Een pakje Drum met prik.

29 mei

Met mijn mandje vloog ik bijzonder strategisch de supermarkt in. Ik had maar een paar dingen nodig vandaar dat de slimste route in mijn persoonlijke Pien Pien was uitgestippeld. Toen ik de hoek om zeilde zag ik wanhopige taferelen bij de servicebalie. Minstens tien mensen hingen hijgend over de toonbank, een enkele lag hyperventilerend over een hekje en drie hele grote bouwvakkers zwaaiden woest rond met hun sloophamer.

Achter de servicebalie, daar waar normaal gesproken alle tabakswaar uitgestald ligt, hing nu een A-viertje op de gesloten rolluiken. “Door omstandigheden kunnen wij vandaag geen rookwaren verkopen.” Ik keek nog effe snel of ik een verwarde jongen met een pistool zag die werd weggeleid door een portier maar nee.

Nu had ik mijn eigen rookbuideltje dagen ervoor al gevuld dus kon ik met een geniepig supérieur glimlachje de kermende meute passeren.  Toen ik echter bij de vleeswaren aankwam waren mijn hersens danig in de knoop omdat ik me geen omstandigheid kon voorstellen waarbij het kopen van een pakje Drum niet mogelijk was.

Zo één, twee, drie herinnerde ik me niets over eventuele taks en tolheffingen of douaneproblemen. En dan nog, er zal toch nog echt wel een zakje inferieure shag hebben gelegen daar achter dat ijzeren gordijn. Aangekomen bij de wasmiddelen kon ik dan ook maar tot één conclusie komen; ze waren de sleutel van het rolluik kwijt. Bij het verlaten van de Appie hoorde ik nog steeds de ach en wee gezangen en die bleven nog minstens een uur in mijn oren hangen.

Later die dag was ik in een tattooshop. Niet voor mezelf, ik moest iets vragen voor een vriend. Overal lagen lichamen op aangepaste pijnbanken en het was stinkend druk. Ik moest daarom even wachten. In die tussentijd kwam er een verlate hipster binnen. Ik bedoel, geen enkele zichzelf respecterende man loopt nu nog rond met Vikingbaard, half korte broek en twijfelachtige gympies, excusez moi, sneakers.

Dit heerschap wel vandaar dat hij wat argwanend bekeken werd door het inkt injecterend personeel. Zonder op zijn beurt te wachten greep hij iemand bij de schouder en zei: “Ik wil een neuspiercing!”. De tattooman schoot uit met zijn apparaat en vereeuwigde daardoor de naam Rob in plaats van Bob op iemands bil.

Geërgerd zei de man dat ze alleen op afspraak werkten en dat het nu niet kon. De hipsterman begon te beven en vroeg of het nu niet effe snel tussendoor mocht. “Ik heb een heel dun tussenschot” zei hij en hij spreidde zijn neusvleugels. Maar het kon niet en verdomd, met eenzelfde soort treurzang als de verstokte rokers die ochtend droop hij onhipsterachtig af.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: