Archief | februari, 2012

nog meer moederkloek ellende

28 feb

 

Het is gek hoe snel je went aan een nieuwe situatie, die waarvan je dacht dat je er nooit aan zou wennen. Als vroeger Zoon 1 twintig minuten later dan gepland thuis kwam, had je in die tussentijd al bijna Amber Alert gebeld, eventuele pedofielen in kaart gebracht en 20 minuten zenuwslopend voor het keukenraam gelopen. Nu voel ik  niet eens meer dan een zenuwtrekje als hij niet voor het avondeten verschijnt. Zal wel bij de McDonalds zitten. Hangt zijn jas ’s ochtends niet aan de kapstok dan was het vast heel gezellig en zijn ze met z’n allen blijven plakken.

Als hij tien minuten na zijn geplande vertrektijd nog steeds op de bank hangt gil ik niet meer vanuit de opkamer: “Je moet gaan”!! Gewenning, berusting of loslaten, ik weet het niet. Blijft het feit dat als je me dit vijf jaar geleden had verteld ik ongelovig had gereageerd. Ik, moederkloek eerste klas, zou niet weten waar kindlief was op dat moment???

Zo groei je mee met je kinderen….. zou je denken. Nu zoon 2 met de scooter naar school gaat, begin ik weer helemaal overnieuw. Gierende angsten bij mistig vertrek, visioenen van verpulpte lichamen. Ik ben weer terug bij af. Shit, dat is jammer. Maar eigenlijk ook weer logisch. Ieder kind is zijn eigen persoon, ’t feit dat je er één op de veilige rit hebt gekregen zegt natuurlijk niets over eventuele andere. Goddank heb ik er maar drie. Meer zou ik echt niet aankunnen.

Ik weet dat toen wederhelft en ik als nep-yuppen een hond als oefenkind hadden en die vervolgens kwijt raakten in het bos, ik angstig zijn naam liep te roepen ( die van de hond, natuurlijk). Toen bedacht ik me dat als ik zo hysterisch over een hond kon doen, ik maar beter geen kinderen kon krijgen want daar is de hysterie-factor uiteraard tien keer zo groot. Had ik maar naar mezelf geluisterd.

moederkloekie-syndroom

27 feb

 

Het zijn van die kleine dingen waardoor je beseft dat je kinderen geen kinderen meer zijn. Soms gebeurt dat heel luchtig, andere keren slaat het je in je smoel met een klap. Ik had het vorig jaar al moeten merken toen ze gedrieën bij het opstaan zeiden : “Alweer sneeuw”! Een teken aan de jaren vlieden heen wand. Als ze bij het winkelen in de stad ineens drie meter achter je gaan lopen, wees dan gewaarschuwd. Het begint!!

Vorige winter hingen er ijspegels van onze dakrand af van wel anderhalve meter. Een paar jaar geleden zou ik me, bij het pakken van de erwten uit de diepvries dodelijk verwond hebben aan zo’n ding. Zoon 1 wilde namelijk deze ‘wapens ‘ graag bewaren en propte de ganse vriezer vol met verzamelde ijspegels. Ik had het ook kunnen merken aan het verkorten van het woord ‘Mamma ‘ naar het stoerdere ‘Mam’.

Als moeder schijn je je kinderen onbewust kind te willen laten blijven. De fase waarin jij alles was voor ze en dat ze het liefst met jou wilden trouwen was toch immers het summum voor het moederhart ?  Zo kwam ik er vorig jaar achter dat ik ze nog steeds kindervitamine pillen gaf. Achttien, zestien en twaalf jaar. Nou, daar hoef ik echt geen psycholoog bij te halen, dat zie ik zelf ook wel.

Dit alles begint natuurlijk veel eerder maar dat wil je als moeder niet zien. Geen gezoen meer bij het schoolplein, de badkamerdeuren gaan op slot. En dan zijn het in één keer mannen. Je hebt ze al jaren niet meer in hun blote kont gezien en nu zou je niet meer durven. Ze regelen hun eigen bankzaken, bestellen god weet wat voor ’n troep op het internet en zijn er ’s avonds gewoon niet. Lekker met de vrinden de vrijdagavond doorbrengen is natuurlijk veel leuker dan thuis op de bank, dat weet ik nog van vroeger. Alleen voel ik dat zelf niet meer zo. Ik ben dan ook op mijn best als de hele meute veilig binnen gezellig bij elkaar zit. Moederkloekie-syndrooom.

valse schaamte

25 feb

 

Zo moesten wij vorig jaar naar het blokfluit muziekconcours van zoon3 op de middelbare school. En dan heb ik het over gesprongen vullingen, dat niveau ongeveer.  Maar het was de moeite waard. Niets is zo leuk als een brugpiepertje dat van de zenuwen in zijn blokfluit bijt in plaats van blaast.

Geen enkele emotie is mij bespaard gebleven die avond. Ik had het twijfelachtige geluk/pech dat links in mijn blikveld een dove mevrouw en haar tolk zaten. Nu heb ik daar niets op tegen, ik hoor zelf ook niet al te best maar dit deed mijn acceptatiegrens behoorlijk zakken. Ik hoorde een valse blokfluit en in mijn ooghoek zag ik hem. Bij de trombone…..ja, hoor, daar gingen de wangen. Ook al was het hoogst irriterend, mijn blik viel telkens op dit vertalende handwerk. Werkelijk alles werd in doventaal omgezet zodat ik voor mijn gevoel de voorstelling twee keer heb moeten doormaken.

Ons eerste plan was om helemaal achteraan te gaan zitten, vlak bij de deur en er vandoor te gaan zodra zoon 3 klaar was. Dit mislukte. Zoon 3 was van de zes klassen pas als vijfde aan de beurt en de deur van de zaal ging hermetisch dicht met een woest kijkende conciërge ervoor. Uitzitten dan maar. En hoe! Na het belletje waarmee om absolute stilte werd gevraagd ging de mobiel van wederhelft af. Ik weet het, te onwaarschijnlijk, U gelooft mij niet, dat voel ik. Maar toch was het zo. In een zaal met ongeveer 120 brugpiepers en zo’n 200 ouders klonk naast mij een indringende beltune. “Telefoon”!! werd er gescandeerd in de zaal. Ik mat mijzelf een houding aan waar uit duidelijk moest blijken dat ik die man naast mij helemaal niet kende. Zoon 3 deed op het podium hetzelfde.

 

ontspoorde kunst.

23 feb

 

Tegenwoordig moeten de middelbare scholieren voor het vak CKV meerdere vormen van kunst en cultuur bezoeken. Dus ook mijn zonen. Hmm. Dat is niks voor hun. Dus help ik ze en neem ze mee op sleeptouw en aan wurgkoord. Hier in de buurt is geen kunst. Tenminste niet die soort waar je voor moet betalen en daar gaat het om, je moet een afgeknipt kaartje aan je docent kunnen  overhandigen. Het enige dat hier in de omgeving is, is een museumboerderij maar die ziet er van binnen, dankzij mijn antiek en brocante jachten, net zo uit als bij ons dus dat heeft weinig zin.

Dan maar naar de grote steden. Met zoon 1 ging ik eens naar zo’n goedbedoelde expositie van ontspoorde kunstenaars. Een theepot met daarom heen vijftig poppenbeentjes in de aarde gestoken. Zoon 1 kan dan alleen maar met zijn ogen rollen en ik heb de neiging om ter plekke zacht wenend het heengaan van de mensheid te betreuren. Wat een onzin. Bij het zien van een overdadig versierde baljurk die half verbrand was verlieten wij brakend het terrein, voorgoed genezen.

De verplichte film in het alternatieve circuit moest hij maar alleen doen, ik kon het niet opbrengen. Zoon 1 kwam terug, er hadden vier mensen in de zaal gezeten, en hij begon na die avond spontaan weer met bedplassen dus erg moet het wel geweest zijn. Maar goed, nu is zoon 2 aan de beurt. Ik kies nu maar voor een klassiek museum, de oude meesters zijn toch wat schokbestendiger, hoop ik.

Het punt is dat vooral de jongens van zo’n 16 jaar in een heleboel dingen geïnteresseerd zijn maar laten kunst en cultuur daar nou net niet bij zitten. En de opgelegde verplichting om toch zulke zaken te bekijken zal echt geen revolutietje ontketenen. Integendeel. Zij die interesses hebben op dat gebied zullen echt wel hun weg vinden in het veel te grote aanbod in Nederland. Sommige mensen hebben iets met kunst, anderen niet. Ieder zijn meug. Hadden mijn zonen maar het onderwijs dat wij vroeger hadden. Lekker een pretpakketje.

 

horrorwinter

22 feb

Het K.N.M.I. had zware sneeuwbuien voorspeld, oranje alarmbellen gingen rinkelen en ik zou, precies tijdens het hoogtepunt, de weg op moeten om zoon3 van school te halen. Vanaf negen uur ’s ochtends hing ik als een hijgerige junk op de site van Buienradar en zag een onheilspellende vlek mijn kant uitkomen.   ’s Ochtends had ik onder een stralend zonnetje zoon2 uitgezwaaid die met de scooter naar school vertrok. Ook hij zou tijdens de grootste ellende huiswaarts moeten keren.

Doomscenario’s te over dus. En aangezien het nog vijf uur zou duren voor de daadwerkelijk tocht begon had ik tijd genoeg om zo’n zestien horrorwinter speelfilms in mijn hoofd af te draaien. Tegen twaalven begon het lichtjes te motsneeuwen en gunde ik mezelf een “oh, dat valt heel erg mee”-gevoel. Dat veranderde al gauw. Nagelbijtend en vingerkauwend liep ik van raam naar raam om de sneeuwhoogte te bekijken en de snelheid waarmee een eventuele auto passeerde.

Toen kwam toch echt het moment dat ik moest gaan. Vanuit zijn luie bureaustoel zei wederhelft dat ik gewoon rustig moest rijden en mijn stuur recht moest houden. ( note to myself: vanavond een emmertje sneeuw in zijn bed kieperen)  Met een gangetje van 15 kilometer per uur ploegde ik door het landweggetje in de hoop dat de rest van de wegen al wat begaanbaarder waren. Dat viel tegen.

Slippende auto’s ontwijkend gleed ik langzaam richting doel. Maar ik bereikte de school zonder bloedverlies en begon manmoedig aan de terugreis. Toen raakte ik zelf in een vette slip, als een krab gleed mijn auto de verkeerde kant op, twee ademhalingen stokten. Zoon3 opperde witjes vanaf de achterbank dat hij de rest wel zou lopen. Thuisgekomen kreeg ik mijn handen niet meer van het stuur los. Vroeg ingetreden rigor mortis, zeg maar.

uilenbal

21 feb

 

Wij woonden hier net twee maanden toen we op een lekkere namiddag gezellig buiten zaten. Onder de kastanjeboom,  met  bezoek.  Allemaal een pilsje in de hand, leuk kletsen tot er met een grote plof-plons iets in het biertje van wederhelft viel. “Wat krijgen we nou” schreeuwde hij perplex. In zijn glas dreef een uilenbal, toch wel ter grootte van een flinke pruim. Terstond vloog ieders hoofd omhoog in de richting vanwaar uit het projectiel gekomen was. En daar zat op een tak, wijs op ons neerkijkend, een kerkuil. Nu was ons verteld dat in de nok van de boerderij een uilenkast ( lees nest) geplaatst was. Maar wij waren drukker met verf, stukwerk en verwarmingsinstallaties dus geen aandacht aanbesteed.

Maar nu hadden wij er dus een huisdier bij! En wat voor één! Ieder jaar produceert hij of zij een nest met gigantisch lelijke uilskuikens die vanaf de zolder de kinderen uit hun slaap houden met hun gekrijs. Let wel, tien keer liever zulk lawaaioverlast dan voorbij scheurende brommers maar stel je een klein kind voor in pyjama dat met beer onder de arm naar beneden komt en klaagt: “Mam, de kerkuilenjonkies maken zo’n lawaai, ik kan niet slapen ”. Landelijk. ’s Ochtends vroeg zaten de uilenpubers op een rijtje op de dwarsbalk van de put met scheefkijkende gezichtjes naar ons te staren. Schattig, lief, wat een lelijke pluizenbollekes.  Helaas vonden wij in de daarop volgende jaren regelmatig door honden aangevroten  jonge kerkuilen in de boomgaard. Maar leg zo’n hond maar eens uit dat hij wel een rat mag pakken maar geen kerkuil. Daarnaast verdronken er wat uilenjonkies in de put, dus maar snel een deksel  gemaakt.

Nu hebben we in de boomgaard ook regelmatig steenuilennesten en de ellende met die beesten is dat ze uit het nest vallen als ze nog niet kunnen vliegen. Ja, zet daar maar eens drie Jack Russels tegenover! Dus wij geheel eco en natuurliefhebbend, gaas plaatsen onder nesten van de steenuilen zo dat mochten de jonkies eruit donderen, de honden er niet bij konden.

Iets anders is ons gevoel bij duiven. Deze beesten schijten alles onder wat ze maar onder kunnen schijten dus de haat was gauw gevoed. Gruwelijk als mannen kunnen zijn ging wederhelft plus zoon 1 met de luchtbuks de tuin in. Aangezien wederhelft scheel kijkt raakte hij geen enkele houtduif maar zoon 1 bleek een vaardig jager. Toen wederhelft toch een duif schoot, weliswaar in zijn kont, zei zoon 3: “Pap heeft een duif neergeschoten maar hij leeft nog. Nu moet hij hem zijn nek omkeren”. Ze schijnen lekker te zijn, duiven, maar dat gaat me net iets te ver.     

 

tot in de pruimentijd.

20 feb

 

In onze beginjaren hier kwam de Vierdaagse van Nijmegen nog  voorbij. Meestal was dat in de pruimentijd en pruimen hadden wij veel en veel te veel. Dus zei ik tegen de, toen nog , jochies, : “Weet je wat, vul de bolderkar met pruimen, dan kunnen jullie die uitdelen onder de lopers”.  De wandelaars stroomden al langs ons weiland toen ik de bomen in klom om pruimen te plukken.

Binnen 15 minuten had ik 937 keer de kreet gehoord: “Jantje zag eens  pruimen hangen, als eieren zo groot.” en besloot toen dat het wel genoeg was. Nederlanders zijn niet origineel!  Met een bolderkar  (ook zo’n lekker verantwoord buitenlevending ) vol met pruimen liepen zoon 1 en 2 naar de straat. Veel succes!!, de pruimen vlogen de kar uit, al snel was de voorraad op en moest ik weer die boom in.

Op een goede kilometer verder had ik een louche neef neergezet met duur wc papier en een discreet afgescheiden portable toiletje.   

Het  leukste van die dag was altijd op het eind. Dan verzamelden mijn hele familie ( toch gauw zo’n man of veertig ) zich met krukjes, stoeltjes en tuinbanken aan de slootkant om “de strompelaars “  te bekijken. Er liep,  ongeveer 1 per kwartier, een  totaal gevelde wandelaar met bloedende sokken, kots over  het  t-shirt en wezenloze blik langs. Aanmoedigende kreten deden hem of haar niets meer, het was een zombie met slechts één einddoel. Mensonterende taferelen speelden zich af op het landweggetje. Daar kon geen televisie tegen op.

veel te veel.

18 feb

 

Als nieuwetijdse plattelandsvrouw moest ik natuurlijk ook een moestuin. Gelijk het eerste jaar een lap grond ter grootte van zo’n 200 vierkante meter omgeploegd en hup, aan het werk. Alles zelf gekweekt en verbouwd, wat een heerlijkheid moest dat zijn. Geen rare Chinese vergiften en ander ondeugdelijk bestrijdingsmateriaal, nee, púúr van eigen bodem. Biologisch, krek zo als ik het wou.

In het begin hielpen de zonen uit eigen beweging nog wel eens mee, gesteund door het ‘zelfsupporting-gegeven’. “Mam, waar moet ik deze aardbeiplantjes begraven ? “. De erwten zouden langs mooi kronkelige stokken omhoog groeien en de prei pootte ik in heuveltjes om een zo’n lang mogelijk witte wortel te krijgen. Er stonden drie soorten sperziebonen ( verschillende kleuren, wit, paars en groen ), heerlijk zoete suikermais, bijzondere aardappelsoorten, hier en daar een Dahlia voor de ultieme boerse sfeer en natuurlijk een kruidenhoek.

Tijdens het hoogtepunt van de oogst haalde ik van het vierkante veldje  courgettes dagelijks 5 van die dingen. Help. Wat moet je ermee, ze smaken nergens naar en één keer in de week door de pastasaus is wel voldoende. Wat inmaken als zoetzuur en roosteren met kaas in de oven maar daar hield het ook wel mee op. Dus wat doen je dan? Dan ga je weggeven. In het begin is dat nieuw en leuk maar na verloop van tijd bemerkte ik dat mensen me begonnen te mijden, net deden alsof ze niet thuis waren of zeiden dat ze net een courgette hadden gekocht in de supermarkt. Zo van;  daar is ze weer met haar courgettes.

Veertig stokken prei sneed ik braaf ieder seizoen in ringetjes om verdeeld in plastic zakjes in de vriezer te leggen. Op de een of andere manier werd ik hier altijd beroerd van, de ui-achtige lucht van de prei zorgde ervoor dat ik halverwege even moest liggen. De doperwten gaven niet van zulke problemen, alleen waren ze zo lekker dat er meer in onze mond verdwenen dan in de vriezerzakjes.

Nu hadden wij, toen wij hier kwamen wonen, twaalf walnotenbomen gepoot. “Lekker “dachten wij naïef. Ja, dat wel maar op een gegeven moment heb je een walnotengrens bereikt, dan hoef je niet meer. En wat doe je dan? Dan ga je weggeven. Supermarkttassen vol ging ik vriendjes terugbrengen en zag moeders schichtig achter gordijnen verschuilen, we werden niet meer uitgenodigd voor verjaardagen, sociale contacten gingen verloren. Verkopen aan de straat had ook geen zin, iedere zichzelf respecterende buurman had buiten al een stalletje met kilo’s walnoten voor 50 eurocent staan.

Vandaar dat mijn moestuin  steeds meer een gebied is dat wordt teruggegeven aan de natuur. Zeker toen ik erachter kwam dat eigenlijk niemand in mijn huishouden van sperziebonen hield.

oase

17 feb

 

Nu mijn zonen de leeftijd niet meer hebben om te spelen met lego, autootjes en al dat andere voor schrikbarend veel guldens en euro’s gekochte speelgoed, heb ik de speelkamer geconfisceerd. Dat is trouwens ideaal, een aparte speelkamer in je huis. Als je de troep niet wilt zien doe je gewoon de deur dicht. Af en toe werp je een brood naar binnen en klaar ben je. Maar goed, sinds ze de hele dag op hun kamer met de deur dicht naar naakte vrouwen ( en erger) op het internet kijken is de kamer niet meer als speelkamer in gebruik. In de woonkamer had wederhelft een gigantisch groot aquarium geplaatst, leuk voor hem, houdt hem van de straat. Maar niet voor mij. Zat ik daar net lekker geïnstalleerd met een nieuwe boek begon hij vage opmerkingen over de een of ander vis te maken of riep opgewonden iets over een garnaal. Als lezen kwam ik niet meer toe en dat irriteerde mij mateloos.

Dus, hop, naar de Ikea, twee luie stoelen en nog maar wat boekenkasten ingeladen en aan de slag. En algauw was de oude speelkamer omgetoverd tot een romantisch, want veel rozenmotiefjes gebruikt, eigen plekje voor Moeder. Deze kamer ligt op weg naar de keuken dus kon ik, glurend over mijn leesbrilletje, mooi in de gaten houden wie er nu weer snoep probeerde te pikken. (meestal was dat wederhelft). Eén nadeel heeft mijn sfeervolle oase van rust wel, zonen vinden het zo gezellig dat ze met hun huiswerk in de tweede luie stoel gaan zitten en overhoord willen worden. Kijk, dat was nou net niet de bedoeling.

poetsen!!!!

16 feb

 

Ik ben niet zo’n poetser. Ik maak de ijskast pas schoon als zich daar genoeg penicilline heeft verzameld voor een klein landje aan de Oostzee . Ramen lap ik als het tegen twee uur ’s middags nog schemert. En verdwaalde chipsjes schop ik uiterst doelmatig onder de bank. Voordeel van deze werkmethode is, héb ik een keer een vlaag van schoonmaakwoede, je het resultaat tenminste ziet. Stralend schone ijskast waarin allerlei potjes een dansje van blijheid doen nu ze niet meer vastgekoekt zitten. Uit puur genot kan ik uren met een oneindige blik uit het schone raam naar de horizon staren.

Eerst had ik boven een tweede stofzuiger. Ideaal want de ellende van boven stofzuigen is toch dat loeizware ding de trap op zeulen. Helaas hadden de muizen op een gegeven moment het snoer op tactische plaatsen doorgeknaagd zodat stofzuigen een soort Carmen Electra show werd, compleet met vonk en overeindstaand haar. Dit bleek al snel invloed te hebben op het schoonmaakproces op de bovenverdieping.

Liep je op blote voeten door de gang kon je na één meter al doorgaan voor een echte Hobbit. Voeg daarbij het uit zichzelf verplaatsend zaagsel uit de konijnenhokken en U heeft er wellicht een beeld bij. En boven staan geen banken waar ik vuil en stof stiekem onder kon schuiven. Dus haal ik weer halsbrekende toeren uit om met de stofzuiger boven te geraken. En het is zo’n grote, bijna industrieel. Per keer zwiep ik minstens één fotolijstje van de muur en blijf regelmatig met een voet achter het slepend snoer haken. En dan heb ik het nog niet eens over het zuigen van de trap zelf. Zwaar overhellend op een smalle trede balancerend je werk doen. Ik zou gevarentoeslag moeten krijgen.