Archief | januari, 2014

high heels!!

28 jan

Verblind door de zo fraai geborduurde bloemetjes op die mooie blauwe cowboylaarsjes bracht ik, op Marktplaats een bod uit van vijftien Euro. En, verdomd, ze waren van mij!  Toen ik de foto’s nog eens goed bekeek schrok ik echter een beetje van de hakhoogte. Dat had ik in mijn enthousiasme ietwat gemist.

Goed, ik had voor hetere vuren gestaan dus ZEVENENEENHALVE centimeter moest te doen zijn. Misschien was ik dan niet meer de kleinste in huis! Kreeg ik weer wat ontzag en respect als moeder! Zou men alsnog u tegen mij gaan zeggen!!

Toen na twee dagen het pakketje binnen kwam sloop ik er voorzichtig mee mijn boudoir in. In het heldere, felle ochtendlicht lieten de hakken mij een centimeter of meer slinken. Pheeww!  Wat  een hoogte! Wat een Eiffelgevoel!  Euromastachtig!!!

De volgende dag tegen vijf uur, na een glas wijn deed ik de laarsjes aan. Ik stond op en stootte meteen mijn hoofd tegen de lamp. Oh ja, even rekening houden met die ZEVENENEENHALVE centimeter verhoging. Het twee treden trapje vanuit mijn boudoir deed ik zonder ernstig letsel maar dat zou ook kunnen komen door de beugels in de deurposten. Die hingen daar nog steeds sinds mijn bedlegerige moeder hier had gebivakkeerd. Moedig ging ik voorwaarts.

Met strak gespannen kuiten begon ik in de keuken aan het avondeten. Oké, de afzuigkap sloeg drie keer mijn leesbril van mijn hoofd maar eindelijk had het aanrecht de juiste werkhoogte voor me. Ha, daar kwam zoon3 binnen, de laatste in ons gezin die mij schaamteloos in lengte was voorbij geslopen!  “Zo mannetje”  begon ik stoer. Al snel bleek dat mijn contactlenzen aan een revisiebeurt toe waren want hoe dichterbij zoon3 kwam, hoe minder er klopte van het perspectief.

Toen zoon3 voor mij stond berekende ik vlug dat één meter zestig plus ZEVENENEENHALVE centimeter niet gelijk was aan éen meter zesenenzeventig. Hoeveel Pi  en Pythagoras  ik er ook tegen aangooide.

Bevallig ruim ik de eettafel af. Doe af en toe een tangopasje. Zwikkend vul ik het koffieapparaat voor morgen.  Ooit zal ik mee doen aan een high heels race.

voorjaarsschoonmaak stuiptrekkingen

27 jan

 

Hoewel het nog even duurt voordat het lente is heb ik toch duidelijke gevallen van voorjaarsschoonmaakbuien. En dan bedoel ik niet met de stofzuiger om attributen heen zuigen maar die dingen verplaatsen of zelfs weggooien. En dan pas stofzuigen.  Hele projecten worden het. Neem nou die diepe inloopkast op de overloop. Daar worden al vijftien jaar lang spullen in gepropt tot het moment dat de deur niet meer dicht kan. Dan is het tijd.

Gewapend met een dubbele rol vuilniszakken haal ik diep adem en treed de rommelhel binnen. Mijn emotionele gevoelens heb ik wijselijk uitgeschakeld en dat is maar goed ook want als eerste stuit ik op een metershoge berg oude knuffelbeesten.  Ik ontdekte dat pluche knuffelbeesten uitermate geschikt zijn voor muizen om er hun nest in te graven en die lieve ouwe beer tot megakraamkamer te bevorderen.

De echte, kaal geknuffelde troetels had ik al jaren daarvoor weggeborgen op een veilige plek. Dat was nadat ik er achter kwam dat het geen pak hagelslag ‘puur’ was dat gelekt had in de kast.

Al snel na de knuffelbeesten stuit ik  op een doos met een stuk of tien paar ijsschaatsen. Op vier na allemaal kleine maten en in de kleinste ervan vind ik alweer een muizennestje. Blaadjes en isolatie materiaal zijn hier vakkundig de schoen in gemetseld maar gelukkig is het op dit moment niet bewoond. Uitschudden boven de vuilniszak en hop, op de stapel voor de kringloop.

Seizoenen zijn in deze kast moeiteloos door elkaar gehusseld vandaar dat mijn volgende vondst de kratten met vakantie spullen is. We zijn al een paar jaar niet meer wezen kamperen dus ik ben heel benieuwd. Help mij er aan te herinneren dat ik de Grzimek encyclopedie aanschrijf. Muizen hebben een sterke voorkeur voor paprikapoeder als ik het handige vijf kruiden in één potje bekijk. Hoppa, in de vuilniszak ermee. Voorlopig gaan we toch niet kamperen. Zou ook niet gekund hebben want nadere inspectie van de tassen met luchtbedden brengt fraaie knaaggaten aan het licht. Die muizen hebben ijzersterke maagjes…

Tegen de tijd dat de kast half leeg en de overloop half vol is, is mijn opruimwoede tanende en zak ik kreunend naast de strandmatjes en tien jaargangen ‘Kijk’ neder. Op de overloop is er inmiddels geen doorkomen meer aan. Gelukkig vind ik in de kast een onvervalste sneeuw schuiver en daarmee baan ik een pad door de puinzooi heen. Morgen verder.

het mobiel dat viel

24 jan

 

Om personeelskosten uit te sparen besloot wederhelft het schamele parketvloertje dat hij die maand verkocht had zelf te leggen. Crisis, u weet wel. Maandagochtend stond hij dan ook angstaanjagend vroeg in mijn keuken. Ik hou daar niet zo van. Ik heb ’s ochtends een lange aanlooptijd nodig om vragen als  “Is de melk op?”  (kijk eerst eens in de ijskast!) en “Ik heb een broodtrommel nodig!” (had je je gisteravond maar moeten bedenken) te beantwoorden.

En dan heb ik het nog niet eens over zijn speciale vloerleggershansopje dat hij graag kreukendkrakendvers startklaar naast zijn bed heeft hangen. Het ding staat na zoveel tijd stijf van de vloerlijm en lak maar schijnt een behoorlijk hoog geluksamulet gehalte te hebben. Mind you, de laatste keer dat hij de dansvloer, sorry, parketvloer betrad zonder dit kledingstuk, zaagde hij na een half uur zijn linkerwijsvinger doormidden. Vandaar.

Die bewuste maandagochtend was ik dus ietwat voorbereid op vragen die hij echt wel zelf kon beantwoorden en had ik voor de zekerheid drie broodtrommels in het zicht geparkeerd. Na alle spullen te hebben ingeladen vertrok wederhelft op zijn missie.

Na een uur was hij terug. “Waar is mijn telefoon? Heb je hem toevallig zien liggen op de oprit?” Ik hield wijselijk mijn mond. “Hij moet op de oprit liggen” piepte mijn wederparkethelft. Wat had hij gedaan? Tijdens het inladen van diverse attributen en machines had hij even zijn mobiel op het dak van de auto gelegd. Hij zei toen notabene tegen zichzelf dat dat geen slim plan was. Gniffelt u reeds mee?

Zwaar afgeleid stapte wederhelft, gehuld in zijn welriekende vloerleggerspakje de auto in en reed de dijk op. Toen het daarna op de werkvloer erg stil bleef, realiseerde hij zich wat er gebeurd was.

’s Avonds liet zoon1 aan de hand van een gespecialiseerd detectieprogram zien waar het mobieltje zich ongeveer moest bevinden. Ze zijn gaan zoeken met zijn tweeën. In de Betuwse weilanden. Met modder tot onder hun oksels kwamen ze zonder mobiel terug. En ja, ze hebben met het mobieltje van zoon1 gebeld naar het nummer van wederhelft maar geen succes. Nog een geluk dat ze niet op een achtergebleven mijn uit de Tweede Wereldoorlog zijn gestuit.

u zegt?

23 jan

 

Ergens begin jaren negentig was ik met wederhelft uitgenodigd door de boekhouder van het bedrijf waar Helft toen werkte. Koffie, glaasje, je kent het wel. Wij waren nog jong, yuppen en hadden nog geen kinderen. Zelfs geen oefenhond. De boekhouder en zijn vrouw wel. Kinderen dan, een hond heb ik niet gezien die avond.

Twee jochies, één van zes en één van acht. Kersvers uit bad stonden ze frisgeurend midden in de woonkamer om netjes het bezoek te verwelkomen. Natuurlijk mochten ze nog even opblijven en meekletsen over van alles en nog wat.

Op een gegeven moment zei de oudste  “Vindt u ook niet?” Ik wilde bevestigend antwoorden maar tot mijn verbazing zei boekhoudervrouw  “Ja, dat vind ik ook”. Toen vielen er allerlei muntjes in mijn vrijgevochten, moderne maar niet op dit soort gegevens berekende brein. Deze kinderen moesten u tegen hun vader en moeder zeggen. En het erge was dat ik daar nogal van schrok! Ik, kind van hippie ouders, die op tienjarige leeftijd bijna gedwongen werd om hen bij hun voornaam aan te spreken!!

Als ik indertijd u had gezegd hadden ze waarschijnlijk een exorcist geconsulteerd!  Toch dankte ik god, met kleine letter uiteraard,  op mijn blote knietjes want om de mensen waar je het meest om geeft met u aan te spreken? Nee. En dat heeft niets te maken met respect. Als ik u tegen iemand zeg heeft dat meer te maken met afstand.

Zodra ik met iemand een bepaalde verbondenheid voel, probeer ik ‘je’ en ‘jij ‘, n’importe de leeftijd of rang. Je merkt gauw genoeg of mensen dat op prijs stellen of niet. Mijn oma is vierennegentig . Denk je, of u, kuch, dat ik u tegen haar zeg?! Ben je bedonderd! Ik hou van dat mens en dan zeg ik geen u.

Afgelopen week werd er in de media weer gesproken over het hebben van respect naar den medemensch want dat bleek noodzakelijk. We zouden moeten beginnen met het woordje u.Tuurlijk, als ik een onbekende om de weg vraag gebruik ik echt wel u. Zijn we tien minuten later nog steeds gezellig in gesprek dan zeg ik ‘Dank je wel’.  En dan respecteer ik diegene nog steeds evenveel misschien nog wel meer.

Maar sommige mensen vinden dan dat je te joviaal bent. Zoals die politieagent die mij op zwart rijden betrapte én op het gebruik van een valse naam. Jolig probeerde ik “Ga je me nou in de bak pleuren?”  Ja, dat deed hij. Een uurtje cel in met die losgeslagen jongeren, zo breng je ze wat respect bij.

censuur!!!!

14 jan

 

 

Een niet nader te benoemen zoon kwam vanmiddag thuis van een gesprek met een niet nader te benoemen manager van een niet nader te benoemen bedrijf. Een ietwat ironisch stukje mijner hand over dat bedrijf en zoon’s bijbaantje was niet zo goed gevallen bij de leidinggevenden en zoon-anoniem kreeg op zijn donder daar over. Terwijl ik toch dat stukje geschreven had, maar goed.

Terecht was zoon-geheim- getal pissig op me en ik vond het heel vervelend dat ze hem daarmee lastig hadden gevallen. Uiteraard ging het gesprek tijdens het avondeten hierover. Zoon1 bulderde iets over vrijheid van meningsuiting en wilde al stappen ondernemen maar zoon-geen-idee-wie-dat-is was het daar niet mee eens. Ik vond dat ik mij redelijk anoniem presenteerde op Twitter en mijn Blog maar zoon-ongeboren-kind vond dat niet. “Het is internet, mam”  fulmineerde hij veelvuldig en reduceerde mij tot een naïeve Betuwse huisvrouw.

Mijn “Ja maar, ik noem nergens namen” deed hem niks en hij eiste dat alle stukjes over hem met terugwerkende kracht verwijderd zouden worden. Dat was wat pijnlijk, zou ik zo de helft weg kunnen gooien. Tot overmaat van ramp zei wederhelft dat ik eerst toestemming aan hun allen moest vragen voordat ik iets over hun op mijn Blog publiceerde. Daar ging mijn bijna uitgeschreven stukje over weg rijden met zijn auto en zijn dure mobiel op het dak ervan..

Gelukkig is zoon-mijn-naam-is-Haas niet ontslagen en wordt hij vanaf deze week weer ingeroosterd. Ik heb inmiddels in het betreffende stukje netjes de naam van het bedrijf veranderd in ‘winkel’. Had ik me misschien eerder moeten bedenken.

koopzondig

5 jan

 

We liepen rond het middernachtelijk uur door de straten van Nijmegen. Ik neusdrukte me van etalage naar etalage. Winkelen doe ik niet meer sinds de crisis behoorlijk inhakt in het bedrijf van wederhelft. En om de kat dan ook niet op het spek te binden vermijd ik plaatsen waar allerlei leuks wordt aangeboden en waarbij nooit rekening wordt gehouden met mijn portemonnee.

Dus toen ik langs al dat moois in de etalages liep kon ik niet anders dan als een kwijlende zuignap aan de ruiten hangen. Mijn gezelschap trok mij echter los zodat ik alleen nog maar van wat meters afstand een blik in de showrooms kon werpen. En toen zag ik ze!!! De groene laarsjes waarvan ik mezelf meteen afvroeg hoe ik ooit zonder had gekund. Er leken allerlei pijlen met daarop ‘Voor Pien ‘ op gericht! Interne alarmen gingen af en ik rukte mij los van het groepje vrienden. Daar stonden ze, in die bescheiden showroom, de laarsjes die ik beslist nodig had om te overleven.

Ondanks diverse najaarskortingen was het te besteden bedrag nog ver boven mijn budgetgrenzen maar in mijn brein ontstond een snood plan. Ik had een ring, ooit gekregen van mijn moeder. Met de goudprijzen van die dag in mijn hoofd rekende ik al snel uit dat met bijleggen van een tientje of twee die laarzen van mij waren! Daarom liet ik mij gedwee afvoeren door mijn gezelschap en stapte in gedachten reeds rond in die mooie groene laarsjes.

De volgende ochtend diepte ik de gouden ring uit het inmiddels steeds leger rakende juwelenkistje op en vertrok naar de juwelier die ook in goud handelde. Het onweerde hevig op de weg er naar toe maar ik verzekerde mezelf dat dat echt niet de toorn des moeders was die op deze wijze haar afkeuring liet blijken. Zij hield namelijk niet zo van groen.

De juwelier wikte en woog mijn goudschat en met een aangename portemonnee  verliet ik het pand. De volgende dag was een koopzondag in de provinciestad en tot die tijd verborg ik heimelijk de knisperende biljetten onder mijn hoofdkussen.

Voor dag en dauw stond ik die volgende ochtend voor de schoenenwinkel te wachten tot ze haar deuren zou openen. In de rij voor de kassa rekende ik nog even snel uit wat ik voor dat geld allemaal kon kopen bij de supermarkt. Gelukkig moest wederhelft toch op dieet dus hoefde ik me daar niet schuldig over te voelen. Maar bij het overhandigen van het geld voelde ik me toch een beetje zondig. Koopzondag-zondig, dat dan weer wel.