man overboord

7 sep

Ik heb een paar jaar op kamers gewoond in een klein Utrechts dorpje. In de Dorpsstraat waar ook alle kleine zelfstandige ondernemers zaten. Zo woonde ik boven de plaatselijke elektronicaboer en naast de cafetaria, slager en bakker. Bij de elektronicazaak had ik een klein tv-tje op afbetaling gekocht. Na drie weken zwijgend voor me uit te hebben gekeken ’s avonds, was ik wel aan wat vertier toe.

Maar goed, daar wou ik het niet over hebben. Wel over de bakker. Je moest bij deze beste man op tijd je brood halen want hoe verder de dag vorderde, hoe zatter hij werd. ’s Ochtends was er nog een redelijke conversatie met hem mogelijk maar tegen een uur of drie was dat niet meer te doen. Ook bestond de kans dat hij een vinger verloor in de broodsnijmachine en zo de slager brodeloos maakte.

Toen ik op een dag door drukte op kantoor wat later thuis was, liep ik dan ook enigszins huiverig naar het kleine winkeltje, benieuwd in welke staat onze bakker zou zijn. Het traditionele belletje aan de deur verbrak de nevelige stilte en ik stapte naar binnen. Er waren geen klanten en de bakker zag ik ook niet tot ik wat gestommel achter de toonbank hoorde en er een trillende hand omhoog kwam. Gevolgd door roodgeaderde ogen en een enorme frambozenneus.

“Der was wat gevallen” zei hij, op adem komend. “Nou, doe mij maar een halfje bruin, gesneden alsjeblieft” zei ik hem.  “Wat een prachtig weer, hé” begon hij. “Heb ik je ooit verteld over mijn boot?” Ik vond dat een wat rare combinatie, een beschonken bakker en een boot, maar goed.

“Kom maar eens mee”joelde hij enthousiast en wankelend verdween hij door een deurtje achterin de zaak. We kwamen in een kleine ruimte terecht die geheel in beslag werd genomen door bakker’s pleziervaartuig. Wilde gebaren makend somde hij allerlei eigenschappen van de boot op die ik niet begreep en niet verstond. Speeksel vloog uit zijn mond bij het benoemen van scheepsonderdelen die ik niet eens van de kruiswoordpuzzels kende.

Struikelend over de lege flessen die her en der op de grond lagen ging hij mij voor, terug naar de winkel. “Ga je een keer mee?”vroeg hij met waterige oogjes. “Tuurlijk, bakker” en ik maakte dat ik weg kwam met mijn halfje bruin.

Ik ben nooit mee geweest. Ik had ook het sterke vermoeden dat die boot al twintig jaar in die garage stond en dat bakker alleen nog in zijn benevelde dromen het ruime sop koos.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: