Archief | oktober, 2013

het oog

24 okt

 

Ik heb het niet zo op die moderne betaal- en aanmeldzuilen van tegenwoordig. Eerder vertelde ik al over een stroeve poging om mijzelf de wachtkamer van de polikliniek in te scannen. Sinds ik in het bezit ben van een OV-chipkaart ben ik al één goede vriend verloren die niet meer in mijn gezelschap een bus in wil stappen. Vruchteloos sta ik met mijn magneetstripje te zoeken, wrijven en zwaaien naar het alziend oog van het toestel. Met als gevolg dat er een bescheiden system burn down optreedt en ik zo al maandenlang zwart reis.

Hetzelfde ervaar ik in de toiletten van horecagelegenheden. Vroeger hing daar een duidelijke handdoek, weliswaar wat smoezelig maar hanteerbaar. Nu moet je, om na het handenwassen een papieren handdoekje uit het futuristische apparaat te krijgen, met je hand zwaaien. Geloof me, ik zwaai, doe een solo-wave en sla op de zijkant van het ding maar geen handdoekje. Dan maar mijn handen aan mijn jurk afdrogen terwijl de mevrouw na mij een lawine van papieren handdoekjes over haar heen gespuugd krijgt.

Ook in de grote stad was de automaat waar ik onschuldig een parkeerkaartje wilde kopen, ineens getransformeerd tot een duivelse machine met ‘ ogen’. Om hem te activeren moest ik alweer met mijn hand voor een venstertje zwaaien. Na alles afgezwaaid te hebben dat maar enigszins leek op een venstertje gebeurde er heel erg niets.

Licht zwetend besefte ik wel dat dit apparaat niet voor niets pal voor een bejaardenflat stond. Overal zag ik gniffelende grijze duiven achter hún venstertje zitten. Ze belden elkaar vast via de huistelefoon:  “Jongens, er staat er weer één moeilijk te doen!!” Nadat ik zes keer in verschillende dansbewegingen om de zuil was heen gewaaierd kreeg ik eindelijk het groene licht en mocht ik intoetsen wat mijn verwachte parkeertijd was. Per tik verhoogde je die tijd met tien minuten en ik meende aan een uur genoeg te hebben.

Bij het uitprinten bleek dat ik niet met tien minuten had verhoogd maar met tien Eurocent. Dat gaf mij de mogelijkheid om op tijd op mijn afspraak te zijn. Mits ik daarna binnen vijf negatieve nanoseconden weer terug was bij mijn auto. Moegezwaaid besloot ik niet nog eens rond de zuil te dansen en plakte het bonnetje achter mijn ruit, vertrouwend op het alziend oog in de hemel.

Een kwartier na het verlopen van de parkeertijd kwam ik bij mijn auto aan. Ze waren net bezig met het tweede cijfer van mijn kentekenplaat. ‘Resistance is futile’ zeiden De Borg al in die SF-serie en zo voelde dat ook. De bejaarden hadden dé dag van de week toen de parkeerwacht uit een heel klein demonisch apparaatje een bekeuring te voor schijn toverde. Zonder te zwaaien… Achtenvijftig Euro.

Volgend keer ga ik met de bus. Ow nee, wacht…..

Wringen onder moeders vleugels

17 okt

 

Zoon3 vindt dat hij klaar is. Dat merk ik aan alles. Hij wil niet meer in het holst van de nacht opgehaald worden. Nee, liever fietst hij twaalf kilometer in de stromende regen voorbij het middernachtelijke uur. ’s Ochtends strijkt hij zelf zijn outfit voor die dag want daar schijn ik plotseling geen verstand meer van te hebben.

Als ik ’s avonds eens niet thuis ben krijg ik een keurig SMS-je van hem met daarin de vraag of ze zelf wat moeten regelen voor het eten. Hij voelt zich, gelukkig maar, een man van de wereld. Ik zie dat nog even ietsjes minder, zoon3 is de jongste en was eigenlijk altijd ons familie knuffeldier. De moeder in mij is wat trager dan de stuiterende kerel van vijftien in hem.

Gisteravond zouden er vier vrienden langskomen. Eindelijk. Wij wonen namelijk in een,  strategisch gezien,  niet zo’n beste uithoek en zelfs vrienden vonden die afstand een beetje teveel voor een avondje chillen. Vroeger haalde ik die dan op met de auto maar nu hebben ook de vrienden  last van het Grote Zelf Doen Syndroom. Maar goed. Ze kwamen!

Al vanaf half negen ’s ochtends hoorde ik geschuif, gebonk, geritsel van vuilniszakken en rook een frisse allesreinigerlucht op de bovenverdieping. De muren werden ontdaan van de ongeveer vijftig posters en foto’s van uilen en ervoor in de plaats kwamen zijn tekeningen. Geen blote vrouwen, dat moest ik toch effe checken.. In de gangkast vond ik ineens zijn twee lievelings knuffels maar ik zei niks. ’s Middags ging hij op zijn fiets naar de Spar in het dorp hiernaast want de cola die ik gekocht had was van een inferieure kwaliteit, hij moest natuurlijk wel aan zijn reputatie denken.

Aan het begin van de avond kwam hij naar me toe en vroeg of hij de jongens die ouder waren dan zestien een biertje mocht geven als ze daarom vroegen. Nu had ik zulke vragen van zoon1 en 2 nooit gehad en moest ik daar dus even over nadenken. Er van uitgaande  dat zoon3 een eventueel bacchanaal zou voorkomen, stemde ik toe.

Toen ik vanochtend thuiskwam opende ik de deur heel voorzichtig, voorbereid op plassen kots en in coma verkerende jongeren. Je weet maar nooit. Maar de benedenverdieping was schoon en toen ik een steelse blik om zijn kamerdeur wierp stonden daar op het tafeltje twee lege flesjes bier en zes lege flessen cola. De vloer had wel een tapijtje van borrelnootjes en chips.

Hij is er klaar voor. Ik nog niet.

mijn kleine grote man

10 okt

 

Zoon3 deelde, met  zijn stem van Man van de Wereld, mee dat hij aanstaande zaterdagavond zou gaan pokeren. Bij vrienden uit het dorp twintig kilometer verderop. “Oké” zei ik. “Maar je kan helemaal niet pokeren.” Het mannetje van de wereld zei dat hij dat dus die avond ging leren.

Naast nachtelijke fietstochten in het donker met fatale afloop had ik nu dus ook een dreigend bankroet van zijn juniorrekening om over wakker te liggen des nachts. Pak daarbij onbeschermd seksueel verkeer en overmatig drankmisbruik met coma tot gevolg en je zaterdagavond kan niet meer stuk.

Omdat hij wel graag een beetje Poker- wise- hip ten tonele wilde verschijnen vroeg hij of we na schooltijd samen een nieuwe trui konden gaan kopen. Gelukkig heeft hij niet zoveel met bekende merken zodat een bezoek aan de Bristol op het industrieterrein voldeed in deze. Keurend als een echte stalmeester liet hij zijn vingers door de rekken met kleding gaan. Wetende dat dit proces uren kon duren besloot ik op de Herenafdeling te zoeken naar broeken voor zoon2 en 1.

Daar vond ik echter een trui waarvan ik vermoedde dat die precies was wat zoon3 zocht. Ik trok hem tussen de maatjes 164 en 176 vandaan en sleepte hem mee naar de Grote Mannen Kleding. En inderdaad, de trui werd meteen goedgekeurd. Toen wij tot de conclusie kwamen dat maatje S te klein was, zag ik hem centimeters, zo niet meters, groeien. Maat M!!

Met een zeer voldane zoon stond ik vervolgens in de lange rij voor de kassa want het was deze week immers 20 procent korting op alles dus de halve boerenbevolking wilde ook graag afrekenen. Met zijn nieuw verworven status van Echte Man stond zoon3 daar een genietende partij groot te zijn. Daarbij paste, denk ik, een volwassen manier van converseren want met een expres wat zwaardere stem zei hij: “Ga jij nog wat leuks doen, zaterdagavond? “

ommetje

6 okt

“Gaan jullie mee een Ommetje maken in mijn wijk”?  “Ja!!” zei ik enthousiast want ik had gelezen over deze avondlijke wandelingen in verschillende wijken van de stad. Bezoekjes aan ateliers, voordragende dichtkunstenaars en bitterballen in het verschiet.

Die avond kwamen wij aan bij het startpunt. Er was nog niemand dus wachtten wij geduldig met een biertje aan de bar. Omdat het startpunt ook een eetcafé was, was het moeilijk inschatten of de nieuwkomers gasten of Ommetjeswandelaars waren. Goed, het echtpaar, gehuld  in matching jassen en wandelschoenen van de ANWB, was natuurlijk een makkie. En ook de twee wat oudere dames met stevige schoenen aan konden we snel plaatsen.

Het werd drukker en ook sneller duidelijker  wie er ging wandelen want het merendeel kenden elkaar. Er werd luidruchtig gezoend en verhalen over vorige Ommetjes dreven voorbij. Toen er echter een man met het voorkomen van de klokkenluider van de Notre Dame binnenkwam, twijfelden wij even.. Zijn voorhoofd en wenkbrauwen hingen zover over zijn ogen dat hij zonder problemen in één van de publicaties van Lombroso had kunnen staan. Toch zoende ook hij de grijze dames.

Op het laatste moment kwam er nog een mevrouw in een rolstoel met bijbehorende hulphond aanscheuren. “Niet aanhalen” stond er op zijn halsband en om dat nog sterker  te benadrukken gloeide er een blauw lampje naast de tekst. Nadat er zich ook nog een bebaarde hippie troubadour incluis gitaar bij ons groepje had gevoegd konden we gaan.

Na vijf minuten arriveerden wij bij een atelier. Toen we alle vijftig binnen waren konden we niet meer voor of achteruit in de kleine ruimte en alom klonk het geluid van brekend keramiek. Tot overmaat van ramp koos de troubadour  dat moment uit om een liedje te zingen over een klok. De zwetende keramist werkte ons jammerend en klagend het pandje uit.

Via een obscuur donker paadje kwamen we bij een grote fabriekshal aan. Vroeger werd daar soep gemaakt, nu kunst.  It’s a small step… De Ommetjes-leider ging onder een lantaarnpaal  staan zodat hij zijn papieren goed kon lezen en al die informatie over ons heen kon sproeien. In zijn enthousiasme zag hij dat naderende blauwe lampje niet. Het blauwe lampje cq hulphond zag de lantaarnpaal als zijn volgende waterplaats en tilde zijn achterpoot al op. Gejoel uit de groep wandelaars redde de Ommetjes-leider van een natte broekspijp. Gelukkig begon de troubadour toen aan zijn volgende liedje, duurde maar anderhalve minuut, beloofde hij.

Na zo’n anderhalf uur begon de aandacht van de groep wandelaars toch wat te verflauwen. Hier en daar werden mobieltjes uit broekzakken gehaald en de jeugdige wandelaars gooiden steentjes op het dak van de palingkwekerij. Bij de volgende stop, de varkensslachterij had men het wel gehad. De troubadour begon aan het volgende liedje maar na vijf seconden had iemand hem, incluis gitaar, al in de Waal gegooid.

Men werd steeds luidruchtiger, auto’s die passeerden gingen angstig langzamer rijden door de dreigende werking die van de groep uitging. Buurtbewoners hingen massaal uit hun ramen toen wij leuzen scanderend en al, op de laatste plek van het Ommetje aankwamen. Cultuurbarbaren als wij waren stampten we op de heilige grond waar de fundamenten van een heuse Romeinse villa lagen, hier en daar klommen baldadige wandelaars in de replica zuilen, Dorisch of Korintisch daar wil ik vanaf zijn, en er werd met graspollen gegooid. Gelukkig mochten we toen terug naar de kroeg. Na drie rondes bitterballen werd het eindelijk rustig in de gelederen.

biologisch!

1 okt

Mijn tante uit Frankrijk was voor een paar weken over in Nederland om haar receptenboekje te promoten en natuurlijk te verkopen!  “Wat kun je doen met een pompoen?”  is de titel van haar boek. Toen ik alvast wat reclame maakte voor haar op Twitter , kreeg ik uiteraard suggesties voor deel twee. “Kook met knoflook” en “Ik ben zo blij met een prei” waren nog de minst aanstootgevende titels. Dat had ik kunnen verwachten.

Tante lief liep ondertussen met stapels boeken alle landelijke herfst cq oogstfeesten in Nederland af waar het kookwillige publiek maar al te graag een boekje met vernieuwende recepten wilde kopen. Want zeg nou eerlijk, een pompoen is toch eigenlijk de tweede courgette in je moestuin? Het smaakt nergens naar en jammer genoeg heb je een gegarandeerde grote oogst.

Daar zit je dan, met je stapels pompoenen waarvan je niet weet hoe het nu weer te verwerken tot een gevarieerde hap. Maar de redding was nabij, mijn tante had het gepresteerd een boek vol recepten te maken zodat je iedere avond pompoen op het menu kon zetten zonder het te proeven.

Goed, een onderdeel van haar pompoenencampagne was een kraampje op de Viert-Den-Oogst-Markt van een biologische tuin in Renkum. En als ik zeg biologisch, dan mag U meteen alle andere termen die daarbij te binnen schieten gebruiken. Zoals macrobiotisch, zelfontspruitend en compleet Zen gekweekt. Geheel gerund door vrijwilligers die anders door de weeks in de Wereldwinkel in uw naburige dorp werken. Geen kwaad woord maar ik weet dat U precies  het juiste beeld hebt.

Heel veel pompoenen, paddenstoelen, sla en ander grut was te koop bij de biologische winkel. Na een kopje kruidenthee en wat pompoenencake wandelde ik gesterkt de bijbehorende moestuin in. Ook al was het laat in het seizoen, met schaamrood op mijn kaken zag ik de compleet onkruidvrije borders en bedden met groenten, sla en kruiden.

Terugdruipend naar het kraampjes terrein besloot ik een pompoen te kopen. Kon ik toch nog mijn eigen herfstmaaltijd creëren. Terwijl de vrijwilliger, een jonge frisse man, dus wat nou stereotypes!, mijn uitgekozen pompoen aan het wegen was viel mijn oog op een papiertje op het advertentiebord naast de kassa. Naast wroeten in de aarde waren er blijkbaar nog meer mogelijkheden in deze biologische relaxtuin.

Zo kon men, desgewenst, een cursus  ‘Open communiceren voor mannen’ volgen bij genoeg aanmeldingen. Ik heb daar, met die grote pompoen onder mijn armen, lang over nagedacht. Ik kreeg er echter geen beeld bij… De pompoen is inmiddels verwerkt tot soep en een portie curry, dat dan weer wel.