Archief | december, 2012

de man met de drie borsten

20 dec

 

Ik verheugde mij al weken op de afspraak met de plastisch chirurg. Niet zo zeer om het gesprek dat ik met hem zou hebben maar wel om de wachtkamerervaringen. Visioenen van de meest gruwelijkste misvormingen, The Elephant Man, vrouwen met baarden en a-typische schedelvergroeiingen had ik. Al van te voren verkneukelde ik mij hierover want aan mij kon je niet zien waarom ik daar zat. Dan kunt u zich afvragen waarom ik daar überhaupt zat maar dat vertel ik lekker niet.

Beschroomd naar de grond kijkend betrad ik de wachtkamer, durfde niet meteen te kijken vanwege het schokeffect. Ik pakte snel een Margriet en ging zitten. Na zo’n vijf minuten waagde ik met mijn linkeroog in een onwaarschijnlijke hoek een paar mede-wachtenden te beloeren. Hmm, niks te zien, doorsnee Hollandse koppen. Ontbraken er dan soms lichaamsdelen of stonden de oren te flap? Nee, geen hangend ooglid of Botox behoeftig gezicht te bekennen. Dat was een teleurstelling aangezien ik expres een half uur te vroeg was gekomen.

Toen ik eindelijk ontboden werd in de spreekkamer van de chirurg was ik dan ook verheugd te constateren dat hij, de chirurg,  lichtelijk Marty Feldmann ogen had, toch nog wat gezien!

Een maand daarna moest ik naar het ziekenhuis voor een controle onderzoek, een MRI-scan. In de wachtkamer van de afdeling Radiologie zat helaas niemand te wachten dus kon ik geen diagnoses stellen. Dat doe ik namelijk heel graag. Het moeilijkst is de wachtkamer van je eigen huisarts want daar kan letterlijk van alles aan de hand zijn.

Na vijf minuten mocht ik in een klein kamertje plaats nemen en alles van metaal van mijn lichaam verwijderen. Angstig vroeg ik mij af of ik oude oorlogswonden had, met granaatscherven diep begraven achter mijn ribben. Gelukkig kon ik mij zulks niet herinneren en ontdaan van al het magnetisch gevoelig materiaal stapte ik de MRI-ruimte binnen.

En daar stond hij. Een enorm broodje waar ik zo meteen als een knakworst ingeschoven zou worden. Hartslag tikje omhoog en eenmaal in de buis vergat ik te ademen. De koptelefoon waaruit Sky Radio schalde was best grappig alleen jammer dat je het niet boven het geluid van de scanner uit kon horen. Want wat een onwaarschijnlijke buitenaardse herrie maakte dat ding. Met wat fantasie kon je er nog wat synkoptische jazz-rap van maken maar dat lukte na een tijdje niet meer.

Twintig minuten kunnen verschrikkelijk lang duren, dat leerde ik wel. Met het gevoel alsof al de atomen in mijn lichaam van pool waren verwisseld strompelde ik terug naar het kleedkamertje. Spontaan vlogen sleutels , brillen en oorbellen naar mijn lichaam en bleven daar als in een Uri Geller act plakken. Op weg naar de uitgang hoorde ik achter diverse recepties de computers op tilt slaan en toen ik thuis kwam hing er een stuk autodeur aan mijn kont.

ach johannes….

14 dec

 

Normaal hou ik mij verre van grote discussies en gesprekken op Twitter. Ik lees, bepaal mijn mening, denk ’t mijne ervan maar hou dat voor me. Ik hoef niet zo nodig mijn standpunt te verkondigen en zieltjes te winnen. De kans dat je haatdragende reacties op je tweets krijgt is vrij groot en daar heb ik absoluut geen zin in. Bij de laatste landelijke verkiezingen hield ik mij dus ook enigszins op de vlakte en las wat andere tweeps vonden. Bij ieder heikel punt bleef ik vooral neutraal en zei niets. Tot gister.

De bultrug. Onze bultrug. Onze Nederlandse bultrug! Gestrand op een zandvlakte. Waarom hij daar lag deed er niet toe. Hij was levendig en wilde zelf ook graag terug naar zee. Dat wist ik omdat ik, net als driekwart van de Nederlandse bevolking, walvis-fluisteraar ben.

Drie dagenlang werden er serieuze pogingen gedaan door de instanties aldaar om het twaalf meter lange beest terug naar zee te slepen. Maar volwassen mannen met tranen in hun ogen moesten uiteindelijk toegeven dat dat niet lukte. Dus werd bekend gemaakt dat het beest, inmiddels Johannes gedoopt, een rustige dood zou moeten sterven op die zandbank.

Na deze berichtgeving ontstonden er particuliere initiatieven om Johannes alsnog vlot te trekken. Logisch, Nederlanders zijn een dierliefhebbend volkje, behalve in de zomer als de asiels vol zijn. Zodra deze privé-acties in de media bekend werden werd in één keer het startsein gegeven voor het vroegtijdig beëindigen van Johannes leven Terwijl er drie dagen lang was gemeld dat dit onmogelijk was bij een vis van twaalf meter. Er zou niet genoeg medicatie voorradig zijn voor zo’n actie.

En dat was het punt waarop ik kwaad werd. Heel kwaad. En dat gebeurt niet gauw.

Als deze bultrug gedoemd was te sterven, ergo, hij gaat so wie so dood, waarom zou je dan een paar dierenactivisten niet nog één poging laten wagen? Dat is het enige dat ik niet snap. Logica! Stress, me reet, er lopen al drie dagen mensen aan zijn staart te trekken en hij reageert nog steeds.

Dus ik ben boos. Volgens de laatste berichten krijgt Johannes een granaat in zijn blaasgat. Ze hadden hem beter Friso kunnen noemen.

optelefoneren

11 dec

 

Het viel me laatst op dat een hoop mensen, als je de telefoon opneemt, zeggen “Ja, met mij”. Nou ken ik een hoop ‘mij’s’, duizenden zelfs dus is het iedere keer toch weer even razendsnel puzzelen welke ‘mij’ je dit keer aan de lijn hebt. Eigen kinderen is nog te doen maar ga je verder je familie- en vriendenschare in dan wordt het lastig.

Ongeveer datzelfde ongemakkelijke gevoel krijg je als iemand enthousiast roept “Hoi, met Monique!”. Registers worden open getrokken in je brein, alle connecties met stem Monique en persoon Monique worden op computersnelheid gecheckt maar je hebt geen flauw idee.

De grote truc is dan tijdrekken. Hoe doe je dat? Nou, bijvoorbeeld zo “Hoe is met jou!!”Laat vooral geen onzekerheid doorklinken in je stem en ga recht op je doel af. Hoe langer je het gesprek weet te rekken, hoe groter de kans is dat je uiteindelijk de juiste persoon weet te plaatsen.

Stel algemeen toepasbare vragen. Dus niet “Hoe is het met de kinderen?” of “Ben je weer terug uit het ziekenhuis?“. Fout! Beter is “Wat een rotweer, hé?” en “Wat gaan jullie doen deze vakantie?”. Op die manier heb je kans je uit deze netelige situatie te redden. Alhoewel ik zo ook wel eens tien minuten met iemand aan de lijn heb staan kletsen totdat bleek dat hij inderdaad een verkeerd nummer had gedraaid. ( Ja, wij draaien nog, ouderwetse telefoons).

Telefoongesprekken kunnen heerlijke John Lanting-achtige sketches worden. Verkeerd verbonden worden, verkeerd begrepen worden, mogelijkheden te over. Het kan ook heel kort. Negen van de tien keer als om vier uur de telefoon gaat is het zoon3 die belt om te vragen of ik hem bij het laatste stukje van zijn fietstocht wil ophalen. Scheelt hem een kwartier en als hij veel huiswerk heeft is dat prettig. Ik pik hem dan ter hoogte van de Spar in het belendende dorp op.

Dat telefoongesprek verloopt als volgt. Ik neem op en zeg “Spar?” Hij antwoordt dan “Ja.”  De laatste keer dat ik hem oppikte zei hij “Als de politie ooit onze telefoongesprekken afluistert dan moeten ze wel denken dat we met een geheime terroristische operatie bezig zijn!”.

code oranje

7 dec

 

Wat is wijsheid? De hele donderdag lang werd er via alle beschikbare media bericht over een zeer pittige ochtendspits, die komende vrijdag. Sneeuw en zo. Ik hou niet van zulke berichten. Ze maken mij een etmaal van te voren al nerveus, ik trek al mijn rampenplannen uit de stoppenkast en sla tonnen noodrantsoen in.

Want ik moet rijden. Met de auto. Door meters hoge sneeuwduinen. Wederhelft zegt “Gewoon je stuur recht houden”. Ja hoor! Mijn bloedjes van zonen stuur ik natuurlijk niet op fiets en scooter dat helse weer in, er wordt hier in het buitengebied niet gestrooid. De eerste bushalte is op tien kilometer afstand vandaar dat ik mij genoodzaakt voel de mannen veilig op school te krijgen.

De hele voorgaande nacht lag ik wakker, mijn oren gespitst op Nova Zembla-achtige  geluiden en om het kwartier kijkend op de site van BuienRadar. Toen de wekker eindelijk ging om zes uur sprong ik als een gespannen veer uit mijn bed en bekeek vanuit mijn raam de buitenwereld. Een zucht van verlichting ontsnapte mij want zelfs zonder lenzen kon ik zien dat het reuze meeviel.

Tijdens mijn ontbijt en krant hoorde ik wel wat swifterig geritsel aan de ruiten maar dat weet ik aan de wind en ontwakende vogels. Totdat ik opkeek. Woest warrelende sneeuwvlokken vlogen in het rond en de grond was inmiddels voorzien van een angstaanjagende laag sneeuw.

Half zeven, het was tijd om zoon2 en 3 wakker te maken. Tijdens dat langdurig proces liep ik prevelend van raam naar raam tot ik het er benauwd van kreeg. Tegen zeven uur zaten de mannen aan het ontbijt en ik besloot alvast de auto uit te graven. Daarbij werd mij duidelijk dat weg rijden met het voertuig absoluut geen optie was. Moedeloos droop ik de keuken binnen om de jongens het slechte nieuws te vertellen.

Zoon3 had het lef te protesteren omdat hij een proefwerk had en vroeg zelfs “Overdrijf je niet een beetje?”. De school bleef drie kwartier telefonisch onbereikbaar, site vertelde niets dus dat sterkte mij in mijn gedachten. ‘Ik doe het niet!!’.  Vijf minuten nadat ik dat besluit had genomen hielden de ergste sneeuwvlokken op en stond ik bij het raam te bidden om heviger noodweer om mijn beslissing te rechtvaardigen.

Gelukkig werden mijn gebeden verhoord. Om tien voor negen kwam wederhelft eindelijk zijn bed uit en vroeg vorsend  “Waarom zitten zij niet op school?”. Op dat moment besloot ik de sneeuwschuiver en slotenontdooier voor heel andere doeleinden te gebruiken…

le cirque!!!

6 dec

 

Waren wij op vakantie in Frankrijk met de zonen en kwam er een klein familiecircusje op de camping, dan gingen wij daarheen! Vaste prik. Al weken hingen er manshoge kartonnen reclameborden te klapperen aan de lantaarnpalen met daarop een oerlelijke clown en een onwaarschijnlijk luxe circustent. Tegen de dag dat het circus onze camping zou bezoeken waren zoon1, 2 en 3 al helemaal in Bohémiene sferen en fantaseerden over leeuwen, olifanten en trapezewerkers. En natuurlijk over die heerlijke Franse nougat die je er altijd bij een kraampje kon kopen.

De desillusie was meestal schrikbarend groot. Een klapperend canvas tentje met plastic stoeltjes rond een piste van nauwelijks twee meter doorsnee. Geen leeuw maar een schurftige ezel. De trapezewerker ontbrak eveneens en daarvoor stond in de plaats grootmoeder wat zielloos met kegels te gooien. Vader was natuurlijk de stalmeester. Met een smoking uit de vorige eeuw kondigde hij iedere keer vol trots de volgende act aan.

De twee dochters hadden een show met vijf hondjes die een poging deden synchroom door hoepels te springen. Maar daar was dan eindelijk de echte clown! Grootvader. Zwaar overschminkt  liep hij ietwat wankel naar het midden van de piste om daar echt per ongeluk te struikelen over één van die vijf hondjes. Daarbij vloog de waterspuitende anjer uit zijn handen en kwam hij zelf in de mest van de schurftige ezel terecht. Dat vonden onze zonen nou wel leuk. Dat de nougat daarna meedogenloos afrekende met hun melkgebitjes namen ze op de koop toe.

Een jaar of zes geleden stonden we op een camping in de Dordogne waar met geplastificeerde A-viertjes, aan iedere beschikbare boom, de komst van de show met de kleinste dieren ter wereld werd aangekondigd. Het kleinste konijn, het kleinste varken, het kleinste paardje en dat voor maar drie Euro per persoon! Dat wilden we zien!

Tien minuten voor de tentoonstelling zou arriveren stond ons hele gezin al klaar op de speelweide waar het zou gaan gebeuren. Na drie kwartier stonden we er nog en besloten we verder te wachten in de campingbar. Na nog eens een half uur kwam dan eindelijk een aftandse, uitgebouwde Volkswagenbus het terrein op hobbelen. Samen met twintig Franse kinderen renden wij richting bus! De deur aan de zijkant ging open en langzaam werd er een houten loopplank naar buiten geschoven.

En daar verscheen de ceremoniemeester. Ondanks het vroegmiddaglijk uur was hij al zwaar beneveld en wankelde de plank af met een krijsende big in zijn armen. Het was een big maar toch echt niet de kleinste die ik ooit gezien had. De man noodde ons met wilde armgebaren zijn busje in en daar kwamen we in een verzameling stinkende beesten terecht. Goed, ze waren niet bijzonder groot maar de kleinste van de wereld? Twee kippen, één pony, drie konijnen en één haan. En dat varken dus. De ceremoniemeester verhaalde luidkeels over al die bijzondere beesten, in onverstaanbaar Frans…  Ik heb het nog op film staan. We hebben genoten, was die drie Euro per man meer dan waard!