Archief | juli, 2016

Catweazle

22 jul

Het was de laatste dag van de Vierdaagse. Alle wandelaars waren al lang binnen en langzaam aan werden de straten weer beschikbaar voor al het andere verkeer. Ik liep naar buiten om de brievenbus leeg te halen maar zo als gewoonlijk zat er niks in. Toen hoorde ik een stem. Ik draaide me om en stond oog in oog met Catweazle. Goed, zijn baard was iets beter getrimd en hij droeg een brilletje maar het had zijn broer kunnen zijn. Ook droeg hij geen middeleeuws monnikengewaad maar een groene, wijd uit wapperende waxcoat die duidelijk in de winter van 1903 het laatst in de wax was gezet.

Catweazle zei van alles maar ik stond net iets te ver weg om hem te verstaan. Daarnaast bleek hij Engels te spreken en dat verwacht je niet zo een, twee, drie op het Betuwse platteland, zelfs niet in de Vierdaagse week. Toen mijn hersens de taalomschakeling hadden gemaakt en ik dichterbij stond begreep ik dat Catweazle om een glas water vroeg. Daarbij gesticuleerde hij heftig met zijn knoestige wandelstok in de richting van de boerderij verderop. “They’re closed!” Dat klopt, buurman heeft een landwinkel annex theeschenkerij maar die zat op dit tijdstip allang uit te buiken op de bank.

Maar Catweazle had dus dorst. Hij verzekerde me dat hij op de straat zou blijven staan en dus niet ineens met een horde verstopte kompanen in mijn keuken zou staan om mij te beroven of anderszins. Gelukkig ben ik erg naïef en was dat idee niet eens bij me opgekomen.

Toen ik terug kwam met een glas water bleef hij maar Thank you so very much-en en ik vond dat ik mijn karmapunten voor die dag wel verdiend had. Al kloekend keek Catweazle mij aan en vertelde dat er een tractor volgeladen met pruimen langs was gereden en dat er drie volmaakte pruimen van de kar waren gerold, precies voor zijn voeten. Dit kleine gelukje liet zijn oogjes stralen en hij smakte met zijn lippen bij de herinnering.

Het glas was leeg en onder duizende dankbetuigingen gaf hij het terug. “I wish you a very nice weekend and thank you ever so much!!” Ik zei hem gedag maar hij bleef maar Thank you so much zeggen zodat ik niet met goed fatsoen me om kon draaien en naar binnen kon lopen. Na vijf minuten deed ik dat toch maar. In de bocht van de weg hoorde ik hem nog steeds. “Thank you!”. Op het grind liep een pad. Waarschijnlijk Touchwood.