Vakantie!

18 nov

 

Met mijn ouders  was ik eens in Engeland. Ik was een jaar of elf, mijn broertje negen. Dientengevolge mochten wij niet eens in de buurt van de drempel van de pub komen vandaar dat onze ouders ons dus tegen een uurtje of zes parkeerden op een ruraal muurtje in de nabije omgeving. Nu sloten de kroegen in Engeland om elf uur dus erg hebben wij niet geleden.

Gelukkig deden we ook nog andere dingen, die vakantie. We bezochten de heuvel van Watershipdown en het meer waar King Arthur zijn geliefde zwaard in gegooid zou hebben. Konijnenkeutels vonden we in overvloed maar nergens een gedenkwaardig restant van Arthur, niet eens een tafelpoot!

Op een zonnige middag vertrokken we voor een stevige wandeling in de heuvels. Na een uur hadden wij nog geen ander levend schepsel gezien. Alleen een schedel van een schaap. Die moest mee want broertjelief zat in zijn schedel- en botten verzamelfase. Toen had je nog niet standaard een plastic zakje in je jaszak zitten vandaar dat mijn vader de schedel op een lange tak stak en zo ver mogelijk van zijn neusgaten verwijderd verder droeg.

Na een half uur kwamen we bij een lieflijk beekje dat via rotspartijen vrolijk naar beneden kletterde. Ik ging zo bevallig mogelijk met mijn pre-puberale lichaam op een uitstekende rotspunt zitten en verbeeldde me in Kopenhagen. Goed, dat zeemeerminnetje had dan wel geen bril maar toch! Mijn broertje klauterde voorbij over de rotspunten en omdat mijn vader aan het filmen was met zijn super 8 camera, hield ik hem behoedzaam vast aan zijn armpje. Fake natuurlijk, op die leeftijd zie je je jongere broertjes graag verzuipen in lieflijke beekjes.

Na nog een uur verder lopen stootten we, in the middel of nowhere, op een verroest autowrak. Nu zat mijn broertje niet alleen in de schedel- en bottenfase maar ook in de nummerbordenverzamelrage. Wel beschouwd zat hij op die leeftijd in alle mogelijk denkbare fases. Hij spaarde alles zodra hij er ergens één van had. Smurfen, sleutelhangers, speldjes, schroefjes, spullen uit de oorlog, plaatjes van Elvis, kristallen, tanden en kiezen.

Dus mijn broertje verstijfde bij de aanblik van het autowrak en stak een begerig trillend vingertje uit naar het nummerbord dat aan het karkas hing. Net zoals wij geen praktische plastic zakjes in onze broekzakken hadden, ontbeerde mijn vader een degelijk zakmes. Ja, zelfs een simpele schroevendraaier had volstaan maar het enige dat hij kon opdiepen uit zijn zakken was een stukje flossdraad. ( hij was tandarts, vandaar).

Desalniettemin gooide onze pater familias alles in de strijd om de nummerplaat van het wrak te scheiden. Er zijn foto’s van. Vaders met de geijkte jaren zeventig baard die vruchteloos staat te rammen met een kei op erg vastgeroeste schroefjes. En mijn broertje ernaast, hoopvol kijkend.

Het is niet gelukt. Wij arriveerden die middag op de camping met alleen een rottende schapenkop op een stok. Mijn broertjes gelaatsuitdrukking vertoonde pas na vijf uur geen gelijkenis meer met het ontbindende schapenhoofd. En toen mijn moeder de schedel ging uitkoken in een grote pan waren we meteen van die vervelende buren af.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: