Archief | oktober, 2014

Moeders gaat dansen

27 okt

We gingen dansen!! Swingen, Boogie Shoes en John Travolta! Ik had een gelegenheid uitgezocht waarvan de kritieken lovend waren. “Naadloos heerlijke beats en disco aan elkaar gebreid.” Kijk, dat moesten we hebben! Het bal begon om elf uur dus voorlopig was onze enige zorg wakker te blijven tot dat tijdstip.

Achter de televisie lukte dat niet dus  vandaar dat wij in colonne tegen half tien de bus richting het centrum pakten. Slenterend van kroeg naar kroeg doodden wij de tijd en liepen rond kwart over elf naar de zaal waar het allemaal gebeuren zou. Onze via Internet gekochte kaartjes werden goedgekeurd en in plaats van zo’n ouderwetse stempel op je hand kregen we een kleurig papieren reepje om onze pols als betalingsbewijs. Zo’n armbandje wat je ook om krijgt in het ziekenhuis vóór een risicovolle operatie…

“Gezellig” zeiden de mannen achter de kassa. “Jullie zijn de eerste”.  Dus toen gingen we toch nog maar even de trap omhoog terug naar de inpandige kroeg om daar wat biertjes te nuttigen. Want dat doe je niet. Als eerste op een dansfeest verschijnen. Kom nou! Iedereen dacht er zo over vandaar dat het in de kroeg gezellig druk was.  Tegen kwart voor twaalf deden wij een nieuwe poging en zakten, begeleidt door ernstig zware ploeink ploeink tonen, de trap af.

Op de muur was een, in het ritme van de ploeinktonen,  filmpje te zien van niet nader omschreven voorwerpen en objecten. Het kon van alles zijn. Rode bloedlichaampjes in een ader, een remake van Koyaanisqatsi of een Walt Disney met een hartaanval.

Er stonden welgeteld zeven mensen in de zaal. Stonden want met zo weinig volk ga je natuurlijk nog niet los op de dansvloer. Het bleef bij bescheiden heupwiegjes en zijtrapjes. Bovendien was er één man met een voet in het gips en krukken. Wat onze verwachtingen voor deze dansavond nog meer naar beneden stelde.

Maar goed, wij lieten ons niet kennen! Vanaf een hoekje in het donker zagen wij steeds meer mensen de catacomben indalen en tegen een uur of één was er heus wel spraken van een licht deinende massa. Oké, dansen!

Toen na een uur of twee nog steeds geen Earth, Wind and Fire, K.C. of James Brown te horen was geweest, gingen we over op sterke drank. Uiteindelijk bewogen wij wat muurbloempjesachtig over de dansvloer, onvoorbereid op de vreemde muzikale wendingen in de Club 7 brij.

De man met de gipsen voet bleef hardnekkig staan in zijn hoekje en de videoclips op de muur bereikten een bruisende bacteriële fase. Wij dropen af om half drie en draaiden thuisgekomen nog een plaatje van Michael Jackson.

Born to be wild.

24 okt

En daar ging hij. Zoon3 op de scooter met zijn nog naar drukinkt ruikende, kersverse rijbewijs op zak. “Waar ga je heen?” vroeg ik volstrekt overbodig. “Oh, gewoon zomaar ergens “ was zijn antwoord. En als man van de wereld zette hij zijn helm op zijn hoofd zodat hij nog een kop groter dan ik was en vertrok

Maar ik herkende de signalen. Toen zoon1 op zijn zestiende scootervaardig was stond hij op de drempel van zijn ouderlijk huis en snoof luidruchtig de buitenlucht op. Vervolgens sprak hij de historische woorden “Vrijheid! Eindelijk!!” en verdween uit mijn plattelandsuitzicht.

Zoon2 had dat wat minder op zijn zestiende. Hij zag de scooter meer als een hulpmiddel om zo snel mogelijk van B naar A te komen. Als in van school naar huis. Nou moet u niet denken dat wij aan de andere kant van de planeet wonen. Dat valt reuze mee. Alleen, als je op de fiets naar je vrienden wilde gaan dan kostte je dat al gauw een minuut of vijftig. En dat is best veel, zelfs voor pubers.

Vandaar dat ik al jaren in een overmaatse auto reed, er moest immers plek zijn voor tenminste drie vriendjes op de woensdagmiddag. En toen de mannen op hockey zaten kon ik toch de helft van het team herbergen en veilig bij de concurrent afleveren.

Aan deze trips kwam langzaam en steeds vaker een einde tot alleen zoon3 nog over was met zijn fietsje. Hij wilde nog wel eens bellen tijdens een oeveroverstromende regenbui en dan sprong ik maar al te graag in mijn kilometervreter om hem op te pikken van waar dan ook. Ik had toch zo’n handige fietsendrager op mijn trekhaak zitten, dus!

Dat al is nu verleden tijd. Mama-taxi gaat met pensioen. Ook al is mijn auto nog steeds groot, een scooter krijg ik er niet meer ingepropt.

Dus daar ging hij afgelopen donderdag met zijn fonkelnieuwe rijbewijs op pad, ergens naar toe. Het stormde die avond, codes rood en geel werden afgegeven, de hagel en regen zwiepten om je gezicht. Na anderhalf uur belde hij op. “Het stormt en onweert nogal dus ik blijf hier even schuilen tot de bui weer over is”. Hij was in Bemmel en Huissen geweest en stond nu onder de luifel van een Duitse super hier in de buurt.

De mannen thuis bonden mij, als Odysseus, vast aan één van de houten staanders in de woonkamer. Zelf hoefden ze niet eens zeewier in hun oren te proppen. Zacht wenend zat ik mijn tijd uit tot zoon3 geheel zelfstandig én ongeschonden zonder ingeslagen bliksem in zijn scooterhelm weer thuis kwam.

Te koop:  Grote auto  t.e.a.b.

O jee, o jee, mijn decolleté

15 okt

Oktober. Borstkankermaand. Blegh, ik hou absoluut niet van speciale thema-dagen, de dag van de secretaresse, vaderdag, uit-de-kast-komdag, en al helemaal niet van een hele maand!! In deze borstkankermaand struikel je overal over termen als  ‘Overwinnaars’  (Klets, er valt niks te overwinnen, je hoopt dat je mazzel hebt) en ‘Vechters’  (Jij vecht niet, dat doen die gore medicijnen, straling en chemo voor je). Er worden eigenschappen toegedicht aan vrouwen met borstkanker die in mijn visie helemaal niet van toepassing zijn. Let wel, mijn visie.

Uitgerekend in deze oktobermaand krijgt mijn decolleté voor het eerst in vijftig jaar een diepere betekenis. Dieper als in de, volgens Midas Dekkers, zo begeerlijke leegte tussen mijn twee borsten. Mijn rechterborst is na zes jaar van een mislukte siliconen Baywatchtiet, gerestaureerd tot een echte van mensenvlees. Uit mijn eigen buik. Zij, laten we het maar even vrouwelijk houden, is nog niet helemaal klaar, er volgen nog wat puntjes op de i cq borst maar ik ben himmelhochjauchzend blij met haar.

Deze maand word je doodgegooid met foto’s van gehavende borstkankerpatienten. En maar roepen in Libelle/Margriet/Viva-stijl : “Wat ben je mooi!” Sodemieter toch op!! Er is niks moois aan een vrouw met een geamputeerde tiet! Er mist wat en het ziet er niet uit. Prima als men daar vrede mee heeft maar ik had dat niet. Iedere ochtend in mijn blote kont voor de spiegel dacht ik “Het klopt niet”.

Natuurlijk is doodgaan met allebei je borsten intact een stuk vervelender vandaar dat de vrouwen die de borstkankerpech hebben besluiten tot deze behoorlijk drastische amputatie of amputaties. Maar ga ons nou niet pamperen met Amazones en oorlogs- en gevechtstermen. “Trots op je kale kop” Flikker toch op, ik was helemaal niet trots, ik jankte mijn ogen uit die kale kop! Mensen die zoiets zeggen zouden het voor de lol zelf eens moeten proberen.

Goed. Oktober. Natuurlijk ben ik blij dat er aandacht aan besteed wordt en dus, want daar gaat het om, meer geld wordt ingezameld voor onderzoek  etc. Als tenminste Pink Ribbon haar lesje geleerd heeft. En er zullen best vrouwen zijn die zich gesterkt voelen door al die bovengenoemde termen.

Ik heb kanker niet overwonnen. Het is gewoon over. Net als een griep, hartinfact of malaria. Daar heb je echt geen vechtersmentaliteit voor nodig. Gewoon ondergaan en het beste hopen. Stel je toch voor dat ik al die vriendinnen die inmiddels zijn gestorven aan borstkanker postuum zou uitmaken voor loosers, lafaards en slappelingen? Mazzel hebben, dames, dat is het enige.

@_Els2_

11 okt

 

En ineens was ze er niet meer. Zomaar stilletjes vertrokken. Achter op de scooter van DeRooie gesprongen en hop, naar een hemel waar ze om drie uur ’s middags whiskey’s schenken en waar iedere dag de bezorgdienst van Albert Hein komt.

_Els2_ of Betty, zoals ze irl heette was een gaaf wief. Ongekend scherpe en humoristische tweets, doorspekt met gezonde zelfspot.

Alhoewel ze voortijdig met haar baan moest stoppen en daar in het begin heel erg van baalde beviel het leven van een pensionada haar steeds beter. Schandelijk genietend meldde ze vaak dat ze pas om elf uur uit haar bed was gekomen of de hele dag afleveringen van The Thorn Birds had zitten kijken.

Ook al kwam ze haar huis niet meer uit door hevige kortademig- en benauwdheid, toch voelde ze zich prettig in haar woning en genoot van alles wat er wel niet op haar weg kwam. Denk aan Cornetto ijsjes midden in de nacht, een uur of twee in een heerlijk warm bad dobberen of de nacht doorbrengen onder spiksplinternieuwe katoenen dekbedden.

Niemand heb ik ooit zo lovend horen spreken over het bestellen via internet, al klaagde ze wel eens over al die kartonnen dozen waarin  haar bestellingen zaten. Gelukkig had ze lieve buurvrouwen die haar hielpen met het wegwerken van de verpakkingsmaterialen en wij, op Twitter  hielpen haar te denken aan de kliko die eens in de twee weken aan de straat moest.

Een andere kant van @_Els2_, die ik niet kende maar veel mensen wel, was haar bijdrage als reaguurster op diverse sites en podia. Spits, kundig en humorrijk.

Ik spreek voor mezelf als ik zeg dat ik haar mis en nog veel meer zal gaan missen. Maar ik weet dat jullie dat ook zullen doen.

Dag lieve @_Els2_.

 

 

Voor Mark King

9 okt

Op mijn zeventiende ging ik voor het laatst naar een concert. Level 42, in de Vereeniging in Nijmegen. Het kaartje had ik gekregen van mijn Havo-vriendenclub voor mijn bijna verjaardag. Het concert viel ongelukkigerwijs net samen met een wissel van vaste vriendjes. Rechts zat de kersverse nieuwe, stomend en veelbelovend, links van me zat de oude wanhopig pogingen te doen om terug te komen in het gevlij.

Hoogst irritant was dat. Ik had al mijn aandacht nodig voor het spetterende muziekwerk op het podium, niet in het minst voor de bijzonder aantrekkelijke leadzanger van de band. We stonden helemaal vooraan, de boxen van gigantische afmetingen hebben ongetwijfeld bijgedragen aan het optreden van de vroegtijdige doofheid van mijn binnenoor, zo’n twintig jaar later. En dan heb ik het nog niet eens over de decibellen die Mark King op zijn basgitaar de ether instuurde.

Tijdens het spelen van dé tophit Love Games ervoer ik de beide vriendjes als een onwensbare last en hinderlijk opstakel en probeerde ze subtiel van me af te schudden. Dat lukte niet. Het nieuwe vriendje rolde betekenisvol met zijn ogen terwijl hij de tekst meezong. De afgedankte knipperde zijn tranen weg en beschuldigde me van vals spelen tijdens onze Love Games.

Zwaar zwetend zocht ik de rest van de vriendenclub maar die hadden zich wijselijk verschanst op één van de vele balkons aan de bovenkant. Toen zelfs Mark King niet op mijn hulpbehoevende blikken reageerde, besloot ik mij bij de vriendengroep boven te voegen. Met het geile vriendje en de snikkende worstelde ik me door de mensenmassa op weg naar boven, naarstig speurend naar de rest van mijn gewone, onzijdige, altijd goed gestemde klasgenoten.

Gelukkig vond ik ze snel, ik wilde relaxed de rest van het concert afluisteren. Helaas waren er precies drie stoelen over op het balkon zodat ik niet in de gelegenheid kwam allebei de vriendjes de deur te wijzen. Zo heb ik dat concert uitgezeten. Rechts de kwijlende en links de snotterende. ‘Turn It On’, nou dat hoefde niet, beide heren waren volop in werking. ‘Starchild’, dat was ik natuurlijk in de ogen van mijn gewezen en nieuwe minnaar.  ‘Almost There’, ja ja, dat dacht de kwijlende en tijdens  ‘Why Are You Leaving’ stortte de snotterende zich op de vloer voor mijn voeten.

Eindelijk was het concert afgelopen en kon ik de twee mannen dumpen. Gelukkig waren ze al jaren beste vrienden en nog gelukkiger kreeg ik de dag erna van mijn vader de elpee van Level 42 voor mijn verjaardag.