Archief | november, 2013

vive la france

28 nov

 

Mijn toenmalige studententijdvriendje en ik besloten op liftvakantie naar Frankrijk te gaan. Wij spreken hier over begin jaren tachtig, vorige eeuw, toen studenten nog echt arm waren.  ’s Ochtends vroeg vertrokken wij uit Nijmegen. Mijn vader zette ons af op het meest strategische punt qua liften.  Voor onderweg kregen wij zes hardgekookte eieren mee. Al vrij snel hadden we een lift en tegen het middaguur lunchten we in Maastricht.

Het einddoel van deze tocht was mijn oom. Hij woonde in Frankrijk aan de voet van de Pyreneeën. Wij waren inmiddels België ingelift en hadden goede hoop over de af te leggen kilometers. Toen wij echter na zes uur België nog steeds niet hadden verlaten kakte dat heerlijke nomadengevoel ietwat in. Op een vrachtwagenparkeerplaats warmden we een blik tomatensoep op. Gelukkig vond ik daar Het Beste Boek Van De Weg, in het Nederlands! Als een bijbel  hield ik het werk tegen mijn boezem aangeklemd. Nu zou alles goed komen!

Vanaf de parkeerplaats kregen we een lift van tien kilometer die ons deed stranden op een kruispunt van zestien snelwegen met daar midden in een kleine groen strook en een meertje. Die avond zetten wij ons trekkerstentje pontificaal naast het bord Interdit Au Camping op. Voor de zekerheid sliepen wij met semi-wapens, denk aardappelschilmesje en sok met iets zwaars er in, onder onze kussens.

De volgende ochtend gingen we vol goed moed verder. Liftend door Luxemburg en na nog een dag bereikten we dan eindelijk Frankrijk! Net voor de grens hadden we een lift gekregen van een lief oud Frans mannetje. Het lieve oude mannetje mocht doorrijden bij de grenscontrole maar wij werden uit de auto gesommeerd. Onze rugzakken werden compleet overhoop gehaald, alles op een tafel gegooid na uitgebreide inspectie. Ze vonden niks, we rookten zelfs geen shag toendertijd en het enige waarvoor ze ons in de bak hadden kunnen gooien was mijn anti-conceptiepil.

Een uur later, met een zonder systeem weer ingepakte rugzak, sleepten we ons de grens over. En wie stond daar op ons te wachten? Het lieve oude Franse mannetje! Ja mensen, dat waren de jaren tachtig, toen gebeurde dat nog! Met onze vriend kwamen wij een flink stuk Frankrijk in. Huilend namen we afscheid en beloofden trouw te zullen schrijven. Wij waren dankbaar.

Vierentwintig uur later stonden we nog steeds met het meer en meer smoezeliger wordende bordje ‘Dijon ‘ op de dezelfde plek. Wij besloten onze nederlaag te accepteren en kozen Luxemburg als vakantie bestemming. Kwestie van de straat oversteken en het bordje ‘Dijon’ omdraaien.

Na acht minuten kregen we al een lift van een Franse familie. Een Renault vol met kinderen maar we konden er echt nog wel bij. Binnen een halve dag waren we terug op de plek waar we op de heenreis drie keer zo lang over hadden gedaan.

Desondanks hebben we genoten van die resterende dagen vakantie in Luxemburg. Zeker toen we op de camping Nederlandse stellen van onze leeftijd tegenkwamen waarmee we de plaatselijke kroegen afstruinden. Tientallen blikken met ravioli en tientallen biertjes gingen er door heen. Dat bleek echter niet zo’n heel goede combinatie want tijdens het inpakken der tenten hadden wij kartonnen dozen over de bergjes kots heen moeten plaatsen zodat we daar niet per ongeluk in zouden trappen…

rust zacht, flappie.

25 nov

Het nadeel van huisdieren is dat ze ooit doodgaan. Meestal voor dat je dat zelf doet. En daar zit ‘t ‘m in. Ik herinner mij van vroeger de wekenlange weensessies bij het graf van hamster nummer vijf en konijn nummer twee. Zo had ik ook ooit eens een kanarie in zo’n mooie Minnie Riperton kooi. Loving you has made my life so beautifull, u weet wel. Na één week lag hij dood op de bodem. Ik had hem Jozef genoemd en flikkerde dus destijds meteen van mijn geloof af.

Tijdens mijn jeugd hadden wij een ruwharige teckel, Lotje. Ik vertrok uit huis om op kamers te gaan wonen, Lotje bleef. Tot het moment dat zij de Nijmeegse buurt verruilde voor de eeuwige jachtvelden.

Mijn vader was net in die tijd bezig om de tuin om te toveren tot een waar bloemen- en plantenparadijs waar een teckelgraf niet echt in paste. Dus toog hij met het lijkje richting bossen. Je wilt zo’n lieve hond toch een plekje geven waar die zich prettig had gevoeld.

Vervelende bijkomstigheid in die tijd was de ontvoering van Gerrit-Jan Hein. De politie had een vermoeden van de plek waar de onfortuinlijke man was begraven en zocht in die contreien. Mijn argeloze vader kwam met een uitvouwbaar campingschepje het bos uitlopen. Het duurde wat langer voor hij thuis was.

Bij de woning waar ik de laatste paar jaar woonde hoorde een tuin die groot genoeg was om alle overleden huisdieren een passende plek te geven. Als eerste ging Bram, de Cairn Terriër. Ik kwam op mijn verjaardag de trap aflopen en vond daar onderaan zijn moegestreden lichaampje als kadootje. Omdat ik zeker wist dat mijn zonen zijn verscheiden als excuus zouden aanvoeren om niet naar school te hoeven, krulde ik zijn lijfje netjes in zijn mandje. “Stt, Bram slaapt nog”.

De volgende hond konden we  op een zondagmiddag ophalen bij de dierenambulance. Omver gereden op de dijk, gelukkig herkenden wij het riempje. Dit keer konden wij het leed niet verbloemen voor de zonen en werd er gezamenlijk een graf gegraven in de tuin. Toen wij het lichaampje zachtjes in het gat lieten zakken liep zoon2 wel geëmotioneerd weg. “Het is niet om aan te zien” snikte hij.

Na deze hond volgden er helaas nog meer. Om maar niet te spreken over dode hamsters, konijnen en zielige, uit het nest gevallen vogeltjes. Allen kregen een plaats tussen de bloemen zodat ik ieder jaar bij het omspitten van de aarde weer op een verrassing kon rekenen. Dat houdt tuinieren zo spannend ! Gelukkig was zoon3 toen net in zijn botten en skelettenfase.

in de keuken lag ook een dode hond

19 nov

Wat kan een simpel zinnetje in een krantenberichtje met je fantasie doen?

Opmerkelijk bericht : “ Een 69-jarige vrouw uit het Belgische Anderlecht heeft bijna een jaar naast het gemummificeerde lichaam van haar overleden man geslapen. In de keuken lag ook een dode hond”

Ik heb nog nooit een dode hond in de keuken gevonden. Wel onder aan de trap, omver gespoten bij de dierenarts, buiten in het hok en platgereden op de dijk. Honden zijn duidelijk geen olifanten die er gezamenlijke sterfplekken op na houden. Honden zijn meer van Where ever I lay my head, thats my home. De hond, al dan niet in de pot, sterft daar waar hij op dat moment is. Zijn lievelingsplek, denk ik. Vandaar dat die Belgische mevrouw hem lekker heeft laten liggen.

Waarschijnlijk dacht ze ook zo over haar echtgenoot. Die lag al meer dan een jaar uitgedroogd naast haar in bed. Zij had waarschijnlijk wat moeite met afscheid nemen zodat ze zijn onwelriekende lichaam voor lief heeft genomen. Zeg nou zelf, na een flinke bonenmaaltijd was Sjefke ook al niet te harden.

Negen van de tien keer blijkt bij zo’n berichtje het krampachtig vasthouden aan de pensioenuitkering een rol te spelen. Hier leek dat niet zo. Nee,  Sjefke deed alsof hij  dood was maar dat was maar een grapje van hem en straks zou hij vast weer opstaan voor een lekker kopje erwtensoep. Dus bleef ons madammeke netjes zijn kleren wassen. Behalve dan die pyjama die hij aan had, dat was zijn lievelings pyjama.  Ja, hij werd wel wat langzamer maar ja, wat wil je? Het was ook al een oude man..

Trouw bleef ze iedere avond de aardappels schillen en de speklapjes braden. Natuurlijk klaagde ze wel over het feit dat hij zo weinig at de laatste tijd en de biertjes waren ook al over de datum.

Toen uiteindelijk de woningbouwvereniging aan de deur stond om twaalf maanden achterstallig huur te innen, vroeg ze om een momentje geduld. Ze zou even aan Sjefke vragen waarom hij de rekening niet betaald had.

Vester71 Wat kunnen wij bloggers met een simpel krantenberichtje?

kill the vampire

18 nov

 

In mijn studententijd, begin jaren tachtig, ging ik eens uit eten met een studiegenoot. Er zat toen een illegaal Spaans restaurant aan één van de grachten en daar kwamen wij graag. Een beetje student toendertijd  kende de geheime klopcode voor aan de deur en kon daarna aan wiebelige formicatafeltjes genieten van heerlijk, kruidig  Spaans voedsel.

Rijkelijk voorzien van knoflook stapten wij in de laatste bus richting studentenhuis. Het was rustig in de bus, achter ons zat een wat ouder echtpaar. Na zo’n vijf minuten hoorden wij sterk afkeurend gekuch en gemompelde vloeken. Wij dachten dat het belegen echtpaar haar wekelijkse ruzie aan het oefenen was maar dat bleek anders toen zij uitstapte.

Man en vrouw hadden hun sjaals strak over hun neus gewikkeld en passeerden ons met vuile blikken. Vlak voordat zij uitstapte schoof de vrouw haar sjaal omlaag en siste vals: “Vuile knoflooks!” Wij bleven in verbijstering achter. Vuile knoflooks??

Het gebruik van knoflook was toen en wat jaartjes daarvoor echter nog niet geheel ingeburgerd. Ik weet nog dat ik in mijn uitgaans/disco-fase zat. Mijn vader was tandarts en zijn vriendin mondhygiëniste. Dus uit piëteit voor de patiënten werd er doordeweeks geen knoflook in het eten verwerkt. Zij meenden echter de schade ruimschoots in te moeten halen in het weekend. Tja, dan ging ik juist op pad met leuke vriendjes en kon die knoflookwalm dus echt niet gebruiken!

Iets dergelijks overkwam mij toen ik met vrienden naar een concert van Candy Dulfer ging. Ik had van tevoren een broodje shoarma gegeten, zij niet. Om aan hun geweeklaag te ontkomen sleepte ik ze, op mijn  rekening,  mee naar een shoarmatent, voor het concert begon.

Laatst stelde mijn vader dat je tegenwoordig eigenlijk nooit meer iemand rook die knoflook had gegeten. Of dat door een toenemend aantal uitheems kokende medeburgers kwam of door het zich ingenestelde gebruik van knoflook in de Hollandse keuken kwam wisten we niet.

Goed, hoe kwam ik hierop? Vanavond maakte ik spaghetti aglio e olio. Er zaten maar liefst zes knoflooktenen door de olie. Zul je zien dat net vanavond George Clooney aanbelt…

monstertjes

6 nov

 

En weer had ik niet nagedacht vóór ik boodschappen ging doen. Het was woensdagmiddag, nightmare on Appiestreet. Ontbraken dit keer wel  de om voetbal- of dierenplaatjes,  bedelende kinderen, er was genoeg grut om mij vreselijk te ergeren. Als eerste kon ik niet door de toegangspoortjes omdat daar trossen kleine kinderen aanhingen. Een beetje hard rammen met mijn solide boodschappenwagentje verhielp dit euvel maar toch, de toon was gezet.

Overal liepen kleine klierkindertjes en kon ik niet stevig doorstappen in mijn vertrouwde supermarkttempo. En dan de moeders die midden in het gangpad op Sesamstraatachtige wijze meenden te moeten uitleggen dat een kilo zak snoep vandaag niet tot de mogelijkheden behoorde.  Vruchteloos een poging tot gesprek aangaan terwijl het betreffende kind zich vol overgave op de vloer stort met bijbehorend gekrijs.

Ik moest  dan ook vaak de neiging onderdrukken om dat kind in mijn volprezen ijzeren klauwgreep te nemen en zwaar fonetisch als wel in doventaal “NEE” te fulmineren. Maar dat mag niet van die moeders. Zij beginnen liever een discussie met dat satanisch gebroed. Neem van mij aan, nooit discussiëren met kinderen onder de vier jaar..

Jaren geleden toen wij net ont-yupped waren en in de kinderrijke fase zaten, hadden we met nog wat andere jonge-kinderen-echtparen, speciale etentjes bij elkaar thuis. Gulden regel was ; geen kinderen!! Dat ging goed tot we bij het derde echtpaar in kwestie kwamen. Terwijl wij de auto parkeerden zagen we al drie kinderkopjes boven de vensterbank uitsteken. Een hartgrondige vloek ontsnapte mijn lippen maar hoopvol trad ik binnen, er van overtuigd dat de oppas de kinders binnen een kwartier weg zou werken naar boven.

Dat bleek een illusie. Tijdens het voorgerecht luisterden wij allen mee naar liedjes van Gert en Samson en halverwege het hoofdgerecht werden er matrasjes rond de feestelijke dis gedrapeerd. Daarop lagen toen de drie kinderen en van daaruit werd ieder volwassen gesprek in de kiem gesmoord.

Het was vrij snel afgelopen met deze etentjes, we hebben elkaar nog wel eens gezien tijdens een borrel maar daar stond dan een grote bak met snoep. En een Playstation.

het lelijkste schilderij

4 nov

 

Afgelopen zondag waren we in Haarlem bij een heuse vernissage. Acht schrijvers hadden een kort verhaal geschreven en acht schilders maakten daarbij een passend doek. U weet misschien uit vorige stukjes dat ik en moderne kunst een ietwat wankele verhouding hebben. Kunst waarbij je  je afvraagt wat in godsnaam de achterliggende gedachte is en dat je daar, op die tentoonstelling,  niet achter komt. En vervolgens afdruipt als blijkt dat je het toch echt heel erg verkeerd begrepen hebt.

Maar!! Ha, dat zou me bij deze tentoonstelling niet gebeuren! Het thema was namelijk Het Lelijkste Schilderij Ter Wereld. Kijk, daar kon ik wat mee. Hoe ze het voor elkaar kregen deed er niet toe, ik kon gewoon berusten in het feit dat ik het betreffende kunstwerk spuuglelijk mocht vinden. Wij trokken onze OV-passen en treinden richting Haarlem.

De expositie was gehuisvest in een klein pandje uit 1608.Het stond dan ook verontrustend uit het lood, voorover hellend richting donkere gracht. Via een scheef getrokken stenen trapje klauterden we naar beneden.

Het was een kleine ruimte,  net genoeg voor acht schilderijen. De al aanwezige bezoekers pasten er dus eigenlijk niet meer bij zodat er al vlot jassen werden uitgetrokken en de witte wijntjes (want kunstenaars scene) overtollig vloeiden. Mijzelf door de hippe bovenlaag van de Haarlemse bevolking heen worstelend, viel mijn oog als eerste op een manshoog, roze paneel waaruit een constructie, een soort regenpijp, stak met daarop een werkende chocolade fontein. Op een aangebracht schapje stond een boek met creatieve bezigheden voor de vrouw, anno 1969. Ik liet een nederige zucht aan mijn lippen ontsnappen en las de bijbehorende tekst. Die bracht mijn culturele weegschaaltje toch weer aardig uit balans. Iets met blote piemels in de bus en neuspeuterende mannen….

Wanhopig zocht ik verwijzingen naar zoete chocolade en roze macramé maar vond dat niet. Licht zwetend vlogen mijn ogen van tekst naar schilderij en weer terug. Ik voelde mij, ondanks mijn hippe bohemienne paarse jurkje, erg misplaatst. Snel liep ik door naar de volgende hoek. En die tekst begreep ik gelukkig. Er stond in dat mensen bang werden van het schilderij. En moesten overgeven of huilen. Het geschilderde object deed dan ook het meest denken aan een grote drol waar een vogelsnaveltje benauwd en angstig uitstak.

Gerustgesteld wurmde ik mij door de mensenmassa naar het volgende schilderij. Het verhaaltje dat er bij hoorde had als titel ‘Het lelijkste schilderij ter wereld’ . Opluchting alom, blijft alstublieft strak bij het thema anders ontsporen de argeloze bezoekers. De tekst  verhaalde over wat lelijk en onaangenaam was en leerde ons dat wij in Friesland niet over kunst zouden moeten praten vóór half elf ’s ochtends. Het bijbehorende doek liet een vage, aubergine kleurige vleeshomp zien met wat rode rafels. Onduidelijke vlekken er omheen zodat ik toch mijn leesbril uit mijn tasje viste. Toen las ik de titel van het schilderij;  ’KUT’.

Ik bestelde een glas wijn bij de bar en bleef in een hoekje staan, zacht wenend voor mij uit starend.

‘KUT’ is overigens  te koop. Voor € 2750,- Nou u weer.