Archief | april, 2012

gort

28 apr

 

Zit ik met een vaag venijnig virusje op de w.c., wordt er geklopt. “Mam, waar is de basilicum?”  Godbetert ‘t , die gezondheidslessen op de middelbare school! Zoon 3 heeft geleerd hoe hij een tosti-gezond moet maken en sindsdien staat hij in de keuken met olijfolie, zongedroogde tomaatjes en tomatenpulp. “Zal ik basilicum of oregano gebruiken?” Oh, vleesgeworden pesto nachtmerrie!

Het punt is dat ik dagen her nog bakjes met supersaus vind, groen gevlokt. En dat zoon 3 commentaar levert op mijn dagelijkse burgerlijke hap  (anders eten ze niks). Mijn ik-kan-alles-culinaire-moeder-mentaliteit zakt  in als een échte pudding. Niets vinden ze meer lekker  “ Het mag best wel wat pittiger, Mam.”  En  “ Wat is dat voor een drek? ”,  “Wat is dat groenige spul daar?”  De hele zondag ben ik kwijt aan het opstellen van een weekmenu waarin iedereen zich kan vinden. En dat is zwaar, heel zwaar.

Een oplossing heb ik wel; wentelteefjes.  Doet ieder, al dan niet culinair georienteerd,  kind omzwaaien. Ik ga geen recept geven zoek dat zelf maar uit. Dan is de hongerige meute stil aan tafel en worden de bordjes schoongelikt. Maar wees bedacht op het moment dat die kleine Librije chef-kokjes zich in de keuken beginnen te manifesteren. Bel meteen de geest-uitdrijver. !! Want het is al erg genoeg dat de wederhelft zich bemoeit met het avondeten en pruilt als hij het niet lekker vindt. .  Laat niet dat laatste strohalmpje door middelbare scholieren tot gort gekookt worden!

Het is tijdelijk, ik weet het, voor je het weet zijn ze weer bekeerd tot andere zaken en keert de rust in de keuken weer terug. Mijn laatste bastion, mag het alsjeblieft?

 

 

 

elementen

26 apr

Nou wonen wij vlak achter de dijk, romantisch zult U zeggen. Ja en nee. Bij tijd en wijle is het hoog water in Nederland en bij ons zie je dan ook echt hoé hoog. En neem maar van mij aan dat dat angstaanjagend hoog is. Het rivierwater klotst tegen de bovenkant van de dijk aan, zo’n twee meter hoger dan ons huis. Dagelijks maak ik, toch gauw 4 keer, de wandeling opwaarts om de stand te bekijken. Uiteraard heb ik op zolder een plastic bootje liggen, heeft alleen zo weinig zin als er geen raampje op die verdieping is waaruit we kunnen ontsnappen. Bijkomend voordeel is wel dat door het kwelwater onze kelder onderloopt en wij een echt, heus binnenzwembad hebben.

Nu zijn er meer natuurelementen waar ik een diepgaande angst voor heb. Wij woonden net een maand in ons, rijkelijk met rietbedekte onderkomen, toen er een gigantische onweersbui losbarstte. En niet zo maar een buitje, de bliksem sloeg ergens in de boomgaard in, alles trilde en ik stond in recordtijd met lenzendoosje en baby beneden op de stoep. De volgende dag meteen een bliksemafleiderbedrijf gebeld, met de geur van verdacht gloeiend riet nog in de neus. Volgens de installateur hadden wij met afleider een kans van 99 procent om te overleven. Kijk, dat wil ik niet, ik wil 100 procent. Ik ben al bang voor onweer, maar dat wij de dood vinden onder een monumentaal brandend dak is mijn ergste nachtmerrie.

Stormen kan het hier ook als de beste. Een paar jaar geleden werd de lucht, zonder waarschuwing, ineens onheilspellend groen. Er stak een wind op van jewelste, hier en daar zag ik witte Jack Russels door de lucht vliegen en ik hield mijn hart vast. Toen ik op het hoogtepunt van de storm bibberend voor het raam stond zag ik de trampoline ( toch gauw zo’n drie meter doorsnee ) van de zonen over de wildhaag ( toch gauw zo’n drie meter hoog ) verdwijnen richting de boomkwekerij van de buurman. De vogelverschrikker uit de moestuin hebben we nooit meer teruggevonden.

slecht rapport

23 apr

In de tweede klas van de middelbare school kwam ik eens thuis met een rapport waarop zeven onvoldoendes prijkten. En dan ook hele vette. Wel had ik een acht voor wiskunde en ik gokte er op dat dat de toorn van vaders wat zou afzwakken. IJdele hoop. Veilig op mijn kamer wachtte ik zijn thuiskomst bevend af.

De voordeur ging open en dicht en ik rekende in mijn hoofd mee wanneer hij de eettafel zou bereiken. Toen volgde er een ijzig lange stilte. Ik maakte mijn testament op, liep zes rondjes door mijn slaapkamer heen en weer, gooide allerlei troepjes in de prullenbak en voerde mijn knaagdier. Daar kwam hij aan !!

Voorbereid op alles, een week geen eten, eeuwig huisarrest, lijfelijke straffen, pleeggezin, deed ik de deur open. Maar het enige dat vaderlief zei was “Verschrikkelijk .“ Het leek me op dat moment niet verstandig om hem op die acht voor wiskunde te wijzen. Schuldig schamend bleef ik achter op mijn kamertje. Ik had natuurlijk geen ene moer gedaan. Maakte mijn huiswerk nooit en lette totaal niet op in de klas. Knagend aan al mijn nagels besloot ik toen dat daar maar eens verandering in moest komen.

Er ging een wereld voor mij open! Met opletten en je huiswerk gewoon maken haalde je domweg goede cijfers voor je vakken! Piece off cake! Wat een openbaring, ik zag het licht!!!! Dertig jaar later probeerde ik deze truc van vader ook uit op zoon1. Had helaas niet hetzelfde effect.

nonnen

21 apr

 

Op een dag waren er plots drie nonnen op mijn kleuterschool. Nieuwsgierig bekeken we deze, in burka-like gewaden  gehulde, vrouwen. Onze kleuterjuf zei zedig tegen ons: “Als jullie pijn of verdriet hebben kunnen jullie vandaag met deze mevrouwen praten.” Wij schudden ons hoofd en gingen verder met spelen. Om de speelplaats stond een oud bakstenen muurtje. Daarop zaten veel van die piepkleine rode spinnetjes. Wij wisten wel beter, dat waren bloedzuigers! En wie het meeste lef had liet er één over zijn hand lopen. Met dat soort zaken hielden we ons bezig, niet met hulpverlenende nonnen.

Tijdens de grote pauze mochten we op de glijbaan. Een oud wankel metalen ding maar hij deed waarvoor hij bedoeld was. Zoekend naar grenzen zoals ook kleuters doen besloten wij er niet af te glijden maar te lopen. Achter elkaar liepen we de glijbaan af maar natuurlijk ging het bij mij mis. Ik struikelde en viel snoeihard met mijn voorhoofd op de tegels. Als roofdieren grepen de nonnen mij beet en sleurden me mee naar hun nest. Het enige waar ik me zorgen over maakte was dat ik nu met ze moest praten!  En dat wilde ik niet, ik wist niet wat ik zeggen moest! Maar de drie nonnen waren onverbiddelijk. Hoe voelde ik me? Was ik duizelig? Wilde ik wat tegen God zeggen? Uiteindelijk lieten ze me gaan, overigens zonder een daadwerkelijk medisch onderzoek. Sindsdien heb ik een trauma aangaande glijbanen en nonnen. En bloedzuigers.

Een flink aantal jaren later woonde ik in de buurt van een mannenklooster. Het Albertinum. In het mooie grote park mocht je vrij wandelen en tijdens mijn middelbare school tijd bivakkeerden we hier vaak met vrienden om huiswerk te maken en examens te leren. Natuurlijk gingen er al jaren de geruchten rond dat er paters waren die maar al te graag achter de rododendron hun crèmekleurige pij wilden optillen. Wij waren er nooit één tegen gekomen maar als er dan zo’n man voorbij stiefelde bekeken wij hem toch met enige argwaan. Nu, met allerlei commissies voor seksueel misbruik door de godvrezende orde, verbaast me dat niets meer.

 

lol in de supermarkt

18 apr

 

Je maakt nog eens wat mee in je plaatselijke dozen-supermarkt. Op een donderdagochtend vroeg laadde een morsig mannetje met een overduidelijke tremor maar liefst vijf lege kratten bier in zijn boodschappenwagentje. Nadat hij die gedropt had in de statiegeldautomaat toog hij op weg om zijn voorraad weer aan te vullen. In het smalle gangpad werd zijn doorgang geblokkeerd door een karretje van een mevrouw die zakken hondenvoer stond in te laden.

Tot mijn verbazing begon de man met de geaderde neus zijn wagentje tegen die van de mevrouw aan te rammen. Dit was zo iets onbeschofts dat ik er van overtuigd was dat ze elkaar kenden en hij een grapje uithaalde. Maar nee, de vrouw keek woest en zei: “Ga dat ergens anders doen, rare kerel” en dat zeg je meestal niet tegen je buurman. Vervolgens zette de man onverstoord vijf volle kratten bier in zijn kar en zwabberde naar de kassa.

Ondertussen stond bij de rekken met brood een vrouw die duidelijk een beetje in de war was geweest toen ze zich aankleedde die ochtend. Waarschijnlijk was ze altijd een beetje in de war. “Heppie geen oliebollen?” schreeuwde ze met schrille stem naar de winkelbediende die vakken stond te vullen. Deze jongen, net gister zijn school afgemaakt, kromp geschrokken ineen. Niet begrijpend keek hij om zich heen wat wel logisch was want het was midden augustus en dan zijn oliebollen meestal wat schaars. “Oliebollen? ” herhaalde het jochie angstig. “Ja, oliebollen, in een zakkie van tien!” sprak Mevrouw Stemband. “Oliebollen?” vroeg hij nogmaals.

“Van die krentenbollen, in een zakkie van tien, ja”riep de vrouw. “Oh, krentenbollen, nee, die zitten een zakje van 6.”antwoordde het jochie, zwaar opgelucht dat hij het begreep. Boos stiefelde de vrouw verder met haar karretje mompelend dat ze aan 6 in een zakkie niks had, 10 was veel handiger. Het leed was nog niet geleden voor onze jongste winkelbediende want toen de verwarde vrouw bij de weekaanbiedingen stond riep ze met het volume van een dragonder “Heppie geen faase.” Ik had geen idee wat het beste mens bedoelde en aan de zware zucht van het winkeljochie, hij ook niet. Derhalve schoot ik in de lach en voelde de dankbare blikken van het winkeljochie in mijn rug. Tis hard werken in een supermarkt!

 

lamsboutjes

16 apr

 

Vandaag een schaap van een gewisse dood gered. Tegen tweeën stoof ik over ons landweggetje en zag een ooi liggen in een glooing van het weiland. Op haar rug, pootjes omhoog met naast haar twee vertwijfelde lammetjes. Omdat ik al laat was belde ik wederhelft en vroeg hem om buurman Blom te bellen met de mededeling dat er een schaap op haar rug lag in hun weiland.

Even tussendoor, voor wie twijfelt aan mijn verstandelijke vermogens, het is een feit dat een schaap op haar rug niet zelfstandig overeind kan komen en dat zij dan een langzame dood zal sterven. En dat willen we niet, toch?

Bij terugkomst informeerde ik dan ook bij wederhelft of hij de buren nog te pakken had gekregen. “Nee, ze zijn niet thuis”. Aldus sprong ik in mijn James Herriot bolide om de toestand van de ooi te gaan bekijken. En het arme beest lag nog steeds op haar rug. Actie dus!! Het hek zat op slot dus moest ik via een glibberige slootkant klauteren om over het gaas te kunnen klimmen. Daar ervoer ik even een angstig twijfelmomentje. Stond er stroom op het hek of niet? Ik zag geen waarneembare rubberen geleidingshaken maar toch bleef die twijfel knagen. Dus voor de zekerheid sprong ik met mijn hand op een houten paaltje in een vloeiende beweging over het gaas en belandde ongeschonden in het modderige weiland.

Toen bleek dat het nog niet zo eenvoudig was om een dik schaap effe op haar zij te rollen vooral niet als ze in een kuil ligt. Na drie keer in de modder te zijn gedonderd bij mijn duwpogingen besloot ik haar aan haar voorpootjes omhoog te trekken. En dat lukte wel. Ze had met haar achterpootjes net voldoende grip op de modderige grond om overeind te krabbelen. Snel hobbelde ze weg met twee dorstige lammetjes in haar kielzog. Deze week even geen lamsvlees op het menu, is iets te dichtbij…

 

de kinderlokker

14 apr

 

Vroeger was het toch net wat anders voor de buitenspelende jeugd van pak ‘m beet een jaar of zes. Veel minder verkeer, meer sociale controle enzovoorts. In de wijk waar ik woonde, nu noemt men dat een Vinex-wijk, toen gewoon een wijk met allemaal dezelfde huisjes op een rij, kon je als klein kind overal naar toe fietsen. Ja, natuurlijk werd je gewaarschuwd voor De Kinderlokker maar dat stond vreselijk ver van je eigen bed af. Totdat het gerucht onder de kinderen rondging dat er een kinderlokker actief was in de stad. In dit geval was dat Eindhoven, kilometers ver weg maar wij namen het niet zo nauw qua topografie.

Maar de angst was gezaaid en klonten kinderen groepeerden samen in het plaatselijke bosje, het bosje van de Baron, zo heette dat. Er heerste in dat bosje altijd een doordringende geur van asfaltsmelterijen en Waalwater maar het was een waanzinnige speelplek voor ons. Iedere dag verzamelden wij ons op de omgevallen boomstam in het midden van het bosje. Maar daar was dus in één keer dat gerucht over De Kinderlokker!! Wij besloten groepsgewijs het bosje te verlaten en naar onze huizen te gaan.

Mijn clubje verliet het bosje in oostelijke richting om over de dijk naar onze wijk te lopen. En toen, O, grote schrik!!! Daar lag een pruik midden op de weg! Als één organisme stond het groepje stil, stijf star verstild, angstig kijkend naar dat harige object op het asfalt. Gemompel steeg op en al gauw waren we het eens; dit was een truc van De Kinderlokker!!!! Hij wilde dat wij naar die pruik gingen kijken en dan zou hij ons allemaal te grazen nemen!!

Luid gillend renden we en masse zo ver mogelijk van de pruik vandaan naar onze huizen. Bibberend en nabevend bereikten we onze identieke woningen en waanden ons veilig. Goed, het was eind jaren zestig, een tijd waarin het heel normaal was dat vrouwen in het weekend een kekke pruik opzetten. Maar dat ze die dan ook wel eens verloren na een avondje stappen dat wisten wij natuurlijk niet.

Toch waren wij gewaarschuwd!! De Kinderlokker was in de buurt, wij wisten het zeker! Hij kon overal verstopt zitten! Zelfs het vertrouwen in de melkboer, van wie we altijd een stukje mee mochten rijden op zijn karretje, waren we kwijt. Die zomer bleven we angstvallig op het pleintje bij de garageboxen. Dan maar daar spelen, fietswedstrijden en rommelmarkten houden met je oude speelgoed. Tijdens één van die rommelmarkten verkocht ik een dure bloedkoralen ketting van mijn moeder voor 15 cent. Maar dat is een ander verhaal…   

 

” hij doet het niet meer “

11 apr

 

Vorige week maandagochtend begaf mijn accu het. Kortsluiting. Waarschijnlijk veroorzaakt door de ratten die daar overwinteren en her en der walnootschillen achterlaten. Maar goed, het euvel was snel gefikst door de diagnose van de ANWB-man en wederhelfts trip naar de garage.  Met een fonkelnieuwe accu had ik er weer het volste vertrouwen in. Dat af en toe de dasboard lampjes aan en uit flikkerden kon volgens wederhelft geen kwaad. “Los contactje” ’t ultieme woord voor “Ik weet het ook niet en hou nou op met zeuren”. Gedurende de week werd het geknipper en geflikker steeds erger maar ik reed stug door met mijn, uit een oude volkswijk komende, kerstboomversiering. Tot vanochtend.

Ik had net zoon3 met fiets halverwege afgezet en startte de auto weer om vrolijk boodschappen te gaan doen. Flup. Er gebeurde niets, wat angstaanjagend getik linksvoor maar starten deed hij niet. U kent mij inmiddels, wat doe ik dan? Ik belde wederhelft. En toen toch maar de ANWB. Daarbij kwam ik, geheel terzijde tot de ontdekking dat ik een mobiel had zonder daadwerkelijk aanwezig plastic toetsenbord! Ik moest een 1 intoetsen en verbijsterd keek ik naar het apparaat. Waar? Waar dan??? ( Ik gebruik hem zelden en alleen met voorgeprogrammeerde nummers, U snapt het) Na enig gepuzzel had ik dit mysterie opgelost en kon ik de mevrouw van de ANWB om hulp vragen.

Uiteraard wist ik de naam van de straat niet en moest meters door de regen lopen om een straatnaambordje te vinden. Vervolgens torpedeerde mevrouw-ANWB heel veel technische vragen op mij af en in mijn antwoorden kwam ik niet verder dan “Hij doet het niet meer”. Maar ze beloofde dat hulp onderweg was. Ondertussen probeerde ik nogmaals om de auto te starten en verdomd!! Hij deed het weer!!! ANWB afgebeld en vrolijk op weg.

Na vijf minuten leek het alsof alles trager verliep in mijn auto. De ruitenwisser hadden er een minuut voor nodig om van de ene naar de andere kant te komen en de dashboardlampjes flikkerden in slow-motion. Ik reed door stroop. Dat kon niet goed zijn. Twintig meter verderop was een tankstation en ik was voornemens daar mijn noodlanding te maken.

Dat lukte niet. Halverwege de rotonde voor het station gingen alle kerstboomlampjes uit. En toen ook de motor. Daar sta je dan in de ochtendspits. Gelukkig wel een beetje opzij zodat men er langs kon. Hop, de auto uit, stuur vasthouden en dan maar duwen. Nu ben ik een klein miezerig vrouwtje met een iets te grote station dus dat was hard werken. Vijf minuten, dames en heren!!! Vijf minuten voordat er uiteindelijk iemand stopte om mij te helpen!

Gelukkig was de ANWB-man die vrij snel arriveerde dezelfde als van afgelopen maandag en konden we elkaar als oude vrienden in de armen vallen. Mijn auto staat nu in de garage te wachten op een nieuwe dynamo. Maar ik laat zoon1 hem wel ophalen. Ik vertrouw het niet meer…

boze nonnen

9 apr

 

Ik heb vroeger, als meisje van een jaar of tien, toch ook rare dingen uitgehaald. Herinner me dat ik met mijn toenmalige vriendinnetje de straten afschuimde, op zoek naar vermaak. Nadat we eerst een half uur langs het spoor hadden lopen klooien besloten we de wijk in te gaan. Naar van die spannende achterom steegjes waarlangs je op de achtertuinen uitkwam.

Zo strandden wij bij een tuin van een zeer groot vooroorlogs huis. Dit huis werd bewoond door een zevental nonnen. Zoals het nonnen betaamt hielden zij hun grasveld en perkjes keurig bij. Eén perkje stond vol met uitbundig bloeiende hyacinten. Ik keek mijn vriendinnetje aan en zij keek mij aan. Juist! Allebei zo’n vette hyacint pikken! In een soort Rambo-achtige ( al bestond die nog niet) tijgerkruip kropen wij door een gat in het hek de tuin in. Geconcentreerd plukten we allebei een hyacint en wikkelden die voorzichtig in mijn jasje. We hadden niet in de gaten dat wij belegerd werden door een vijftal nonnen. Daar hadden wij niet opgerekend!

Aan ons nekvel werden wij het, naar gekookte kool ruikende, nonnenheiligdom in gesleept. Slecht, zeer stout!! Wat dachten wij wel niet? Eén van de nonnen haalde de hyacinten uit mijn spijkerjasje. Volgens God’s ondoorgrondelijke wegen stond in de binnenkant met vette letters mijn naam geschreven. De nonnen bevolen ons naar huis te gaan en terug te keren met een briefje van ons beider ouders, vol excuses. Dan zou ik mijn jasje terug krijgen.

Bedrempeld verlieten wij het huis van de bruiden van God, zwaar peinzend over hoe we ons hier uit konden kletsen. Op onze geheime ontmoetingsplaats bespraken we onze opties. Mijn vermelde achternaam was het grootste struikelblok. In de telefoongids was die zo te vinden. Overigens, geen moment overwogen wij om daadwerkelijk een briefje bij onze ouders te halen, laat dat duidelijk zijn.

Uiteindelijk kwamen we tot deze constructie; de ouders van vriendinnetje verbleven in het buitenland en daarom logeerde zij bij mij. Mijn vader ( achternaam, weet U nog? ) was al jaren uit beeld en laat mijn moeder  nou net vandaag uit winkelen zijn! Ik kan me na 38 jaar niet meer precies herinneren hoe het gesprek met de nonnen is verlopen maar we zijn vrij gelaten. Met spijkerjasje.

 

men neme mee

6 apr

 

Wederhelft en ik hebben de gevleugelde uitspraak: “In het ander vakje”. Die gebruiken wij als we iets belangrijks niet kunnen vinden zoals de envelop met zwart geld of de groene kaart, 10 minuten voor vertrek. Zo’n uitdrukking komt natuurlijk niet spontaan maar is altijd gebaseerd op een beleefde gebeurtenis uit het verleden. Zo ook bij ons.

Indertijd woonden de ouders van wederhelft in Spanje en mijn moeder met Italiaan in Italië. Dus de keuze van onze zomervakantiebestemming was gauw gemaakt. Eerst twee weken zonnen aan de Costa en dan een week wat cultuurachtig doen in Firenze. Na vier dagen aan de Spaanse kust werd onze auto opengebroken en leeggejat op de bewaakte parkeerplaats aan zee. Geen echt waardevolle spullen maar we besloten toch naar het plaatselijke politiebureau te gaan om aangifte te doen. Allerlei paperassen ingevuld, paspoorten overhandigd en in handen en voeten Spaans gecommuniceerd.

Goed, de rest van de twee weken heerlijk op het strand gelegen en gesurfd en toen op weg naar Italië. Na zo’n vier uur rijden naderden wij de grens en wederhelft zei: “Pak jij de paspoorten alvast”. N.B. dit was lang voor de Europese grenzen werden opengesteld. Ik zocht in de reistas maar vond geen enkel paspoort. Tal van ritsjes geopend en wederhelft maar sissen: “Nee, ze zitten in het andere vakje”!! Toen er op een gegeven moment geen andere vakjes meer waren moesten we wel tot de conclusie komen dat de paspoorten weg waren. Het gaf maar heel weinig denkwerk om te snappen dat we bij de aangifte op het politiebureau verzuimd hadden onze passen terug te vragen. En dan het ergste; omkeren en weten dat je pas over acht uur weer op precies dezelfde plek voor de grens zou zijn. Zonder paspoorten door nog minstens vier grenzen verder te gaan durfden we  niet.  Dus als wederhelft zijn telefoon weer eens kwijt is, zeg ik altijd “In het andere vakje” wetend dat het nog heel lang gaat duren voor hij hem vindt.