Archief | november, 2012

seksuele voorlichting

27 nov

 

Op het immer spiedend oog, Big Brotherachtige magister van de middelbare school van de jongste twee zonen zag ik dat zoon3 een schriftelijke overhoring Biologie had, die week. Het verbaasde me dat weekend dat er geen beroep werd gedaan op mijn overhoringskunsten. Normaal gesproken wil zoon3 tot op het bot de stof doornemen ook al kent hij het tot in de puntjes. Een paar muisklikken verder werd me dit echter duidelijk.

Het te leren hoofdstuk had betrekking over de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. Nu is het leuk om met je moeder over kwadratische vergelijkingen te praten, om milieuoplossingen te bedenken en de beweegredenen van de oude Grieken te ontrafelen. Maar!!! Er is één Gulden Wet in puberland; nooit en ten nimmer iets bespreken dat in de verste verte maar iets met seks te maken kan hebben. Seks is iets voor jonge mensen en boven de dertig doe je daar niet  meer aan dus laat staan je ouders en laat helemaal staan dat ze daar met jou over willen praten. Het idee!!!!

Nou ben ik als jonge moeder ook niet gek dus had ik na de seksuele voorlichting van zoon1 op vierjarige leeftijd Het Grote Piemelboek voor Jongens gekocht. Hij bracht mij nog wel enigszins in verlegenheid door na het hele verhaal te vragen hoe dan de eerste mens dan was gemaakt maar ik geloof dat ik me daar redelijk uit heb weten te lullen.

Discreet legde ik dat Piemelboek onderin zijn nachtkastje en hoopte dat het alle antwoorden, waar hij niet om durfde te vragen, zou geven. Ik heb ’t nooit geweten. Wel vond ik regelmatig rondborstige vrouwen als screensavers en nam maar aan dat dit een natuurlijke ontdekkingstocht was.

Goed, zoon3 wilde dus niet overhoord worden. De volgende dinsdag kwam hij thuis en vertelde dat de hele klas een onvoldoende had behaald voor het S.O. De lerares was mild en besloot  zijn klas een herkansing te geven. Ik, zwaar pedagogisch verantwoord bezig, zei dat hij dan nu de stof wel goed moest beheersen. Waarop zoon3 zei: “Je denkt toch niet dat ik die hele vagina uit mijn hoofd ga leren?”

doodse stilte, ha ha!

26 nov

Toen ik binnenkwam lag mijn oma op de grond. Normaal zou één ieder hier erg van schrikken maar ik weet wel beter, zelfs na haar herseninfarct een half jaar geleden.  “Godverdomme, ben mijn gehoorapparaat kwijt “ klonk het van onder de tafel. Inderdaad zag ik maar één vleeskleurig wangedrocht in haar oren. Aangezien ik ook Bionocal Woman oortjes heb weet ik hoe vervelend het missen van belangrijke geluiden kan zijn. Nou zijn die van mij neon fuchsia roze dus pleurt er één op de grond dan heb ik die binnen vijf seconden weer teruggevonden.

Het hulpmiddel van oma is echter drie keer zo groot dan wel in vleeskleur maar het leek mij een klusje van niks. Dus, hup op handen en knieën door de woonkamer. Nu is oma wel een hele hippe oma maar toch staat haar kleine woonkamer vol met tafeltjes, manden, potjes, stoelen, sofa’s, krantenbakken en bloemenvazen. Alles haalden wij overhoop, eeuwenlang verloren gewaande relikwieën doemden op maar geen gehoorapparaat. Zodoende vergrootten we onze plaats delict, na eerst zorgvuldig het decolleté van oma doorzocht te hebben want je weet maar nooit.

Ondertussen lag ik onder het kabinet, gelukkig viel het niet, maar daar vond ik alleen een lepeltje van de Airborne mars van 1962. Daarna probeerden we haar gangen van die ochtend na te gaan in de hoop op een spoor te komen. De gang, de voorkamer, de wc. Niets, het apparaat bleef spoorloos. “O ja, ik heb dat dienblaadje schoongemaakt” zei oma plots. Ik snelde naar de keuken, niet echt een plek voor een gehoorapparaat maar je weet ’t niet met die ouwe mensen… en ja hoor, daar op de vleeskleurige gevlekte jaren dertig tegeltjes lag het onmisbare onderdeel van oma’s oor.

Haar dankbaarheid was zo groot dat ik mij verzekerd voelde van minstens de helft van de erfenis, om u een idee te geven. Toen wij eindelijk zaten met lafenis en koek begon zij dan ook over haar ooit te overkomen dood. Nu is het mens 93 dus logisch dat je gedachten wat vaker dan vroeger daarmee bezig zijn. Niemand in de familie zag een algemene rouwkamer als optie. “Jij hoort in je eigen huis “ zeiden we allemaal.  “Maar “ opperde oma “dan lig ik daar in de voorkamer en kan iedereen me zien vanaf de straat”.

Daar kon ik heel goed inkomen. Toen stelde ik voor dat we haar gewoon op de eettafel zouden leggen, het centrale punt tijdens iedere familiebijeenkomst in al die afgelopen jaren. Ze was het met me eens, zo zal het zijn. Dat we al aan de port zaten is even niet van belang….

ben ziek!

19 nov

 

Tot een jaar of twee kunnen je kinderen je niet bedotten. Als ze ziek zijn dan zijn ze ziek. Duidelijk, zonneklaar. Ook als de thermometer op latere leeftijd boven de 40 schiet, doe je niet moeilijk. Ziek. Punt. Maar zo vanaf hun tweede jaar kunnen ze wel heel manipulatief zijn wat betreft “Ik ben ziek”.

Zo wilde ik op een vrolijke donderdagochtend zoon3 droppen bij de peuterspeelzaal. Een heerlijk ochtendje shoppen in Nijmegen in het vooruitzicht. Zoon3 gaf echter al bij het instappen der auto aan andere plannen te hebben. Nu ben ik het type moeder dat zegt: “Je probeert het maar en als het niet lukt dan bel je”. Ietwat onlogisch bij een kind van drie maar het gaat om het idee.

Zodra wij de zwaarbeveiligde ingang van de speelzaal gepasseerd waren liep zoon3 mank en weende zachtjes.  “Ik heb zo’n pijn aan mijn benen” miemde hij zielig. “Nou, weet je wat, gaan we eerst een superhoge toren van Duplo bouwen “ opperde ik zogenaamd enthousiast met achterliggende winkellust want ik zag mijn ochtendje al smelten.

Maar nee, snikkend klemde hij zich als een Resus aapje aan mijn been en snotterde walvissentranen. Goed, dat werd niks meer, dan maar niet winkelen en terug naar huis met de geblesseerde sportman. Eenmaal thuis was ik in de keuken bezig nadat ik zoon3 geïnstalleerd had in de makkelijke stoel voor de televisie. Na tien minuten kwam hij huppelend de keuken binnen….

Ik keek hem aan, vorsend. Hij zag in een split second zijn fout en zei “Oh, sjit”.  Toen besloot ik wat strenger te zijn qua ziekmeldingen in de toekomst.

Toch is er niet veel veranderd. De mannen ( buiten wederhelft dan) zijn eigenlijk nooit ziek. Dus als ze dan één keer in het jaar naar beneden komen en zeggen “Mam, ik voel me niet lekker”dan weet ik dat het ernst is en stuur ik ze terug hun bed in.

Vanochtend kwam zoon3 om half zeven naar beneden. “Heb zo’n pijn in mijn buik en ik ben raar misselijk” Tja, maandagochtend, een proefwerk dat hij nog niet helemaal in de puntjes beheerste en wat doe je dan? “Duik maar terug je bed in”.

Tegen elf uur kwam hij naar beneden met een duidelijk ingestudeerde zieke, vage blik in zijn ogen. Hij vroeg met zijn meest getormenteerde puberstemmetje “Denk jij dat de misselijkheid overgaat als ik wat eet? “ Ik zei van wel. Vijf minuten later zat hij met een giga stapel boterhammen achter de x-box. Ach ja, het is een lange ruk van de herfstvakantie tot de Kerst. Iedereen heeft recht op een baaldag.

taalbloopers

17 nov

Als geen ander zijn kinderen in staat nieuwe woorden te vinden en onbedoeld grappig over te komen met een bijna-goed-woord. Eens zag zoon2 op vijfjarige leeftijd de presentatrice van het Vierdaagsejournaal in een ander programma op de televisie. “Hé, dat is die mevrouw van de mensenfile!!” Ik vond ‘m mooi.

Zo maakte diezelfde zoon op de basisschool een werkstuk over het Christendom. “Na dertig dagen in het graf te hebben gelegen kwam Jezus in opstand”. Ik bedoel maar, je gaat toch anders tegen zo’n man aankijken. Een soort staker avant le lettre.

Ook de overpeinzingen van kinderen kunnen soms als zeer filosofisch gezien worden. Zoon3 bekeek het proces van betalen aan de kassa van de Albert Hein, ik betaalde en kreeg wisselgeld terug. Zwaar denkend liep hij de Appie uit en vroeg toen hoe je boodschappen moest doen als je zelf bij de Albert Hein werkt. “Je kan toch niet met jezelf wisselen?”

Dingen die voor ons zo logisch zijn dat we er niet meer bij nadenken en andere opties vergeten kunnen juist bij kinderen vreemde vragen opwekken. Zoon3 keek met wederhelft naar het WK schaatsen. Na de vijf kilometer werd de tien kilometer aangekondigd. Er verscheen een fronsje op zijn gezichtje. “Hoe doen ze dat dan? Maken ze die baan dan langer? “.

Helaas is geld ook al op vroege leeftijd een belangrijk item bij kinderen. Ik vertelde dat opa en oma op vakantie naar Egypte gingen waarop zoon3 verontwaardigd uitriep “Alweer? Zo blijft er natuurlijk niets van de erfenis over! “. Ook wist zoon3 met Turkse en Marokkaanse vriendjes in de kleuterklas precies wat het betekende als er een Abraham in iemands voortuin stond. “Ja, dan mag je alleen eten en drinken als de zon is ondergegaan! “. Ik liet het maar zo, hij komt er wel achter als hij vijftig wordt.

Stoer doen is eigen aan jongetjes van vijf jaar. Toen we op vakantie door een middeleeuwse vestingstad liepen vertelde wederhelft iets te beeldend over ridders en gevechten. Zoon3 pakte mijn hand en vroeg zachtjes “Dat bloed is nu wel opgedroogd, héh? “.

appie, mon amour

14 nov

Het voordeel van mijn Albert Hein filiaal is toch wel dat het gesitueerd is in de hagelnieuwe Vinex-wijk, verderop aan de dijk. Door die locatie verschilt het winkelende publiek zeer met dat van mijn andere, verderop gelegen Appie. En dat verschil zit hem in leuke jonge mannen!

Meer dan in het oude dorp doen hier leuke jonge vaders de boodschappen. En dat maakt het zoveel interessanter om door de gangpaden te dolen. Om semi-hulpeloos te vragen of hij wat van het bovenste schap kan pakken voor je. Om te flirten van achter de kazen en per ongeluk je karretje tegen die van hem laten botsen.

Oogcontact tussen de flessen prosecco door maakt je een stuk koopkrachtiger, geloof mij. Met een gestreeld ego laad je je boodschappen in de auto en ziet de dag weer met veel zelfvertrouwen tegemoet. Natuurlijk ga ik dan ook niet naar de supermarkt in mijn oude kloffie. Urenlang sta ik make-up bij te werken, sexy rokjes aan te trekken en de föhn door mijn haren te halen zodat ik goed bewapend de Albert Hein kan besluipen en omsingelen.

Op zaterdag heeft dit echter geen zin. Dan hebben de leuke jonge mannen namelijk hun vrouw bij zich en blijft het bij steelse blikken bij de bruine bonen. De lafaards.

Nee, door de weeks is de beste tijd voor de jacht. Daar kleeft wel een klein nadeeltje aan. Die leuke jonge mannen doen natuurlijk niet voor niets boodschappen op tijden waar je ze op kantoor zou denken. Eén keer per week is het namelijk papa-dag ( een woord dat overigens verboden zou moeten worden maar dit terzijde ) . Dus in plaats van achter hun bureau zitten de leuke jonge papa’s thuis met de kinderen. En die nemen ze mee naar de Albert Hein!!!

Van die schreeuwende etterbakjes die met die klote kleine karretjes je scheenbeen ontvellen. En in plaats van een verleidelijke glimlach op je gezicht te toveren, buig je oncharmant, vloekend als een bootwerker, voorover om het onbedaarlijk bloeden te stelpen. De liefde is dan snel bekoeld, van beide kanten.

Er zou eigenlijk een iets-oudere-huisvrouw-dag moeten komen voor de leuke jonge mannen. Dat ze in al hun glorie, zonder echtgenote of kind, door de paden flaneren. En vol overgave het deurtje van de vriezer voor je open houden. En je rennend achterna komen met je vergeten bonuskaart! Poe, krijg er een opvlieger van!!

tantes en zo….

7 nov

 

De generaties in mijn familie van vaders kant lopen enigszins scheef. Mijn vader is de oudste uit het nest maar zijn jongere zussen schelen maar vijf en acht jaar met mij. Daardoor zijn het eigenlijk ook nooit tantes geweest maar eerder zussen.

Mijn jongste tante is er helaas niet meer, veel te vroeg gestorven op pas vijftig jarige leeftijd. Met haar ging ik altijd naar de bioscoop in Arnhem als ik bij mijn opa en oma logeerde. Daarnaast deelden we een andere gezamenlijke liefde, paardrijden! Toevalligerwijs was zus/tante M. werkzaam op de manege van het Bio revalidatiecentrum in Arnhem. Als zij eens weekenddienst moest draaien, vroeg ze of ik meeging. Een weekendje in de sparrenbossen, in een bouwvallige bungalow met veel paarden, wat wilde je nog meer als veertienjarige? Als er even niets te doen was stuurde ze me op een Haflinger zonder zadel, het bos in! ’s Ochtends stond ze vreselijk te lachen als ik mijn brood smeerde. Bleek ik te doen op de plank waar de pens voor de Deense Doggen werd bereid.

Eén keer heeft ze zich laten kennen wat betreft haar officiële tante-rol. We waren in een park en ik was een jaar of negen. Plotseling kwam er een woest klapperende mannetjeszwaan uit de vijver gestormd en viel mij aan. “Tante” zat toen al lang en breed achter een parkbank en schreeuwde wat vage aanmoedigingskreten naar mij toe. Maar ja, het mens was ook pas veertien.

De andere tante, acht jaar ouder, had net als ik lang rood haar en een neus vol sproeten. Reden genoeg om voor wildvreemden te kunnen vragen “Jullie zijn zeker zusjes?” Te pas en te onpas kregen we dat naar ons hoofd geslingerd. Tot op een dag dat we met zijn tweeën in de bus van Utrecht naar Oosterbeek zaten. Wéér werd er achter ons te hard gefluisterd “Dat zijn zusjes, dat zie je zo!” Bij de halte waar wij er uit moesten stond ik op en zei: “Kom Mam, we moeten hier uitstappen” Dat was leuk.

Eigenlijk had de familie aan mijn vaderskant geen generatie-pauze. In die zin dat toen mijn oma eindelijk de eerste drie kinderen de deur uit had gewerkt, er alweer een lading kleinkinderen en daarna achterkleinkinderen op de stoep stond te trappelen.

Terugrekenend komt het er op neer dat mijn lieve oma van 93 nu al 69 jaar lang onafgebroken kleine kinderen over de vloer heeft. Tot nu aan toe, de laatste is vier. Ik doe het haar niet na….

ik zie ik zie wat jij niet ziet.

1 nov

Vroeger toen er nog geen meubelboulevards waren en zondagssluitingen in acht werden genomen, was het heel wat moeilijker om die saaie zondag door te komen. Maar mijn vader had daar wat op gevonden. Als mijn moeder voor haar obligate middagdutje naar boven verdween nam hij mij en mijn broertje mee op avonturentocht.

Dat ging als volgt. We stapten in de auto, een Citroën die zo grappig omhoog kwam na het starten, en broerlief en ik moesten onze ogen dicht houden. Wij lagen plat op de achterbank met onze gezichten in de kunststoffen bekleding. Autogordels bestonden toen nog niet. En dan begon mijn vader met rijden. De enige aanwijzing die wij kregen bij iedere bocht of kruispunt was dat we steeds weer eerst rechts en dan weer links afsloegen. Na verloop van tijd moesten wij dan raden waar we waren.

Negen van de tien keer was dat bij de vermaarde friettent in Mook waar je friet kreeg in zo’n puntzak met een gigantische klodder mayonaise erop. En waar een old-timer op een drie meter hoge paal stond. Dat wisten mijn broertje en ik natuurlijk allang van te voren maar wij hielden wijselijk ons mond. Daar waren die frieten veel te lekker voor!

Een ander favoriet autospelletje van mijn vader was nummerborden zoeken op cijfers in volgorde. Je begon met 00 dan 01, 02. U snapt het vast wel. Dit spelletje leende zich bij uitstek voor lange afstanden dus als wij uit Frankrijk richting huis vertrokken was dit de ultieme mogelijkheid. Hangend uit de ramen, autogordels bestonden toen nog niet, schreeuwden mijn broertje en ik alle nummers bij elkaar. Enthousiast, zult u zeggen. Ja, dat waren we. Maar onze vader nog net effe ietsjes meer. Toen wij na de urenlange rit eindelijk  Nijmegen bereikten misten we alleen nummer 99. Ja…. Erg hé?  Vaderlief presteerde het om in het zicht van de veilige thuishaven net zolang rond te rijden tot we nummer 99 aan de lijst konden toevoegen.

Over het toen opgelopen trauma vertel ik een andere keer…