drie weken bij mij in de bijkeuken voor ik naar het verzamelpunt ga. En je hoeft mij niet te vertellen hoe zo’n schaaltje dan ruikt, na drie weken. Denk aan een in ontbindende staat verkerende muis achter een schotje waar je net niet bij kan. Dus hooguit spoel ik de melktrays uit om een ongezonde sokkenlucht te voorkomen.

Niettegenstaande de rompslomp ben ik erg blij met deze nieuwe wegwerpmogelijkheid. Het scheelt in de inhoud van onze ouwe trouwe zwarte kliko die toch al uitpuilt van onze consumptiedrift. Ik had een fijne container in een belendend dorp gevonden. Grote ingang; die hele volle A.H.-tas kon zo in één keer whap naar beneden. Tot het moment dat er een viskraam stond in plaats van mijn vertrouwde depot.

Naarstig op zoek naar een alternatief. Op de site van de gemeente gezocht waar ik met mijn toekomstige truien heen moest. Aha, gevonden! Een mini- milieu- straatje waar je plastic maar ook glas en warempel limonade pakken kwijt kon. Nieuwe perspectieven!! De glascontainer voldeed aan mijn wensen. Ik heb een systeem bedacht waarin het weggooien van twee flessen wijn eruit ziet en klinkt als één fles wijn en dat werkte ook bij deze.

Bij de plastic afvalcontainer werd ik echter hevig teleurgesteld. Er was een maagdelijk gaatje waar je met geen mogelijkheid een volle supermarkttas door heen kon proppen. De enige manier was om de ondergrondse bak flesje voor flesje te voeren. Pogingen om het klepje open te houden door er een flesje tussen te wringen mislukten. Slopend. Vandaar dat de laatste tijd onze afvalcontainer er weer uitziet als de Vesuvius in haar laatste stadium.

 

verkering

25 jan

 

Mijn oudste twee zonen doen niet aan liefde. Nooit verkering gehad tijdens de lagere school, ongetwijfeld verliefd geweest maar het is niets geworden. Nu geloof ik niet dat ze echt spuuglelijk en afstotelijk zijn maar als moeder ben ik daar natuurlijk niet geheel objectief in.

Zoon 3 had wel één keer verkering toen hij in groep acht zat. Fluisterend kwam hij op een veilig moment de keuken binnen sluipen en zei: “Ik moet je een geheim vertellen”.  Vreemd genoeg waren de eerste twee dingen die me te binnen schoten ‘winkeldiefstal’ en ‘cocaine gebruik’. En toen hij zei: “Ik heb verkering maar niemand mag het weten” was het eerste dat ik tot mijn schaamte dacht : “Nee, hoor dat mag niet, je bent van mij”. Zegt wat over het type schoonmoeder dat ik zal worden. Maar goed, ik hervond mijzelf na 5 seconden en speelde de enthousiaste moederrol.

Toen ik, na twee weken, mijn bloedje hevig in tranen achter zijn computer vond omdat zij het net had uitgemaakt via E-mail besloot ik haar de volgende dag met mijn solide Volvo van haar fietsje te rijden. Zoon 3 ging gelaten akkoord met mijn represaille maatregelen.

Drie weken later vond ik een envelop met brief op mijn hoofdkussen daarin stond : “Het is weer aan met C. en ik wens geen commentaar ‘. Met mijn enthousiaste moederrol overtuigde ik zoon 3 ervan dat ik het alleen maar leuk voor hem vond en blij was. ( In mijn hoofd plande ik al een moordaanslag, nu op het hele betreffende gezin, als hij over twee weken weer een mailtje zou krijgen.)

Goed, dit soort gevoelige zaken heb ik dus nog niet mee mogen maken bij de oudste twee. Ik geloof wel dat ze het andere geslacht interessant vinden, gezien de sites die ze op internet bezoeken, maar consumeren doen ze het nog niet. Tenminste, voor zo ver ik weet.

ikea-maan

25 jan

  

Natuurlijk hebben ook mijn zonen hun portie huis- tuin- en keukenongelukjes gehad. Maar het waren wel altijd een beetje rare. Zoon 3, amper anderhalf hakte in de zandbak met een schepje bijna de helft van zijn vingertopje eraf. Dat zag ik niet, ik zei alleen tegen wederhelft: “Pak jij even een pleister” waarop wederhelft wél keek en zei dat hij niet dacht dat een pleister zou helpen. “Zijn halve  vinger ligt eraf “ Braak. Het litteken zie je nog steeds. In diezelfde zandbak zat diezelfde zoon vrolijk te spelen toen zoon 2 een lading lekker nat zand richting hem wierp. Janken, auw, oog wilde niet meer open. De waarnemend huisarts gebeld en die zei op zo’n ‘Daddy’s knows best’ manier dat we het oogje gewoon moesten uitspoelen met water. Kind onder de douche, lukte niet. Kind ondersteboven in de gootsteen, lukte niet. Wederhelft weer bellen met arts die vervolgens wat geïrriteerd zei dat het zand er wel uit zou tranen. Daag.

Ondertussen zat ik met zielige hoopje ellende op een stoel en probeerde zijn oogje open te krijgen. Na een paar pogingen lukte dat en toen schrok ik me dood. Er was geen oog te zien! Alleen een poel vol zandbakzand. “Nu bellen dat we er aan komen “beval ik wederhelft. De arts moest inderdaad toegeven dat zo’n hoeveelheid zand er waarschijnlijk niet uitgetraand was.

Ooit zat zoon 1 op een omgekeerde Ikea-maan aan zijn bureau te hangen. Toen dat ding naar beneden gleed knalde hij met volle vaart met zijn voorhoofd tegen de tafelrand. En dat wil wel bloeden, geloof me. Geheel in paniek stormde hij de trap af, onderwijl gillend: “Mam, ik ga dood “!! Hop, in de auto naar de huisarts. Interessant door de volle wachtkamer rennend met een vreselijk bloedend kind, stuitten wij op een volgend probleem. Zoon moest gehecht worden en daar was een verdoving cq spuit voor nodig. Kijk, dat wilde hij dus niet. Hele pedagogische hoogstandjes werden tevoorschijn getoverd door ons en het medisch personeel maar niets hielp. Door zijn protesterende bewegingen vloog de wond steeds weer open en zat al gauw iedereen in de behandelkamer onder het bloed. De uitermate geduldige arts probeerde het nog één keer en toen weende onze eerstgeborene zachtjes : “Heb je geen lachgas”?

 

 

kinderhandel

24 jan

 

Sinds ik weer terug ben op de computer heb ik een heerlijke haat liefde verhouding met de spellingscorrectie. Iedere keer ben ik weer benieuwd wat hij vindt van mijn grammaticale keuzes. Hele discussies heb ik met hem over de puntjes op de I. Speekselspugend pak ik de Dikke erbij om mijn gelijk te bewijzen. Dat gebeurt helaas niet vaak maar hij ( spellingding ) heeft er een handje van om streepjes niet te accepteren waar ik ze dus echt wil hebben. Dan komt hij weer met dat irritante rode ribbellijntje en probeer ik dat stoïcijns te negeren.

Nu heb ik ooit een opleiding aan de School voor de Journalistiek gevolgd. Dat staat niet garant voor foutloos en grammaticaal juist schrijven, neemt u dat maar van mij aan. Het waren de wilde, woeste jaren. Nét niet meer van ‘aksie ‘ en anders geschreven rellenwoorden maar het scheelde niet veel. Als je ‘kreatief ‘ was in je geschrift kwam je toch een heel end. Ik, voor mij zelf, had altijd als gulden regel ; als je niet weet hoe je een woord of uitgang schrijft, gebruik dan een ander woord. Werkte altijd en leidde wonderbaarlijk genoeg tot de mooiste volzinnen. En wist je niet of het nou ‘gefeliciteerd ‘of ‘gefeliciteerdt ‘was dan schreef je gewoon ‘van harte ‘. ( O, er verschijnt nu een rood kronkellijntje onder ‘gefeliciteerdt ‘, weten we dat ook weer.) Zo zijn er duizenden ontsnappingsmogelijkheden uit het net van de Nederlandse taal.

 Nu zijn mijn oudste twee zonen dyslectisch, waarvan er één behoorlijk zwaar. Toen wij samen zijn paspoort gingen aanvragen vroeg hij mij, tijdens het ondertekenen, in bijzijn van de gemeenteambtenaar : “Schrijf je Verhoeven met een F of met een V ? “ Omdat zoon 1 net mondeling had moeten bewijzen dat hij toch echt mijn zoon was bekeek de ambtenaar ons met hernieuwde belangstelling, zeg maar argwaan. Alsof ik bij een misdadige kindersmokkel organisatie betrokken was. Vervolgens moest mijn kind mijn meisjesnaam opnoemen, alsof ze dat weten!  Niet dus. Net voor ze kindlief wegsleepten naar de kinderbescherming, kwamen  ik  en hij blijkbaar overtuigend genoeg over en mochten we naar huis. Volgende keer mag wederhelft mee, één blik op die neuzen en ze zeuren niet meer.

ho-ho boodschappen

24 jan

 

Nooit doen. Op de dag voor Kerst nog even snel naar de supermarkt gaan. Uiteraard heb ik met ver vooruitziende blik alles al een week van te voren in huis maar kom er dan, in een uitpuilende bijkeuken, achter dat we geen bier meer hebben. Of zoiets onbenulligs als suiker. Voor honderden Euro’s aan kerstboodschappen maar iets alledaags als koffie was ik vergeten. Zo hebben wij eens een Kerst zonder wc-papier meegemaakt en geloof me, daar is niets zaligs aan. Dus effe snel naar het Sparretje dat redelijk dicht in de buurt is. Ploeterend in zijn één door de sneeuw maar we komen er wel.

In het Sparretje is zonder mijn medeweten een buurtfeest aan de gang. Serieuze verkeerd-planners staan met propvolle winkelwagentjes in de twee toch gauw zo’n twintig meter lange rijen maar de meeste mensen hebben net als ik één lullig vergeten dingetje in hun hand. Omdat er ook allerlei voorgebraakte gourmetschotels moeten worden afgehaald is de winkel stampvol en heerst er een ongekende feeststemming. Leuk als je de helft van de aanwezigen kent, niet leuk als je haast hebt. De stemming wordt steeds joliger en mijn fustje bier steeds zwaarder. Een vrouw voor mij heeft alleen een pakje roombladerdeeg in haar hand en zij raakt ook meer en meer geïrriteerd. Vooral omdat een volle-wagen-man voor haar overduidelijk moeite heeft met het vinden van het juiste muntgeld in zijn portemonnee. Kijkend naar zijn gezicht vermoed ik dat dat niet het enige is in zijn leven waar hij moeite mee heeft.

Net als bladerdeeg-mevrouw aan de beurt is vindt er een kassabediende wissel plaats. U kent het ritueel, eindeloos de stoel in de juiste positie proberen te krijgen, geldlades wisselen, codes intoetsen en dit alles met het tempo van een gewone doordeweekse dag. Dit is puur een ziekelijk machtsvertoon dat begrijpt U wel. ‘Laat ze maar even wachten, ik bepaal hier de regels’.

Het bladerdeeg is inmiddels ontdooid en mijn bier platgeslagen, de dorpse feeststemming groeit echter onverdroten voort. Net nadat ik heb afgerekend komt de filiaalhouder aanzetten met Kerstmanmutsjes en ontsnap ik ternauwernood. Op de terugweg glibber ik nog wel even tegen onze brievenbus aan maar ik ben er. De deur kan op slot, alles in huis.

 

 

naïef

23 jan

  

Hoe naïef denken de mannen wel niet dat wij vrouwen zijn? Een tijd geleden was ik in de kringloopwinkel enthousiast op zoek naar aanvullende stukken voor mijn garderobe. Een naar mannetje van een jaar of zestig schuifelde al geruime tijd om mij heen en zei tenslotte: “Mevrouw, mag ik U wat vragen? Wat is uw kledingmaat? “ Uiteraard schoot ik in de lach en vroeg hem waarom hij dat in hemelsnaam wilde weten. Nou, zijn vrouw was vorig jaar overleden en hij had nog kasten vol met kleren van haar. Had ik geen interesse om met hem mee te gaan en ze te bekijken?

Om er gemakkelijk vanaf te komen vroeg ik welke maat zijn vrouw dan wel niet had gehad, vastbesloten om over de mijne te liegen. “Maat veertig” sprak de viezerd. Sorry, maar mijn maat is 38 dus dat feestje gaat niet door, meneer. Gewiekst antwoordde hij dat er toch ook veel kleding in die maat bijzat. “Bedankt voor het aanbod maar ik heb echt geen interesse”. En het gluiperdje droop af als een mislukte venerische ziekte.

Dacht hij nou echt dat ik daar in zou trappen? En kom nu niet met zielige verhalen over eenzame weduwnaars die wanhopig op zoek zijn naar wat menselijk contact omdat ze hun vrouw zo verschrikkelijk missen. Dit was zo doorzichtig, schaam U, manvolk.

Hoewel, ik herinner me een avond waarop ik me net had geïnstalleerd op mijn eerste kamer in mijn studieplaats. Tegen zevenen, het was al donker, kreeg ik honger en ging op zoek naar een cafetaria. De buurt was mij totaal vreemd dus na vijf minuten dwalen stapte ik een benzinestation binnen om de weg te vragen. Achter de balie stond een vent van een jaar of veertig en die zei: “Weet je wat, ik ben toch aan het afsluiten, als je effe wacht breng ik je er wel naar toe met de auto. “ En wat zeg ik? “Oh, fijn bedankt”. Ik stap bij hem in de auto en vind mezelf heel slim als ik zijn kenteken uit mijn hoofd leer. Alsof je daar wat aan hebt, liggend als een verkracht lijk in een Uithofse sloot.

Uiteindelijk heb ik er niets van geleerd. Ja, dat er ook goede mensen zijn. De man bracht mij netjes naar een cafetaria en bood aan om mij Utrecht te laten zien. Na twintig minuten was ik veilig thuis alhoewel het natuurlijk nog niet als thuis voelde. Knagend aan mijn frietjes keek ik mijn hok rond, herkende mijn meubeltjes maar de rest niet.