Archief | januari, 2015

Dat dus.

29 jan

 

Dat je de vuilnisbak even wil aanstampen met je suède laarsjes en halverwege op een open pak met restant vla trapt.

Dat je het wasbolletje met vloeibaar wasmiddel netjes bovenop de was plaatst. Maar dat dat ding net voor je het deurtje dichtdoet er uit valt en de inhoud over de vloer stroomt.

Dat je één rode onderbroek met de witte was mee laat draaien en alle jongens roze tshirts hebben. Die ze dus nooit meer aan willen doen.

Dat je de nieuwe vuilniszak vers van de rol trekt en hem vervolgens zes keer om- en omkeert omdat je de open kant niet kan vinden.

Dat je een ander merk vaatwassertabletjes koopt om er na twee uur achter te komen dat deze geen oplosbare plastic hoesjes hebben.

Dat je om kwart over zes ’s ochtends helemaal aangekleed en wel staat te ontbijten en je afvraagt waarom het zo stil is buiten. Dat het dan zaterdag is.

Dat je het beginnetje van het rolletje plakband na vijf minuten nog niet hebt gevonden. Vind je het dan eindelijk dan splijt het plakband bij het aftrekken overlangs doormidden.

Dat je iets in de oven hebt gezet maar dan de hele vuilniszak moet doorspitten om de verpakking te vinden waarop staat hoelang het in de oven moet en op welke temperatuur.

Dat je in de zomer een glas rode wijn drinkt en charmant lacht naar je bezoek. Met twee fruitvliegjes tussen je voortanden geklemd.

Dat je vlak voor het opdienen nog wat zout over het gerecht wilt strooien en dat dan de opening op het grootste gat stond.

Dat je bij het vervangen van de wc-rol de nieuwe in de wc-pot laat donderen.

Dat je tijdens het stofzuigen een dopje van een frisdankflesje opzuigt dat vervolgens muurvast komt te zitten op een plek waar je niet bij kan.

Dat je ( dit is een oude) een televisieprogramma opnam met je videorecorder en er de volgende avond helemaal voor ging zitten. Bleek dat je Ned. 1 had opgenomen in plaats van Ned. 2.

Dat je naar de wc gaat en er pas veel later achter komt dat al die tijd je rok omhoog klem heeft gezeten tussen de rand van je panty.

Dat je op het knopje van de stofzuiger trapt waardoor het snoer naar binnen wordt gerold. En dat dan het stekker gedeelte snoeihard tegen je enkel aan slaat.

Dat dus.

Het is aan!!!

23 jan

 

Casanova zoon3 is dan nu uiteindelijk officieel aan de vrouw. Al die namen die ik bijna op alfabetische volgorde voorbij hoorde komen, mag ik weer vergeten. Dat ik iedere week de zorgvuldig geborduurde monogrammen weer uit de linnen servetten van de uitzet kon tornen, deed zoon3 niet zoveel.

“Maar je hebt toch met X staan zoenen? “ vroeg ik als er ineens een Z voorbij kwam. Ik werd vriendelijk doch streng op mijn plaats gezet. Zoenen betekende niets, dat is gewoon chillen. En dat schijn je dus ook gewoon met bijvoorbeeld vier meisjes op één avond te kunnen doen zonder daar de consequenties van hoeven te trekken.

Maar goed, zoon3 kende vriendin1 al langer, ze zitten al jaren in het zelfde vriendenclubje. Toen ze echter van de week weer eens langs was geweest, zat zoon3 übertrots met een knoeperd van een hickey in zijn nek aan het avondmaal. Wederhelft vroeg onnozel  “Wat heb jij daar nou in je nek? “ maar die had pas op zijn dertigste zijn eerste vriendin dus dat is logisch.

“Is het nu echt aan? “ vroeg ik de volgende ochtend aan mijn, eigenlijk helemaal van mij zijnde knuffelkind, zoon3. Dat bleek nog niet zo eenvoudig te liggen. Omdat ik de dagen ervoor Staatsinrichting had overhoord bij hem, vermoedde ik dat dit wetsvoorstel eerst door de Tweede en Eerste kamer moest. En dan maar hopen dat er geen dissidenten waren die dwars gingen doen.

Maar na twee dagen en een onophoudelijk gepling op zijn mobiel was het duidelijk. Het was aan.

Alhoewel ze al jaren met vrienden bij elkaar slapen op uitgaansavonden, kreeg ik gister toch een officieel sms-je. Of het goed was dat vriendin1 vrijdag bij ons mocht blijven slapen. Nou ja, bij ons…

Vanmiddag startte zoon3 een schoonmaak offensief van je welste in zijn kamer. Lievelings knuffels werden ineens verbannen naar donkere lades en de bank bleek ineens donkerblauw te zijn onder het achteloos neergestorte puin.

Ik weet van vroeger dat ik in een aparte kamer moest slapen in het ouderlijke huis van mijn toenmalige vriendje. Terwijl we al twee jaar verkering hadden. Ouders bang voor iets wat in, pak ‘m beet, neem hem weg, twee minuten gebeurd kan zijn.

Maar ze is welkom, vriendin1 met haar stralende oogjes en vrolijke lach. Haar moeder weet ervan, zoon3 verzekerde me dat ik geen oma zou worden op mijn éénenvijftigste , alleen verslikte mijn vader zich even in zijn glas wijn. The times, they’re a changin…

 

Belinda

14 jan

Met mijn vriendinnetje van de lagere school ging ik naar de middelbare. De hoofdmeester had mij een huishoudschool advies meegegeven maar nadat mijn ouders een sit down strike hadden gehouden bij het schoolhek werd dat minzaam omgezet in een Mavo-advies. Nog later begreep ik van mijn ouders dat de politieke activiteiten van mijn vader in het verkeerde, rechtse, keelgat van de hoofdmeester waren geschoten en dat dit een zielig terugpak-vertoninkje was geweest.

Mijn eerste rapport was dusdanig goed (met onder andere een acht voor wiskunde) dat mijn ouders mij verplichtten het te laten zien aan de meesters van de lagere school.  Het schampere lachje oefenden wij weken van te voren in.

Maar goed, daar gaat dit stukje niet over. Op mijn middelbare school had je in de pauze de keuze tussen de rookkelder en de niet-rokerskelder. Nu waren mijn vriendinnetje en ik van die hele brave meisjes. Appelsap van thuis mee in immer lekkende bekers en een boterham met hagelslag. Als wij dan eens een broodje kroket bestelden in de schoolkantine, dan sidderden wij weken na van de verboden pret.

De populaire jongens en meisjes pauzeerden natuurlijk in de rookkelder. Daar gebeurde het! Het echte rauwe ware leven! Wij zaten met onze sneetjes (brood) in de drie keer zo kleine niet-rokerskelder waar alleen maar John Lennon uit de speakers kwam. Terwijl die volgens ons toch echt ook rookte!

Om niet geheel achter te blijven besloten mijn vriendinnetje en ik op een middag om te leren roken. Wij pikten twee sigaretten van haar moeder. Belinda Menthol. Ik droom nog wel eens zweterig van dat plaatje op de verpakking.

Met allebei een sigaret in onze jaszak slopen we naar het uiteinde van hun tuin en klommen over een muurtje. Daar achter stonden wat struiken en bomen op het terrein van onze oude lagere school. Onder een zwaar bloesemende Japanse kers rookten we onze eerste sigaret. We voelden niks. Geen euforiegevoelens, geen hoestbuien. Was dit het nou?

De dag erna glipten we gewoon de niet-rokerskelder weer in en dronken onze appelsapjes uit immer lekkende bekers. Wel  vertelden we stoer aan de rokende vriendenkring dat wij het hadden gedaan!!

Ongeveer een week later werd ik voor het eerst ongesteld. Dat hield in dat ik twee dagen kotsend boven de wc hing en krom liep van de buikpijn. Mijn afwezigheid moest natuurlijk verklaard worden in de vriendenschare. Was ik ziek? Wat had ik dan? Mijn vriendinnetje vertelde toen aan iedereen dat ik een sigaret had gerookt en daar helemaal ziek van was geworden.

Ondanks haar goede bedoelingen ben ik toen op zoek gegaan naar een andere vriendin. Ja, want hée, je wilt natuurlijk wel een beetje stoer overkomen.

The road to nowhere

6 jan

 

Puk bood op Marktplaats een paar fuchsiaroze laarsjes aan. Niemand wil natuurlijk laarzen in die kleur vandaar dat we het snel eens waren over de prijs. Ik hou van fuchsiaroze, zelfs mijn gehoorapparaatjes zijn in die kleur , dan snapt u het wellicht. Ik kon de laarzen diezelfde dag nog ophalen in Nijmegen dus vrolijk fluitend zette ik ‘Laarsjes ophalen’ op mijn to-do-list.

Totdat ik het adres gemaild kreeg. Mijn vrolijke fluitje versnotterde direct in dat van een dronken spreeuw. Dukenburg! De wijk in Nijmegen waar begin jaren zestig de planologen duidelijk onder invloed waren geweest toen zij de nieuwe straatnamen moesten  verzinnen.  Want, zo vonden zij lurkend aan de gemeentelijke joint, het was tijd voor iets nieuws, iets fris, iets Yeah!! En daarom kregen de wegen geen namen maar nummers. New York, man!!

Om niet helemaal de weg kwijt te raken besloten ze een aantal blokken wel een naam te geven maar daarachter cijfers. Het werd dus Lankforst 8016, Malvert 5201 en Weezenhof 1604. Klinkt zelfs high nog begrijpelijk maar de praktijk bleek anders.

Eind jaren zeventig, toen de wijk klaar was, werd er in de lokale krant toch minstens zestien keer per maand melding gedaan van wanhopig zoekende familieleden die zich uiteindelijk collectief aan de lantaarnpaal van Aldenhof 3003 hadden verhangen, uitgedroogd en verhongerd. En in die wijk moest ik dus zijn, tegen een uurtje of vier.

Ik probeerde met behulp van Google Maps de route zo goed mogelijk in mijn hoofd te prenten. Ik kende de weg tot op zekere hoogte en voor de zekerheid vroeg ik aan een vriend de route vanaf dat punt. Beladen met veertien A-viertjes stapte ik ruimschoots van te voren in de auto. Bij een rotonde die ik voor driekwart had moeten nemen ging het al mis. Het zag er ook niet uit als een rotonde vandaar dat ik op de verkeerde weg zat en gedwongen richting Frankrijk reed. Nergens kon ik keren zodat ik op het laatst zware verkeersovertredingen beging om op de juiste rijbaan te komen.

Onnodig te vertellen dat ik alle blokken met nummers aandeed. Ik zag de wijk waar ik moest zijn wel telkens voorbij schieten maar ik kon er niet bij. Ik bespaar u die twee kwartier ellende en ga verder op het punt waar ik eindelijk het blok Malvert bereikte. Jubelend en zegevierend scheurde ik met kokende motor door de straten, op zoek naar de juiste nummers.

Nu heb ik ooit eens een acht voor wiskunde op mijn rapport gehad. Goed, het was in de brugklas maar toch had ik altijd het idee dat ik cijfermatige systemen kon doorgronden. Optellend, aftrekkend, een beetje geometrie toepassen en hoppa, de stelling van Pythagoras kon er ook nog wel bij, ik zou dit nummerieke doolhof moeiteloos oplossen. Kom maar op, logica!

Na een half uur reed ik door de waas van tranen in mijn ogen per ongeluk  verkeerd en kwam zo geheel toevallig op de Malvert nummer zoveel terecht. Op de hoogste etage van het flatgebouw kon ik eindelijk de fuchsiaroze laarsjes als een trofee in ontvangst nemen. Dat dit enigszins bemoeilijkt werd door een agressieve chihuahua met woest uitpuilende boloogjes vertel ik wel een andere keer.

Nicole.., Lizet.., Marian… nee Pien!

5 jan

Vanochtend was ik bij mijn oma. Oma is 95, niet zo heel piepjong meer dus. Maar voorlopig woont ze nog steeds lekker zelfstandig al komt de Thuiszorg vaak langs en heeft ze een jufferke dat met stofdoek en zwabber tekeer gaat. De belangrijkste moot aan hulp wordt echter geleverd door haar zonen en dochters. Ik als kleindochter zijnde hoef haar alleen maar aan het lachen te maken en gelukkig lukt me dat nog steeds.

Dat ze, als ik binnenkom, eerst vijf andere familienamen noemt voor de mijne, is absoluut niet verontrustend. Dat doet ze namelijk al haar hele leven en is geen signaal van een naderend Alzheimerspook. Ik heb dat euvel trouwens van haar geërfd. Zeker in de tijd dat ik naast drie zonen ook nog eens drie honden met jongensnamen had, kon ik net als zij vaak niet meteen op de juiste naam komen.

Maar goed, de laatste tijd heeft oma toch wel eens last van verwarde buien en dat beseft ze zelf terdege. Zo vertelde ze mij vanochtend dat ze Pa had lopen zoeken. Ineens was ze hem kwijt. Hij zat niet op de canapé voor de televisie, niet op de wc en toen ze in haar ochtendjas achterin de tuin ging kijken kreeg ze het ineens benauwd. “Ik kon hem nergens vinden” zei ze en ze keek me aan.

Tegelijkertijd schoten we allebei onbedaarlijk in de lach. Pa is namelijk al zo’n twintig jaar geleden overleden. Gecremeerd en uitgestrooid en dat zoekt wat lastig. Een paar dagen daarna, vertelde ze verder had ze aangebeld bij de buren omdat ze Pa alweer kwijt was. Misschien zat hij daar! We bleven om haar avonturen lachen al zei ze toen dat ze het zo raar vond en niet begreep hoe ze nou toch kon denken dat Pa nog in leven was.

Om haar een geheugensteuntje te geven besloten de zonen en dochters een kaartje rechtop tegen de fruitschaal te zetten met daarop de verhelderende tekst “Pa is dood”.  Op dit punt van haar verhaal hingen we inmiddels schuin van het lachen in onze stoelen. Tranen over onze wangen. Ja, ik weet het, heiligschennis, maar je had het gezicht van mijn oma er bij moeten zien. Ik opperde om maar meteen een muurposter te maken want na 95 jaar waren de meeste mensen uit de omgeving haar reeds ontvallen.

Goed, ze heeft nog één zus uit het nest van tien maar die zit in een verpleegtehuis. Deze zus leeft wel de hele dag en nacht in de schemerachtige dementiewereld. Zij heeft echter van het tegenovergestelde last, in haar geheugenwereld is iedereen al overleden. Vraag je haar hoe het met haar kinderen gaat, gezonde en blakende mannen en vrouwen, dan zegt ze: Joh, die zijn toch allang dood!”  Oma en ik besloten dat dat toch een fijnere versie van de aandoening was. Een stuk rustiger, je hoefde je stoel niet meer uit om op zolder naar familieleden te zoeken want ze waren toch allemaal al dood. Scheelt een hoop gedoe.

Het kaartje had ze inmiddels weggehaald. Stond toch wat raar als er bezoek was, zo’n melding tussen de appels en hyacinten. De volgende keer dat ze Pa zoekt zeggen we gewoon dat hij een dagje vissen is. Toen ik wegging moest ik van haar de groeten doen aan “Hans, nee, die niet, Karel, Frank, Rob, nee, hoe heet-tie ook es weer?” Ik heb ze allemaal maar de groeten gedaan.

My boogie shoes

1 jan

Weer eens wat anders dan suf op de bank met een oliebol; dacht ik toen ik de aankondiging van een dansfeest op 31 december zag. Met muziek uit de jaren negentig dus de kans was groot dat ik minstens één nummer zou herkennen. Aanvangstijd was om 22.00 uur en het zou doorgaan tot het vroege ochtendgloren om 06.00 uur. Dat klopte natuurlijk niet, om  zes uur is het nog stikkedonker maar goed.

Ik twitterde wat mede-partygangers bij elkaar en al gauw hadden we kaartjes gekocht en popelden om weer eens ouderwets urenlang te dansen. Uiteraard wisten we nog van de vorige keer bij een dergelijk evenement, dat wij niet al om tien uur bij de deur moesten staan. Want dan is er nog geen hond en is de dansvloer akelig leeg en zijn onze ouwe vrouwenrimpels nog veel te goed te zien bij het stroboscooplicht.

Dus vertoefden wij eerst tot na twaalven in het Waterkwartier, dé wijk van Nijmegen met het hoogste percentage werklozen en dus het meeste vuurwerk per hoofd van de bevolking. Deze grafiek leg ik u wel een andere keer uit.

Het werd een roerig uiteinde aldaar, er vloog van alles om onze oren, vuurwerkpijlen, gillende meiden, ook keuken, en de meegenomen flessen champagne werden hoegenaamd niet genuttigd want er was bier. En zo kwam het dat ons dansgezelschap al lichtelijk huppelend met flessen bubbels in de hand richting de oude fabriekshal vertrok.

Enge groepjes van samenklonterende jongeren ontwapenden wij met een gratis slok champagne en zo kwamen wij met al onze ogen en vingers nog intact aan bij onze feestbestemming. Via de oude personeelsingang betraden wij het complex, het spoor van de poink en bloinktonen volgend.

In de hal was het aangenaam groot en al gauw bewogen wij als één groot levend organisme ritmisch op de dansmuziek. Omdat onze champagne flessen inmiddels wel leeg waren,  waren we blij dat er ook bier werd verkocht, achter in de hal, vanuit een improvisorisch barretje. En vanaf toen, een uurtje of drie, liep het een beetje uit de hand. Flirtende medefeesters verstonden en begrepen wij helemaal niet meer, kapsels zakten uit in modellen die zelfs in de jaren negentig not-done waren, enkels begonnen door te zwikken en hadden wij schoudervullingen gedragen dan hadden die nu op onze ruggen gezeten. Tijd om te gaan.

Omdat het een oude fabriekshal was geweest, was de infrastructuur rond het gebouw niet helemaal berekend op hooggehakte dames met een borrel op. Struikelend en giechelend zetten wij koers naar de bewoonde wereld. Dat verliep niet geheel vlekkeloos. Als een rechtgeaarde dronkaard gleed ik uit over een polletje industrieterreingras en ving mijn val op met mijn pink. Dat moet je niet doen. Krak. En toen vol op mijn knieën, schaaf. Ondanks de helse pijnen die mijn lichaam folterden kreeg ik de slappe lach waardoor het plaatje van een ordinaire zatte huisvrouw compleet was.

Gelukkig waren die eng klonterende jongeren al naar huis, het vuurwerk was op. Zwaar aan elkaar hangend bereikten wij uiteindelijk ons logeeradres. Dat wel. Mijn knieën zaten vol met bloederige gaten maar die zaten niet in mijn, en daar gaat dit verkapte reclameblokje eigenlijk over, 80 denier panty’s van de Hema. Morgen ga ik daar een worst kopen.