Archief | maart, 2014

Moesttuin of moestuin?

28 mrt

 

Mijn vader, de ongekroonde koning van de tuinierende familieleden onder ons, sprak een doodvonnis uit over mijn moestuin. Door omstandigheden was er zo’n kleine twee jaar niets aangedaan en dan is het gauw een woestenij, zeker hier in het buitengebied. “Vergeet het maar, je kan beter op een andere plek een nieuwe moestuin maken”.

Ik keek met trillend ooglid naar mijn eens zo gekoesterde super biologische stukje grond. Ooit plantte ik een aangewaaid stekje van de hop. Leuk, dacht ik. Wat sierlijk gekronkel langs het authentieke schapenhekje. Heeft u ooit de film Body Snatchers gezien met Donald Sutherland? Nou zoiets, de hop ontpopte zich als een niets ontziend groen wurgmonster, liters zoutzuur goot ik rond zijn wortels maar het beest was niet uit te roeien.

Daarnaast had ik uiteraard te kampen met de haagwinde, een metershoog slingerende sliert met grote witte bloemen. De wortels van dit kreng kregen buitenaardse afmetingen vlak onder het grondoppervlak en zo’n drie meter de diepte in. Pispotten noemde mijn oma de bloemen en na een jaar of twee hopeloos bestrijden vond ik dat ook.

Neem de onvermijdelijk voortwoekerende brandnetels en de , uit de bloementuin overgesprongen, Canadese guldenroede ( zet deze plant nooit en te nimmer in uw bloemenperken! Het is de satan!!) en het plaatje van zestig vierkante meter groen en bruine droefenis was compleet. Vandaar dat vaderlief somber hoofdschuddend de ravage bekeek en adviseerde om de boel maar plat te branden. Nee, dat was zelfs nog te veel moeite, gewoon niet meer naar kijken! “Hier kun je niks meer mee, Pien”.

Kijk, dat moet je nou net niet tegen mij zeggen. Dan gaan al mijn stronteigenwijze stekels recht overeind staan en roept iedere groene vezel in mijn lijf: “Dat zullen we nog wel eens zien!!!”.  Gister vertrok hij voor twee weken naar Italië en vanochtend stond ik bij het krieken van de dag klaar voor de ingang. Tenminste dat gokte ik, het was een beetje moeilijk te zien. Gewapend met kapmessen, hakbijlen en snoeischaren slaakte ik een oerwoudkreet en begon.

Mijzelf gestaag door de bush heen klievend verwachtte ik ieder moment een gestalte tegen te komen die dan “Doctor Livingstone, I presume?” zou zeggen. Dat gebeurde niet, wel vond ik een allang verloren gewaande kruiwagen en een ruggengraat.  Een behoorlijk grote ruggengraat zodat ik ineens monsterachtige geluiden meende te horen in de takkenbosjes voor mij. (Body Snatchers, weet u nog?)

Gelukkig verscheen toen zoon1 in de door mij reeds uitgehouwde brandgang. Hij werkte het snoeiafval de moestuin uit en ontstak een zinderend kampvuur. ( Als ze een fikkie mogen stoken komen ze altijd helpen. Gratis tip) Eén kwart is nu neergesabeld, morgen ga ik verder met de rest. Ik heb nog twaalf dagen voordat Hendrik-Jan de Tuinman weer terug is!

 

sms doelpunt

26 mrt

 

Wanhopig en met een klein snikje in zijn stem belde hij op, de trouwe NEC-supporter. Uitgerekend vanavond had zijn baas een vergadering gepland! De avond van de halve finale! Weliswaar met pizza voor iedereen maar voor een voetballiefhebbende vrijgezel die minstens één keer per week pizza eet, was dit geen verzachting voor het aangedane leed. Ik beloofde hem de standen per sms door te geven.

In de uren voorafgaand aan de wedstrijd was er ook net te weinig tijd om van baan te veranderen dus naarmate de middag vorderde besloot de trouwe supporter zijn lot te aanvaarden. Aangezien zijn kantoor gehuisvest was in Almere en het overgrote deel van het personeel daar ook woonde, was een vergadering met full screen tv op de achtergrond logischerwijs niet ter sprake gekomen. Wie was er nou geïnteresseerd in dat ploegje uit Nijmegen?  “Maar potver”, riep hij naar zijn collega’s  “ Het is de halve finale! Voor de beker! “  Het mocht niet baten.

Gelaten handelde hij zijn werkzaamheden voor die dag af terwijl in zijn hoofd woest juichende en brullende menigtes in het stadion het overwinningslied zongen. Hij werd somber, hij zou er niet bij zijn en afwezig liet hij zijn NEC-petje in zijn aktetasje glijden.

Toen om half zes de pizza’s arriveerden had hij eigenlijk geen honger. Hij knaagde wat aan een korstje met verdwaalde tomatensaus en liet de opstelling van die avond in zijn hoofd voorbij gaan. Hij probeerde echt zijn gedachten bij de meeting te houden maar het lukte niet. Met zijn vingers knipte hij een olijf tussen het peper en zoutstelletje door. Nul-één!!

Toen na een kwartier het eerste tegendoelpunt viel, durfde ik hem niet te sms-en. Dat kon ik hem niet aandoen. Maar tijdens het nakauwen op een stuk Margeritha viel het volgende doelpunt! Één-één! Toen sms-de ik hem natuurlijk wel. En verdomd, hij veerde op, nam actief deel aan het brainstormen en kwam met de juiste voorzetten vanuit de goede hoek.

Nadat ik de 1-3 voorsprong doorseinde had hij zich al snel opgewerkt naar een aanlokkelijke directiefunctie. Zo eindigde de vergadering dankzij ons geniepige telefoon een-tweetje toch nog in de finale.

het leed dat panty heet

24 mrt

 

Toen ik een baan had waarbij ik regelmatig kantoren van directeuren en personeels managers bezocht kon ik er etiquette gewijs niet meer onderuit. De panty. Het was begin jaren tachtig en onze districtsmanager hamerde er elke vergadering op. “Meisjes, draagt een rok, panty en sierlijk schoeisel!!” Ze was als de dood dat wij, in een noodgeval, met spijkerbroek en stevige stappers de klant moesten bezoeken. Voor alle duidelijkheid, ik werkte in de uitzendbranche, niet dat u denkt aan een ander soort klant en panty..

Er was in die tijd nog geen leuke gebroekte kledinglijn voor ons vandaar dat wij altijd één rampenplan all-size-fits-all rok plus panty klaar hadden liggen in het keukentje op kantoor.

Nu moet u weten en ik spreek dan voornamelijk tegen de mannelijk helft van mijn lezers dat een panty niet lekker zit. Heel erg afschuwelijk zelfs. Negen van de tien keer blijft het glibberige ding bij het aantrekken aan zo’n haakje van je nagel hangen zodat je een brandladder ten behoeve van het Empire States Building veroorzaakt. Zit het gevaarte dan uiteindelijk vacuüm getrokken om je benen dan moet je uiterst behoedzaam langs alle scherpe hoekjes en randjes in je huis manoeuvreren. Op weg naar je auto, nog geen drie meter, voel je het kruis van je panty bij iedere stap zakken.

De beproefde aanpak hiertegen is het dragen van een degelijke, extra onderbroek over de panty heen maar dat doe je natuurlijk niet. Stel je voor dat je een ongeluk krijgt op de werkvloer bij de klant ! Lig je daar met sierlijke panty edoch wanstaltige onderbroek! Dan maar tussentijds sjorren. Bij dit tussentijds sjorren is er wederom sprake van een groot ladder gevaar. Handschoenen heb je niet bij je dus maak je je vingers wat vochtig, trekt je nagels in en probeert zo de synthetische zooi omhoog te wrijven. (ja, ik werkte nog steeds in de uitzendbranche..)

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de statische elektriciteit die je opwekt bij het paraderen over alle hoog- en laagpolige tapijten. Bliksemflitsen uit je hoge hakjes en zelfs het aanraken van een plastic bekertje bezorgde je al een knetterende schok. Aan het schokvrij uit het bedrijfsautootje stappen wil ik niet eens meer denken. Dan zat je panty wel goed maar arriveerde je met een kapsel als dat van de bruid van Frankenstein bij de klant.

Nee, mijn moeder was slimmer. Toen zij jong was en op kostschool zat waren de panty’s met zo’n zwarte naad achterop in de mode. En wat deden die meiden? Met een zwarte pen tekenden ze een mooi streepje achterop hun blote benen. Ze hadden nergens last van!

je wordt niet thuis gebracht!!

21 mrt

 

Toen zoon1 zes jaar werd was de tijd aangebroken om een echt, heus verjaardagspartijtje te organiseren. In één van de vele pseudo pedagogische jonge ouders tijdschriften die ik maandelijks helemaal doorworstelde, stond de tip om het aantal genodigden af te stellen op de leeftijd van het jarige kind, plus één. ( het jarige kind). Zeven kinderen, dus. And so be it.

Zoon1 en ik maakten samen  mooie uitnodigingen van plaatjes van Escher, zijn favoriete kunstenaar van dat moment. We bedachten een strak feestplan de campagne en maakten boodschappenlijstjes met taart, appelsap en slingers. Zo planden wij na het uitpakken van de kadootjes en het rondgaan met iets lekkers, een creatief rustpuntje in.  Op verzoek van zoon had ik zeven witte t-shirts gekocht bij de Zeeman en een blik vol textielstiften. Maak je eigen t-shirt was het idee.

Nu woonden wij in die tijd in een klein Betuws dorpje, drie minuten ten zuiden van Tiel. Het merendeel van de ouders was werkzaam in de fruit- en tuinbouw. Ondanks dat vielen er kinderen van hun schoolstoeltje toen zoon1 eens een geschilde kiwi  in zijn trommeltje had. Dat hadden ze nog  nooit gezien. En dat is geen grapje. Maar dan heeft u een beetje een beeld.

Na ongeveer tien minuten vonden de meeste kinderen het wel welletjes dat gepruts met stiften op een t-shirt en al gauw vroegen ze of ik geen cola had. De gelederen begonnen wat te morren toen ik alleen sinaasappel en appelsap kon aanbieden. “Wanneer vertrekken we? “ werd er toen gevraagd.  Ik antwoordde iets te naïef en blij: “Jongens, het feest is nog lang niet afgelopen!! We gaan straks nog leuke spelletjes doen in de tuin en chipsjes eten!”

Angstvallig wierp ik een blik op het activiteitenlijstje, opgesteld door het pseudo pedagogisch maandblad voor jonge naïeve ouders. Ik liep toch echt op schema! Goed, in plaats van een uur waren deze kinderen al na tien minuten klaar met ontwerpen en versieren van hun t-shirts maar als ik dan straks twee zakjes chips per kind zou uitdelen dan kon ik dat wel compenseren.

Toen vroeg één van de jongetjes: “Maar we gaan toch nog zeker wel naar de McDonalds?” En als een troep lemmingen sprongen de kinderen op en renden alvast naar hun jasjes. “Neen”  schreeuwde ik met schrille stem. Zwetend zocht ik het activiteitenlijstje van moderne jonge ouders  weer op om te kijken of daar een antwoord op dergelijke onvoorziene vragen stond. Helaas, ik was op mijzelf aangewezen.  “Wij gaan niet naar de McDonalds! In de tuin liggen ballen en kegels en touwen en ander heerlijk vooroorlogs speelgoed en daar gaan jullie NU meespelen!!”

Onnodig te zeggen dat ik na een uur trillend een fles sterke drank rechtstreeks aan mijn  lippen zette. En dat ik diezelfde avond nog al de abonnementen op moderne jonge oudersbladen de deur uitgooide.

kom je ook op mijn verjaardagspartijtje?

20 mrt

 

Toen ik een jaar of negen was werd ik uitgenodigd voor het verjaardagspartijtje van het populairste meisje van de klas. Debby heette ze en ze had goudglinsterend haar omdat ze aan wedstrijdzwemmen deed en vier keer per week in een chloorbad ronddobberde. Himmel hoch jauchzend leefde ik naar die bewuste woensdagmiddag toe. Tegen twee uur ’s middags scheurde ik op mijn fietsje naar Nijmegen Oost.

We werden, na het uitpakken der kadootjes, geheimzinnig op de bank in de woonkamer gezet. Daarna werden wij giebelige meiden, één voor één geblinddoekt meegenomen naar de keuken. Ik was als derde aan de beurt en met een theedoek over mijn ogen werd ik het keukentje ingeleid.

Het was doodstil tot een mannenstem ( de vader van het populairste meisje van de klas) op griezelige toon begon te spreken.  “Vanochtend is de hond van de buren overreden door een auto”  Ik begon al lichtelijk spijt te krijgen van het dure kadootje voor het populairste meisje van de klas…

De mannenstem sprak verder. “Het hondenlijkje ligt hier op het aanrecht, voel maar!” en vervolgens werd mijn hand in een richting geduwd waar die helemaal niet heen wilde. Nou, populair meisje of niet, ik zette het op een schreeuwen en weigerde mijn hand uit te steken. De blinddoek werd snel verwijderd en op het aanrecht stond een metalen afdruiprek, volgesmeerd met aardbeienjam.

De rest van de middag was ik de risee van het feestje. Ik was het meisje zonder lef in mijn donder. Vriendinnen bekeken mij minachtend schuin vanuit hun ooghoeken en ik was daarom de eerste die op haar fiets sprong om naar huis te gaan.

Na drie weken had ik het vriendje, de populairste jongen van de klas, afgepikt van dat populairste meisje van de klas. Mijn wraak was honingzoet, oké, aardbeienjam zoet…

CDA-groen

19 mrt

 

Al weken werden hier in het overwegend agrarisch  deel van de Betuwe de weilanden in bezit genomen door grote groene verkiezingsborden van het CDA. Dat weet je. Toen wij onze boerderij hier kochten waren wij er ons van bewust dat we een hoop J.P. buurmannetjes zouden hebben. Ik vond mijzelf wel een goede keuze voor een beetje balans.

Nu heeft het buurtschap waar wij wonen zo rond de vijftig inwoners.  Vaak waren we stemburoloos en moesten met georganiseerde busreizen vijf kilometer rijden maar sinds twee jaar hadden we weer een echt heus stemburo in het naastgelegen dorp. Eén kilometer verderop maar dat is makkelijk te doen op de tractor.

Kreeg zoon1 vanmiddag nog bij het uitstappen op het station haastig uitgedeelde last- minute- decision- koekjes, van welke partij was hem ontgaan, hier hadden wij alleen maar de grote groene borden op elk stukje gras dat er was.

Het stemburo ging pas om één uur ’s middags open zodat ik de hele ochtend nerveus heen en weer ijsbeerde met het felbegeerde stembiljet in mijn knuisten geklemd. Tegen half één hoorde ik de boeren in de nabijheid hun trekkers starten en zag dat ze groen gekleurde CDA vlaggetjes langs de zijkant spanden. Sommige durfallen hadden voor de gelegenheid Klara64 uit de wei geplukt en voorzien van een groene deken. Als cowboys gingen zij op weg naar het stemburo.

Mijn lieve vader, al zijn hele leven hartstikke rood, was hier op slag kleurenblind geworden bij het zien van deze groene overmacht.  Maar goed, het was één uur, tijd om te gaan stemmen. Toevallig had ik vandaag groene laarzen én een groen vestje aan anders was ik waarschijnlijk niet eens binnengekomen.

Ondanks het feit dat ik iedereen achter de tafel kende en zij mij, moest mijn identiteit gecheckt en gedubbelcheckt worden. Omdat we natuurlijk ook nog de laatste dorpsroddels moesten uitwisselen, stond ik pas na tien minuten in het, met landbouwplastic afgedekte, stemhokje. Een eenzame groene ballon hing aan de buitenkant. De buurboeren scandeerden luid: “Pien, je weet wat je moet doen! Stem groen!!”

Dat heb ik gedaan, alleen met het woordje Links erachter. Ik zal ze krijgen….

hallo, geen lampen

13 mrt

Toen ik mijn auto startte, blonk, glom en glitterde mijn dashboard als een overmaatse opgetuigde kerstboom. “Ho “ dacht ik. Doorgaans schiet ik in hyperventilerende aanvallen bij brandende lichtjes voor mijn neus maar dit keer meende ik de naderende onheilsbodes makkelijk te doorzien.

Dat mijn ruitenwisservloeistof op was, wist ik al sinds gister. Nu kwam er het icoontje van een benzinepomp bij. Die snap ik zelfs. Maar nieuw in de oplichtende rij was een brandend lampje met een streep erdoor. “Makkie, Pien” zei ik tegen mijzelf onderwijl buikademhalingsoefeningen doende.

Dus, onderweg naar mijn bestemming, het begon reeds te schemeren, toch maar even het plaatselijke tankstation visiteren. Tank volgegooid, ruitenwisservloeistof tot een acceptabel niveau gebracht en binnen op zoek naar een lampje. Niet te vinden tenzij ik een doos vol verlichting voor een half ruimteschip wilde aanschaffen voor twintig Euro.

Dat wilde ik niet! Gelukkig had de kassamevrouw achter haar losse koplampjes voor de verkoop liggen en vrolijk vroeg ze me welke ik wilde. H1, H2 of H3. Huh? “Nou, het is voor die blauwe auto daar bij pomp drie” zei ik bibberig. Met die wetenschap kwam zij ook niet verder, daarom sprak ik de man achter mij in de rij aan met de vraag of hij wist welk lampje mijn auto nodig had. Tenslotte is dat nou typisch iets wat mannen weten.

Helaas. Ontmoedigd en angstig voor politieaanhoudingen liep ik naar mijn auto terug. Bij pomp vier stopte net een auto en in mijn hulpzoekende waas zag ik het BMW embleem voor dat van een Volvo aan. Ja, ik weet het, is niet goed maar ik was een beetje in de war. “Meneer, u weet vast welk type lamp ik nodig heb voor deze auto!!” riep ik en deed wat onschuldige meisjes huppeltjes rond de motorkap.

De gevleide man opende mijn motorkap en friemelde aan allerlei dingetjes. “Heeft U niet een boekje over Uw auto?” ( Het was een Belg, vandaar de ‘U’) Hij was ondertussen al onherstelbaar besmeurd met vuil en andere olieachtige dingen die in mijn auto bleken te huizen.

Nou heb ik wel degelijk een boekje over mijn auto in het dashboardkastje maar dat is in het Italiaans. Maar goed, samen met mijn Belgische vriend worstelde ik me beyond pasta, pizza en al dente heen. Wij bladerden wat heen en weer en hadden tegelijkertijd een auto lucide orgasme bij het ontwaren van een H-woord in de brei van Romeo en Julia tekst.

Mijn ernstig besmeurde Belg verdween in het toilet om zich te wassen en ik kocht triomfantelijk een H1 lampje bij de kassa en vertrok richting eindbestemming. Daar moesten ze erg ginnegappend lachen. Zij zouden dat lampje wel effe in zetten. Daar gaat mijn volgende stukkie over…