Archief | april, 2013

langs het tuinpad van mijn vader

27 apr

Het is feest in het dorp. De Oranjevereniging bestaat 75 jaar, het is bijna 30 april, W.A. wordt koning dus dan weet je het wel. Van de week, tijdens het opentrekken der keukengordijnen, schrok ik wel even.  De buren hadden kans gezien om een reusachtig oranje vaandel en dito vlaggetjes ter decoratie langs hun tuinhek te plaatsen. Dit deed mijn Verre Vriend, Goede Buur-principe  ietwat wankelen. Goed, ieder zijn meug maar hou dat dan zoveel mogelijk binnenshuis. Etaleer dat niet met vreselijke oranje parafernalia in de voortuin. Gelukkig bleek al snel dat niet de buren maar de lokale Oranjevereniging schuldig was aan deze oranje uitspatting. Iedere lantaarnpaal in het dorp was op dergelijke wijze versierd en onze buren hadden de pech dat de enige lantaarnpaal in het buitengebied langs hun erfscheiding stond.

In een weiland van één van de boeren hier werd daags van te voren een gigantische partytent in elkaar gezet. U kent ze wel, type Ridder, met baldakijnen, overgebleven uit de serie Floris van veertig jaar geleden. Kinderen stonden trillend van voorpret achter de hekken de opbouw van minuut tot minuut te bekijken. Er gebeurt hier namelijk nooit wat, hooguit een koe die in de gierput valt of een wietteler die ontmaskerd wordt dus iedere paal die in de grond geslagen werd moest ademloos gevolgd worden.

Na twee dagen stond de tent in al haar glorie en waren er minder romantische toiletblokken op wielen naast de ingang geplaatst. Het dorp was er klaar voor, zaterdag een groots barbecuefestijn! Nu weet de helft van deze bevolking niet eens hoe ze dat moeten schrijven maar ze weten wel wat het betekent. Vandaar dat tegen drie uur zaterdagmiddag al meerdere dorpsgenoten in hun zondagse goed rond de tent slenterden.

Barbecue betekent vreten! Veel, meer, meest. Halve varkens en koeien worden verslonden, weggespoeld met liters bier. Nee, van een beetje Cabernet Sauvignon hebben ze nog nooit gehoord.

Wij zijn er niet bij. Wij behoren tot de import en worden zelfs na jaren nog met een aparte status behandeld. Dat vind ik niet erg. Integendeel. Toen wij hier net woonden beging ik de fout mijn kinderen mee te nemen naar de plaatselijke carnavalsmiddag.. Er zijn heel wat opvoedkundige adviesbureaux en psychologische therapieën tegen aangegooid om de schade bij mijn bloedjes zo goed als kon te repareren. Zoon1 wil nog wel eens schreeuwend wakker worden uit een nachtmerrie met het woord ‘dorpsgeest’ op zijn uitgedroogde lippen.

Sindsdien houden wij ons ver van alle dorpse tradities. Ook hebben wij een advies- en raadgevend bureau opgericht speciaal voor de mensen uit de stad die een failliete boer van zijn boerderij afhielpen. Daar bleek behoefte aan. De oorspronkelijke bevolking snapt dit uiteraard niet. Daarom nodigen wij ze ook nooit uit op onze jaarlijkse buurtbarbecue.

Dun, Pien, dun!!

15 apr

 

Een van de laatste keren dat ik mijn favoriete kroeg binnenstapte werd ik door de barkeeper bij mijn heupen gepakt en in de lucht rondgeslingerd. Mind you, ik had een kort flodderjurkje aan en was hier duidelijk niet op voorbereid. Normaal ben ik een zeer verlegen meisje, loop het liefst onzichtbaar ergens naar binnen en sterf dus duizend doden bij een entree als deze.

Bovendien leek het goedbedoelde gedrag van Hans, de barkeeper in kwestie, een aanmoediging voor wildvreemde mannen om “Pien, Pien!!” te scanderen en zomaar zoenen op mijn wang te drukken. Ik geef toe, ben al meer dan twintig jaar uit het nachtelijke kroegleven dus misschien is deze wijze van benadering wel heel normaal tegenwoordig. Desalniettemin moest ik er even van bijkomen, verscholen tussen een flipperkast en gordijn met een glaasje prik.

Je bent het niet meer gewend, hé? Als ik thuis binnenkom doen ze nooit zo, ik mag al blij zijn als er een krampachtig ‘Hoi ‘ uit die puberlijven geperst wordt. ’s Ochtendsvroeg hoef ik sowieso nergens op te rekenen behalve wat everzwijnig geknor als ik toch een prangende vraag heb.

Ergo, de eerstvolgende keer dat ik deze kroeg, het domein van Hans, binnen zou stappen, deed ik dat vrij omzichtig. Erg druk is het er niet op zaterdagavond, vandaar dat wij er komen, dus wachten op een horde studenten om mee naar binnen te glippen zat er niet in. Gelukkig is het een echt bruin cafe met een dik fluwelen gordijn tegen de tocht rondom de hal. Ha, de eerste fase gedaan zonder als een dwerg in de rondte te worden geworpen.

Met één spiedend oog loerde ik om het gordijn heen en kreeg al snel Hans in het vizier. Nu is Hans naast een perfecte barkeeper óók een begenadigd biljartspeler en daar zag ik mijn ontsnappingsmogelijkheden!! Toen hij met zijn speciale biljarthandschoentje over de tafel gebogen stond nam ik mijn kans waar!! Via de flipperkast, achterlangs de bar en door de toiletten bereikte ik mijn veilige haven, ver voorbij de dwergwerp-arena, achterin het cafe. Mijn beschermende skipak kon uit en opgelucht begon ik aan het partijtje tien over rood.

pardon? U zei?

1 apr

Toen ik  met zoon1 regelmatig bij de logopediste kwam was er meestal voor ons een man die strotten-hoofd of -klepkanker had gehad. U heeft het vast wel eens gehoord in de supermarkt, iemand die handmatig zijn robot strottenklep bedient en daar een akelig mechanisch stemmetje uit produceert. Zoon1 vond dat doodeng. Het klonk ook wel enigszins sinister door de wachtkamerdeur heen. Als wij aan de beurt waren na Darth Vader moest ik hem de praktijkruimte inslepen en verzekeren dat er geen enge robotman onder het bureau verstopt zat. Ik kon hem geen ongelijk geven.

Nu komt er in de kroeg die ik momenteel frequent visiteer, vaak een man met waarschijnlijk hetzelfde euvel alleen heeft hij geweigerd een electronische strottenklep in te laten bouwen. Is zijn goed recht, je herkent hem aan zijn eeuwig vergezellend bloknootje en pen. Hij kan dan wel niet meer praten maar wel heel snel schrijven. En heel goed biljarten, maar dat terzijde.

Komt deze man de kroeg binnen dan heeft hij meestal zijn topics al klaar staan op papier. Soort van interviewvoorbereiding. Hij laat zijn notities zien aan zijn gehoor dat al sprekend antwoordt. Wordt de discussie wat heftiger dan schrijft de man wat minder en uit zich vooral in tekens, bliksemschichten, nullen en doodskoppen.

Dit alles deed mij een beetje denken aan vroeger, toen ik een jaar of tien was. Mijn droomwens was een cassetterecorder. Die had ik dus niet. Maar wat deed ik als er een mooi liedje op mijn transistoortje was? Ik probeerde het betreffende nummer zo goed mogelijk met woorden en fonetische tekens te reproduceren in een speciaal daarvan bestemd schriftje. Let wel, het notenschrift beheerste ik niet, nog steeds niet, dus de volgende dag had ik geen flauw idee over welk liedje het dan wel ging.

Zo moet dat toch ook wel een beetje vergaan met dat mannetje in de kroeg. Zodra hij met zijn notitieblokje is verdwenen, hoor je de mensen elkaar vragen “Wat bedoelde hij nou?”. En het lijkt mij ook wel wat lastig als je ziet dat van de achtste verdieping een Stan Laurel en Oliver Hardy-piano naar beneden komt suizen. Voordat je “Kijk uit, er gaat een piano op je hoofd vallen!!” hebt geschreven…