Archief | september, 2014

Dan horen wij de wielewielewaal!!

30 sep

 

U weet dat ik, dankzij mijn zonen en hun middelbare school opleiding, de afgelopen jaren heel wat kunstzinnige uitingen uit binnen- en buitenland heb mogen zien en beleven. Dat dit niet altijd een onverdeeld genoegen was moge duidelijk zijn. Meer dan eens zat ik met mijn kunstminnende handen in mijn haar en zocht tevergeefs de diepere achterliggende gedachten bij een kunstwerk.

Toen ik dus afgelopen zondag met diverse uit het land geplukte twittervrienden een buitenvoorstelling, genaamd De Heg, ging kijken was ik op alles voorbereid. Uiteraard was het één en ander gesitueerd in een oude, biologisch bewerkte tuin waar vrijwilligers zich de hele week het schompus werkten teneinde bakken vol met te ver doorgeschoten courgettes gratis mee te kunnen geven.

Aangekomen slenterden wij alvast wat door de tuinen. Elk perk en perceel was netjes omgeven door een beukenhaag . Vandaar de naam van de voorstelling!!! De Heg! Plotseling werd ons groepje overvallen door een kudde hysterisch hooggehakte en toch duidelijk al voor bij de overgang zijnde vrouwen.  Deze mevrouwen hadden, in felle neonkleuren gebreide kussentjes bij zich en ons groepje werd gevraagd om daarmee onder een haag van Blauwe Regen te lopen. Snel bleek dat deze actie niets te maken had met de andere voorstelling maar voor de zekerheid was ik al weggedoken achter een grote bos Japanse Anemonen. Met een kussentje op de foto worden gezet! Dacht het niet!

Enige tijd daarna verschenen er vier mannen in zwarte overhemden en parketvloerleggersbroeken aan. Eén van hun verzocht ons, in gebarentaal,hem  te volgen en met een man of vijftig deden we dat. We liepen richting een Ploemp, Ploempachtig geluid. Voorbij de heg zagen wij een grote rechthoekige vijver. Aan weerskanten zaten twee mannen met koperen buizen in het water te roeien en dat was het moment dat ik dacht: “O, jee… daar gaan we weer”. De derde man dompelde een grote, plastic koepel in en uit het water, dat was het Ploempgeluid.

De mannen met de holle koperen buizen staakten hun geroei en begonnen te fluiten door het metaal. Mooie klanken, beetje walvisachtig en betoverend. De derde man maakte met een simpele constructie van metaal en hout bijpassende geluiden.

Vervolgens werden we meegelokt naar een andere locatie in de tuin. Een soort mini amfitheatertje met blauwe kussentjes voor onze gevoelige billen. We kregen blinddoeken voorgebonden. Oei. Das altijd oppassen!

Vanuit het midden van het theatertje klonken weer bizarre tonen en ritmische klanken. Plotseling voelde ik dat er wat in mijn handen werd gestopt. Twee stukjes schuurpapier! Algauw zat de hele tribune te sjoefelen met het schuurpapier. En het geproduceerde geluid paste wonderwel bij de klanken van de vier mannen in het midden! Vervolgens kregen we allemaal twee ijzeren holle buisjes. Nog steeds geblinddoekt volgden er ware jammsessies en waanden we ons alle bosnympfen op een paddenstoel.

Toen gingen de blinddoeken af. Ik zat in de rij waar dat het eerst gebeurde en kon zo een blik werpen op al die mensen in het publiek met blinddoek om.  Ik sputterde tegen diegene die naast mij zat. “Kijk, die mevrouw deed niet mee!! Wat flauw!” Even daarna zag ik de wit met rood gerande stok naast haar benen staan… De rest van de middag vroeg ik en mijn gezelschap zich af hoe de meneren met de zwarte hemden gereageerd hadden toen ze haar die blinddoek voor wilden doen.

De heiwandeling

29 sep

 

Na een bijzonder geslaagde voorstelling in een Oosterbeekse tuin ging ons mini-tweet-upgroepje de hei op. Dat hoopten we althans want de eerste paar honderd meter liepen we over een geasfalteerd paadje door wat bosschages. Maar toen, eindelijk, zagen wij een piertig heidestruikje! Zes telefoons werden uit kontzakken getrokken om dit prachtige plantje op de Veluwe vast te leggen.

Het landschap werd steeds ruiger en wilder maar voldeed nog niet aan onze hoog gestelde verwachtingen. Toen wij dan ook een vreemdsoortig zwart sprinkhaanachtig schepseltje tegen kwamen stortten wij ons met alle overgebleven kennis van de biologielessen der middelbare school op dit insect. Darwinachtige gevoelens borrelden op, was het een sprinkhaan of een krekel? Wat waren zijn natuurlijke vijanden? Is tie giftig?!

Goddank had iedereen, nou ja, bijna iedereen, Google op zijn telefoon en konden wij vrij snel de Nemobius Sylvestris, alias de boskrekel, afvinken op ons To Do lijstje. Onze passen werden kwieker en iemand begon al voorzichtig “Kom mee naar buiten, allemaal” te fluiten.

Voortvarend klommen en klauterden wij over een wildrooster, helemaal klaar voor ringslang, zwijn en hert. En toen wij in de verte drie reeën de bosrand in zagen schieten naderde ons Rien Poortvlietniveau ongekende hoogtes.

Hier en daar werden plukken mos in het haar gewrongen, onschuldige takjes werden heuse speren en de mannen in het gezelschap lieten penetrant ruikende geursporen achter. Bij een helder klaterend beekje knielden wij neder en lebberden het kostbare vocht naar binnen. Totdat wij begrepen dat er juist in die gesnoeide oeverrestanten  slangen en anders kwaad hun heil zocht!

Maar geen nood, wij naderden de Wodans eiken en daar zat ongetwijfeld een druïde in met zo’n Asterix en Obeliksachtig snoeimes om de juiste helende kruiden voor ons te oogsten. Nou zat hij er niet maar de wetenschap dat deze bomen al eeuwen meer hadden gezien dan wij was wel confronterend.

Tegen die tijd begon, uiteraard, de mannelijke helft van ons gezelschap over eten, honger en dorst en gereserveerde tijden bij het restaurant. Daar wij nog behoorlijk wat kilometers verwijderd waren van onze auto’s werd het marstempo ietwat opgeschroefd. De meest zeldzame planten en diersoorten werden vertrapt en vermorzeld, jammer dan, de mannen hadden honger!

Het éénbladig septemberkruidje weende, de goudgeelgerande  avondtor bleef achter, spartelend op zijn rug….

In het restaurant aten de mannen dat éne ree die dacht op tijd weg te springen in de bosrand.

Het kan vriezen, het kan dooien

19 sep

Soms heb ik van die ijverige huisvrouwbuien. Zo had ik gistermiddag het plan opgevat om één van de twee vriezers te ontdooien. Ja, we hebben er twee. Dat stamt nog uit de jaren dat ik een grote moestuin had. Tegen de tijd dat vrienden en bekenden wegdoken achter struiken als ik aankwam zetten met zakken vol groente en fruit, gooide ik de opbrengst maar de vriezer in.

Toen wederhelft en ik net samenwoonden was onze eerste grote aankoop een robuuste vriezer-ijskastcombinatie. (Ja, ik zeg ijskast want mijn moeder kwam uit Limburg en daar hadden ze die dingen nog, net na de oorlog). Maar ik heb het over 1988. Deze combinatie (ijs-vrieskast, niet wederhelft en ik) doorstond de vele verhuizingen en werd in onze laatste woning in de bijkeuken geplaatst. De afgelopen jaren wat minder met groente uit de moestuin maar toch altijd vol met broden, diepvriespizza’s, vissenvoer en restjes avondeten.

Gister ging ik hem dus ontdooien. Twee lades met brood erin kreeg ik niet meer open en dan weet je dat het tijd is. Knopje om, temperatuur op nul en wachten maar. Vanochtend was het dan zover, na dertig teiltjes, natte handdoeken en een drijvende keukenvloer. Ik stopte de lades terug, zette het knopje weer op On en draaide de temperatuur op vriesniveau.

Vrij snel hoorde ik een ongewoon knetteren vanonder het apparaat. ‘Opstartprobleempjes ‘dacht ik naïef en deed het deurtje dicht. Op dat moment schoot er een steekvlam langs mijn laars en ontplofte er een voetzoeker met allerlei vrolijke gele en rode kleuren. Toen de gehele ijs-vrieskast combinatie een imitatie van een Space Shuttle lancering begon begreep ik dat er toch iets niet goed ging.

Nee, ik zei niet “Houston, we have a problem” , ik schreeuwde heel hard “Help” , er was alleen niemand thuis. Ik dook naar de stekker om die los te trekken maar dat lukte niet. De combinatie stond handig halverwege het stopcontact zodat ik met al mijn diepe, onvermoede oerkrachten het bakbeest wat centimeters opzij moest duwen. Deze actie werd beloond met een vreemde, buitenaards klinkende knalpoef en synthetische schroei- en brandluchten vulden de bijkeuken.

Met de stekker in mijn hand keek ik angstig onder het gevaarte. Geen likkende vuurtongen of smeulende asresten. Toch bleef ik voor de zekerheid met de brandblusser in mijn hand op twee meter afstand zitten. Na vijf uur kwamen er mannen thuis. Omdat ook het ijskast gedeelte nu zonder stroom zat vonden ze me, nog steeds op twee meter afstand, tussen haastig leeggedronken melkpakken ( want bederf!), kauwend op de vleeswaren  (warm niet lekker) en jonglerend met de olijven. De boter had ik maar op mijn hoofd gesmeerd.

Buitenspel!!!!

18 sep

 

Vanuit de catacomben van het voetbalstadion klommen we via hufterproof betonnen trappen omhoog. Eerst hadden wij ons geld ingewisseld voor zachte plastic muntjes, ik denk vanwege kwaadaardig werpen met harde voorwerpen. Alhoewel…zelfs de meest enkelvoudige hersencel hebbende hooligan zou niet gauw zijn Euro’s op het veld smijten. U merkt, het hele stadiongebeuren is mij vreemd en ik nam mij voor nergens meer van op te kijken.

We kwamen bij onze plaatsen aan en ik was blij verrast dat onze plastic kuipjes nog niet losgerukt waren uit het beton. Ik keek spiedend om mij heen, zag nog geen ME-ers klaar staan en ging redelijk comfortabel met mijn biertje zitten.  In een plastic bekertje, uiteraard!

Allereerst viel mij op hoeveel kleiner het veld was dan op de televisie! Ha, deze afstanden tussen de goals waren nog wel te doen. Daarna zag ik op de middenstip een groot rond plat spandoek liggen met de kleuren van NEC erop. Of Eniesee, mag ook. Gniffelend stootte ik mijn novice-voetbalsupporter aan en voorspelde minstens dertien struikel momenten. Ik werd gelijk afgestraft door de prof-voetbalsupporter rechts van mij. “Dat halen ze zo weg, muts!” Wist ik veel, op televisie blijven die dingen de hele negentig minuten zichtbaar.

Er kwamen twee-en-twintig dwergvoetballertjes het veld op lopen, zwaaiend met topzware vaandels. Ha, dacht ik, de wedstrijd gaat beginnen. Dat was dus niet zo. Eerst gingen die kleine mannetjes netjes in een rij staan en werden alle grote mensen voetballers het veld opgejuicht, maar pas na het noemen van hun naam, leeftijd, haarkleur, lievelingstoetje en schoenmaat. O ja, en burgerlijke staat.

Inmiddels waren wij zo’n twintig minuten verder en begreep ik waarom ze deze stukjes er bij Studio Sport altijd uitknipten. Maar goed, daar was dan uiteindelijk de toss. Ineens begon het hele stadion te joelen, had iets met de verkeerde kant te maken maar ik vroeg wijselijk niet verder.

Bij iedere actie met de bal door de thuisclub werd er enthousiast geklapt. Ik deed hier niet aan mee, kom nou, we kwamen voor doelpunten toch? Het fluiten als de tegenstander alleen al naar de bal keek liet ik ook langs mij heen glijden.

Na nog zo’n vijftien minuten verloor ik mijn belangstelling voor de wedstrijd en ging eens goed zitten om de Nijmeegse voetbalsupporter te bestuderen. Ik zat er tenslotte middenin! Kansen zoals alleen Jane Goodall ooit had met haar primaten! Naarmate de bal het doel van de tegenstander naderde werd de hele stadionbevolking één primair, gorgelend en opzwepende oervorm. De bal vloog een dikke twee meter over de lat en de oervorm braakte een snoeihard, wellustig OEIIIIII uit!

De betonnen muren vertoonden scheuren en ik begon mij ernstig zorgen te maken over het effect van een heus doelpunt! Lang hoefde ik niet te wachten. Floep, daar vloog de bal ogenschijnlijk makkelijk achter in het net. De oervorm barstte uit in een gezamenlijke bronskreet die alle mannetjes herten binnen een straal van dertig kilometer deed verbleken. Het zwelde op tot het niveau van zestien parende olifanten en kwam tot een climax van zo’n twintig Tyranosaurus Rexen. Ja, sorry, ik zat er middenin, op televisie knippen ze dat er, denk ik, ook uit.

Gelukkig sprongen mijn hoorapparaatjes volledig op tilt en in het rood en weigerden ze de rest van de avond dienst. Of we weer meegingen, volgende week? Ik veins een voetbalknie…

 

Op naar de bloedkuul!!

15 sep

 

Afgelopen weekend ben ik voor het eerst in mijn leven naar een voetbalwedstrijd in een heus stadion geweest. Niet geheel vrijwillig, de mannelijke leden van het zaterdagavondclubje hadden dit nadrukkelijk en met niet nader te benoemen lijfstraffen geëist . Aangezien ik voetbalwedstrijden toch altijd een beetje associeer met rellend en vuurwerk en stoeltjes  gooiende mannen, was ik best een beetje nerveus. Nou was de bijnaam van dat stadion ook nog eens de bloedkuul. Ik bedoel maar.

Onderweg in de bus vroegen wij, onwetende vrouwen dus ook duidelijke instructies aan de ervaren stadionbezoekers. Welke gebaren mochten wij absoluut niet maken? Was het toegestaan  om te klappen bij een doelpunt van de tegenpartij? En of ze ons de buitenspelregel nog één keer wilden uitleggen.

De mannen verzekerden me dat grootschalige ME optredens niet standaard waren dus enigszins gerustgesteld bonjourde ik met mijn entreekaartje richting ingang. Daar moest ik mijn ticket voor een scanner houden. Dat is nooit mijn sterkste punt.  Ik hou de code altijd voor het verkeerde venstertje en bij dit apparaat moest ik bijna gelijktijdig een soort karnapparaat induiken. Je weet wel, zo’n  ding dat in grote bakken melk ronddraait. Vastgeklemd tussen traliewerken werd ik aan de andere kant van de muur uitgespuugd. Daar stonden zo’n man of vijf vervaarlijk uitziende veiligheidstiepjes.

Een mevrouw vroeg mij heel vriendelijk of zij in mijn tas mocht kijken. Natuurlijk mocht dat, er zat niks in. Behalve mijn portemonnee, reserve panty, batterijtjes voor mijn hoorapparaat, tampons, zakdoekjes, afsprakenkaartjes, lippenstift, zaklampje, medicijnen, notitieblokje, drie pennen, plastic zakjes, statiegeldbonnen, kaugom, foto’s van mijn dierbaren, een mueslireep, paperclips,  nagelvijltje, telefoonoplader, mijn mobiel, busje haarlak, sigaretten, adressenboekje, aansteker, mondspray, foto van mijn lief, een stukje touw, twee kleverige dropjes, mijn sleutelbos, een kurk (?) en een stripje keeltabletten.

Er was niet eens plek voor een agressief moordwapen of dodelijke vuurpijl. Terwijl de mevrouw zich door deze inhoud heen worstelde zag ik vanuit mijn ooghoek dat de mannen uit het gezelschap gefouilleerd werden. Ha, dat was stoer! Ik verheugde me nu al! De mevrouw was klaar en ik mocht een stapje verder in de veiligheids hiërarchie. Glimlachend trok ik mijn buikje een beetje in en stelde me welwillend op tegenover een potige bewaker. Die bewaker wees echter met zijn arm om aan te geven dat ik door mocht lopen. Niks fouilleren, niks hongerige zoekende mannenhanden aan mijn lichaam! Gedesillusioneerd betrad ik het stadion.

De, het en een.

10 sep

Heeft u ook zo hekel aan mensen die Monopolie verkeerd uitspreken qua klemtoon? Of die die om ‘de zout’ vragen. Hier zeggen we Het doolhof en Enige. O, nee, die laatste was uit een andere categorie. Er zijn heel veel meer voorbeelden hiervan maar die schieten me nu net niet effe te binnen.

Toen onze zonen nog klein waren gingen we meestal naar Noord Frankrijk in de zomer. Normandië, Pas de Calais. Op hooguit vijf uurtjes rijden, strand en zee en een buitenlands gevoel. Goed, het weer is dan misschien wat minder maar soit.

Toen ik eens op een aangenaam warme avond over het hek bij de speeltuin van de camping hing, raakte ik in gesprek met een Engels meisje van een jaar of veertien. De weersverwachtingen voor de volgende dag waren niet echt strandweerachtig en zij vertelde dat ze wat steden in de omgeving gingen bezoeken. “We’re going to Ietepèls. ”  Ietepèls,  Ietepèls?  Voor mijn ogen draaide ik de topografische kaart van Noord Frankrijk af maar vond geen Ietepèls. Pas toen ze hun bestemming nader omschreef begreep ik dat zij Etaples bedoelde. De Fransen spreken dat toch heel anders uit.. Kwestie van een klemtoon in een andere taal.

Zo had mijn, maar dit is weer iets heel anders, Italiaanse stiefvader met wie ik voornamelijk in het Engels communiceerde, de onhebbelijke gewoonte om “Say when” te zeggen als hij mijn glas wijn of ander heerlijke Italiaanse spiritualiën bijschonk. Natuurlijk riep ik de eerste paar keren Ho en Stop!! Toen ik ladderzat naar mijn bed kroop begreep ik ineens dat ik natuurlijk “When” had  moeten schreeuwen.

Maar goed, neem een ’bommelding’, ‘douchegel’  en ‘kerstomaatjes’.  Allemaal woorden waar je in kan stinken als je de klemtoon niet juist legt. Ineens begreep ik mijn dyslectische zonen zoveel beter. Neemt niet weg dat ik altijd wantrouwend zal staan tegenover mensen die het over de pagína hebben. En waarschijnlijk dat gerelateerde woord ook…

Is er een dierenarts in de zaal?

8 sep

 

Omdat zoon2 van een HBO-opleiding afkwam kon hij bij zijn volgende studie zo het tweede jaar instromen. Gevolg was wel dat hij na twee weken school al een stageplaats moest regelen voor de tweede helft van het leerjaar. Hij schreef diverse dierenartsenpraktijken aan en vanmiddag had hij zijn eerste gesprek bij één van hen. Hij bleek zeer gewild, dierenartsen willen misschien ook eens wat anders dan giechelende meisjes van zeventien. Alhoewel…

Deze praktijk was ergens ten zuiden van Arnhem. Dat is een behoorlijk eindje scooteren vanaf hier vandaar dat hij tegen half drie vertrok met de GoogleMaps route uitgeprint in zijn jaszak. Iedere vezel in mijn moederlijf schreeuwde: “Zal ik je effe brengen?” maar gelukkig hoorde hij dat niet.

Nu was de dag vandaag al behoorlijk rommelig begonnen. Wat wil je, het was maandag. Ik zou zoon3 ergens droppen met zijn fiets in mijn achterbak en net toen wij in de auto wilden stappen kwam zoon1 met een haperende scooter verwilderd uit de schuur schuiven. De scooter sloeg af en deed niks meer. Paniekerig want pas in de tweede week van zijn afstudeerstage bij een heus bedrijf vroeg zoon1 of ik hem dan wilde brengen. Naar Oss. Dat ging niet lukken maar daar hebben ze vaders voor. Die liggen toch tot negen uur in hun bed dus hebben tijd zat.

Al dit zette een beetje de tendens voor de beginnende maandag. Halverwege mijn eigen route was natuurlijk de gastank helemaal leeg en kon ik nog net hortend en stortend op een beetje benzine een tankstation bereiken. In de supermarkt kon ik de helft van mijn gewenste boodschappen niet vinden en weigerde mijn pinpas ook dienst.

Maar goed. Zoon2 vertrok deze dag meer dan ruim op tijd naar de dierenartsenpraktijk in de buurt van Arnhem. Een heel uur had hij voor de zekerheid ingecalculeerd. Tegen kwart voor vier ging de telefoon. De praktijk. Waar zoon2 bleef. Met een lichte kriebel in mijn buik zei ik dat hij bijtijds vertrokken was en er toch elk moment zou moeten zijn. Ik verexcuseerde hem bij voorbaat en beloofde dat ik contact zou opnemen met hem.

Toen ik zijn mobiel belde, kreeg ik de melding dat het nummer niet te bereiken was. Dat was het moment dat die lichte kriebel overging in een tsunami. Als hij verdwaald zou zijn, buiten het bereik van de aangegeven wegen op zijn A-viertje, dan zou hij toch wel bellen? Dan kom je als bibberende moeder maar tot één conclusie, hij is aangereden en ligt als een wrak in een greppel te lijden.

Om vier uur belde ik de praktijk om te vragen of hij al gearriveerd was. De assistente begreep mijn bezorgdheid en zei dat ze hem zou laten bellen bij aankomst. Met dat ze dat zei zag ze een grote vent op een scootertje de parkeerplaats oprijden. “Heeft hij soms een gele helm? “ vroeg ze. Mijn eileiders verlieten uit opluchting op ongewone wijze mijn lichaam en mijn zenuwen bereikten een acceptabel niveau van trillen.

Tegen vijf uur was hij thuis, heel wat sneller dan de heenrit. Met rollende ogen. Hij had alle dorpen en gehuchten ten zuiden van Arnhem aangedaan en was inderdaad hopeloos verdwaald.

Volgende week moet hij naar Nijmegen, zijn eerste rat euthanaseren. Nee, ik breng hem niet.

The hell that’s called Ikea

4 sep

 

Ik had het in jaren niet meer gedaan. Zodra je uit de kleine kinderen bent doe je het niet meer zo vaak. De Ikea. Ons interieur stond het niet toe en de jongens hadden hun meegroeibedden, gekleurde plastic bekers en slängen- bëren- en könijnenknuffels al tijden achter zich liggen.

Nee, liever struinde ik brocante markten af en zette nachtkastjes naast hun Franse spijlenbedje neer waarvan een geigerteller compleet in het rood sloeg. Nadat half roestend Frankrijk een plaats in mijn huis had gevonden, bedaarde mijn antieke interieurlust . Zeker nadat we met ons huis in een gerenommeerd woon- en buitenleefmagazine hadden gestaan. Het huis was vol, ik was klaar.

Na een paar jaar was het plastic en kunststof  langzaam weer ingeslopen in de kamers van de jongens en ik sloot ietwat weemoedig mijn ogen hiervoor.  Op de nostalgische tafeltjes plakten stickers van dinosaurussen en space shuttles. Ze wilden hoogslapers dus werden de Franse, ijzeren ledikanten aan de kant gezet.

Inmiddels waren we zo’n tien jaar verder en ik had een ernstig tekort aan matras- en dekbedhoezen. En wil je dat een beetje leuk en goedkoop op de kop tikken dan ga je naar de Ikea.

Ik koos een tactisch tijdstip uit, niet dat dat bestaat, en scheurde met mijn, gelukkig Zweedse, auto de parkeergarage van minstens vijftig verdiepingen in. Die was er vroeger niet, je kon gewoon platvloers parkeren. Dat vond ik een veeg teken en enigszins huiverig stapte ik uit.

Eenmaal binnen zocht ik tevergeefs naar een karretje.  Dat vond ik niet dus moest ik genoegen nemen met zo’n besmeurd en bekwijlde buitenproportionele geelblauwe haverzak. Ik hing hem over mijn schouders en haalde diep adem. Here we go!

Nou heb je twee soorten klanten in de Ikea. De eerste maakt er een dagje uit van. Staan om half tien al op de stoep en verheugen zich dan al op de hotdog na afloop. De tweede groep is de doelgerichte klant, waartoe ik mijzelf gemakshalve reken. Deze klant heeft een kordaat boodschappenlijstje in zijn hand en stevent vastbesloten al richting kassa. Dat werkt niet.

Ook al probeer je slingerend de slenterende massa te ontwijken, er is altijd een gezin of dorpsafvaardiging dat twijfelend tussen een Nornäs bank of Kustruta dekbedhoes staat en jou de weg verspert. En geloof niet dat die handige short-cuts van Ikea zelf je enig heil bieden. Het is een val!! Je komt altijd weer op je beginpunt uit!

Na een uur had ik eindelijk de bedden en beddengoedafdeling bereikt. Ondertussen had ik een leeg boodschappenkarretje van iemand gepikt en dat was op onverklaarbare wijze ongezien gevuld met dingen waarvan ik dacht dat ik er echt niet zonder kon. Vier pakken van honderd servetten, een wc borstel, geurkaarsjes, een digitale kookwekker, donkerbruine schoensmeer en een kokosmat. O ja, vergeet ik bijna dat trosje spaarlampen.

Zwaarbeladen reed ik mijn, gelukkig Zweedse, auto de immense parkeergarage uit. Dat was overigens ook pas na drie kwartier want de ingang stond wel duidelijk aangegeven maar de uitgang niet. Ikea short-cuts…