Archief | maart, 2016

‘Brussel was toen nog een bruisende stad’

15 mrt

Ik ben vandaag van verbazing van een bank afgerold. Doe ik niet zo gauw, moet u weten.  Vandaar dit stukkie. Zoon3 had een kennismakingsgesprek bij een modellenbureau. Een soort van sollicitatie. Eén van mijn neven werkt al jaren als model en via hem had zijn bureau een foto van zoon3 gezien. “Goeie kop met veel potentieel”. Nou, dacht zoon3, laten we daar maar eens langsgaan, bedenkend dat als het wat zou worden het vast beter zou betalen dan zijn vakkenvulbaantje bij de Appie.

Het was alleen niet naast de deur maar helemaal in Brussel. Nou doe ik Amsterdam niet eens met de auto (Utrecht eigenlijk ook niet), laat staan Brussel. Dus stortte ik me op treinverbindingen, douanes, stratenplannen, ‘Hoe zeg ik het in België ‘ en vertrektijden. Ja, ik ging mee. Ik voelde me bijna zo’n Amerikaanse moeder die haar driejarig dochtertje meesleept naar allerlei beautycontests maar zoon3 is nog geen 18 dus voor het tekenen van een eventueel miljoenencontract moest ik wel mee.

Na drie uur treinen kwamen we in Brussel aan. Eerst zouden we lekker gaan lunchen. De hele ochtend had ik al watertandend gefantaseerd over enorme borden vol knisperende mosselen en literglazen bier maar dat wilde zoon3 niet. Nou, dat bier dan wel. Omdat we in de buurt niets konden vinden werd het een nep Big Mac in een schilferig hamburgertentje maar de honger was gestild. Op naar het modellenbureau met mijn handig uitgeprinte stratenkaartje.

Aangekomen op het juiste adres konden we de voordeur niet vinden. Ik hoor u verzuchten en “provinciaaltjes” mompelen maar het was echt zo. Het was een groezelig pand en toen wij eindelijk een soort van ingang vonden ontbrak de deurbel. Maar dat zal wel Belgisch zijn. Omdat er net iemand het pand verliet konden wij door de deur naar binnen glippen en namen de lift naar de eerste verdieping.

We werden vrolijk ontvangen en zoon3 werd meteen aan het werk gezet met een formulier waar hij al zijn gegevens en maten moest invullen. Een meneer van het modellenbureau kwam aanhuppelen met een meetlint en vroeg aan zoon3 al zijn bovenkleding uit te doen. Nu komen we aan bij dat van de bank rolmomentje.

Ik weet niet hoe het bij u thuis is maar hier werd vanaf een jaar of dertien de badkamerdeur op slot gedaan en zag ik mijn zonen eigenlijk nooit meer in verregaande staat van ontkleding. Dus toen de modellenbureaumeneer met een kreetje zei “Ow, my God” keek ik op van mijn mobiel. Nu weet ik natuurlijk dat zoon3 de afgelopen maanden bijna dagelijks de sportschool bezoekt maar ik had daar nooit zo over nagedacht. Weg was zijn poezelige lijfje dat nog zo in mijn geheugen geprint zat.

Ik zag een gigantische borstkas met van die sixpacks op zijn buik, autonoom bewegende spierbundels en verdikkingen die hij niet had toen hij net uit mijn buik kwam. Ik had een Schwarzenegger gebaard! De modellenbureaumeneer mat met begerige hand al de bovenmaten van zoon3 al moest hij het ter hoogte van zijn heupen een paar keer over doen.

En toen moest zoon3 onder de meetlat. Goddelijk lichaam of niet, hij kwam twee centimeter te kort om toe te treden tot het modellendom. Zelfs met die potentiele kop. Ietwat chagrijnig verlieten wij Brussel. En nee, wij waren niet verantwoordelijk voor die schietpartij even later. Dat was vast een terrorist die één centimeter te kort kwam.

Klapperende tanden.

1 mrt

Vanochtend wachtte ik in de wachtkamer van mijn nieuwe tandarts. Nadat ik eerst werd aangeschoten door een over behulpzaam meneertje ( U kent het type wel, altijd ongevraagd hulp en bemoeienis aanbiedend) die mij wees op het betaald parkeren in de straat waardoor ik weer de snijdende kou in moest om een kaartje uit zo’n eng apparaat te trekken, plofte ik neer op een modern leren stoeltje met zachte vullingen.

Aan de muur van de wachtkamer hing, naast totaal niet ter zake doende kunst, een plat MediaMarktachtig groot televisiebeeldscherm. Al de voor mij wachtende patiënten zaten roerloos, door zenuwen bevangen, gelaten naar het scherm te staren. Daarop werd een natuurdocumentaire van de BBC vertoond. Ik zag in de sneeuw bibberende primaten die om de beurt in een warmwaterbron sprongen en daar hele gekke gezichten bij trokken. Ik moest daar even over nadenken.

Mijn vorige tandarts had op een strategische plek op het plafond een modern kunstwerk hangen. Werd je met stoel en al langzaam achterover geheveld dan viel je blik automatisch op die poel van verfkleuren, getinte pijnscheuten en verbeelde wortelkanalen. Het angstvallig vermijden van rode verfstof deed niets af aan het feit dat ik door dat schilderij nog minder geloofde in een pijnloze behandeling. Dat werkte dus niet.

In de wachtkamer van de nieuwe tandarts speelde nog steeds de apenfilm. Nu kwam er een gigantische grijsrug gorilla langs een boomstam naar beneden geklauterd. Daar aangekomen zette hij zijn vervaarlijke tanden bijna meteen in de billen van een pubergorilla die wat te stoer liep te doen. Eén wachtende patiënt verloor de controle over zijn blaas en vertrok naar het toilet, een mevrouw met een muurvast gemetselde glimlach (U kent het type wel, de altijd lief glimlachende buurvrouw waar je na tien minuten de kriebels van krijgt) verbleekte en liet haar mondhoeken onbewust naar beneden zakken.

Omdat ik wist dat mijn behandeling dit keer alleen een soort kennismaking betrof waar geen boren en beitels aan te pas zouden komen, bleef ik bedaard en geamuseerd naar het apenfilmpje kijken. Achter elkaar werden de wachtende slachtoffers afgevoerd naar de martelkamertjes, ik glimlachte superieur. Bovendien had ik ooit die cursus Tandarts Assistente gedaan en kon altijd nog schermen met de naam van mijn vader. Ha! Mijn zenuwen zouden echt niet op hol slaan.

Totdat de tandarts zijn hoofd om de hoek stak en mijn naam opriep. Het was het knappe broertje van de tandenfee! Een combinatie van George Clooney, Marlon Brando en Sidney Poitier! Mijn knieën knikten, mijn bravoure verdween en ik kon alleen nog maar stamelen: “Me Jane, you Tarzan? “.