Archief | juni, 2014

dokter Bernhard

30 jun

 

Vanmiddag had ik een gesprek met de chirurg die het één en ander gaat verherbouwen aan mijn lichaam. Het is een bijzonder aardige man alleen praat hij heel zachtjes zodat ik negen van de tien keer een zo’n neutraal mogelijk antwoord geef om niet raar over te komen. Daarnaast is hij ook nog een Duitser dus praat hij met een zwaar accent en gooit er Lustig her en der Duitse woorden doorheen.

Maar goed, met handen en voeten en een hoop krabbelige tekeningetjes namen we de aanstaande operatie door. Wel bedacht ik dat ik bepaalde woorden voor de zekerheid thuis nog eens op moest zoeken in het woordenboek.

Het was al wat later op de middag en de wachtkamer was bijna leeg zodat ik ook dit keer niet kon fantaseren over de te verhelpen plastische probleempjes van mijn  medewachtenden. Dat er iemand naast je zit en je er van overtuigd bent dat hij wat aan die gigantische neus gaat laten doen. Maar dat dan blijkt dat het een scheefstaand teentje betrof. Voordeel was wel dat ik lekker op tijd aan de beurt was.

Tijdens ons gesprek zat de chirurg met een balpen te spelen waarmee hij even te voren een plattegrond van mijn lichaam geschetst had met nauwkeurig aangegeven de plekken waar hij hoe diep zou snijden, hakken en breken. Plots schoot er een langwerpig deeltje van de pen los en werd ik op een haar na bijna geraakt door een mini moordwapentje. Zich met duizend excuses verontschuldigend prutste de chirurg de pen weer in elkaar. Dat lukte niet. Er vielen steeds meer onderdelen op de grond en ik begon ietwat te twijfelen over zijn chirurgische handvaardigheid. Toen hij met trillende vingers een minuscuul veertje probeerde terug te drukken hield ik mijn adem in.

Nu had de avond tevoren het Nederlands voetbalteam op het WK zijn vierde wedstrijd gewonnen en werd heel voetbalminnend Holland steeds oranjeder van de koorts. Vanavond was echter Die Mannschaft  aan de beurt en opgelucht concludeerde ik dat hij gewoon nerveus was vanwege de wedstrijd om tien uur. Toen hebben we alleen nog maar over voetbal gepraat en liep ik naderhand gerustgesteld het ziekenhuis uit.

Maar nu zit ik toch met twee dingen. Stel dat ik in het toch wat tweetalige gesprek bepaalde dingen, neem bijvoorbeeld lichaamsdelen, verkeerd vertaald en begrepen heb. Dat ik wakker word uit de narcose en vitale organen mis, ontflapte oren of een wipneus heb. Maar dat is nog niet eens het ergste. Nee, ik ben bang voor de WK finale. Dat wij Nederlanders eindelijk wraak nemen, zoveel jaar na ’74. En dat ik de dag daarna geopereerd word door een Duitse chirurg…..

dromedaris van het politiebureau

25 jun

 

Ik schreef al eerder stukjes over taal en woordjes van jonge kinderen. Vaak zit er een staalharde logica in het woord dat een kind verzint. Zo had zoon2 die altijd al een moeilijke eter was, een andere term voor iets uitspugen. Als het niet lekker was dan ging hij het uitslikken. Logisch, je slikt iets in of je slikt iets uit. Geen speld tussen te krijgen.

Toen zoon3 kennis maakte met cijfers en wat je daarmee kon doen besloot hij dat het rekenletters waren. En zo kon je volgens hem na ontelbaar niet meer verder tellen, dat was het laatste ‘telletje’. Een herhaling van een tekenfilm op het kindernet was volgens zoon2 een herinnering van gister en wist u dat stripverhalen gewoon tekenfilmboekjes zijn?

Tot op de dag van vandaag noemen wij jonge kaas, jongens kaas en die schaven wij niet, nee, die schillen we. Net zoals jonge dieren in de lente worden geboren en meisjesdieren in de zomer. Een ekster is een pinguïnvogel en de fazant kennen wij hier als gouden kip. En als het zoon2 allemaal teveel werd en dacht dat we hem voor de gek hielden vroeg hij een beetje bedeesd: “Praat je echt?”

Zoon1 vertelde eens een spannende gebeurtenis en raakte ietwat buiten adem. “Mam, ik ben helemaal leeg gepraat”. Ik heb er nog wekelijks last van.

Filosofisch zijn kinderen al op vroege leeftijd. Zoon3 mijmerde tijdens de onoverkomelijke dino-fase “Hoe kleiner een dinosaurus, hoe groter wij zijn.” En tijdens een gesprek bij het avondeten over hoe oud de aarde wel niet was kwam zevenjarige zoon1 tot de conclusie “In ieder geval zeven jaar, dat weet ik zeker.” Maar goed, dat zelfde kind vond ik eens liggend op de keukenvloer met een lege rol keukenpapier onder zijn neus. “Kijk, mam, ik ben Hitler.”

Toen opa een lintje van de orde der officier van Oranje Nassau kreeg, bedacht zoon3, bijna vier jaar, door alle ceremonie eromheen dat opa dan toch wel een belangrijk en knap man moest zijn. De burgemeester vroeg  om stilte, zoon3 nam zijn kans waar en besloot de menigte te laten horen hoe knap opa dan wel niet was. Zijn schrille stemmetje schalde door de doodstille zaal. “Opa Rob, kun jij al deze stoelen tellen?” De mensen gniffelden wat en opa zei “ja, hoor.” Het was weer even stil en toen zei zoon3 “Doe dan!”.

“welkom bij het gajes”

20 jun

 

Na dik een jaar peinzen, over- en afwegen, bezien en overdenken wist ik welke afbeelding ik als eeuwig blijvende tattoo in mijn vel gestanst wilde hebben. Een klimopblaadje. Voor mij een indrukwekkende herinnering met bijbehorende  betekenis. En toen ik de officiële symboliek opzocht in het plantenboek bleek klimop ook nog eens te staan voor verbondenheid. Kijk, dat bedoel ik. Dat het ook eeuwige liefde betekende vond ík zelfs te ver gaan.

Bij het tatoeëren gelden gulden regels, tenminste, voor de beginners. Geen namen van liefjes , bijvoorbeeld. Goed, je moeder mag dan wel want daar heb je er maar één van en van liefjes toch vaak, je verwacht het niet, meer. De namen van je eigen kinderen kan natuurlijk ook zonder gevaar maar dat vind ik helemaal niks. Alsof ik al een dementerende moeder was die de namen van haar grut al niet meer onthouden kon. Voor je het weet heb je je pincode op je onderarm laten tatoeëren en dat roept bij mij heel vervelende associaties op.

Dus meer dan weloverwogen maakte ik een afspraak met een bevriende tatoeagezetter voor die komende vrijdag. En hoe meer die datum naderde, hoe meer zin ik er in kreeg. Natuurlijk zocht ik naarstig op het internet naar verschrikkelijk verkeerd gedane tattoos  en walgelijke verminkingen. Maar niets weerhield mij van mijn genomen beslissing.

Ik werd in dit hele proces begeleid door innige Twittervrienden die, ondanks het feit dat ze er zelf allemaal één hadden, mij iedere dag verzekerden dat een tatoeage voor altijd was en niet uit gegumd kon worden. Ik wist het. En ik deed het toch.

Met ontblote schouder zat ik die bewuste avond op een stoel in een huiskamer ergens in Nijmegen. “Hoppa, let’s do it” zei ik stoer. Toen de beste man gummi handschoenen aandeed, meters keukenrol en gaasjes klaar legde, moest ik toch effe slikken. Maar bij het plaatsen van een plastic emmer naast mijn benen vroeg ik hem angstig of overgeven in de lijn der verwachting lag. Of doodbloeden of zo…

Met het uitzicht op een bank waar mijn voltallige Twitterpubliek zat te grinniken, liet ik mijn arme linkerschouderblad over aan die man met dat angstaanjagende apparaat in zijn handen. En dacht aan Zoon3 die als enige van mijn rebelse daad wist en oogrollend had gevraagd of ik soms in een midlife crisis zat. Na twintig minuten vroeg ik wanneer hij nou dat klimopblaadje zou gaan inkleuren met donkergroen.  “Het is al klaar, hoor!”. Kijk, dat bood perspectieven, wil ik ooit van mijn klimopblaadje een langere tak maken want klimop woekert namelijk nogal. De hele verdere avond zat ik gelukzalig naar mijn vers geplaatste tattoo te kijken. Wat nog best moeilijk was want de buitenwereld kon hem niet zien maar ik eigenlijk ook niet. De dag erna in de supermarkt had ik dan ook de neiging om aan wildvreemden te vragen of ze mijn tattoo wilden zien.

 

So far so good. Maar dan iets anders. Ik wed dat, vijf minuten na het publiceren van dit stukkie, mijn vader aan de telefoon hangt. Daar gaat de erfenis…

jouw dopsleutel of de mijne?

10 jun

 

Ik had om half twaalf een afspraak bij de fysiotherapeute. Omdat ik van plan was die middag limoncello en frambozenlikeur te maken, sprong ik voor die tijd in de auto om nog even naar onze metropool Elst te rijden. In deze strakke tijdsplanning reed ik gezwind huiswaarts, buiten hing inmiddels al een tropisch temperatuurtje want het zomerde in Nederland.

Omdat de achterbank volgepropt zat met authentieke weckpotten en flessen Wodka nam ik de verkeersdrempels, die helaas ook hun intrede op het platteland hebben gemaakt, met gematigde snelheid. Dat beviel die meneer achter mij niet zo. En in een soort Dodge Van Humvee-achtig monster passeerde hij mij waarbij hij zijn motor flink de sporen gaf. Met denderend lawaai en bijpassende donderende trillingen schoot hij mij voorbij.

Toen hij zo’n dertig meter voor mij reed denderde en dreunde mijn trouwe vehikel nog steeds. “Dat klopt niet” bedacht ik me met al mijn garage en pech-onder-weg kennis. Natuurlijk was er geen vluchtstrook op deze plattelandsweg die men gewoonlijk met zo’n tachtig kilometer per uur neemt, dus parkeerde ik zo dicht en angstvallig mogelijk richting de greppel en de daar achtergelegen akker vol met aardappelplanten.

Bij het uitstappen zag ik het meteen, mijn linker voorband was hartstikke lek, verder rijden op de velgen was geen goed plan. U, als trouwe lezer, weet wat ik doe in zo’n geval. Ik belde wederhelft, temeer omdat ik maar luttele kilometers van huis verwijderd was. Al snel arriveerde mijn privé ANWB-man, zette netjes een gevarendriehoek neer (tachtig kilometer per uur, weet u nog? ) en begon de bouten van mijn wiel los te draaien. Tot de laatste. Die wilde niet. Zelfs niet met de extra sterke stoere dopsleutel die hij toevallig in zijn auto had liggen.

Roodhoofdig bezweet belde hij nog wel de echte ANWB-man voor me en vertrok toen huiswaarts. Ik wachtte netjes af. Bij voorkeur heb ik pech tijdens een hevige sneeuwstorm, zondvloed of jungle achtige omstandigheden. Ik weet ook niet waarom, nooit kan ik de wachttijd aangenaam op een speciaal daarvoor aangeschaft kleedje uit zitten. Zo nu dus ook. De temperatuur liep al tegen de dertig graden en door één autodeur open te zetten creëerde ik wat schaduw. Na twintig minuten begon ik steelse blikken te werpen op de flessen Wodka. Gelukkig had ik ook een potje kappertjes in de boodschappen zodat een eventuele hongersnood mij bespaard zou blijven.

Na nog eens dertig minuten verscheen mijn redder in de nood met zijn gele paard. Eerst brak hij zijn dopsleutel doormidden maar toen haalde hij een vervaarlijk uitziend apparaat te voorschijn en binnen twee minuten zat de reserveband erop.  De afspraak met de fysiotherapeute heb ik af moeten zeggen maar dat gaf niet, door de hitte waren mijn spieren toch al gesmolten.

holiday, celebrate!!

5 jun

 

Ik ben niet zo’n vakantieganger. Net als mijn oma van 94 blijf ik het liefst thuis, omgeven met mijn eigen spullen, gemak en comfort. Zonder heimwee gevoelens. Gelukkig hebben mijn zonen deze afwijking niet geërfd en zullen zij deze zomer alle kanten van Europa op treinen, vliegen en bussen. Fijn. Voor mij iets minder want ik weet dat ik in die zomermaanden niet rustig zal zitten tot ze allemaal weer veilig thuis zijn.

Zoon1 gaat een week naar Zweden. De kans dat hij daar de Pippi van zijn leven ontmoet is gering. Met twee vrienden gaat hij te voet de Zweedse jungle in. Hangmatten, survivalgidsen en steriel  garen om gapende wonden te hechten gaan mee.  Ze eten wat de natuur te bieden heeft en zo… Ineens weet ik zeker dat ik ergens heb gelezen dat er in Zweden nog wilde beren voorkomen en anders toch wel een paar zwaar hondsdolle elanden.

Zoon2 gaat naar Engeland. Nu raakte zoon2 nog geen paar jaar geleden totaal in paniek als de route naar school ineens omgeleid werd. Als een echte Rainman kon hij hopeloos verdwalen en hulpeloos in een berm eindigen. Puur dankzij de uitvinding van het mobiel wisten wij hem altijd weer veilig naar huis te loodsen. Nu vertrekt hij dus in zijn uppie met de bus vanaf Eindhoven naar Dover, via de Chunnel. Naar Engelse vrienden die hij via Internet en gamespelletjes heeft leren kennen. Dan flitst er in plaats van een wilde beer een enge kwijlende pedofiel of massamoordenaar over mijn netvlies. Dat zoon2 al negentien is en allang geen sappige pedoprooi meer is doet er niet toe.

De verzekering van zoon2 dat hij deze jongen van twintig al vijf jaar kent via het gamen en dat er nog meer vrienden uit Europa komen, stelt mij niet zo gerust als ik zou willen. Twee weken nagelbijten dus.

Zoon3 gaat met vijf vrienden en drie vriendinnen naar een chalet in België.  Eerst zouden zij Zeeland visiteren maar toen kwam net de Tweede Kamer met het verbod op alcohol voor zestien en zeventienjarigen. Voelt u hem? De vriendenclub week daarom uit naar België waar zestienjarigen zich nog wel een coma mogen zuipen volgens de wet. En alsof dat nog niet het ergste is gaan ze met twee auto’s, bestuurd door kersverse rijbewijshebbers.

Misschien deelt u mijn angsten. En de wens dat het al september, herfst was. Maar waarschijnlijk zegt u iets van dat ik blij moet zijn met zulke avontuurlijke, zelfstandige zonen. Ik weet, ik weet. Ik beloof dat ik niks door hun eten zal doen zodat zij door een hevige buikgriep genoodzaakt zijn  hun vakanties af te zeggen. Ik ga gewoon dagelijks bij mijn oma op bezoek waar wij onder het beeld van Maria de rozenkransen door onze vingers laten ritselen. Glaasje port erbij en dan red ik het wel tot eind augustus.