Archief | december, 2014

zoon2

28 dec

 

En daar ging hij. Voor de tweede keer in zijn eentje naar Engeland. Mijn verlegen bedeesde zoon2.

Mijn zoon2 die in de kleutergroep andere kinderen sloeg met een tak en eigenlijk niet kon vertellen waarom hij dat deed. Mijn zoon2 die ik vaak moest verontschuldigen bij, boos naar mij kijkende, moeders langs het schoolplein. Mijn zoon2 waarvan de kleuterjuf mij vroeg om zijn nageltjes heel kort te knippen want dan kregen zijn klasgenootjes niet van die bloedende krassen in hun gezicht als hij weer eens uithaalde met zijn handje.

Mijn zoon2 die verdrietig zuchtend zei  “Mijn hart wordt steeds kleiner want ik wil zijn zoals Floris. (zijn grotere broer) Mijn zoon2 die na een half uurtje diagnose stellen door de jeugdpsychiater maar aan de medicijnen moest. En dat ik samen met hem besloot om dat lekker niet te doen.

Mijn zoon2, met het pdd-nos stempeltje op zijn voorhoofd, die naast mijn bed zat toen ik eens ziek was en die zei “Ga jij maar lekker slapen dan let ik wel op dat geen spinnen aankomen”. Mijn zoon2 die op zijn achtste voor het eerst werd uitgenodigd voor een kinderfeestje en die die uitnodiging een maand lang met zich meesleepte als zijn grootste schat.

Mijn zoon2 die op zijn zestiende een konijn van me kreeg om extra te leren knuffelen. Mijn zoon2 die met vallen en opstaan leerde hoe het allemaal moest tussen de mensen en in de maatschappij.

En dat heeft hij geflikt. Zonder medicijnen, zonder oeverloze therapieën. Gewoon door er over te praten en hem uit te leggen waarom hij soms wat anders deed dan van hem verwacht werd. Het voordeel van zijn, iets minder automatische empathische gevoelens was wel dat hij een ster bleek te zijn in de schermsport. Dat prikt echt een stuk makkelijker namelijk.

Mijn zoon2, nu naar Engeland, naar zijn Engelse game-vriend. Wat nou slecht voor de ontwikkeling van een kind die computergames? Achter zijn laptopje leerde hij meer over ’t sociale verkeer dan in het echte leven.

Het komt helemaal goed met hem. Al baal ik er wel van dat hij vergat een mailtje te sturen dat hij goed was aangekomen. Maar dat is mijn probleem.

Kerstmiscrisis!

19 dec

 

Tjonge, wat ben ik blij met twee zonen op een hogere beroepsopleiding en nog ééntje op de middelbare school. De woorden Kerstontbijt en Kerstdiner veroorzaken hier nog steeds een traumatische gruwelgolf.

Ja, en niet alleen bij mij, ook bij de jongens. Het kerstdiner bestond hier,  op het platteland, meestal uit boerenkoolstamppot. Al die vrouwen van de appelboeren hier hadden zoiets van “Niks mis met boerenkoolstamp” dus dat werd geserveerd. Onvrijwillig aangewezen want toevallig bij het schoolhek staand, kreeg je een plastic zak met piepers en boerenkool in je handen gedrukt.

Aangekeken door minstens de helft van de ouders van je kinds klasgenoten accepteerde je de zak en ging op de bewuste donderdagochtend boerenkoolstamppot maken in je La Creuset pannetje. Het kon ook erger. Dan was het thema Zuid-Amerika en verwachtten de onuitputtelijke schare des vrijwillige moeders dat je met salsa hapjes en dies meer tevoorschijn kwam. En dan had ik nog niet eens een baan buitenshuis!

Toen ik op de lagere school zat had je dat gedoe niet. Het enige spektakel was de musical van de zesde klas, waar we maanden mee bezig waren. Daarvoor kwamen de ouders eindelijk eens naar de school en kregen een drankje zonder er wat er voor te hoeven doen. Ze werden keurig ontvangen in het gymlokaal waar wij bibberend achter de gordijnen klaarstonden.

Tegenwoordig is dat anders. Voor iedere poep en scheet wordt hulp van de ouders verwacht. Simpele klusochtendjes kunnen niet doorgaan zonder pa of moe. Mijn juf deed dat vroeger met strakke hand en wij borduurden als brave lammetjes kruistekens op een lapje stof, derde klas. Ik weet uit ervaring dat knutseluurtjes in groep vier fantasieloze frutsels opleverde.

Nu wordt dus voor iedere festiviteit hulp van ouders gevraagd. Pasen, Suikerfeest, Sinterklaas en Kerstmis. Natuurlijk help je mee maar juist aan het eind van het jaar ben je zelf al zo druk met van alles. Moet je voor plus minus veertig kinderen een kersthapje verzinnen.  Panisch denk je: Ik doe wel knakworstjes in bladerdeeg!” totdat je de lijst met intolerante, allergische en niet-mag-vanwege-gelooflijst onder ogen krijgt. Gluten en noten mag ook niet, en melk is ook uit den boze. Op dat punt geef je het op. Je prepareert een stengel bleekselderij met glitters en weet dat niemand dat gaat eten maar ja.

Erg gezellig dus. Maar nog altijd beter dan het kerstontbijt op school. Drie hongerige jochies om kwart over acht inde auto schuiven is echt geen pretje. Met een ritselend plastic zakje waarin goedkoop bestek en kartonnen bord zat, want denk maar niet dat je het familiezilver ooit terugziet na zo’n dag. Mijn zonen stormden vraatlustig de schoolpoorten binnen, op zoek naar voedsel.

Ik begreep dat tegenwoordig hagelslag uit den boze is. Nou, wat een pret wordt dat bij het kerstontbijt! Maar wij zijn er van verlost. Zoon3 meldde vanochtend dat hij een kerstontbijt had op school. Met zijn Havo-4 leerlingen hadden ze dat allemaal zelf geregeld. Ik heb er niets van gemerkt en kon heerlijk in bed blijven liggen tot half acht.

Donny Osmond en de Tina

16 dec

 

Toen ik een jaar of acht was kwam mijn vader thuis met het in opkomst zijnde, populair wetenschappelijk weekblad Kijk. De Donald Duck boeide me al een tijdje niet meer vandaar dat ik mij lettervretend op dit orgaan stortte.

De hele week viel ik iedereen lastig met allerlei wetenswaardigheden en op verjaardagsfeestjes las ik de quizvragen hardop voor en moest de visite de juiste antwoorden roepen. Twee voor Twaalf was toen nog niet zo heel populair vandaar dat de animo onder de bezoekers ietwat terughoudend was. En toen bleek dat mijn vader altijd won was het snel afgelopen met dit huiselijke vermaak.

Dapper bleef ik mij iedere week door de Kijk heen worstelen tot het moment dat ik de steeds technischer wordende artikelen niet meer snapte en mijn belangstelling langzaam wegebde.

Ondertussen was ik een jaar of elf en probeerden allerlei hormonen mij in een puber te veranderen. Schoolagenda’s stonden vol met Donny Osmond’s en The Partridge Family en ik wilde heel graag een dwepend met iets pubermeisje zijn. Joop ter Heul had ik al zes keer versleten, kortom, ik was toe aan eigentijds meisjesgeleuter.

Daarmee stuitte ik op enige weerstand bij mijn vader. Hij, als ex-hippie en voorvechter voor vrouwenrechten en emancipatie, begon al te steigeren als ik het woord Tina of de Anita maar slechts ter zijde noemde.

Toen smokkelde mijn moeder het meisjestijdschrift Club het huis in. Moeder was natuurlijk ook geëmancipeerd en vooruitstrevend maar wel moeder. De Club was iets moderner, minder kostschoolmeisjesromantiek maar uiteraard nog zwaar inspelend op de warrige en kleffe gevoelens van jonge meisjes. Dus ook met vragenrubrieken, horoscopen en artikelen over Hoe Te Zoenen.

Had ik op mijn nachtkastje Het Groene Boekje Voor Meisjes liggen, onder mijn kussen lag de Club! Na een maand of wat liet ik per ongeluk een Club in de woonkamer liggen. Mijn moeder kreeg de wind van voren. Had ze dan helemaal niets geleerd van de jaren zestig?! Wilde ze hun enige dochter dan laten opgroeien met verderfelijke lectuur als die in de meisjesbladen?

Mijn moeder zweeg wijselijk. Ik sputterde nog wat als in  “Nou, dan koop ik hem lekker van mijn zakgeld!” ook al had ik dat volgens mij toen niet eens.

Het is allemaal goed afgelopen met mij, zelfs met dat jaartje Club. Hoe Te Zoenen heb ik ondanks alle verantwoorde en minder verantwoorde literatuur toch zelf proefondervindelijk moeten leren. En dat Donny Osmond een kwal was, had ik sowieso al vrij snel door.

pubers, the sequel

10 dec

Zoon3 komt uit school thuis tegen half vijf. Met een zwaar ingestudeerd loopje ploft hij neer op de bank. In zijn hand een verpakking gevulde koeken van de Euroshopper. Er zit er nog één in. Na wat gevloek op medespelers tijdens een computergame verdwijnt hij naar boven. Uiteraard pas na het stellen van de enige vraag in het puber-vocabulaire “Wat eten we vanavond?”

Een uurtje later is het eten klaar. Ik toeter met de speciaal daarvoor bestemde jachthoorn en uit alle hoeken en gaten verschijnen mannen. Eenmaal aan tafel ontbreekt zoon3. Dit verschijnsel kennen wij inmiddels en wij begonnen rustig aan de maaltijd. Vijf minuten verstrijken en het eten begint ietwat af te koelen. Ik besluit nog één poging te wagen en loop naar de andere kant van het huis om met een bezemsteel tegen het plafond te hengsten. Precies onder zijn bureau. Niet dat hij daaraan zou zitten want huiswerk is een inferieur onderwerp in zijn agenda. Maar het gebonk hoort hij vast wel, door zijn oortjes heen.

Na nog eens vijf minuten komt de überpuber eindelijk naar beneden. De muts van zijn trui diep over zijn ogen getrokken en uiteraard druk bezig met het communiceren via het mobiel naar de vriendenschare.

Ik zeg “Nou, nou, dat duurde lang.” Hoogst verontwaardigd pruttelt hij dat hij in gesprek was met iemand. Daarop zeg ik hem dat ik het wel zo leuk vind dat als ik gekookt heb, iedereen een beetje bijtijds aan tafel zit. Zoon3 zegt schamper “Maar ik hou toch niet van vis dus wat boeit dat ? “

Let op ouders, die zul je nog heel vaak voorbij zien en horen komen. Dat ‘boeien’ is een topic, wordt te pas en te onpas gebruikt en is altijd een excuus. Volgens het pubervolk dan.

Zoon1 werpt zich in de strijd en zegt dat we aan tafel ook leuke gesprekken kunnen hebben met elkaar. Zoon3 kijkt hem minachtend aan en met een geoefende James Bondwenkbrauw zegt hij dat hij veel liever gesprekken heeft met zijn vrienden, dat is tenminste leuk. Op dat breakingpoint twijfel ik tussen een figuurlijke, misschien wel letterlijke, lel om zijn oren of niet.

Gelukkig herinner ik me op tijd hoe ik zelf was op die leeftijd. Thuis was niet interessant! Daarbuiten, daar gebeurde het! Waar iedereen je leuk vond en nooit kritiek durfde te hebben. De heilige vriendenkring waar iedereen denkt zoals jij!

“Oké” zeg ik. “Je hebt duidelijk je puberpet op vanavond.” Hij kijkt me aan met die mooie ogen van hem en zegt zachtjes “Ik kan toch niet anders? “

l

pubers

8 dec

 

Stomme pubers. Het is dat ik er zelf één ben geweest en al de smoesjes en excuses ken. Anders zou je er zo intrappen.  Zoon3 (16 lentes jong) kondigde op zondagavond aan dat hij nog even wegging. Tuurlijk, al gilde ik wel nog in het voorbijgaan “Maak het niet te laat!!” want dat doe je als pubermoeder, zeker als je afgelegen woont en de wegen donker en duister zijn. En gillen moet je anders horen ze je niet. Alhoewel ik daar geen last van heb als ik roep dat het eten klaar is…

Maar goed, zoon3 ging de hort op. Tegen half negen ontving ik een berichtje op mijn mobiel. “Vermoordt mij niet maar het wordt iets later”.  En “Mijn mobiel is bijna leeg, ik ben dus niet dood als ik niet antwoord.” Natuurlijk ben ik ook niet de beroerdste dus ik  verlengde zijn ATA met een uur. “Uiterlijk half elf thuis!” en tegen tienen vertrok ik naar mijn bed.

Tegen kwart over elf wordt er ruw aan mijn slapende arm getrokken. “Hij is er nog niet ” spettert wederhelft in mijn rustend oor. Hoogst irritant maar ik slaap en dan zal alles mij een worst wezen. Als mijn moederinstinct me wel goed wakker krijgt, tegen een uur of half één, werp ik een blik over de balustrade en zie brommerhelm en winterjas keurig hangen in de hal. Ik ga weer liggen en val vrij snel weer in slaap terwijl ik mijn preek voor die ochtend aan het voorbereiden ben.

’s Ochtendsvroeg vloog er een puberschim voorbij die “Doei”  riep en verdwenen was voordat ik mijn tirade begonnen was. “Je was te laat!! “ miemde ik tegen het luchtledige.

Maar ’s avonds stond ik klaar. Met pollepel in de hand en ernstig Dr Spock ogend gezicht. Terrorpuber kwam binnen met zijn liefste glimlach. Ja, ze zijn niet gek! Ik heb wel eens meegemaakt dat er een bosje bloemen bijzat of iets lekkers!  Maar dat werkt niet bij mij! “Dat was niet half elf, gisteravond” begon ik het duel.

“Ja maar ik had je toch een berichtje gestuurd dat het later zou worden? “ reageert het met bijna onmenselijke verontwaardiging. Op mijn tegenwerpingen dat half elf laat genoeg was, komt het. “Ja maar mijn vriend zat in de put, zijn vriendin had het uitgemaakt na twee jaar verkering. Ik moest hem bijstaan, dat zou jij ook doen !!” Want dat doen ze dan, die pubers. Ineens zijn het poelen vol empathie en medeleven. Normaal gesproken gunnen ze hun broers  niet het licht in de ogen maar ze denken wel en vinden dat wij als ouders daarin moeten trappen.

Ik herkende dit wel. Gebruikte het vroeger ook regelmatig. Nog steeds eigenlijk als ik doordeweeks effe de deur uit wil. Met een zwaar medemensgevoelend gezicht keek de puberzoon mij aan. Zo van “Ja, toch?” Nice try maar de rest van de week blijf je binnen.