Archief | april, 2012

” hij doet het niet meer “

11 apr

 

Vorige week maandagochtend begaf mijn accu het. Kortsluiting. Waarschijnlijk veroorzaakt door de ratten die daar overwinteren en her en der walnootschillen achterlaten. Maar goed, het euvel was snel gefikst door de diagnose van de ANWB-man en wederhelfts trip naar de garage.  Met een fonkelnieuwe accu had ik er weer het volste vertrouwen in. Dat af en toe de dasboard lampjes aan en uit flikkerden kon volgens wederhelft geen kwaad. “Los contactje” ’t ultieme woord voor “Ik weet het ook niet en hou nou op met zeuren”. Gedurende de week werd het geknipper en geflikker steeds erger maar ik reed stug door met mijn, uit een oude volkswijk komende, kerstboomversiering. Tot vanochtend.

Ik had net zoon3 met fiets halverwege afgezet en startte de auto weer om vrolijk boodschappen te gaan doen. Flup. Er gebeurde niets, wat angstaanjagend getik linksvoor maar starten deed hij niet. U kent mij inmiddels, wat doe ik dan? Ik belde wederhelft. En toen toch maar de ANWB. Daarbij kwam ik, geheel terzijde tot de ontdekking dat ik een mobiel had zonder daadwerkelijk aanwezig plastic toetsenbord! Ik moest een 1 intoetsen en verbijsterd keek ik naar het apparaat. Waar? Waar dan??? ( Ik gebruik hem zelden en alleen met voorgeprogrammeerde nummers, U snapt het) Na enig gepuzzel had ik dit mysterie opgelost en kon ik de mevrouw van de ANWB om hulp vragen.

Uiteraard wist ik de naam van de straat niet en moest meters door de regen lopen om een straatnaambordje te vinden. Vervolgens torpedeerde mevrouw-ANWB heel veel technische vragen op mij af en in mijn antwoorden kwam ik niet verder dan “Hij doet het niet meer”. Maar ze beloofde dat hulp onderweg was. Ondertussen probeerde ik nogmaals om de auto te starten en verdomd!! Hij deed het weer!!! ANWB afgebeld en vrolijk op weg.

Na vijf minuten leek het alsof alles trager verliep in mijn auto. De ruitenwisser hadden er een minuut voor nodig om van de ene naar de andere kant te komen en de dashboardlampjes flikkerden in slow-motion. Ik reed door stroop. Dat kon niet goed zijn. Twintig meter verderop was een tankstation en ik was voornemens daar mijn noodlanding te maken.

Dat lukte niet. Halverwege de rotonde voor het station gingen alle kerstboomlampjes uit. En toen ook de motor. Daar sta je dan in de ochtendspits. Gelukkig wel een beetje opzij zodat men er langs kon. Hop, de auto uit, stuur vasthouden en dan maar duwen. Nu ben ik een klein miezerig vrouwtje met een iets te grote station dus dat was hard werken. Vijf minuten, dames en heren!!! Vijf minuten voordat er uiteindelijk iemand stopte om mij te helpen!

Gelukkig was de ANWB-man die vrij snel arriveerde dezelfde als van afgelopen maandag en konden we elkaar als oude vrienden in de armen vallen. Mijn auto staat nu in de garage te wachten op een nieuwe dynamo. Maar ik laat zoon1 hem wel ophalen. Ik vertrouw het niet meer…

boze nonnen

9 apr

 

Ik heb vroeger, als meisje van een jaar of tien, toch ook rare dingen uitgehaald. Herinner me dat ik met mijn toenmalige vriendinnetje de straten afschuimde, op zoek naar vermaak. Nadat we eerst een half uur langs het spoor hadden lopen klooien besloten we de wijk in te gaan. Naar van die spannende achterom steegjes waarlangs je op de achtertuinen uitkwam.

Zo strandden wij bij een tuin van een zeer groot vooroorlogs huis. Dit huis werd bewoond door een zevental nonnen. Zoals het nonnen betaamt hielden zij hun grasveld en perkjes keurig bij. Eén perkje stond vol met uitbundig bloeiende hyacinten. Ik keek mijn vriendinnetje aan en zij keek mij aan. Juist! Allebei zo’n vette hyacint pikken! In een soort Rambo-achtige ( al bestond die nog niet) tijgerkruip kropen wij door een gat in het hek de tuin in. Geconcentreerd plukten we allebei een hyacint en wikkelden die voorzichtig in mijn jasje. We hadden niet in de gaten dat wij belegerd werden door een vijftal nonnen. Daar hadden wij niet opgerekend!

Aan ons nekvel werden wij het, naar gekookte kool ruikende, nonnenheiligdom in gesleept. Slecht, zeer stout!! Wat dachten wij wel niet? Eén van de nonnen haalde de hyacinten uit mijn spijkerjasje. Volgens God’s ondoorgrondelijke wegen stond in de binnenkant met vette letters mijn naam geschreven. De nonnen bevolen ons naar huis te gaan en terug te keren met een briefje van ons beider ouders, vol excuses. Dan zou ik mijn jasje terug krijgen.

Bedrempeld verlieten wij het huis van de bruiden van God, zwaar peinzend over hoe we ons hier uit konden kletsen. Op onze geheime ontmoetingsplaats bespraken we onze opties. Mijn vermelde achternaam was het grootste struikelblok. In de telefoongids was die zo te vinden. Overigens, geen moment overwogen wij om daadwerkelijk een briefje bij onze ouders te halen, laat dat duidelijk zijn.

Uiteindelijk kwamen we tot deze constructie; de ouders van vriendinnetje verbleven in het buitenland en daarom logeerde zij bij mij. Mijn vader ( achternaam, weet U nog? ) was al jaren uit beeld en laat mijn moeder  nou net vandaag uit winkelen zijn! Ik kan me na 38 jaar niet meer precies herinneren hoe het gesprek met de nonnen is verlopen maar we zijn vrij gelaten. Met spijkerjasje.

 

men neme mee

6 apr

 

Wederhelft en ik hebben de gevleugelde uitspraak: “In het ander vakje”. Die gebruiken wij als we iets belangrijks niet kunnen vinden zoals de envelop met zwart geld of de groene kaart, 10 minuten voor vertrek. Zo’n uitdrukking komt natuurlijk niet spontaan maar is altijd gebaseerd op een beleefde gebeurtenis uit het verleden. Zo ook bij ons.

Indertijd woonden de ouders van wederhelft in Spanje en mijn moeder met Italiaan in Italië. Dus de keuze van onze zomervakantiebestemming was gauw gemaakt. Eerst twee weken zonnen aan de Costa en dan een week wat cultuurachtig doen in Firenze. Na vier dagen aan de Spaanse kust werd onze auto opengebroken en leeggejat op de bewaakte parkeerplaats aan zee. Geen echt waardevolle spullen maar we besloten toch naar het plaatselijke politiebureau te gaan om aangifte te doen. Allerlei paperassen ingevuld, paspoorten overhandigd en in handen en voeten Spaans gecommuniceerd.

Goed, de rest van de twee weken heerlijk op het strand gelegen en gesurfd en toen op weg naar Italië. Na zo’n vier uur rijden naderden wij de grens en wederhelft zei: “Pak jij de paspoorten alvast”. N.B. dit was lang voor de Europese grenzen werden opengesteld. Ik zocht in de reistas maar vond geen enkel paspoort. Tal van ritsjes geopend en wederhelft maar sissen: “Nee, ze zitten in het andere vakje”!! Toen er op een gegeven moment geen andere vakjes meer waren moesten we wel tot de conclusie komen dat de paspoorten weg waren. Het gaf maar heel weinig denkwerk om te snappen dat we bij de aangifte op het politiebureau verzuimd hadden onze passen terug te vragen. En dan het ergste; omkeren en weten dat je pas over acht uur weer op precies dezelfde plek voor de grens zou zijn. Zonder paspoorten door nog minstens vier grenzen verder te gaan durfden we  niet.  Dus als wederhelft zijn telefoon weer eens kwijt is, zeg ik altijd “In het andere vakje” wetend dat het nog heel lang gaat duren voor hij hem vindt. 

 

gewoon, iets

4 apr

 

Als de jongens vroeger aan het tekenen waren tastte ik altijd volledig in het duister bij wat het moest voor stellen. Iets dat nog het meest leek op de nageboorte van een dolfijn bleek een auto te zijn en dat sprietige atoom was de hond. Ik vroeg dan meestal: “Wat ga je tekenen?” “Nou, gewoon dit”. Om niet op tere kinderzieltjes te trappen vroeg ik niet wat het was en hoopte dat ik tijdig iets zou herkennen.

Zo ook als ze druk bezig waren in een hoekje met Lego of hout. “Wat ben je aan het maken?”want volgens Ouders van Nu moest je continue interesse tonen in het doen en laten van je kinderen. Het antwoord was negen van de tien keer  ”Iets” en wat ik dan moest zeggen kon ik niet vinden in al die overbodige opvoedkundige geschriften.

Het erge is dat dit trekje bij mijn zonen nooit is overgegaan. Als ik zoon1 met een gasbrander, veiligheidsbril en stuk staal voorbij zie komen heb ik natuurlijk wel een vaag vermoeden. Toch glipt iedere keer weer het zinnetje “Wat ga je maken”over mijn lippen. En nog steeds antwoordt zoon1: “Oh, gewoon iets.”

Toen hij vijf jaar was had hij wat geknutseld voor Moederdag. Ik mocht het zoeken op zijn kamer waar hij het verstopt had. Naarstig doorzocht ik alle hoeken, speelgoed opzij schuivend en een vreemde prop papier over mijn rug gooiend. Benepen klonk er vanaf het bed “Dat was het kado.” Bleek die vreemde prop papier een roos voor te stellen. Ter plekke zeeg ik door de grond en zoon1 kreeg die avond drie toetjes.

joop

1 apr

Ik was vrij laat met het halen van mijn rijbewijs. Het was niet nodig, in de Randstad was alles makkelijk te bereiken met bus, trein en fiets. Maar toen ik een baan kreeg waarbij een rijbewijs een vereiste was moest ik wel. Uiteraard slaagde ik in één keer en nam de auto van wederhelft over. Ik noemde hem Joop. De allereerste keer dat ik met Joop naar mijn werk reed schalde over de radio “Ich bin wie Du”van Marianne Nogwattes en dat zijn dingen die je nooit meer vergeet. Joop en ik, we waren er klaar voor!

En we maakten wat mee. Natuurlijk werd binnen een week de autoradio gestolen omdat ik vergat die mee te nemen naar kantoor. En eens toen ik met zoon1 naar Amersfoort reed hield Joop, net 1 kilometer binnen de gemeentegrens, er plots mee op. Paniek! Let wel, dit was in het tijdperk voor de mobiele telefoon dus restte mij niets anders dan bij het dichtstbijzijnde huis aan te bellen. Dat bleek een groot, donker huis te zijn, ietsjes het bos in.

Ik belde aan en onmiddellijk klonk er vreselijk onheilspellend geblaf en zwaar gegrom. Door de deur heen hoorde ik een man commando’s schreeuwen en geluiden die nog het meest op dat van scheurend vlees leken. Voor de zekerheid zette ik zoon1 op mijn heup al ging dat wat lastig want ik was hoogzwanger van zoon2.

Een oude man deed open, nergens bespeurde ik een hellehond dus vroeg ik of ik even de ANWB mocht bellen. “Natuurlijk, kom maar binnen. Maar niet door die deur gaan want daar zit een hond die aanvalt” zei de man en hij verwees me naar de andere deur in de hal. In die kamer zat gelukkig geen enge hond, alleen een oud mevrouwtje. Ik vertelde haar dat ik met pech stond en graag de telefoon wilde gebruiken. “Dat kan”zei het mevrouwtje en stond op en viel meteen languit op de grond. Ik schrok me wild! Snel de mevrouw weer in verticale stand helpend vroeg ik of het ging. Er volgde een lang verhaal over operaties, bloeddruk, hartaanvallen en ander engs en de kans dat ik ooit de ANWB zou bereiken werd gevoelsmatig steeds kleiner. Wankelend en af en toe weer neer gaande wees het mevrouwtje mij de telefoon. Zoon1 hing inmiddels als een angstig resusaapje aan mijn linkerbeen en ik kreeg steeds meer visioenen van horrorfilms.

Maar de hoop welde in mij op toen ik eindelijk verbinding kreeg met de ANWB. Hoop die net zo snel weer verdween want omdat ik binnen de gemeentegrens van mijn dorp was gestrand, kwamen ze niet. Nooit zou ik dit enge huis kunnen verlaten, met mijn kind en ongeboren vrucht overgeleverd  aan een neervallende vrouw en een wolfshond! Toen moest ik bijna huilen. Totdat het oude mannetje binnenkwam en vroeg of het gelukt was. En hij kwam met het lumineuze idee om gewoon de garage in mijn dorp te bellen. Daar was ik, in dat Psycho-huis, zelf niet opgekomen….