Archief | april, 2015

OV deel twee.

30 apr

 

Nu had ik inmiddels mijn mijlen wel verdiend bij het openbaar vervoer in Nederland. Dacht ik. Ik kon via de Oezbekistanse automaat samenreiskorting op mijn kaartje laten zetten. Veertig procent korting omdat je met mensen mee reist die een abonnement hebben is erg prettig als je helemaal naar de andere kant van Nederland wil.

De heenreis verliep zonder problemen. Was wel even opletten bij het wisselen van treinmaatschappij want in één keer bleek de NS niet meer de enige te zijn op ons vaderlands spoor. Daarom moest je op sommige stations een soort driehoeksverhouding gewijze scanactie uitvoeren met twéé van die fallische paaltjes.

Maar goed, de heenreis verliep dus voorspoedig en langzaamaan voelde ik mij een echte ervaren OV-er worden. Dus stapte ik die dinsdagmorgen monter het station binnen om de terugreis te aanvaarden. Tot Wolvega ging het goed. Daar hadden wij een borrel-tussenstop gepland en dik drie uur later strompelden en zwalkten wij het perron weer op.

Dit keer gingen er boze rode lampjes branden toen ik mijn vervoersbewijs voor het scannende oog hield. “BLIEP  BLIEP!!!!” Ik snapte het niet. Maar gesterkt door menig glas rode wijn kwam er wat van het vroegere verzets en Fuck The System in mij boven en ik riep dat ik de trein gewoon zou enteren! Wel moest ik mijn gezagsgetrouwe gezelschap beloven dat ik meteen de dienstdoende conducteur zou verwittigen.

En dat deed ik. De bijzonder aimabele man nam mij mee naar zijn riante eerste klas privé coupé. Gewichtig hield hij mijn geplastificeerde card voor zijn eigen portable privé paal. “Ik snap het al” zei hij. Ik niet maar dat deed er niet toe. Het was iets met in- en uitchecken bij verschillende maatschappijen maar voorlopig zat ik dus hartstikke zwart te rijden in een eerste klas coupé!! De aimabele conducteur schoof gezellig dicht naast me en wilde alles weten over mijn weekendje op Vlieland.

Door de ramen in de deur keek mijn gezelschap hijgerig en jaloers naar binnen en ik zag dat ik in hun OV-achting mijlenver steeg. In één klap had ik de stoere status van verzetsspoorster bereikt.

Na twee stations begeleidde de conducteur mij persoonlijk naar het spoor waar mijn volgende trein speciaal voor mij werd vastgehouden. Zijn collega was ook geheel op mijn hand al had hij een heel andere verklaring voor mijn behekste OV-pas.

De rest van mijn reis beleefde ik uiterst relaxed en met een milde blik keek ik neer op mijn onderdanig voetvolk gezelschap. Ik had het oppiepnummer van de conducteur, waren er problemen dan zou hij me meteen komen helpen. Zij hadden dat lekker niet!

In Nijmegen namen zij wraak. Tevergeefs probeerde  ik in de bus in te checken met mijn Albert Heijn Bonuskaart…

O jee, het OV!

29 apr

 

Ik en het openbaar vervoer. Tot voor kort had ik het O.V. jarenlang kunnen vermijden en was er met mijn bolides slinks omheen gereden. Toen ik eens om praktische redenen met het hele gezin de trein naar Amsterdam pakte, zocht ik de eerste paar minuten automatisch ( zie!) en vruchteloos  naar mijn veiligheidsriem die ik over mijn schouder wilde trekken. Dan heeft u er beeld bij. In het gehucht waar ik woon stopt ook geen bus of trein, sterker nog, ze komen er niet eens langs. Vandaar dat ik alles per auto deed en was er eens een feestje met de nodige alcohol dan reed wederhelft terug.

Tot een jaar of wat geleden. Steeds vaker trok ik met Twittergenoten op stap waarbij wij meestal met de trein of bus reisden. Toen kwam ik tot de ontdekking dat het allemaal niet meer zo was als vroeger. Goed, dat die mevrouw achter dat glazen raampje met dat grappige draaischijfje voor geld en kaartjes er niet meer was kon ik nog hebben. En een kaartje uit een automaat die alleen maar Oezbekistans verstond lukte me ook nog wel met wat hulp.

Ik stak vrolijk een sigaret op nadat de automaat toch een echt heel heus kaartje had uitgespuugd, speciaal voor mij. Die sigaret werd echter door mijn escorterende gezelschap snel en haastig uit mijn mond geslagen. Sissend fluisterde men dat roken taboe was op OV-gronden, mocht alleen bij gebrandmerkte palen en ze keken angstig rond of de rook-gestappo er al aan kwam.

Bedeesd volgde ik hen richting perron. Toen kwamen de Paaltjes. Fallisch uitstekende sculpturen waar ik mijn met bloed, zweet en tranen verkregen vervoersbewijs moest laten scannen. Ik zou een bliep moeten horen en dan mocht ik zo maar het perron oplopen! Natuurlijk hield ik mijn kaartje verkeerd om, ondersteboven en achterwaarts eerst zes keer voor het verkeerde bionische oog en mijn gezelschap kreunde wanhopig.

Ik weet het. Ik ben van een andere generatie. Ik doe aan krijtrotstekeningen in vergelijk met het scannen van een simpel bliep-code-apparaat-kaartje. Alhoewel ik ook vrouwen van minstens twintig jaar ouder zag die met sierlijke gebaren en balletpasjes hun ticket langs de paal wreven…

Bij het instappen van een bus, zelfde probleem. Voor de zekerheid liet ik altijd mensen voor mij instappen zodat ik het hele procedé nog eens afkijken kon. Daarna hield ik nonchalant mijn geplastificeerde kaartje met giga toereikend saldo, je weet maar nooit, voor het scannend oog en dan ging het alsnog mis.

Het apparaat bliepte twee keer in plaats van één keer, de elektriciteit in de bus viel uit, de buschauffeur kreeg een epileptische toeval en mijn reisgenoten deden net alsof ze me niet kenden. Na drie minuten en een rokende scanner later smeekte de chauffeur mij om door te lopen. Alles, alles zou hij geven als ik maar plaats zou nemen zo ver mogelijk achterin in de bus.

Getraumatiseerd plofte ik neer op een stoel. Meteen volgde er satanisch gesis van mijn medereizigers. “Nee, niet daar! Mag niet, mag niet!!” en geschrokken keek ik omlaag waar ik tussen mijn benen nog net figuurtjes in de stoelbekleding zag. Silhouetten van oude mannetjes met een stok en hoogzwangere vrouwen waren kunstig in de stof verwerkt. Omdat ik geen van beide was droop ik af naar een klapstoeltje in de buurt. Voor ik plaats kon nemen commandeerde mijn gezelschap mij opnieuw ander waarts, daar mochten namelijk alleen mensen met een kinderwagen of in een rolstoel plaatsnemen. Tegen de tijd dat ik eindelijk een legitieme zitplek veroverd had waren we aangekomen op de plaats van bestemming.

Heeft u het kunnen vinden?

23 apr

 

Ik stond in de Albert Heijn te staren naar het aanbod gedroogde paddenstoelen. Ik mag daar graag even bij mijmeren, stel mij idyllische Italiaanse bossen voor waarin gerimpelde oude vrouwtjes paddenstoeltjes plukken en in hun landelijke rieten mandje leggen. Dat heb ik ook bij alles waar truffels in verwerkt zijn. Ik zie dan een zwaar besnorde man met zijn favoriete zwijn onder omgevallen boomstronken wroeten.

Ik werd echter door een heftig kreunend en steunend Hollands mevrouwtje teruggeworpen op de Betuwse klei. Het mevrouwtje, echt niet ouder dan zestig maar toch gewapend met een rollator, zuchtte overdadig en beverig. Ik herkende haar meteen, het was het type mens dat klagend door het leven gaat ook al is er niets te klagen.

“Kunt u voor mij een blikje tomatenpuree pakken, ik mag namelijk niet bukken”.  Het eerste dat in mij opkwam was “Oh , maar van mij mag u dat wel, hoor” maar dat zei ik natuurlijk niet. Het gevaar dat ik dan al haar kwalen en onpasselijkheden moest aanhoren was daarbij te groot. Dus netjes deponeerde ik een blikje tomatenpuree in haar rollatormandje en zei: “Alsjeblieft, van de Euroshopper, is lekker goedkoop!” want ongetwijfeld had ze ook financiële probleempjes en ongemakken.

Tijdens mijn verder zoektocht naar ingrediënten voor de perfecte pastasaus probeerde ik het bibbermevrouwtje wel te ontwijken want met mijn pijnlijke knieën mag ik niet te veel bukken van mijn huisarts. Met mijn mandje volgeladen sloot ik aan achter de kortste rij bij de kassa. U weet wel, die waar ze dan net een stagiaire leren hoe de kassabonrol verwisseld moet worden.

Nu moeten de caissières sinds een week of twee volgens een nieuw decreet van de Ahold-top, vriendelijk vragen of ik alles heb kunnen vinden. Meest stupide would-be comfortvraag ever! Natuurlijk heb ik alles kunnen vinden anders liep ik nog wel als een briesend paard langs de schappen!

Tegenwoordig moeten mensen achter de kassa veel te veel zeggen en vragen. Of ik koopzegels wil. Of een gratis tweede pannenkoek. Of een moestuin. Of een extra kaartje voor de Efteling. En of ik de bon wil. Sinds een paar jaar is daar ook de standaardzin “Nog een prettige dag gewenst”bijgekomen. Daar ga je natuurlijk niet chagrijnig op reageren ook al wil je dat wel, ’s ochtends om half negen.

Maar goed, toevallig was ik een dag of wat geleden getuige van het oefenen van die zin “Hebt u alles kunnen vinden? “ door drie van de vaste caissières.  Ze kregen het amper hun strot uit en al gauw lagen we alle vier Appie blauw van het lachen over de kassaband te rollen.

Sindsdien ga ik bij één van hen in de rij staan en begin al wachtend hardop te vloeken dat ik het weer eens niet kon vinden en dat ik eis dat ze me komen helpen zoeken!  Gelukkig verkoopt Albert Heijn ook Tenaladys voor overdadig vrouwengegiechel.  Die weet ik wel te vinden.

 

 

 

Are you tokkie to me?

19 apr

 

De adoptiepapieren waren getekend, het geld was overgeboekt. Ik mocht mijn vier, van het slachthuis geredde, kippen ophalen bij één van de opvangcentra van Stichting Red een legkip. Lekker dichtbij, een kilometertje of twintig verderop aan de dijk.

Nou heb ik een grote auto waar qua plek wel driehonderd legbatterijkippen in kunnen want die zijn de beperkte leefruimte wel gewend. Maar ik had visioenen van fladderend gevogelte in mijn blikveld op cruciale momenten. Vandaar dat ik één van de grote konijnenhokken demonteerde en het getraliede bovendeel achter in mijn auto plaatste. Als ondergrond had ik stapels oude kranten gebruikt.

Zoon2 had ik de avond van tevoren gesmeekt om mee te gaan, hij volgt immers de opleiding veterinair assistent , dus die sleurde ik ’s ochtends vroeg uit zijn nest want enige assistente kon ik wel gebruiken. En zo vertrokken wij. Adresgegevens bij de hand, adoptiepapieren met handtekening in de tas.

Na vijf minuten zei zoon2 ietwat angstig dat ze het hoofdstuk ‘Kip’ nog niet behandeld hadden op school. Van schrik reed ik bijna de uiterwaarden in. “Ook geen inleidinkje?” vroeg ik hoopvol. Volkomen kipkennisloos reden wij Ochten binnen en arriveerden netjes op tijd bij de opvang

Mijn vier kipjes, de Truusjes, zaten in een ren in een donkere schuur. Een soort cold turkeyplek voor kippen die net uit het batterijleven kwamen. Er zaten nog meer kippen maar die van mij waren geringd met een donkerblauw bandje om hun schriele pootjes. Anoeska van Red Een Legkip kroop door de deur om mijn Truusjes te vangen. Dat ging niet zo vlot als je zou denken. Overal vlogen kippen in het rond en op een gegeven moment was het net alsof er een donzen dekbed was opengesprongen.

Maar na een kwartiertje of zo waren toch alle vier mijn kipjes gevangen en konden we ze één voor één in de tralieconstructie achterin mijn auto zetten. Zoon2 en ik begonnen aan de reis naar huis. Om de twee minuten blikten wij zenuwachtig naar achter naar onze levende have. De dames lieten zich echter niet kennen. Ze zakten door hun pootjes en zeiden af en toe verdrietig ‘Tok’ , overtuigd dat ze nu toch echt wel naar het slachthuis gingen.

Desondanks nam ik alle scherpe bochten op de dijk met gepaste snelheid en in een bejaard tempo reden wij huiswaarts. Mijn auto parkeerde ik zowat in de kersverse kippenren en voorzichtig pakten we de warme kippenlijfjes uit de konijnenkooi en brachten ze naar hun nieuwe onderkomen. Aarzelend stapten de Truusjes een paar pasjes over het gras. Dat voelde eng!! Ook door de zon die ze nog nooit gezien hadden waren ze ietwat flabberchickend. Maar al gauw hoorden we ze zachtjes kroeltokken van tevredenheid.

Twee uur later ging ik boodschappen doen. Bij het instappen in de auto sloeg er een moordende walm om mijn oren en vooral in neus. De Truusjes hadden een paar mooie kippenstrontjes gedraaid op de kranten en die hadden lekker liggen warmen in het zonlicht. Pas na twee dagen rook mijn auto weer zoals het hoorde.

Kip, ik heb je.

12 apr

In mijn TL kwam ik afgelopen vrijdag de stichting ‘Red een legkip’ tegen. Maanden hiervoor zag ik al eens een filmpje over een uitgeprocedeerde industriële legkip die van de slachtbank werd verlost en haar laatste dagen mocht slijten in een heuse echte frisse buitenren met andere kippen.  Het moment dat ze voor het eerst buiten liep…, nauwelijks nog herkenbaar als kip, bijna al haar veertjes kwijt en een paniekerige kippige blik in haar oogjes.  En dan door het gras en zand mogen lopen.

Nu ben ik niet gauw van het dieren overdrijvige maar toen ik die kip voorzichtig zag lopen sprongen de tranen in mijn ogen. ( En natuurlijk had ik kippenvel) Dus toen die stichting voorbij kwam tikte ik meteen op het bijgeleverde linkje.

Adopteer een kip! Voor zeven euro vijftig kon je een kip kopen die anders naar het slachthuis gebracht zou worden om de geschiedenis in te gaan als soepkip. Mijn hart zwol en ik rekende snel uit hoeveel kippen ik zou kunnen kopen als ik de familiejuwelen zou verpatsen.

Normaal gesproken was het misschien bij fantaseren gebleven ware het niet dat ik toevallig net besloten had de moestuin van vijftig vierkante meter op te doeken. Ineens zag ik het voor me. Stukje eraf, mooi nachthok laten timmeren door zoon1 en mijn eigen verzorgingstehuis voor oude kippen kon een feit zijn. Natuurlijk hield ik rekening met het gegeven dat deze kippen geen record aantal eieren meer zouden produceren, ze werden niet voor niets de batterij uitgekieperd.  Maar zoveel eieren eten wij toch niet, Pasen daargelaten.

Ik zag mij al zitten, tussen de resterende bramenstruiken, wat plukjes bieslook en een verdwaalde aardappel. Met al die dankbare kippetjes om mij heen die dankbaar kopjes gaven en mij beloonden met gouden eieren. Een haan zou ik ze niet aandoen, mannen willen maar één ding en ik wilde mijn kippendames een rustig pensioen geven.

Aan alle eisen die de stichting ‘Red een legkip’ kon ik voldoen. Sterker nog, ik kon een waar hemels kippenparadijs maken voor al mijn toekomstige kippen die ik allemaal Truus zou gaan noemen!

Het thuisfront reageerde iets minder enthousiast. Wederhelft vroeg zich natuurlijk af wat dat allemaal niet zou gaan kosten. Zoon2 trok wat bleekjes weg toen ik hem met zijn vaardigheden als dierenartsassistent aanstelde als hofarts en zoon3 vroeg zich af of die kippen niet allemaal meteen weg zouden vliegen.

Maar ik ben om. Het wordt mooi weer komende week dus perfect om mijn moestuin om te bouwen tot een kippenbejaardentehuis. Kip, ik heb je!

 

Het eerste vriendje

7 apr

Vandaag vond ik recente foto’s van mijn allereerste echte vriendje via Google. Na vijfendertig jaar herkende ik hem desondanks meteen. Niets veranderd. Nou goed, wat grijzere haren, contactlenzen in plaats van bril en een baard maar het was hem. Overduidelijk. En ik voelde een mep die me regelrecht terugsloeg naar begin jaren tachtig.

Ik was zestien en hij achttien. We waren elkaars ontmaagdigingen ook al beweerde hij van te voren het tegendeel. Als man van de wereld had hij Het al eens gedaan met Monique van het Koffiecafeetje. Dat dat zijn heimelijke wens was wist ik toen nog niet maar onnodig te zeggen dat we nooit meer naar het Koffiecafeetje gingen.

Maar goed, pril, pril alles was pril. Voorzichtig voortstappend in een echte verkering . Je wist vaak niet hoe dat moest dus deed je wat je hart je ingaf. Langzaam nam je je plek in in zijn familie en hij in de jouwe. Het werd een vanzelfsprekendheid, als je kwam nam je vriend1 mee.

Op zaterdagavond, de enige avond dat je elkaar kon zien, een biertje drinken in de favoriete kroeg. We deden minstens een uur over dat ene glas want we hadden geen geld en waren veels te druk met elkaar verliefd in de ogen te kijken. Dan samen naar huis fietsen en op de oprit verlangend zoenen naar meer.

Voor het eerst samen op vakantie, zonder ouders. Maar dan wel het grote mensen spel van getrouwd echtpaar spelen. Met dien verstande dat je zes keer seks had per nacht én dag.

Ik was zestien en had de rest van mijn leven reeds uitgestippeld. We zouden trouwen en nog lang en gelukkig leven. Ik begon al aan de uitzet. Mooie emaille bordjes en bekers van Dille &Kamille die ik angstvallig diep achterin mijn klerenkast verstopte want ik had zo’n vermoeden dat mijn geëmancipeerde en vrijgevochten vader daar het zijne van zou denken.

Ik was zeventien en hopeloos jaloers op alle vrouwen waar hij maar één blik op durfde te werpen. Fietste zogenaamd toevallig door de wijk waar hij zijn kranten rondbracht ’s middags. Toen hij met een vriend voor twee weken op vakantie ging naar Zweden had ik nachtmerries van blonde, langbenige, brilloze spetters van vrouwen die er met mijn man vandoor wilden gaan.

Ik was zeventien en werd wanhopig verliefd op zijn beste vriend. Drama. Ellende. Maar het gebeurde toch.

Onderweg

3 apr

 

Tegen een uur of tien gisterochtend werd er aangebeld. Wederhelft was trimmen dus ik liep naar de andere kant van het huis om open te doen. In het grind stond een jongen van een jaar of twintig, vijfentwintig met een modieuze grof gebreide muts op en drie modieuze grof gebreide sjaals om. Amechtig sloeg hij zijn armen om zijn kippenborstje en zei zwaar dramatisch: “Oh, ik ben toch zo blij dat er iemand thuis is!!”

Nou ben ik ook altijd blij als ik thuis ben dus voelde ik meteen een verwantschap. Zeker nadat ik vermoedde dat de jongeman in kwestie en ik dezelfde seksuele voorkeur hadden, dat schept toch een band

Heftig en met veel ‘ow grutjes’ strooiend vertelde hij dat hij uit het buitenland kwam gereden en dat hij de auto waarin hij reed even onder aan de dijk had geparkeerd om een dutje te doen. “Nou, en toen werd ik dus wakker, zeg, was de accu leeg! Wat moet ik nou toch doen?” sprak hij aangedaan.

Nu kan ik een hoop maar klooien met startkabels en bakken met accuzuur hoort daar niet bij. Maar die jongen stond hoopvol van voet op voet te stuiteren in mijn grind dus wegsturen wilde ik hem ook niet. “Ben je lid van de ANWB? “ probeerde ik. “Ja, ja, ik vond dit pasje in het dashboardkastje!” huppelde hij vrolijk en zijn muts zakte over zijn ogen. “Het is niet mijn auto maar dat geeft toch niet?”

Dat leek mij ook niet en vervolgens stelde ik de vraag die je anno 2015 en vele jaren daarvoor altijd stelt:  “Waarom bel je die niet dan? “  Gierend als Albert Mol sloeg hij zich op zijn knieën en hinnikte “Die is ook leeg!” Moederlijk als ik soms kan zijn zei ik tegen hem dat hij dan maar even mee naar binnen moest komen om met mijn mobiel de Wegenwacht te bellen.

En zo geschiedde. Helemaal blij sprak hij met de ANWB die hem, ondanks het feit dat hij de cijfers en letters van de kentekenplaat niet kon ophoesten,  zou komen redden. “Ik sta bij de Waaldijk! Nou ja, eronder, ernaast of zo iets, het is een BMW, ik zwaai wel!”  Eeuwig dankbaar stuiterde hij mijn grindpad af op weg naar de gestrande auto. “Waar moet je eigenlijk naar toe? “ vroeg ik nog. “Naar Groningen” straalde hij en ik hield mijn hart vast.

Later die dag, tegen een uur of twee, reed ik na het boodschappen doen terug over de dijk naar huis. Vlakbij huis stond een zilverkleurige BMW te schitteren in de uiterwaarden… Ik zag de gympies van de jongen op het dashboard liggen. Ze wiebelen ritmisch heen en weer dus de accu van zijn MP3-speler was nog niet leeg.

Ik ben niet naar beneden gereden, zelfs aan mijn moederlijke gevoelens komt een eind. Ben gewoon naar huis gegaan en lekker gaan slapen die avond. Maar vanochtend moest ik het toch even checken. Dus liep ik de dijk op om te kijken of hij er nog stond. Het had wel gevroren die nacht, hoor!

Ik hoop dat hij nog even aan me heeft gedacht, daar ver weg in Groningen.