Archief | september, 2012

Houd de dief!

22 sep

Een paar jaar geleden had zoon1 een galabal op de middelbare school. Avondkleding verplicht dus hop, smoking geleend van opa en bij de Zeeman een vadermoordenaar gekocht. Nu loopt zoon1 normaal gesproken op van die bergwandelschoenen en dat staat niet leuk onder een smoking. Vandaar dat ik naar de grote schoenendiscounter op het industrieterrein reed. Vrij snel vond ik een spotgoedkoop paar zwarte schoenen en ging afrekenen. De scanner gleed over de streepjescode en meteen keek de verkoopster mij met opgetrokken wenkbrauwen aan.

“Dit is niet de goede doos, mevrouw” en ik besefte dat ze mij verdacht van het verwisselen van dure schoenen in een goedkope doos. Ik zou niet durven maar van schrik kreeg ik een rood diefachtig hoofd. De verkoopster riep via de intercom assistentie op en ik stond machteloos wachtend, ervan overtuigd dat er snel een politieauto aan zou komen scheuren. De assistentie verscheen met de juiste doos en samen keken ze me minachtend aan. De prijs viel een tientje hoger uit dus vroegen ze me of ik de schoenen nog steeds wilde kopen. Ik zei dat zoon1 die avond het galabal had en dat die prijs geen probleem was. Eén van de verkoopsters zei argwanend dat dat galabal toch veel later dat jaar was en mijn gevoel van geloofwaardigheid donderde met een klap op de grond. Ik betaalde snel en maakte dat ik weg kwam. Zoon1 zag er uit als een plaatje, die avond.

Pas na een paar maanden durfde ik terug, weliswaar met een andere haarkleur en zonnebril om goedkope gympies voor zoon2 te kopen.

Vorige week was zoon3 overvallen door een plensbui en zijn schoenen waren de volgende dag nog niet droog. Dus naar die discounter om een paar reserve schoenen te halen. ’s Avonds besloot zoon dat hij ze toch niet zo mooi vond en ik beloofde hem dat we ze de volgende dag zouden gaan ruilen. Ik gaf de doos met schoenen aan de verkoopster en vertelde wat de bedoeling was. Zij keek naar de schoenen en zei op ijzige toon “Hier is opgelopen”. Lijkt me ook de bedoeling maar goed. “Oh, alleen binnen. Waarschijnlijk moet ik de vloer weer eens dweilen”antwoordde ik luchtig.

Dat hielp niet, over de intercom riep zij expres hard de bedrijfsleider op. Sidderend greep ik de rand van de balie. De bedrijfsleider!!! Dat was serieus. Hij kwam, zag en wreef met zijn vinger over de schoenzolen. “Hier is opgelopen….”. Mij in allerlei bochten wringend vertelde ik dat dat nooit veel geweest kon zijn aangezien we de schoenen nog geen twintig uur daarvoor gekocht hadden. Na een preek van een half uur mochten we weg, met het  retour geld. Ik ga er nooit meer heen tenzij mijn gezicht door een Braziliaanse plastisch chirurg verbouwd is.

le canard et moi

19 sep

 

Eens liep ik , in het kader van mijn studie Journalistiek, stage bij het Utrechts Nieuwsblad. Zwaar, toen was het nog een middagkrant en moest je om half zeven “s ochtends op de redactie zijn. In die tijd was het mij én mijn stagebegeleiders al duidelijk geworden dat het echte journalistieke straatwerk niet mijn toekomst zou zijn. Om mij toch een reden voor het vertoeven aldaar te geven werd mij in de tweede maand op de afdeling Features of zo U wilt Background, de opdracht gegeven een necro van Indira Gandhi te schrijven. Zij was de derde én vijfde premier van India en werd in 1984 vermoord, by the way géén familie van die andere Gandhi.

Een necro? Dat is krantentaal voor een levensloopverhaal. Als je bekend en/of beroemd bent hebben de media, ondanks het feit dat je nog springlevend bent, een necro op de planken klaarliggen. Af en toe wordt deze bijgewerkt met actuele zaken zodat bij het daadwerkelijke heengaan het bijna per direct geplaatst kan worden. Voor Indira was eigenlijk nog niet veel  op papier gezet dus dat was een mooi klusje voor mij. Ik verzamelde de diverse archiefmappen en nam die mee naar huis om aan te werken in dode momentjes.

Goed, ik dumpte de dossiers op mijn bureau, naast mijn typemachine, en maakte mij zelf gereed voor een wilde nacht met één van de stadsjournalisten, in Utrecht uiteraard. Concert van Toots Thielemans, café’s afstruinen en uiteindelijk tegen een uur of acht in een ontbijtroom met klassiek concert te belanden. Veel te laat arriveerden wij die ochtend op de redactie.

Ietwat verontrust ontwaarde ik de nerveuze, hectische spanning in het redactielokaal en dat wil wat zeggen gezien de sfeer die er normaal heerst. Toen men echter mij in het oog kreeg sprong er een kudde pelsluizen in mijn nek. “Waar is Indira Gandhi? “ scandeerde de kudde. “Nou, gewoon thuis op mijn bureau” antwoordde ik, ietwat overruled.

“Ga halen , nu!! Is de necro af??! “. Ik zei dat ik de dossiers gister pas had meegenomen en dat ik ongeveer dertig zinnen op papier had. De kudde ontstak in hysterisch gebrul! Weg was mijn en hun kans op de snelste primeur! Ik stapte gelaten in de oude Volvo van de stadsjournalist en wij reden in gepaste vaart naar mijn Vinexwijk die toen nog geen Vinexwijk heette.

Mij degelijk bewust van mijn historische canard in de wereld der journalistiek overhandigde ik de dossiers én mijn A-viertje aan de hoofdredacteur. De volgende dag mocht ik een stukje schrijven over een uienkwekerij.

twitter!!!!

13 sep

 

Twitter. Je kan er een hoop over zeggen, denken en oordelen. Op een beetje verjaardagsfeestje valt het onderwerp “Twitter” en wordt er heftig gediscussieerd. Let op de mensen die hun mond houden en de discussie op een afstandje volgen. Dat zijn namelijk de echte Twitteraars. Want wat is het standaard antwoord als je vertelt dat je een Twitter-account hebt? “Oh ja, dan vertel je dat je gaat poepen!” Nou heb ik al heel wat uitgebraakt op Den Twit maar nog nooit dat ik moest poepen. Dat gaat ze geen ene donder aan!  Sterker nog, ik zeg In Real Life niet eens wat ik op de w.c. ga doen.

Waar je het wel over hebt met jouw zorgvuldig geselecteerde clubje is dat wat je bezig houdt, wat je over iets vindt en wat je gaat koken die avond. Small Talk? Ja, net zoals in het gewone leven. Je deelt zaken en je antwoordt op zaken. Weet je hoe ze dat noemen? Communiceren.

En toch wordt er gauw negatief gedaan over de deelname aan Twitter. Met als gevolg dat je, tijdens IRL-gesprekken , niet meer meldt dat je op Twitter zit. Laat ze maar. De wondertjes, de nieuwe vriendschappen, het gedeelde leed en oplossingen gaan dan helaas aan hun voorbij. Eigen schuld.

Zo schreef ik van de week op mijn blog over het Bosje van de Baron, waar ik als lagere school kind iedere middag te vinden was. Eén van mijn Twittermaatjes reageerde daarop en zei “Wat toevallig, wij hadden ook een Bosje van de Baron in onze jeugd” En dan blijkt het om hetzelfde bosje te gaan en hebben zij en ik wellicht samen verstoppertje gespeeld! Dat zijn van die dingen die je dag een kleurtje geven.

Zo kwam ik oud-docenten en ex-vriendjes tegen maar nog meer, nieuwe mensen waarmee je contact krijgt en die blijken uit te groeien tot heuse vriendschappen. Wat kan daar nou op tegen zijn? Laat Twitter een ordinaire chatbox zijn, heerlijk! Politieke discussies, uitwisselen van recepten, nieuwe liefdes, waarschuwingen dat de kliko die avond naar buiten moet en het onweer is nu ter hoogte van Eindhoven!!! Das toch gewoon leven?

“waar ben je?”

10 sep

 

Toen ik op de lagere school zat had je nog geen sleutelkinderen. Misschien hooguit één, het zielige jongetje met gescheiden ouders want ook dat was een zeldzaamheid, eind jaren zestig. Ik fietste gewoon naar huis en vond mijn moeder daar. Alhoewel, het was ietsjes anders, zij deed haar middagdut en aan de keukendeur hing dan steevast een briefje waarop stond “Pien, wil je mij om vier uur wakker maken met een kopje koffie?” En daar had ik zo de schurft aan!!

Ik was moe, wilde iets leuks doen! Uit wraak liet ik het kokende water niet beetje voor beetje druppelen in de volle koffiefilter, nee, in één keer de hele plens erin. Koffiezetapparaten waren in die tijd ook nog geen gemeengoed.

Hier moest ik terug denken toen zoon3 van de week niet rond de geplande tijd thuiskwam uit school. Toevallig had hij drie dagen van te voren gebeld met de mededeling dat hij later thuis zou zijn. Dus toen dit keer een bericht achterwege bleef, schoot ik na één uur in de Amber Alert fase. Uiteraard bleek er niks aan de hand, zijn beltegoed was op en zijn voornemen om vanuit het huis van vriendje te bellen was hij vergeten. Hij kwam thuis met een cake van de Euroshopper en zei sorry.

Dit zette mij wel aan het denken. Hoe deden ouders dat vroeger? Nou ja, vroeger, voor het mobiele telefoontijdperk. Was er minder gauw reden tot ongerustheid als de blaag in kwestie wat later was? Ik weet ’t niet. Ik weet wel dat wij kinderen tot ’s avonds laat in het Bosje van de Baron speelden en goor stinkend thuiskwamen zonder dat daar een zwaar hyperventilerende moeder op de keukenkruk zat.

Misschien hebben wij ouders tegenwoordig teveel controle over onze kinderen en werkt dat in ons nadeel. Je kan zien waar ze naar keken op het internet, privé-mails lezen en ten alle tijden bellen om te checken waar ze zitten. Vroeger was het meer ‘geen nieuws, goed nieuws’. Tegenwoordig lijkt het wel ‘geen nieuws is dood, ontvoerd en verkracht’. Als je gewend wordt elkaar altijd, overal te kunnen bereiken kan het dus tegen je gaan werken als dat niet lukt.

Wat ik in ieder geval geleerd heb van zoon3 is dat als hij eens een keer niet belt om zich af te melden, ik rustig op de bank kan gaan zitten. Maar wel met een fles wijn aan mijn lippen. Controlled stress.

 

man overboord

7 sep

Ik heb een paar jaar op kamers gewoond in een klein Utrechts dorpje. In de Dorpsstraat waar ook alle kleine zelfstandige ondernemers zaten. Zo woonde ik boven de plaatselijke elektronicaboer en naast de cafetaria, slager en bakker. Bij de elektronicazaak had ik een klein tv-tje op afbetaling gekocht. Na drie weken zwijgend voor me uit te hebben gekeken ’s avonds, was ik wel aan wat vertier toe.

Maar goed, daar wou ik het niet over hebben. Wel over de bakker. Je moest bij deze beste man op tijd je brood halen want hoe verder de dag vorderde, hoe zatter hij werd. ’s Ochtends was er nog een redelijke conversatie met hem mogelijk maar tegen een uur of drie was dat niet meer te doen. Ook bestond de kans dat hij een vinger verloor in de broodsnijmachine en zo de slager brodeloos maakte.

Toen ik op een dag door drukte op kantoor wat later thuis was, liep ik dan ook enigszins huiverig naar het kleine winkeltje, benieuwd in welke staat onze bakker zou zijn. Het traditionele belletje aan de deur verbrak de nevelige stilte en ik stapte naar binnen. Er waren geen klanten en de bakker zag ik ook niet tot ik wat gestommel achter de toonbank hoorde en er een trillende hand omhoog kwam. Gevolgd door roodgeaderde ogen en een enorme frambozenneus.

“Der was wat gevallen” zei hij, op adem komend. “Nou, doe mij maar een halfje bruin, gesneden alsjeblieft” zei ik hem.  “Wat een prachtig weer, hé” begon hij. “Heb ik je ooit verteld over mijn boot?” Ik vond dat een wat rare combinatie, een beschonken bakker en een boot, maar goed.

“Kom maar eens mee”joelde hij enthousiast en wankelend verdween hij door een deurtje achterin de zaak. We kwamen in een kleine ruimte terecht die geheel in beslag werd genomen door bakker’s pleziervaartuig. Wilde gebaren makend somde hij allerlei eigenschappen van de boot op die ik niet begreep en niet verstond. Speeksel vloog uit zijn mond bij het benoemen van scheepsonderdelen die ik niet eens van de kruiswoordpuzzels kende.

Struikelend over de lege flessen die her en der op de grond lagen ging hij mij voor, terug naar de winkel. “Ga je een keer mee?”vroeg hij met waterige oogjes. “Tuurlijk, bakker” en ik maakte dat ik weg kwam met mijn halfje bruin.

Ik ben nooit mee geweest. Ik had ook het sterke vermoeden dat die boot al twintig jaar in die garage stond en dat bakker alleen nog in zijn benevelde dromen het ruime sop koos.