Archief | mei, 2012

wat moet ik aan vandaag?

5 mei

 

Wat droegen wij eind jaren tachtig als puber,vroeg ik mij af toen zoon3 in een outfit naar beneden kwam waarin ik nog niet dood gevonden zou willen worden. Ik herinner me de spijkerbroek die wijd van boven was en smal van onder. Iedereen had van die korte cowboylaarzen met scheve hak en uiteraard droeg men de trui ín  de broek. Het was nog net vóór de megagrote schoudervullingen.  Zo hoorde je gekleed te gaan als je naar het schoolfeest ging. Daar keken we weken naar uit om dan eindelijk die jongen uit A5c te versieren die natuurlijk niet kwam opdagen die avond.

Onze middelbare school had een kleine niet-rokerskelder en een bijzonder grote rokerskelder waar tijdens de avond disco muziek werd gedraaid. Zwoel heupwiegend onder de stroboscooplampen tot je er achter kwam dat je bh dwars door je zwarte shirtje scheen en alle stofjes van de wereld zich op je schouders concentreerden en daar een angstaanjagende vorm van roos veroorzaakten. Lachen kon al helemaal niet, door de paarse lampen kreeg je gebit een bizarre kleur.

Ook een fase in de “What’s hot?”kledinglijn was de Kakgolf. Iedereen droeg Slazenger truien, polo’s met het kraagje omhoog en de meisjes gingen massaal aan de penny shoes of college Shoes, zoals wij ze noemden. Ik dus ook. Helaas moest  ik een paar maanden later van de fysiotherapeut aangepaste hakken onder mijn schoenen laten zetten. Mijn ruggengraat maakte teveel haarspeldbochten en door die orthopedische hakken zou dat weer goed komen.

Picture that! Een meisje van 16, zoals normaal voor die leeftijd, dodelijk onzeker over haar uiterlijk en verschijning. En dan met aangepaste college schoenen gaan rondlopen? Dacht ’t niet. De volgende dag bekeerde ik mij tot een andere kledingstijl en heb die opoeschoenen nooit meer gedragen.

splatsch

1 mei

 

Als je in een oud, tochtig huis woont, is de kans op enge dieren natuurlijk wat groter dan normaal. Ik heb spinnen, ter grootte van een flinke hockeybal, door mijn stofzuigerslang horen gaan en had nog weken erna koortsachtige nachtmerries. Op de meest onwaarschijnlijke plekken werd ik geconfronteerd met spinnen die niet zouden misstaan in een eigentijdse horrorfilm. Je leert er op bedacht zijn, til nooit zomaar iets van de grond, er zit geheid een achtpotig monster onder.

Ook was ik eens aan het snoeien in de haag. Ik zag een tennisbal hangen in de struiken. “Wat doet dat ding daar nou “dacht ik en stak mijn hand uit om die bal te pakken. Op datzelfde moment  gingen er diverse alarmsignalen in mijn hoofd af, vooral toen ik een wesp uit de vermeende tennisbal zag komen. “Niet pakken, niet pakken, wegwezen, wegwezen.”

Voor de kerkuilen was er een mooie uilenkast in de nok gemaakt, een opening en daarachter een riant Center Parcs onderkomen voor alle huiszoekende uilen in de omgeving. Na een jaar of acht zag ik een netachtig weefsel voor de ingang van die kast en een verontrustend hoge concentratie van enorme bijen. “Dat is niet goed “ dacht ik.  En dat was het ook niet, wederhelft keek en zei sidderend; ‘Dat zijn hoornaars “. Tijd voor een professionele verdelger. En daar kwam hij, geheel gestoken in een super beschermend pak. “Gaat U maar even naar binnen “. Nou, daar was ik al. Achter de ramen zag ik de man de ladder opkruipen met een vergif dat de populatie op onze zolder toch zeker zou moeten doden. Na 24 uur konden we de restanten van het nest opvegen. Wederhelft voelde zich zelfs nog even schuldig.

Nog gekker werd het toen ik ’s ochtends wegreed en op de weg in aanvalshouding een Chinese wolhandkrab zag. Dat wist ik toen natuurlijk niet, ik schrok me wezenloos van dat  agressief ogende monstertje op de straat. Marcherend liep het naar de auto met onvervalste aanvalszin, zijn ene grote schaar demonstratief heen en weer zwaaiend. Ik ontweek hem nog netjes ook. Dat kon ik niet een aantal jaren terug toen ik met zoon 1 ’s avonds naar een verjaardag reed. Met een vaartje de dijk op waar net de jaarlijkse paddentrek op gang was gekomen. Terugrijden zou net zoveel slachtoffers maken als doorgaan, dus hoorden wij per halve minuut een misselijke splatsch onder de auto. Wij voelden ons zeer slecht.