Archief | juli, 2015

“Shaken, not stirred”

28 jul

Tijdens een meer dan vrolijke zwiertocht naar huis verloor ik mijn rechteroortje. Dat wil zeggen mijn gehoortoestelletje. En dat was eigenlijk niet het enige wat ik verloor… Door een misplaatst jeugdige huppel achterwaarts viel ik keihard op mijn achterhoofd en verloor enkele liters bloed en de weinige nog niet door de drank aangetaste hersencellen.

Ja, ja, ik weet het. Kom nu niet met uw Blauwe Knoop verhalen en ‘Drank maakt meer kapot dat je hoofdhuid’ betogen. Het was gewoon erg gezellig, uren dansen op muziek van vroeger, de hippie in mij kwam los. En dan had ik zelfs de rondgaande joint iedere keer afgeslagen.

Maar goed, de volgende dag werd ik wakker met mijn hoofd vast geklonterd aan het kussen en een lijf dat weigerde om om te draaien. Er had blijkbaar die nacht nog een mammoet de polka gedanst op mijn ribbenkast en na drie kwartier pas zat ik in een menselijke positie om de balans van die hippieavond op te maken. Nou balans, eerder het ontbreken daarvan want bij elke beweging van mijn hoofd werd er met een staafmixer in mijn hersenpan geroerd en moest ik mij vastgrijpen aan vertrouwde objecten.

Toen ik eindelijk rechtop zat zag ik dat mijn knieën geen vel meer hadden en mijn leesbril was ik ook kwijt. Maar dat rechteroortje weg was wel heel erg. Vroeger keek je dan in de Gevonden en Verloren rubriek van de krant maar het was zondag dus daar had ik toch niks aan gehad. Tegenwoordig doen wij dat natuurlijk veel sneller en ik ging naar de speciale site van de gemeente. Daar staan je spullen al op vóórdat je ze verloren hebt, zo snel!

Zo vaak ik kon keek ik of er een fuchsia roze oortje gevonden was. Ik zag twintig tot dertig zwarte portemonnees voorbij komen en verdachte mijn geschudde hersens hiervan tot ik er achter kwam dat blijkbaar half Nederland de zwarte portefeuille van de Hema bezit.

Door deze verloren berg heen worstelend kwam ik zonnebrillen tegen, een blauw vestje, zeven gouden armbanden, drie 4-daagse medailles ( heb je je het schompus gelopen, verlies je het bewijs!! Snapt u dat?) , een glucose check-tasje, een ouderwetse pijp en zesduizend sleutelbosjes. Ook als je niets verloren hebt is deze site een genoegen om door te bladeren. Je wacht gewoon op dat houten been, gebit of ander onmisbare prothese. Zoals een fuchsia roze oortje… Die er tot op heden niet bijstond.

Van het geld dat dat kreng kost kan ik wel 10 x 4-daagsefeesten feesten. En dan ga ik die joint niet afslaan!

Party!!!

23 jul

Methodisch had zoon3 in verband met zijn naderende verjaardag en gekoppeld feestje iedereen gewaarschuwd en tactisch het huis uit gebonjourd. Ik had daar geen problemen mee, het was Roze Woensdag van de 4-daagsefeesten en ik was uitgenodigd om in de kern der Nijmeegse kernen, het Waterkwartier, de voorbij strompelende wandelaars toe te juichen.

Ik werd hartelijk uitgezwaaid door zoon3, natuurlijk wel pas nadat ik twee kratten bier en flessen  rosé voor hem had gehaald bij de super.  Des middags vertrok ik met een ‘wat niet weet wat niet deert-gevoel’ en had veel plezier. ’s Ochtends herinnerde ik me het feestje van zoon3 weer en was benieuwd hoe ik het huis zou aantreffen.

De keuken was effe wennen. Het zag eruit of er een olifant over zesentwintig pizza’s was heen gerold en toen verschrikkelijk had overgegeven. Ik kwam totaal onherkenbare voedselelementen tegen en in de hoek bewoog wat.

Op het aanrecht lagen een stuk of twintig lege verpakkingen Hot Choco. De kompanen en kompines van zoon3  hadden duidelijk zin in warme chocolademelk gehad tegen een uur of drie ’s nachts. Hoe ik dat tijdstip zo precies wist? Dat kon ik herleiden aan het stollingsgehalte van de melk in de Chinese wok. Want melk warm maken doe je uiteraard in een wok, dat weten jullie toch?

Ik verliet de keuken en betrad terras één waar een deel van de festiviteiten zich duidelijk had afgespeeld. Via een tapijt van kroonkurken kwam ik bij de tafel. Daarop vond ik een trui, een leeggelopen ballon, nog wat kroonkurken, een oog, een selfie stick, een stuk of wat mobieltjes en een pakje speelkaarten.

Ik realiseerde me dat de tijd van een doosje Lego voor een verjaardag voorgoed voorbij was want de speelkaarten toonden alleen schaars geklede schoppenvrouwen en bijzonder tochtige hartendames. Over de klaver vier wil ik het niet eens hebben.

In al hun creativiteit hadden de feestgangers ergens in de boomgaard nog een hangplek geformeerd. Ik vond daar tenminste al het ontbrekend tuinmeubilair rond een uitgewoekerde vuurkorf.

Omdat zoon1 in een diep middernachtelijk uur de deuren op slot had gedaan stond de uitgefeeste menigte tegen zonsopgang voor een probleem. Waar moesten ze nou slapen? Niet dat ze allemaal in de kamer van zoon3 hadden gepast maar toch. Improvisorisch hadden ze bedden gemaakt van rollen isolatiemateriaal en wat gevonden campingmatrasjes en waren op de vliering van de schuur gaan liggen. Tegen twaalf uur ’s middags was iedereen weg en kwam zoon3 als een rood oog drosophila aanfladderen. “Ik ruim alles op! Maar ga eerst een dutje doen! ”

Een appel voor de juf.

6 jul

Tegen kwart over negen vanochtend ontving ik een SMS-bericht van zoon3. “Lerares Nederlands stuurde me de klas uit en schold me uit voor nutteloze sukkel.”  Nou doen leraren en leraressen dat natuurlijk niet zo maar. Of ze moeten heel erg in de overgang zijn. De leraressen dan.  Zoon3 had me die ochtend al verteld dat er nog één verslag miste in zijn leesdossier en dat hij daar mee bezig was maar dat hij ietwat vreesde voor haar toorn.

Let wel, het beste mens is nog lang geen dertig en heeft ook zoon 1 en 2 in de klas gehad wat eventueel als verzachtende omstandigheid kan dienen.  Daarbij zijn alle drie mijn zonen dyslectisch in verschillende mate. Dus snap ik best wel dat Nederlands niet hun lievelingsvak is en was. Maar dat is dan pech hebben, gewoon stampen, leren en veel lezen.

Maar goed, zoon3 was dus behoorlijk geschrokken want anders had hij mij dat bericht nooit gestuurd. Er waren nog meer berichten maar die zijn iets minder geschikt om hier te publiceren.

Als een compleet nutteloze sukkel zat hij dus op de gang met zijn stoere puberlijf te wachten op de bel voor het derde uur. Ik was boos, zo niet heel pissig. Ik wilde eigenlijk in mijn auto springen om met mevrouw de juf te gaan praten. Nutteloze sukkel. Dat kan je toch ook anders brengen als je een beetje niveau hebt? En zeker als je het tegen één van mijn kinderen hebt.

Zo kwam zoon1 eens huilend uit groep 5 gelopen. “Ben je gevallen?” vroeg ik aan hem. “Nee, de juf heeft me geslagen.”  Ik slikte vijfendertig keer en zei tegen zoonlief dat hij alvast in de auto moest gaan zitten. “Ga ik effe aan de juf vragen wat er nou precies gebeurd is, oké?” Zei ik. Zei ik geforceerd glimlachend. Zei ik. “Want slaan mag niet.” zei ik.

Ik telde mijn voetstappen tot aan het lokaal van groep 5. De juf zat achter haar bureautje. Ik vertelde haar dat ik een huilend kind in de auto had zitten en graag wilde weten wat er gebeurd was. Kalm, Zen, peace, betablockertje.

Ik wist dat zoon1 geen makkelijke leerling was. Geplaagd door een hoog IQ kon hij het onderwijzend personeel tot waanzin drijven maar slaan? Nee. Juf vertelde dat zoon in de kring met zijn stoeltje de andere kant op was gaan zitten en een vreemd lied begon te hummen. Ze had hem bij zijn armpje vastgepakt en hardhandig weer goed gezet. Ik heb het in het midden gelaten, juf had net als zoon3 tranen in de ogen.

Toen ik later aan zoon1 vroeg waarom hij niet met de kring mee wilde doen zei hij dat hij moest uitrekenen hoeveel hitte de schildjes op een spaceshuttle konden verdragen.

Een paar jaar daarna verbrandde spaceshuttle Columbia bij terugkeer naar de aarde.

Nep zeemeermin

5 jul

 

Gister ging ik met een boot. Nu ben ik niet zo’n botenmens. Vroeger, als ik met vrienden ging zeilen, was ik altijd diegene die bij het overstag gaan overboord werd gemept door de giek. Moederziel alleen dobberde ik dan midden in die plas of dat meer, wachtend tot ze eindelijk de boot gekeerd hadden en mij met een walvissenharpoen aan boord sleepten.

Mijn bootervaringen beperken zich dan ook tot het ogenschijnlijk ongevaarlijke overtochtje met het pontje over de Rijn. Maar zelfs daarvan kan ik het heen en weer krijgen en heb ik altijd een rampenplan paraat. Mijn tas verankerd aan mijn lichaam en het raampje helemaal open zodat ik zwemmend als eerste bij de reddingsboei ben. Zeker als er net een flinke Rijnaak voorbij gevaren is, schommelt het pontje zo angstaanjagend op en neer dat ik er van overtuigd ben een zeemansgraf te krijgen.

Wel ben ik twee keer vrij rustig met een joekel van een boot naar Vlieland gevaren maar dat telt niet. Dan kun je gewoon in het restaurant gaan zitten en doen alsof je een hapje eet aan de vaste wal. Als je maar niet uit het raampje kijkt.

Nee, het zijn die kleine bootjes, met een motortje of roeispanen. Waar je het water aan kan raken als je je hand buitenboord steekt.  Dus toen wij zaterdag met een groep mensen per boot de Binnendieze onder de stad Den Bosch heen zouden bevaren voelde ik al wat klemmende kieuwen. Eén blik over de reling aan de kade en ik verstijfde. Een bootje met houten bankjes lang s de rand en het water kloekte nu al bijna naar binnen. En daar moesten wij met zijn twintigen in!

Zelfs de wetenschap dat het nergens dieper was dan één meter dertig stelde me niet gerust. Er zat vast ergens op de route een vergeten middeleeuwse kloof waar uitgerekend ik in zou verdwijnen. Terwijl wij onder gewelven uit vijftienhonderd en nog ouder voeren bleef mijn blik gefixeerd op het water. Bij iedere enge schommeling klom ik op de schouders van degene naast me zodat ik minstens drie meter lang was en mijn neus boven water zou kunnen houden.

De gids vertelde enthousiast dat vroeger alle panden die over de Binnendieze gebouwd waren, hun huisvuil en uitwerpselen direct in het riviertje  loosden. Toen voelde ik me verplicht om met mijn linkeroog het waterniveau in de gaten te houden en met mijn rechteroog omhoog te kijken. Er was vast een woning waar ze vergeten waren die uitgang te dichten en een degelijke rioleringspijp te plaatsen. Na zo’n drie kwartier kwamen wij toch met droge kleren aan bij het vertrekpunt en nog lichtelijke loensend kuste ik de vaste grond onder mijn voeten.

De volgende dag reed ik naar huis. Plotseling zag ik voor mij een bizar tafereel. Op de rechterbaan reed een auto met de achterklep open. Uit de achterbak staken en hingen drie jongens met een gigantische camera en microfoon in hun handen. Op de linkerbaan reed een witte Volkswagen en daar hing een jongen uit. Raampje open, met zijn billen op de rand en met één hand het dak vast. Met zijn andere hand zwaaide hij heen en weer en danste een soort samba. Deze actie werd gefilmd door de drie in de achterbak.

Ik voelde een parallel met mijn bootavontuurtje. Maar weet niet precies waarom.