dromedaris van het politiebureau

25 jun

 

Ik schreef al eerder stukjes over taal en woordjes van jonge kinderen. Vaak zit er een staalharde logica in het woord dat een kind verzint. Zo had zoon2 die altijd al een moeilijke eter was, een andere term voor iets uitspugen. Als het niet lekker was dan ging hij het uitslikken. Logisch, je slikt iets in of je slikt iets uit. Geen speld tussen te krijgen.

Toen zoon3 kennis maakte met cijfers en wat je daarmee kon doen besloot hij dat het rekenletters waren. En zo kon je volgens hem na ontelbaar niet meer verder tellen, dat was het laatste ‘telletje’. Een herhaling van een tekenfilm op het kindernet was volgens zoon2 een herinnering van gister en wist u dat stripverhalen gewoon tekenfilmboekjes zijn?

Tot op de dag van vandaag noemen wij jonge kaas, jongens kaas en die schaven wij niet, nee, die schillen we. Net zoals jonge dieren in de lente worden geboren en meisjesdieren in de zomer. Een ekster is een pinguïnvogel en de fazant kennen wij hier als gouden kip. En als het zoon2 allemaal teveel werd en dacht dat we hem voor de gek hielden vroeg hij een beetje bedeesd: “Praat je echt?”

Zoon1 vertelde eens een spannende gebeurtenis en raakte ietwat buiten adem. “Mam, ik ben helemaal leeg gepraat”. Ik heb er nog wekelijks last van.

Filosofisch zijn kinderen al op vroege leeftijd. Zoon3 mijmerde tijdens de onoverkomelijke dino-fase “Hoe kleiner een dinosaurus, hoe groter wij zijn.” En tijdens een gesprek bij het avondeten over hoe oud de aarde wel niet was kwam zevenjarige zoon1 tot de conclusie “In ieder geval zeven jaar, dat weet ik zeker.” Maar goed, dat zelfde kind vond ik eens liggend op de keukenvloer met een lege rol keukenpapier onder zijn neus. “Kijk, mam, ik ben Hitler.”

Toen opa een lintje van de orde der officier van Oranje Nassau kreeg, bedacht zoon3, bijna vier jaar, door alle ceremonie eromheen dat opa dan toch wel een belangrijk en knap man moest zijn. De burgemeester vroeg  om stilte, zoon3 nam zijn kans waar en besloot de menigte te laten horen hoe knap opa dan wel niet was. Zijn schrille stemmetje schalde door de doodstille zaal. “Opa Rob, kun jij al deze stoelen tellen?” De mensen gniffelden wat en opa zei “ja, hoor.” Het was weer even stil en toen zei zoon3 “Doe dan!”.

7 Reacties to “dromedaris van het politiebureau”

  1. Marjanne 25/06/2014 bij 6:13 pm #

    Leuk!! Wat een geheugen heb jij ;-) DeZoon ca. 7 jr. : Mam je hoeft niet te schreeuwen, ik hoor je toch niet, mijn ogen zijn al dicht geschreeuwd.

    • pienbetuwe 25/06/2014 bij 6:26 pm #

      Heerlijk! Ook zo’n mooie! Ik heb alles opgeschreven, hoor, niks goed geheugen.

  2. petraJansen 26/06/2014 bij 1:46 pm #

    Wat een herkenbare situaties! Elk gezin heeft een gezinstaal. Worden die je echt nooit meer vergeet en eeuwig binnen een gezin gebruikt. Weer top geschreven, Pien!

  3. Carla 30/06/2014 bij 7:46 pm #

    Prachtig beschreven. Herinnert mij aan dochter ca. 6 toen ze op het randje van het bed lag ‘Pas op, ik lig op het nippertje’

  4. frietjemet 11/10/2016 bij 5:58 pm #

    Maar wat is nou de dromedaris van het politiebureau?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: