Archief | april, 2014

you’ve got mail!!

30 apr

 

Vroeger, ja vroeger, had je je brievenbusje waar van alles in viel. Reclamedrukwerk bestond nog niet dus alles wat er in dat busje viel was altijd de moeite waard. Ik ben zelfs nog van de generatie van vóór het verplichte groene plastic geval aan de straatzijde. Ik hoefde niet in peignoir op pantoffels naar buiten te lopen om de post te halen. Gewoon in mijn half blote kont de deurmat leeghalen. Alhoewel, in mijn ouderlijk huis hadden wij een, in de muur ingebouwde, brievenbus met spannend luikje ervoor. In die tijd kreeg ik verfomfaaide liefdesbriefjes en de vruchten van een wekelijkse correspondentie met een tante van me. En dan heb ik het niet eens over de AgFa-filmpjes die vier weken na de zomervakantie in Frankrijk in de bus vielen!!

Tegenwoordig  blijft mijn brievenbus angstvallig stil en leeg. Sinds het intreden van E-mail en ander computergeneuzel ontving ik slechts via dergelijke media post. Echter, een klaagtweet, geplaatst op Twitter,  veroorzaakte een kleine revolutie. Er waren er meer zoals ik!! En spontaan deelden wij adressen via DM en stuurden elkander vrolijke, echte ansichtkaarten! Want wat is er nou leuker dan echte, tastbare post?!

Hoop- en verwachtingsvol strompelde ik iedere ochtend door wind en regen naar de aan de straatkant geplaatste plastic bak. Nostalgie, dames en heren!! En gelukzalig weer terug lopend met door regen verweekte envelopjes en kaarten. Aan te bevelen! Ooit een E-mail aan je prikbord gehangen? Nou dan.

Sowieso bemerk ik de laatste tijd een sterke hang naar het verleden onder mijn generatiegenoten. Er worden geen cd’s meer gekocht maar echte elpee’s! Zo ken ik iemand die ouderwetsche  platen koopt en die dan vervolgens op een high-tech platenspeler afspeelt, genietend van elke kras en overslag.

Daarom was ik ook zo vreselijk blij met de tekenaar, kunstenaar zo u wilt, die het , voor mij onbekende,  project  Mailart  aankondigde. Kleinkunst via die goeie ouwe PTT. Ja, ik weet dat ze tegenwoordig anders heten maar ik blijf lekker PTT zeggen.

Mailart dus. Een persoonlijk  gericht kunstwerkje op ansicht formaat. En dat pluk ik dan zo maar uit mijn groene gietijzeren brievenbus aan de straat. Dat plastic ding hebben we al jaren geleden er uit geflikkerd. Inmiddels hangt het kunstwerkje ingelijst aan mijn muur. Interesse? Check @GodPipo op Twitter of Facebook.

take the long way home..

29 apr

 

Heeft u dat nou ook? Rustig rijdend in je auto en dan ineens op een rood-wit hek stuiten met daarop in het geel ‘Doorgaand verkeer gestremd’.  Gestremd klinkt in mijn oren toch altijd nog wel toegankelijk, alleen wat moeilijker.  Daarnaast staat dat hek niet helemaal over het wegdek maar hangt een beetje zielig aan de rechterkant. Dan ben ik altijd geneigd te denken dat deze waarschuwing al ingetrokken is  en in ieder geval sowieso niet op mij van toepassing is.

Dus toen ik maandagochtend rond half zeven van A naar B reed passeerde ik schaamteloos deze dreigende dwanghekken. Ik werd hierbij gesterkt door twee, voor mij rijdende, witte busjes.

U bent, hoop ik, bekend met het fenomeen Wit Busje. In een wit busje zit of zitten altijd handige mannetjes die van alles kunnen oplossen. De “Bel Frank en hij timmert de plank” en de “Vraag het Jan, die kan er wat van”. Omdat zij meestal opereren naast een bijstandsuitkering staan er op het witte busje geen wervende reclameteksten of telefoonnummers. Hun gegevens krijgt u meestal op een verjaardag of kroegbezoek. “Daar weet ik wel een mannetje voor! “ en voor u het weet staat dat witte busje bij u op de stoep.

Goed, na nog twee hekken brutaal voorbij gereden te zijn sloegen de twee busjes linksaf de Vinexwijk in. Zij moesten vast een  moeilijke klus klaren aldaar dus ik reed vrolijk de steeds leger wordende weg op. Tot ik op een rood-wit hek botste dat midden op de weg stond. Met daarachter een onoverkomelijke berg zand en brokken asfalt. In het veilige omhulsel van mijn auto begon ik een tirade tegen de onschuldige wegwerkmannen, foeterde en schold dat ik slechts een armzalige kilometer van mijn huis verwijderd was! Dat was zinloos omdat er niemand aanwezig was en ik keerde mijn auto met giftig piepende banden, scheurde een stuk van de berm af en sloeg de eerste afslag  rechts de Vinexwijk in. En toen begon de nachtmerrie pas…

Ik vermoedde dat, bij het opzetten van het wegenplan van deze wijk, de hele commissie Infrastructuur  zwaar aan het lokale bier en jajem had gezeten. Alle wegen richting het zuiden liepen dood, ik moest via bijkeukens en houten schuurtjes mijn logge auto keren. Een spoor van vernieling achter me latend,  bleef ik wanhopig de weg naar het zuiden, richting de verlossende dijk naar huis zoeken.

Nadat ik veertig straten heen en weer zigzaggend had doorgereden kwam ik, net als de vorige twintig keer weer terecht bij de enige uitvalsroute van deze satanische wijk. Met een enorme omweg bereikte ik tenslotte de vertrouwde weg naar huis. Voortaan negeer ik nooit meer rood-witte hekken en volg braaf de alternatieve route. Je kan nog beter op een boot verdwalen..

“kunt u mij de weg naar Harlingen vertellen, meneer?”

28 apr

 

“Blijven jullie maar lekker zitten dan haal ik een grote berg friet uit het restaurant” zei ik op de terugweg van Vlieland naar Harlingen. We zaten op de veerboot en waren nog een beetje wankel ter voet en been door de festiviteiten van de Koningsdag op het eiland. Dat was een belevenis apart. ’s Ochtends werd ik wakker met mijn jurk binnenstebuiten aan en twee ontvelde knieën. Maar dank zij een meer dan voedzaam en overdadig ontbijt waren wij tegen het middaguur in staat de barre thuistocht te aanvaarden. Als makke lammeren werden we langs dranghekken richting de boot gedreven.

Na vijftien minuten vertrokken we en na dertig minuten waren we het eens dat de boot toch echt meer heen en weer schommelde dan op de heenweg. Om te voorkomen dat onze gelaatskleur van licht- naar donkergroen zou kleuren stelde ik voor wat proviand te halen in het Self Service Buffet. Met grote pijlen stond het buffet aangegeven dus met een ware zeemanstred vond ik de weg en sloot achteraan in de meterslange rij.

Ik bedacht mij wel om op de terugweg een shortcut te nemen want op één of andere manier was ons gezelschap in de Familie Salon gestrand. Gratis tip: Ga nooit of te nimmer op een afdeling met de naam Familie zitten. Hier bevindt zich namelijk altijd een kudde hyperactieve vervelende kutkindertjes  die hard heen en weer rennen, niet luisteren naar hun ouders, om de vijf minuten met hun vingers tussen de schuifdeuren komen en uiteraard vier keer per uur van het gietijzeren nostalgische trappetje lazeren.

Dat in gedachten besloot ik om straks via de achterkant van het schip naar beneden te gaan dan hoefde ik niet balancerend met dienblad kinderen ontwijkend ons tafeltje te vinden. Toen ik na twintig minuten eindelijk de berg friet en salades kon afrekenen stapte ik voortvarend in de tegenovergestelde richting waar ik vandaan kwam.

Nadat ik voor mijn gevoel evenveel trappen was afgedaald als op de heenweg naar boven, opende ik een deur en stapte het dek op. In eerste instantie herkende ik niks ondanks het feit dat er vlak voor mijn voeten een kind een bloedlip viel. Na nog wat meters tussen tafeltjes door te zijn gezwalkt besefte ik dat dit niet de goede verdieping was. Terug dan maar en nog een trapje naar beneden nemen. In plaats van vertrouwde gezichten zag ik slechts toiletten, een geheim verstekelingenhokje en de motorruimte.

De frieten begonnen er al wat klef uit te zien en ik liet een spoor van rucolablaadjes achter voor het geval dat. Balancerend met mijn dienblad werkte ik me uit de krochten van het schip. Een licht gevoel van paniek overviel mij. Weer over het verkeerde dek lopen durfde ik niet, de mensen zouden vast gaan lachen en mij honend na wijzen! Toen, als door een goede zeegod gezonden, kwam er een man met een overhemd van de rederij langs. Onnodig te zeggen dat ik mij met dienblad en al als een mossel aan hem vast klampte en smeekte om de verlossende route naar de Familie Salon.

Via geheimzinnige deuren en onzichtbare gangetjes bracht hij me terug naar het Familie Dek en gelukkig vond niemand het erg dat de frietjes een beetje koud waren.

 

 

auto rijden

25 apr

 

Ik vind dat ik kaart kan lezen. En dat ik, na bestudering van een stadsplattegrond, feilloos de weg kan vinden. Ja, ja, ik hoor het hoongelach van mijn mannelijke lezers wel maar ik luister lekker toch niet. Zoals ik al eerder schreef, mijn  Italiaanse stiefvader zei ooit: “You drive like a man”. Nou dan!

Laatst beweerde  iemand, meerijdend in mijn auto, dat ik te laat schakelde. Wegrijdend vanuit de drie dropte ik hem op een verlaten punt en zei dat hij maar moest gaan lopen. Blijft wel het feit dat ik graag geconcentreerd auto rijd. Geen herrie en afleidende gesprekken want dan raak ik letterlijk en figuurlijk de weg kwijt.

Zo moest ik ooit eens met de districtsmanager van het bedrijf waar ik werkzaam was naar onze belangrijkste klant. Ik was uitzendconsulente bij een uitzendbureau, één van de vele takken van het grote Vendexconcern, of V&D zoals je wil. De districtsmanager was niet alleen districtsmanager maar had ook nog eens die V&D achternaam! Dagen van te voren zat ik al te zenuwpezen want én grote klant én grote manager. De klant, één van de belangrijkste banken in Nederland, was aan het flirten met de concurrent en dat mocht natuurlijk niet! Vandaar dat ik met grof geschut een werkbezoek moest afleggen.

Al een uur van te voren was de districtsmanager met de D-naam op kantoor. Ik liet bekertjes koffie vallen, struikelde over mijn, inderhaast gekochte, hoge hakken en smeerde per ongeluk mijn lippenstift van oor tot oor.

Toen was het tijd om te gaan. De Grote Belangrijke Klant bevond zich op loopafstand van ons kantoor maar de Grote Belangrijke Districtsmanager dicteerde dat wij per auto zouden visiteren. Gelukkig had ik de avond te voren mijn auto ontdaan van rommel en andere vrouwelijke futiliteiten maar het bleef natuurlijk een klein rood kutpeugootje.

Met zwetende handen draaide ik de contactsleutel om, gelukkig, hij startte! Voorzichtig manoeuvreerde ik de parkeerhaven uit en reed de binnenstad uit. Oh, help! De Belangrijke Districtsmanager met de D-naam begon een gesprek!  Ik probeerde zo geanimeerd en intellectueel weerwoord te geven. Helaas ging dit ten koste van mijn navigeerkunsten….

Toen ik na tien minuten de auto parkeerde vroeg de Belangrijke Districtsmanager met de D-naam verbaasd: “Is het hier??”  Omdat ik was afgeleid tijdens het rijden had ik volkomen op de automatische piloot de weg naar mijn eigen huis gereden en stond nu op mijn  oprit met de Belangrijke Districtsmanager naast me. Ik kromp ineen en was er van overtuigd dat Hij dacht dat hij geschaakt was en ik achter zijn familiekapitaal aan zat.

“Oef, verkeerde  afslag” mompelde ik geheel overbodig en vloog met ratelende versnelling achterwaarts mijn oprit af. De Belangrijke Klant waren we kort daarna kwijt maar dat had natuurlijk niks te maken met mijn rijvaardigheid.

bier

22 apr

 

Tijdens mijn eerste echte verkering begon ik bier te drinken. Ik was zestien lentes jong, er was nog geen alcoholverbod, vriendje was student en voetballer en dan ga je toch wat minder snel aan de sherry of cognac. In onze  kroeg, de drummer van de Frank Boeyen groep stond achter de tap, dit geheel ter zijde, dronken wij samen bier. Dat wil zeggen, ééntje per persoon en daar deden wij een dik uur over. Wij hadden het veel te druk met staren in elkaars ogen want dat gebeurt als je verliefd bent.

Nou had ik wel eens eerder het gerstenat  mogen proeven. Mijn vader was ooit fractievoorzitter van de PvdA in een provinciestad en er stond een weekendje uit met de gehele fractie op de agenda. In een CenterParcs achtig onderkomen. Goed, het was eind jaren zeventig, toen was dat nog hip. Ik vond het in ieder geval hartstikke leuk.

’s Avonds, na het eten, gingen we met zijn allen bowlen in de inpandige bowlingbaan. Ik weet niet meer van wie, het kan best de latere commissaris van de Koningin van Groningen zijn geweest, maar ik kreeg een paar slokjes Bier om te proeven. Mind you, ik was een jaar of elf. Nou wist ik toen al dat mensen van Bier erg vrolijk en brutaal konden worden, zelfs wat overmoedig. Dus toen ik na die paar slokjes Bier aan de beurt was met bowlen stapte ik met ingebeelde zwier en bravoure de baan op.

Ik stak mijn vingers enthousiast in de klaarliggende bowlingbal en zag te laat dat er net een hele zware via de transportband terug kwam rollen. Kloing, mijn vinger zat er tussen. De rest van het weekend deed ik niet meer mee met bowlen en uiteraard was dat de schuld van Het Bier.

Er bleken meer mensen wat last van Het Bier te hebben. De gehele fractie was onderverdeeld in twee huisjes, want goedkoper, zodat mijn broertje en ik het twijfelachtige genoegen hadden kennis te maken met de braakavonturen van de jongste gemeenteraadsleden. Dat was niet fijn. Gelukkig ruimden ze alles meteen weer op en gingen voortvarend met zeep uit de badkamer de besmette plek boenen, midden in de nacht. Ik weet het nog goed, het was een donkerblauw tapijt. Een half stuk Unicura zeep werd er in gewreven en sinds die tijd associeer ik de geur van Unicura zeep nog altijd met kots.

Mijn avonturen met Bier bleven op latere leeftijd gelukkig beperkt. In mijn studentenflat stond er één kratje bier en als je daar een flesje uitpakte moest je een kruisje achter je naam zetten. Daarvoor hing er een fraai vormgegeven A-viertje in de keuken. Niemand had geld dus met dat kratje Bier deden we wel drie weken!!

Tijden en zeden veranderen. Zoon3 wil ook nog wel eens wat alcoholisch tot zich nemen. Op gepaste tijden drinkt hij drankjes die zo wanstaltig eng van kleur zijn dat ik zou wensen dat hij een simpel biertje dronk. Ik ruik Unicurazeep…

paaskonijn

18 apr

 

Het werd weer eens tijd om de nageltjes van Konijn1 te laten knippen. Ja, laten knippen want wij durven dat niet. Ondanks speciale knip- en vijladviezen besteden wij dit karweitje maar al te graag uit. Ik heb namelijk visioenen van rondspattend konijnenbloed, agressief bijtende Flappies en sinds ik dat filmpje van angorakonijnen die geplukt werden door enge mannen zag, word ik ’s nachts regelmatig wakker door de echo van bloedstollende kreten, geslaakt door gepijnigde beestjes.

Dus geheel in het kader van de naderende feestdagen ( Nee, nee, niet Kerstmis maar Pasen, denk haas, denk zijwaarts sprongetje konijn) vertrokken zoon3 en ik met het konijn op weg naar de dierenwinkel. Nou zijn konijnen natuurlijk lief en leuk maar niet verbijsterend slim. Ondanks het feit dat wij Konijn1 tien keer vertelden dat we niet naar de dierenarts gingen voor een enge prik, pieste hij toch na vijfhonderd meter een gedeelte van de achterbank onder. Zoonlief probeerde nog wat te redden met wat papieren zakdoekjes. Hielp niet. Na tien minuten bereikten wij doorweekt de dieren speciaal zaak.

Als een volleerd vader die zijn baby een boertje laat doen, slingerde Zoon3 zijn konijn half over zijn schouder. Nou is het een soort angora konijn, denk veel haar, denk ontplofte paardenbloem zaadpluis en u zit aardig in de goede richting. Voorzichtig gingen we de winkel in want als je ergens bloeddorstige katten of op wild getrainde honden kan aantreffen dan is het daar wel. Maar gelukkig was het rustig op wat sputterende grasparkieten na.

“Wij komen voor de manicure!” sprak ik olijk tegen de mevrouw achter de balie. “Ow, maar daarvoor moet je bij de dierenarts, hiernaast, zijn” Dierenarts ? , dacht ik. Ja, de groeten, die rekenen minstens zeven euro voor dat klusje! En bovendien kwamen wij al minstens vijf jaar hier met lang genagelde konijnen dus ik snapte er niets van. Ook Zoon3 stamelde iets van “vorig jaar deden jullie dat wel”…

De mevrouw viel stil. En keek naar het konijn. Heel lang. Toen werd zij een beetje rood en zei: “Ik dacht dat het een hondje was. Een Maltezer leeuwtje”.  Uit protest liet Konijn1 een scheet. Drie minuten later had hij daar spijt van toen de mevrouw met een gemeen knijptangetje op hem afkwam.

vleesch noch visch

16 apr

 

Vis moet je liggen. Je houdt ervan of niet. Ik ken mensen die bij het idee al gruwelen. Mijn broer bijvoorbeeld komt niet verder dan een blikje tonijn. Ik zelf doe vis met mate maar met veel geurige en overheersende saus erbij. Daarom is ook de volksvreugde van het Nieuwe Haring Moment mij volkomen vreemd. Om de zoveel jaar probeer ik het weer maar eindig altijd met een mond vol rauwe vis die ik zelfs met god’s wil niet doorgeslikt krijg.

Soms doe ik een rolmops maar heb dan weken lang enge dromen waarin aliënachtige wezens zich via mijn buikwand weer naar buiten persen. En zo had mijn tante zich eens uitgesloofd op een heerlijke zalmsalade bij een etentje. Eén van de mannelijke gasten schepte daarvan wat op zijn bord en sprak de onsterfelijke woorden: “Het ruikt naar kut”.  Ik bedoel maar. Een stukje kibbeling a la, maar niet meer.

Ooit was ik met paps, mams en broertje op vakantie in Bretagne. De tent stond en voortvarend stevenden mijn ouders af op een authentiek visrestaurantje met ons in hun kielzog. Bij het bestuderen van de menukaart gaven zij schamper af op onze keuze, friet! “When in Rome , do as the Romans do” spraken zij cultuurnuffig. En bestelden voor hunzelf een bord Fruit de Mer.

Onze dampende bordjes friet arriveerden en snel daarna de schotels voor mijn ouders. “Grappig “zeiden ze nog, “Wat leuk geserveerd op zo’n bergje ijs.”  Mijn vader stak hongerig een schelpachtig diertje in zijn mond dat er meteen weer uitgleed via een verholen servettengebaar.  Verbijsterd keek hij mijn moeder aan. “Het is allemaal koud” siste hij vanachter zijn hand. Broerlief en ik gniffelden stiekem vanachter onze berg friet.

Mijn ouders hebben de berg koude glibberige zeeschatten moedig naar binnen gewerkt. Pas na tien jaar durfden ze dit te vertellen. Alsof wij niks in de gaten hadden gehad, de helft van onze frietjes werd weggekaapt als we even niet keken.

Het kan altijd erger. Zo was ik afgelopen weekend op een internationaal filmfestival. Eén van de thema’s was voedsel. In zaal 1 werden heerlijke lokale worstjes en bio kaasjes geserveerd, compleet met een bruisend biertje. Ik zat in zaal 2. Sprinkhanenchips en wormenkoekjes. Na afloop toch maar even naar de McDonalds gegaan voor een McFISH…