Archief | december, 2013

Op kamers wonen

7 dec

 

Mijn studententijd begon ik op een kamertje driehoog bij een Surinaams Hindoestaans echtpaar op tweehoog, in de Utrechtse schepenbuurt. Het waren lieve mensen, ik mocht iedere dinsdag bij hun in de overdadig vergulde woonkamer Dallas kijken. Echter, toen ik het Louis XIV-behang  in mijn gehuurde kamertje wit had geverfd bekoelde de relatie ietwat. Vooral omdat halverwege de verf op was en ik geen geld had voor nog een blik.

Na twee maanden kon ik een kamer krijgen in dé integratiewijk van Utrecht, Kanaleneiland. Het voordeel van deze kamer was dat ik alleen met een studiegenote de keuken en badkamer deelde. Alleen als de huisbaas nachtdienst draaide moesten we bedacht en vooral bekleed de douche uitkruipen. En mannenbezoek was overigens ook uit den boze. Wij hadden vrij veel broers, indertijd.

Op deze etage creëerden we een waar en heus mediahol; boeken, kranten, stapels blanco papier en twee typemachines. Ja, lieve kijkbuiskinderen, we hebben het hier over 1982. Tekstverwerkers waren nog niet beschikbaar voor de gewone burger en tijdens de studie Journalistiek werkten wij op van die bakbeesten met groene lettertjes. En die waren heel modern toen.

Berichten en informatiekrantjes werden toen nog gewoon daadwerkelijk in je postvakje gedumpt. Nee, ‘postvakje’ stond niet voor je emailaccount maar voor een getimmerd vakje op een grote muur. Mijn PV nummer was PV23 en daar haalde ik elke dag opdrachten, beoordelingen en soms ware liefdesverklaringen incluis rode roos uit.

Na drie maanden in ons journalistieke zoldernest kregen we via een studiegenoot het aanbod om een heus, heel echt , vers gebouwd grotemensenhuis te huren. Diegene die op de wachtlijst  hadden gestaan zagen er van af en door wat gesjoemel met achternamen konden wij na twee weken met zijn vieren dit krakendvers nieuwbouwhuis betrekken in een vinex-wijk die toen nog geen vinexwijk heette.

Het huis had een grote tuin en die hadden wij al snel omgebouwd tot een pompoen en wietplantage. De gezamelijke woonkamer had na een maand of drie dezelfde uitstraling. Er zat nog bouwbehang op de muren dat pas na een maand of wat overgeschilderd cq behangen mocht worden. Daarom vroegen wij iedere bezoekende mede-student iets in woorden of tekening achter te laten op onze muren.*noot.

*Zelfs na vier vette dikke lagen latex van de Kwantumhallen bleken de meest opruiende teksten toch nog door te schemeren en bleef het ‘Op naar de barricades-gevoel’ lang na sudderen.

Tot ons afstuderen hebben wij daar gewoond, weliswaar onderling ruilend van partner en weer terug maar toch. Het appartement staat er nog steeds natuurlijk. Soms bekruipt me de behoefte om te loeren naar de mensen die er nu in wonen. Ik denk wel dat de wietplantage inmiddels is weggekapt. Niemand wil toch een brandnetelveldje in zijn tuin?

Snikkelaas

5 dec

 

Half Nederland werkt zich weer in het zweet deze dagen om de perfecte surprise en het meest literaire gedicht ooit te produceren. Deuren waarop bordjes met Verboden Toegang hangen en een alles doordringende geur van verf en lijmstoffen in huis. Nog maar niet te spreken over het continue zoek zijnde synoniemen- en rijmboek.

Zo’n vijfentwintig jaar geleden vierde ik nog Sinterklaas bij opa en oma. Alle tantes, oomes, neven en nichten en kleingrut waren aanwezig. Zo werd daar mijn toenmalige vriendje, nu mijn wederhelft,  te grazen genomen op 5 december. Aangezien hij werkzaam was als accountmanager bij een parketbedrijf lagen er, bij wijze van surprise, stapels houten plankjes klaar en mocht hij ter plekke een parketvloertje leggen. Zijn giftige wilde blikken naar mij negeerde ik natuurlijk en ik was blij dat ik hem niet van tevoren over deze vuurdoop had verteld.

Gedichten waren nietsontziend en mensonterend. Het kleinste misstapje dat je gemaakt had dat afgelopen jaar stond garant voor een bulderend gelach van de familie en een voor jou vernederende tien minuten. Dat ik ooit eens in een politiecel in Kijkduin had gezeten ( een uurtje maar, hoor!) was genoeg om mij voor altijd de familiecrimineel te maken en hier minstens nog vijf jaar in dichtvorm op terug te komen.

Toen mijn broer en ik zelf kleine kinderen hadden vierden we Sinterklaas bij onze vader en vrouwlief. Hier lag het accent wat minder op surprises dan voorheen omdat kleine kinderen natuurlijk onbeschoft veel kadootjes willen krijgen en geef ze eens ongelijk. Gedichten werden met enige spoed gedeclameerd omdat de grote stapel kadoos teveel vroeg van het uithoudingsvermogen van het nageslacht.

Het gevolg van die wekenlange opgehitste spanning en wensvolle dromen was wel dat nichtje van toen vijf, uitgebreid over de designbank van opa heenkotste nog voor er een pakje was uitgepakt en zoon3 een bibberlip kreeg bij het ontvangen van een Bob de Bouwer knuffel want hij had zo graag een levensgrote graafmachine gehad.

En laten wij ons vooral niet verbazen over de drukte morgen in alle speelgoedwinkels en giftshops. Nog drukker dan voor Sinterklaas. Dan wordt namelijk alles geruild….

prins appie de kroanige

1 dec

 

Nou ben ik in Maastricht geboren. En heb tot mijn achttiende in Nijmegen gewoond. Dan zou je zeggen dat ik qua carnaval toch redelijk ingeburgerd zou moeten zijn. Niets is minder waar. Heb ooit eens in een roze overall meegedeinst in een kroeg op  het nummer  “ Haar naam was Bloody Mary ” maar daar is het toch wel bij gebleven. Toen ik dus een heuse uitnodiging kreeg voor een prins carnaval’s  receptie, zocht ik naarstig naar die roze overall. Gelukkig bleek al gauw dat we niet uitgedost hoefden te verschijnen.

Eén van onze biljartvrienden was de eer  ten deel gevallen de taak van Prins Carnaval 2014 op zich te nemen.  Om dit heugelijk feit meer dan vaak te vieren gaf hij een prinsenreceptie in onze stamkroeg, eind november. Vol  goede verwachtingen togen wij Lent-waarts.

En daar stond onze prins carnaval, helemaal klaar voor het gebeuren met twee, in te krappe galajurken gestoken pages aan zijn zijde. Met een idiote strakke witte maillot en een pover prins carnaval’s sceptertje stond prins Appie de Kroanige daar te glimmen tussen die meisjes.

Gelukkig waren wij vroeg ter plekke zodat het meegebrachte kado nog in nuchtere staat kon worden uitgepakt. Maar toen begon al snel het bier te vloeien. Veel familieleden en vrienden kwamen de kroeg in rollen en toen de eerste collega prins carnaval met zijn gevolg binnenkwam was de sfeer al aardig richting “ Brabantse nachten zijn lang” en “Bij Hoevelaken rechtsaf”.

Op zo’n receptie is het gebruikelijk dat je als prins de andere prinsen van de omliggende dorpen en steden uitnodigt voor deze warming-up. Met de komst van prins carnaval uit Knotsenburg ( Nijmegen voor de onwetenden onder u) kreeg de stemming  een bijzonder hoog alaaf-gehalte. Al hossend op zijn eigen  carnavalskraker kwam deze binnen en vanuit mijn ooghoek zag ik schuchtere pogingen tot een polonaise. Oei, oppassen geblazen!

Binnen een mum van tijd was het kleine kroegje gevuld met volwassen mannen die zoveel en zulke grote veren op hun mutsen droegen dat het net leek alsof je een BBC-documentaire over de inheemse vogelrassen van Zuid Afrika zat te kijken. Hoe meer de middag vorderde hoe woester en wilder die veren in de rondte bewogen.  Prijsbekers werden per ongeluk van schapjes  gemaaid en de prins carnaval uit het Keulen van Gelderland (Groesbeek, voor de onwetenden onder u) stond met zijn pluimage net iets te dicht bij een brandende lamp zodat zijn veren spontaan in brand vlogen.

En nou kunnen die prinsen wel zeggen dat het fazantenveren zijn op hun muts maar dat geloof ik dus mooi niet. Ja, misschien van een prehistorisch, reeds lang uitgestorven soort want gezien de lengte van die veren moet die fazant toch echt wel een metertje of twee zijn geweest.

Nadat alle aanwezige mannen in de kroeg met de hoogblonde page van Appie de Kroanige op de foto waren gezet en opvallend weinig met de prins himself, verlieten de prinsen het lokaal om zich in de naburige gemeente opnieuw te laten onthalen. Wij plukten een verdwaalde confetti van onze schouders  en gingen ietwat ontheemd op zoek naar een restaurant.