Archief | september, 2015

Verkeerde indrukken

20 sep

Het was een rare vrijdag. Ik was in een supermarkt van een onbekend merk. Neuzend door de stinkkaasjes hoorde ik ineens naast me “Hee, hallo!” Ik keek op van de Morbiere en mijn hersens weigerden dienst. Tuurlijk, ik kende haar wel maar wist niet waarvan, er klopte iets niet. Tot het kwartje viel. Het was mijn eigen Albert Heijn mevrouw! Maar dan zonder blauw jasje en in de verkeerde supermarkt. Daardoor duurde het even voordat ik haar kon plaatsen. Zeker omdat ze achter een kinderwagen liep waarmee ik haar nog nooit in de Appie had gezien.

Diezelfde avond gingen we met een groep naar het voetbalstadion. NEC speelde tegen Heerenveen en gewapend met hooligan sjaaltjes betraden wij de bloedkuul. Nu gaat dat niet meer zo makkelijk als vroeger. Dat je gewoon binnenwandelde en terloops je kaartje liet zien. Nee, nu moet je eerst door een soort karnton en dan wachten vervaard uitziende stewards je op.

Voor mij werd een vrouw gefouilleerd en ik verheugde me al! Dat was stoer! Toen ik dus uit de mangel geworpen werd spreidde ik al welwillend  mijn ledematen maar de steward ( een vrouwelijke natuurlijk vanwege dat fouilleren) wilde eerst in mijn tasje kijken. Geheel onschuldig opende ik dat en de steward begon te wroeten in de inhoud. “John!” riep ze ineens. “John, kom eens. Mag dit het stadion in?”

Ik schrok me rot. Had ik in een onverhoeds moment een toevallig net gevonden kalasjnikov in mijn tas gepropt? Of een eng mes? Vuurwerk? Een bom of twee? Ik begon te trillen. Mijn mede weekendhooligans stonden al op me te wachten en de rij achter me werd steeds groter. Oppersteward John kwam er bij staan en wierp een voorzichtige blik in mijn damestasje. “Wat is dat, mevrouw?” vroeg hij, voorzichtig een voorwerp aanwijzend met een stokje.

Ik begon te stamelen en te stotteren. “Dat is mijn odol! Nee, dat bedoel ik niet, nee,  niet odol maar mijn mondspray, euh, voor frisse adem en zo!!”  John oordeelde snoeihard. “ Nee, dat mag het stadion niet in!”. Mijn fantasie sloeg op hol en ik zag mezelf al over het voetbalveld rennen met mijn mondverfrisser in de aanslag. Een dodelijk wapen! Ik zou een spoor van tandpasta frisse glimlachende slachtoffers achter me laten! Met mijn eigen colgate lach keek ik oppersteward John lief aan. “En als ik nou wil zoenen als we gewonnen hebben?”

Toen mocht ik doorlopen met dodelijk wapen en al. Om die fouillering heb ik maar niet meer gevraagd. Had namelijk nog een labello in mijn jaszak zitten.

Quirine for president!!

7 sep

Toen wij op het Valkhof festival onder een tentzeil onze pizza’s stonden te verorberen kwam er een mevrouw met mooie oorbellen naar ons toegelopen. “Hebben jullie al een keuze gemaakt voor een voorstelling?” vroeg ze. “Wij komen voor Quirine Melssen en de rest zien we wel” antwoordden wij in koor met stukjes basilicum tussen onze tanden. “Nou, dat komt dan mooi uit want dat ben ik” zei ze.

Meteen vroegen we haar of we misschien een voorstelling eerder konden aanschuiven want de pizza’s waren bijna op, we moesten nog minstens twee uur platslaan en de regen werd steeds zondvloedachtiger. Dat lukte helaas niet.

Goed, tegen half tien druppelden wij het schattige Nicolaaskapelletje binnen alwaar een pianist stemmige klanken rond liet gaan in het Middeleeuwse bouwwerkje. Dat laatste gok ik, ik noem alles van voor de oorlog Middeleeuws. Gepast zegen  wij neder op de strategisch opgestelde plastic stoeltjes.

Nu moet je weten dat La Melssen een Stand up Opera show zou spelen. Cabaret met opera gecombineerd. En in dit geval ging het om de opera ‘Orfeo ed Euridice’ van Von Gluck. Ik had er wel eens van gehoord maar kon geen stukken meezingen. Quirine wel. Wat een stem! Het kapelletje trilde op zijn oude grondvesten en dan was de hoge C nog niet eens gezongen!

Het publiek genoot. Verderop links van mij zat een oud meneertje die moeiteloos alle aria’s mee mimede. Totdat onze operaster een zijsprongetje maakte naar La Macarena. U weet wel, dat zomerhitje uit Spanje een jaar of wat geleden met die dikke kereltjes in een strak pak. Die kereltjes hadden heel duidelijk naar deze opera geluisterd en daar hun liedje van gemaakt. Het oude mannetje in het publiek stokte en struikelde over zijn bibberige lipjes. Zijn wenkbrauwen fronsten en je zag hem denken “Heiligschennis !!” Hij kon even niet meezingen terwijl het aanwezige jongere publiek terstond met de heupen ging draaien.

Wij waren om. Quirine voor president! Schijnbaar uit de losse pols zo mooi en zuiver zingend en nog grappig ook. En de hoge C lukte natuurlijk. We genoten en besloten die thuis  ook te gaan proberen. Daar vroeg ze later die avond via FaceBook nog naar, of dat gelukt was. Nou was er wel een bierglas aan barrels gevallen maar dat kwam denk ik niet daardoor. Nee, voor ons geen opera carrière maar gelukkig hebben we Quirine.

 

 

Natte tranen op zigeunerjongetjeswangen.

6 sep

We gingen naar een theater festival. Kunst en meer in het Nijmeegse Valkhofpark. Allemaal leuke dingen om te zien, horen en te doen. Voor het optreden van Quirine Melssen om half tien hadden we kaartjes gereserveerd. De rest deden we op de bonnefooi.

Ik had van te voren wel een blik geworpen op Buienradar maar die informatie weggemoffeld achterin mijn naïeve brein. Zou wel meevallen, die regen. Geen alarmcode van het KNMI. (Dat had mij dus eigenlijk juist wel aan het denken moeten zetten.)

Tegen zessen kwamen we op het meetingpoint aan, het  regende het al best wel een beetje. Onder een afdakje van een café wachtten wij de rest van het gezelschap op. Veilig droog zagen wij verbitterde toeristen voorbij hollen en mensen die met zijn vieren onder één paraplu schuilden. Toen het verkeer ernstig vertraagde door hevige regenval, borrelde er bij mij een plan op.

Wat nou kunst en cultuur? Naar de warme en droge kroeg en het uitzingen tot half tien als Quirine begon te zingen! Helaas was onze gids een onovertroffen optimist, een die-hard maar ietwat bijziend. “We gaan” bulderde hij en hij sprong met zijn witte gympies in een modderplas. “Volg mij “ en druipend liepen wij achter hem aan. Onverdroten liep onze gids door de zondvloed, dat trucje van Mozes en de rode zee kende hij helaas niet dus toen wij bij de eerste theatertent aankwamen waren we doorweekt.

De voorstelling was daar net een half uur aan de gang. Dan eerst maar wat eten want ook daar voor stonden er her en der tentjes en caravannetjes. Onder een gigantisch uitgespannen tentzeil wachtten we tot onze macrobiologische, reform, glutenvrije speltpizza’s klaar waren. Er stond één warmtepaal en daar wikkelden wij ons  omheen. Dat kon makkelijk want er was verder niemand. Vreemd, waar was iedereen dan?

Ondertussen was ik er achter gekomen dat mijn nieuwe regenjas wel erg leuk was maar niet deed waar hij voor bedoeld was. Een gestaag druppelend stroompje regenwater gleed via mijn rug tussen mijn billen en mijn haar zat als een zelfportret van Dali met een bad hairday. Maar nog steeds wilde onze gids niets weten van die warme en droge kroeg.

Na de pizza bladerde hij enthousiast door het programmablaadje en schreeuwde verheugd: “We gaan naar Piepschuim!! Dat begint nu! ”  Door modderpoelen wadend sjokten wij achter hem aan. We kwamen bij de Piepschuimtent. Die was akelig donker en dicht. Toen wij om ons heen keken zagen wij meerdere akelig dichte tenten. Wij, de onverschrokken, stoere kunstminnende batavieren hadden het nog langer volgehouden dan de kunstenaars zelf!

Wij dropen af naar de eerste de beste kroeg. Daar zaten alle kunstenaars al een uurtje of twee, vrolijke liederen te zingen. Toen we net weer droog en warm waren was het tijd voor de Stand up Opera van Quirine. Zij was wel de hele avond gebleven! Maar dat kon ook zijn omdat haar voorstelling in het Nicolaaskapelletje was en niet in een koude, lekkende tent…