Archief | oktober, 2012

die dagen van de maand

27 okt

Tegenwoordig schijnt het normaal te zijn maar in mijn tijd was dat niet zo. In de zesde klas, nu groep acht, was alleen het meisje dat al borsten had voor het eerst ongesteld geworden. Strontjaloers waren we allemaal en wij propten maandverbanden in onze onderbroeken om de schijn te wekken bij gym. Geen zin om mee te doen aan de duurloop? Dan wierpen wij een veelbetekenende blik richting meester. Hij durfde het toch niet te controleren.

Later, op de middelbare school, moesten we er toch echt aan geloven. Kromgebogen door de onbekende pijnen lieten we ons naar huis brengen door een vriendinnetje. Het haastig geïmproviseerde maandverbandje van wc-papier voelde je bij iedere stap verder naar achter kruipen en tegen de tijd dat je thuis was zat het halverwege je rug.

Ondanks het feit dat mijn moeder met uitgebreide anatomische platen en tekeningen het hele proces had uitgelegd was ik niet voorbereid op dit lichamelijke geweld. Minstens twee dagen per maand moest ik school verzaken en verbleef etmalen boven de wc om mijn maag te ledigen en daarna mijn darmen. In willekeurige volorde.

Dat was niet fijn. Gelukkig was mijn oom gynaecoloog en schreef mij op dertienjarige leeftijd de pil voor. Goed, het was begin jaren zeventig, dat had heel progressief kunnen klinken maar dat was natuurlijk niet zo. Daar dachten mijn middelbare schoolvriendinnetjes heel anders over…

Zij zagen mij als de hoorn des overvloeds, als zij die avond met hun vriendje uitgingen kwamen ze eerst bij mij langs voor 1 pil. “Mooi, dan kan ik niet zwanger worden”! Gelukkig had mijn moeder ook dat proces helder in haar tekeningen verwerkt zodat ik in ieder geval nooit tienerzwangerschappen op mijn geweten heb gehad. Alleen geloofden de meiden mij niet en dachten dat ik alle pret voor mij zelf wilden houden. Je had toen nog geen internet of google dus verwees ik ze naar biologieboeken, NVSH-folders en de bijbel.

Het hielp niet, ik was een asociaal en egoïstisch kreng dat niet wilde delen. Goed, het was ze vergeven, we zaten in een Mavo klas en ik was dan ook de enige die daarna Havo ging doen. Ik ben die pil jaren lang blijven slikken en gelukkig maar want vanochtend stond in de Volkskrant het bericht dat PMS een verzinsel van ons vrouwen is. Laat ik daar nou door die pil nooit last van gehad hebben, scheelt weer een ingezonden brief!!

Den uil

22 okt

 

Ik weet niet wat het is met de lichting jonge kerkuilen dit jaar. Als ADHD voor kan komen bij vogels dan hebben zij daar duidelijk last van. In de avond en ochtendschemer staan ze ongegeneerd te breakdancen op de terrastafel. Meestal flikkeren ze halverwege het dansje van de tafel af zodat ze een kwartiertje suffig op de tegels om zich heen zitten te kijken.

Muizen vangen, oké dat lukt nog wel maar om de buit veilig in de uilenkast te krijgen, dat is een heel andere vraag. Iedere ochtend vind ik wel een dood muisje in het grind wat door de pubers is verloren.

’s Ochtends vroeg  zitten ze met zijn allen in de kastanjeboom op het terras. Dat is hun hangplek. Gelukkig hebben ze geen wheeler-skate-ramp nodig en hebben vooralsnog lol zonder alcohol. Tegen elkaar opsissend produceren zij een angstaanjagend geluid dat zelfs de meest ervaren heks de benen zou doen nemen. Ook het oriëntatiegevoel van de jonkies is nog niet helemaal optimaal afgesteld. Om over de uilenballen maar te spreken. Pa en ma leveren perfect gevormde uilenballen af, het gebroed voldoet met halfverteerde kotshappen en gemuteerde muizen.

Bij ons zijn , omdat we geen buren hebben, de gordijnen nooit dicht. Regelmatig knalt er dus een kerkuilenpuber tegen het raam aan. Dan zie je hem zitten, op de vensterbank met zo’n koppie : Tis jouw schuld!! Mijn eigen pubers komen niet eens meer als ik roep dat er een uil op de vensterbank zit. Jaahaa, hebben we al gezien!!

Maar het mooiste is als ze met zijn viertjes op de hefboom van de waterput  zitten. Ga je dan voorzichtig naar buiten dan kijken ze je vanaf de hoogte nieuwsgierig aan. En dan ga je op de Egyptische manier met je hoofd van links naar rechts. Synchroom doen ze alle vier met je mee, daar kan geen televisie tegenop.

ik moet kotsen, twitterbericht.

20 okt

 

Soms schrik ik, naïef als ik ben, op multi media als Twitter. Ongevraagd heeft er een drietal liefhebbers van kinderporno zich in ons netwerk gewerkt. Dikke mannen aan de gang met kinderen van, pak ‘m beet, drie jaar. Hoe weet ik dat, dat het dikke mannen zijn? Omdat de heren maar al te graag foto’s van hun afstotelijke lijf met het slachtoffertje etaleren.

Een golf van verontwaardiging en ongebluste woede ging door mijn Time Line heen die wel toevallig voor een groot deel uit vrouwen bestaat. Bij mij heerste vooral het totale onbegrip. Hoe kunnen ze? Ik gun iedereen zijn of haar seksuele voorkeuren maar zodra er bij die voorkeur een niet mondig mens of dier aan te pas komt, zeg ik “HO”. En met mij velen, zag ik aan de reacties op mijn TL.

Waarom zijn er toch zo veel mensen met zo’n absurd verkeerd gevoel zo veelvuldig aanwezig? Tuurlijk, ik weet dat dit iets is van alle tijden en dat waarschijnlijk de oude Romeinen op kleiplaten en muurschilderingen hun onnatuurlijke behoeftes ook al weergaven. Maar waarom kom je ze in ieder duister hoekje tegen? Twitter was toch om te vertellen dat je ging poepen? En niet om te kotsen omdat je net recht in de ogen keek van een vijfjarige die genaaid wordt door een zieke vent?

Zoals mijn oma van 93 al zei “Zo’n vent moeten ze niet meteen doodmaken, eerst heel lang martelen met een bot mes”. I rest my case….

 

 

sorry, marc…

8 okt

Toen ik een jaar of vijftien was had ik een heus Nijmeegs vriendje, opgescharreld tijdens het Carnaval. Hij was twee jaar ouder dan ik maar behandelde me met de egards waarmee je een echte maagd bejegent. Dus wilder dan samen een tosti eten in het Koffiecafeetje werd het niet.

Ik werd uitgenodigd voor het avondeten bij zijn familie, ergens in een echte Nijmeegse volksbuurt. Macaroni met ham en kaas op de skai-leren bank  die bij iedere beweging een angstaanjagend reëel scheetgeluid produceerde. En zo kabbelde de verkering voort en eigenlijk had ik er na een maand wel genoeg van. Maar goed, je kan zo’n jong ook niet in één klap op straat gooien dus ik wachtte op een goed moment. En dat kreeg ik.

Een bewuste vrijdagmiddag had ik hem, tijdens een bezoek aan het Koffiecafeetje, een pen geleend. Gewoon een ordinaire ballpoint, meteen weer vergeten. Ik had geen zin om die avond met hem uit te gaan dus verzon ik een smoesje. Ik moest leren voor mijn eindexamens. Legitiem en uit schuldgevoel deed ik dat ook die avond. Tegen tienen zei ik mijn vader welterusten en sleepte mezelf de trappen op want als eerstgeborene had ik het privilege van de zolderkamer. Knus and cousy met een schattig dakkapelletje zoals al die jaren dertig tuindorpwoningen.

Mijn broertje had de kamer er precies onder. Die kamer was wel wat groter en  had een balkon maar daar mocht hij niet op vanwege zogenaamd instortgevaar. Verschil moest er zijn.

Tegen een uur of elf schrok ik wakker van een geluid. Wat was dat??! Angstig bevend onder mijn dekbed wachtte ik af.  Ja!!!  Daar was het weer!! Getik en gerammel aan mijn raam op de zolderverdieping! De schrik sloeg mij nog nader om het hart en ik schreeuwde luidkeels om mijn vader. Net voor mijn bange decibellen twee verdiepingen lager aankwamen hoorde ik een bekende stem achter het raam. “Ik ben het! Ik kom je pen terug brengen!”

Schichtig schoot ik uit mijn bed en opende het raampje.  “Nou, geef dan!” piepte ik. Vriendje M., duidelijk bevrijd van de adrenalinestoot, vroeg of hij via mijn raam naar beneden mocht gaan. En hier zag ik mijn kans!!! “Nee, klim maar weer naar beneden “ zei ik en deed resoluut het raam dicht en op slot.

De volgende ochtend vertelde mijn vader dat hij tegen half twaalf naar buiten was gegaan omdat de hond aansloeg. Dat was waarschijnlijk het moment dat vriendje M. halverwege het keukendak hing en vreesde voor zijn leven. Nooit meer wat van gehoord.