Archief | juni, 2012

Vrijwillig onder de voet gereden

24 jun

Mijn oude middelbare schoolvriendin heeft een stichting die wensen vervult van zieke kinderen of kinderen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt. Daarnaast organiseert zij ieder jaar een ‘Kanjerdag’ . Kinderen met een spier- en/of stofwisselingsziekte kunnen dan een hele dag allerlei leuke workshops volgen en optredens bekijken. Uiteraard zijn familieleden en vriendjes ook uitgenodigd. Al zo’n jaar of vijf werk ik als vrijwilligster op die dag en schrijf stukjes voor de stichting.  Gister was het weer zo ver.

Dit keer werd ik vergezeld door zoon2, die voor zijn school nog een maatschappelijke stage moest lopen. Dat ik hem op zijn eerste vakantiedag om half acht wakker moest maken is niet iets dat pubers heel makkelijk langs zich heen laten glijden. Gelukkig had ik hem ( misschien beter te spreken over een Het, in dit geval) met bovennatuurlijke krachten lichtelijk communicabel gekregen tegen de tijd dat wij arriveerden bij de happening.

Ik zag echter zijn boomlange lichaam ietwat krimpen toen hij er achter kwam dat alle vrijwilligers een roze polo moesten dragen. En dat is niet zijn lievelingskleur, dat moge duidelijk zijn. Loop daar maar eens stoer in rond als zeventienjarige!

Zoon2 en ik waren verantwoordelijk voor de inschrijvingen en workshop’s verdelingen en al gauw kwamen tegen tienen de eerste families binnendruppelen. Alhoewel, druppelen is niet het juiste woord. Zo staat er één kind met pa en ma aan de balie en zo ineens tien tegelijk. Aanpoten maar wel leuk!

Nadat we zo’n 170 kinderen hadden voorzien van kaartjes met daarop de activiteiten, hangend aan een keycoard van Opel, konden zoon2 en ik even rustig ademen. Nu zult U misschien een beeld hebben van bedeesde trilkindjes met witte snoetjes in een rolstoel maar niets is minder waar. Met hun gepimpte voertuigjes scheurde het door de zaal heen en weer, hier en daar een vrijwilliger omver rijdend. Al gauw waren de bakjes snoep, die overal stonden, leeg en werden de gezichtjes groenig bij het rondjes crossen. Gelukkig was het toen tijd om naar de grote zaal te gaan voor het eerste optreden.

In de daarop volgende stilte zetten wij met een paar vrijwilligers de tafels voor de lunch klaar en smeerden ongeveer zesduizend broodjes. Net als ik even ga zitten om op adem te komen, word ik op mijn schouders getikt. Ik draai me om en mijn adem is meteen weer weg want ik kijk recht in het gezicht van een politieagent in squad-tenue. En dan ook echt squad-tenue!! Zwarte base-ballpet,  zwarte zonnebril, zwart T-shirt  met korte mouwen van waaruit enorme spierballen barsten (niet zwart) met diverse tattoes (wel zwart). Daarbij droeg de man van die hoge zwarte schoenen waarvan je echt geen trap wilt ontvangen.

Ik piepte : “Ik heb het niet gedaan!” maar realiseerde me op hetzelfde moment dat de activiteit ‘Meerijden met bijzondere auto’s ‘ dit jaar was uitgebreid met een heuse Amerikaanse squad-team-tankachtige  auto. Dus naast meerijden in Mercedessen,  Jaguars , Spiders en brandweerauto’s ook loeisnel in een Squad-tank over de speciaal afgezette busbaan scheuren. “U ziet er wel wat angstaanjagend uit” probeerde ik in mijn kleine meisjestem. “Dat valt toch wel mee”?  zei de reus en rolde met zijn spierballen.

revalideren? me neus!!

22 jun

 

Bij mijn bezoek aan oma in het revalidatiecentrum besloot ik een fles port mee te smokkelen. Ze houdt van een portje op zijn tijd ( familiekwaal en dan niet alleen port en ook niet op zijn tijd ) en ik vond dat ze dat verdiend had na al die ellende. Gelukkig zijn portflessen meestal kort en dik dus met een beetje wrikken paste hij net in mijn handtas. Het scheelde dat mijn opa en mijn beide schoonouders ook in dit centrum hadden vertoefd, zodoende verdwaalde ik niet op de weg er naar toe.

Daar liep ik, met een vervaarlijk uitziende bobbel in mijn tas. Voor de zekerheid nam ik een achteringangetje om zo de spiedende ogen van de receptionisten te ontwijken. Snel dook ik een lift in en kon kiezen uit twee knopjes. Bij de ene stond ‘nul’ en bij de andere niets. Op dat knopje drukte ik en de liftdeuren gingen met een tergend langzaam geriatrisch tempo dicht.

In de lift hing een bordje waarop stond wat ik moest doen als de lift zou blijven steken. Door zo’n mededeling gaan mijn nekharen direct overeind staan. Die mogelijkheid bestond dus!! Ik zag mijzelf al een weekend lang survivallen in een vastgelopen lift. Plassen in mijn laars om zo toch nog wat kostbaar vocht tot mij te kunnen nemen. Ik hoorde wat gezoem en geruis, de deuren gingen open en ik was nog precies op dezelfde plek vanwaar ik vertrok. Daar hou ik niet van.

Logischerwijs nam ik toen de trap en kwam in een wirwar van kamers en gangen terecht. Na twee keer hetzelfde hoekje genomen te hebben, besloot ik met mijn verdachte bobbeltas iemand de weg te vragen. Dat is wel een risico in dat soort instellingen, voor hetzelfde geld vraag je de weg aan een zeer zwaar dementerende man en kom je god weet waar terecht. Een agogische uitziende man met hippe korte broek leek mij daarom de aangewezen persoon en na enig loodswerk bereikte ik de kamer van oma.

En daar zat ze, als een groot geknakt vogeltje, te suffen in een stoel. Uit haar vertrouwde omgeving gehaald. Maar daar hadden we de port voor!!!! Onnodig te zeggen dat ze er erg blij mee was ( familiekwaal, weet U nog? ), ze vond dat we gelijk een glaasje moesten nemen. Het revalideren vond ze maar niks. “Ze hoeven mij echt niet te vertellen hoe ik koffie moet zetten!!!” Zo kende ik haar weer. Voor de rest heeft ze een king-size televisie op haar kamer en een overdekt balkon waar ze haar sigaretje mag roken  ( ja, ik weet het, ook familiekwaal ).

Toen ik haar bij het afscheid omarmde zei ze: “Je hebt een dikke kont gekregen! “ Ik wist het wel, niks mis met haar. Onnodig te beschrijven dat de lift weer raar deed en dat het vinden van de uitgang mij een kleine tien minuten kostte. Die revalidatie is duidelijk beter aan mij besteed.

#horrorbliksemdesdoods

21 jun

 

Vroeger was het fijner. ’s Ochtends de krant en in de loop van de dag op ieder heel uur nieuws op de radio. Geen satellieten , geen radars, geen rechtstreekse verbindingen, niks van dat al. Kwam er ’s nachts een onweersbui over dan werd je daar door overvallen. Half uurtje paniek en dan weer rustig verder slapen. Dat is niet  meer zo.

Tegenwoordig krijg je op maandag te horen dat er woensdag zwaar noodweer over Nederland zal trekken. “So what ?” zult U zeggen maar U heeft wel te maken met een individu dat een panische angst voor onweer heeft ontwikkeld. En daar gaan we dan. Lichtelijk bevend wacht ik de doemdag af. Uiteraard zijn alle vluchtwegen gecheckt, doemscenario’s geoefend en mobiele telefoons in huis meer dan opgeladen. Uitgestippelde routes in huis wijzen de weg hoe de zonen mét konijnen zo snel mogelijk het pand kunnen verlaten.

Terwijl ik nog bezig ben met het evacuatieplan voor de parkiet wordt er een code oranje afgegeven. Op de computer zie ik een mega onweersfront vanuit Frankrijk naderen. Ongeveer net zo breed als Frankrijk dus een wurgende greep strengelt zich rond mijn keel. Armageddon, zondvloed, dood en verderf.

Als ik voorstel om voor de zekerheid de nacht met z’n allen in de auto’s door te brengen word ik honend weggelachen. Mij rest niets anders dan achter de computer het naderend onheil op de voet te volgen. Op Twitter heb ik geografisch strategisch mede-tweeps gealarmeerd om tijdig veranderingen in het weertype door te geven, werkt beter dan de Buienradar, geloof me!

Na een vijfdubbele check van de miezerige brandblussers in ons huis ga ik afwachtend op de bank zitten. Gelukkig hoef ik niet te koken want er had zich ongetwijfeld een gigantische bolbliksem, via het schoorsteenkanaal en afzuigkap,  gemanifesteerd. Tergend tel ik de uren af waarin de verwoestende bui zich zal aankondigen. Met behulp van de natuurkundige wetten van Faraday bereken ik nogmaals alle hoeken en hoogtepunten van ons huis, bomen in de tuin en de bliksemafleider.

Ja, bliksemafleider. Ik hoor U denken: “Mens, wat zeur je dan?” Maar toen dat ding onze eerste zomer met hondsdagen geïnstalleerd werd, vroeg ik aan de monteur of wij nu volkomen gevrijwaard waren van brand door blikseminslag. “Voor negenennegentig procent”was het antwoord. En daar zit ik nu nog steeds mee. Dat éne procentje…..

gezellig!!!

18 jun

Eénmaal in het jaar hebben wij de buurtschapbarbeque, kort gezegd de BBBQ. En dat is leuk. Alle mensen uit ons kleine buurtschapje zijn vertegenwoordigd, het ene jaar bij die en het andere jaar bij een ander. Nu bestaat onze buurtschap uit zo’n twintig mensen van diverse pluimage. Zo hebben wij de oudgedienden die, sinds hun geboorte, in dezelfde boerderij wonen en in het echte Betuwse dialect de geschiedenis en roddels van de streek vertellen.

Daarnaast hebben we een, door het huwelijk, ingestroomde groep half-buitenstaanders en uiteraard een heel groot deel mensen vanuit de grote steden, alternatievelingen en import ( zoals wij door de oudgedienden genoemd worden). U begrijpt, het is een uiterst interessante mix van mensen uit alle lagen van de bevolking. Alhoewel, we hebben geloof ik één geadopteerd negertje maar die is van een dorp verderop.

En dan begint zo’n avond. De oudere boeren verschijnen met hun vrouwen standaard een kwartier te vroeg zodat je moet goochelen met drank en hapjes. De yuppen daarentegen komen pas na een uur met hun drie kinderen en een vrachtwagen vol speelgoed. Yuppenkinderen kunnen immers niet langer dan vijf minuten stil aan tafel zitten en hebben dus bergen afleidingsmateriaal nodig.

Daar tussen in passen de kinderloze echtparen en de ouders met pubers. De pubers arriveren meestal pas als de bbq’s voldoende voorverwarmd zijn en er meteen gegeten kan worden.

Ondanks al deze verschillen ontstaat er vrij gauw een geanimeerd gesprek tussen alle aanwezigen. Boer M. legt uit aan yup S. hoe hij het beste de konijnen uit zijn moestuin kan weren en geïmporteerd meisje van 25 vertelt aan oudere import waar je lekkere pizza’s kan bestellen.

Na zo’n drie uur is er helemaal geen sprake meer van enig herkomst- of standsverschil. De oude boeren knijpen je in je billen, het kampvuur wordt hoger opgestookt en respectabele buurvrouwen zakken door de pick-nickbank. Het nagerecht wordt geheel vergeten als we in polonaise door de boomgaarden strompelen. Wat een feest, wat een harmonie!

De maandag erna zwaaien we weer ietwat beschaamd naar elkander vanuit de auto.

oma

14 jun

 

Soms, heel soms, voel ik de drang om iemand te vermoorden of op z’n minst in elkaar te slaan. Let wel, ik ben de goedheid zelve, geef voorrang als het niet eens hoeft en prop elke dakloze een paar Euro’s in zijn of haar hand. Ik laat moeiteloos mensen over mij heen lopen en lach daarom in mijn vuist. Maar… er zijn uitzonderingen.

Zo was ik vanmiddag bij mijn oma van 92 die precies een week geleden werd getroffen door een herseninfarct. Mijn stoere oma, tijdelijk even op een zijspoortje gezet in het ziekenhuis. Beladen met Betuwse peren ( nou, niet helemaal, ze kwamen uit Frankrijk, maar goed na een herseninfarct denk je nog effe niet zo spits dus dat kon wel, vond ik) ging ik op bezoek. Meteen bij binnenkomst vlogen mijn tolerantienaalden dwars door het rood want oma lag als vrouw, als oude vrouw, op een zaal met drie mannen variërend  van twintig tussen eind vijftig.

Oké, privacy is ver te zoeken in een ziekenhuis, dat weet ik, maar een vrouw tussen drie mannen zetten vond ik een uiterst verkeerde keuze. Vooral als je weet dat de bezetting van kamers helemaal niet groot is en dat het alleen het gemak van het verplegend personeel dient. Een gesprek met oma was heel goed mogelijk alleen zijn wij allebei zo doof als een kwartel en moest er wat volume tegenaan gegooid worden. Gevolg was dat de hele zaal met ons meeluisterde en dan praat je toch wat minder makkelijk over incontinentieproblemen en andere privézaken.

Maar goed, die drang om iemand te vermoorden, daar begon ik mee. Tegen half drie kwam er een, vers afgeleverd van het VMBO, meisje de zaal in en vroeg per bed wat de patiënt wilde drinken. Oma was als laatste aan de beurt maar omdat ze net een krantenartikel aan het lezen was zag en hoorde ze het meisje niet. Ik attendeerde haar en vroeg wat ze wilde drinken. “Ja, ik wil graag wat drinken” zei ze. Met een zucht vanuit haar Justin Biebertenen vroeg het wicht vol tegenzin “Ja, maar wat dan?”  Heeft U hier een beeld bij? Oude vrouw die allang blij is dat ze weet hoe ik heet, zo te stangen? Nou, dat moment dus, toen kwam die drang.

 

foebel

9 jun

Ik heb niks met voetbal. Wel gedaan bij familietoernooien  en dan uiteraard het winnende doelpunt scoren maar als AJAX tegen NEC speelt zal het me een biet wezen wie er wint. Vroeger mochten wij, op zondag, ons toetje op de bank voor de televisie opeten want Sport in Beeld was op de buis en vaders was wel een notoire voetbalkijker.

Negen van de tien keer donderde mijn toetje van mijn wiebelige meisjesbenen  en bevlekte de bank. Daar moest Pa dan voor op draaien en vandaar dat hij zwaar vloekend de schade opnam met een lapje ( keukenpapier bestond toen nog niet) en de helft van de wedstrijden miste. Nou hebben die woedeaanvallen niet echt een trauma aangaande voetbalwedstrijden opgeleverd, maar U begrijpt wellicht met Uw beperkte psychologische kennis dat een zekere tegenzin hier tot bloei kon komen.

Voeg daar aan toe de wekenlange chagrijnige sfeer na de zomer van 1978 en voila; de antipathie is geboren. De laatste keer dat ik een wedstrijd van enig emporté zag, was in de zomer van 1992. Wederhelft en ik waren op vakantie en besloten in de kantine van de camping de finale te gaan zien. Het was tegen Duitsland, dat weet ik nog. Laten die nou meer dan overvloedig aanwezig zijn op het campingterrein. Toen de fase van strafschoppen aanbrak zijn wederhelft en ik geruisloos verdwenen naar onze tent waar we op de wereldomroep het laatste staartje van de wedstrijd meemaakten.

Tot 2010. Ik ontpopte!!! Ik ontpopte tot een nieuwe Van Marwijk. Met een Beesie om mijn nek schreeuwde ik commando’s naar Die Mannschaft waarmee ze zeker gewonnen zouden hebben!! En nu, zomer 2012, vooruit herfst 2012, kijken mijn zonen nog steeds verschrikt op als ik een oerkreet slaak bij een doelpunt. “Mam, jij weet niks van voetbal!” Ze moesten eens weten!!

Ik beschik over voetbaltechnische vaardigheden waar zij geen weet van hebben en zie ieder doelpunt van mijlenver aankomen!  Ik gooi aanwijzingen het universum in en verval in krampachtig gehuil als hij de paal raakt.

Geduld jongens, we liggen er waarschijnlijk vrij snel uit…

ik geloof het wel…

2 jun

 

Toen zoon3 acht jaar was werd er op de openbare basisschool de mogelijkheid geboden om na schooltijd godsdienstlessen te volgen. Hij kwam thuis met het formuliertje en zei “Dat wil ik”. Het was wel in de tijd dat hij nog van alles wilde weten maar toch gaf ik ietwat verbaasd mijn fiat.

De lessen werden gegeven door een vreselijk truttige mevrouw met idem dito kleren. Rokken tot ver beneden de knie en uiterst hooggesloten blousjes. Toen halverwege het schooljaar haar man overleed, liep zij binnen drie maanden in gewaagd frivole kledij het schoolplein op. Dat geeft je te denken maar dit geheel terzijde.

Na een les of vijf had zoon1 in zijn ogen het antwoord gevonden. “God is eigenlijk een tovenaar”. Het waren de beginjaren van het succes van Harry Potter dus zo vergezocht was zijn conclusie niet. Maar nee, Mevrouw godsdienstles wees hem terstond op zijn plaats! Hij had het helemaal verkeerd begrepen, zei ze zedig. Verward kwam zoon1 die dag uit school. Hij had zo gehoopt nu eindelijk eens een duidelijke verklaring te vinden voor het ontstaan van de wereld en de mensheid. Wat moest hij nu?

Uiteindelijk besloot hij een combinatie van verschillende theorieën te bedenken en zo het prangende vraagstuk op te lossen. ’s Avonds in zijn bedje vertrouwde hij mij toe dat God de wereld had gemaakt maar dat er toen een Big Bang kwam en God doodging. Ik vond het mooi en sindsdien hangen wij deze overtuiging aan.