Archief | augustus, 2016

Brief aan Yulain.

22 aug

21 augustus, 2016.

Lieve Yulain,

We waren aan het kletsen dus ik ga gewoon door waar we gebleven waren. Het hartfilmpje gaf een rustig beeld en je zei dat je ontzettend blij was met de uitslag. Ik ook! Na dagen van rare onverklaarbare ellende leek het er op dat alles goed zou komen.  Je broer was gearriveerd, fijn voor je dochters en jij voelde je ook minder angstig.

Al een jaar of twee hadden we contact op Twitter. Er waren veel grappige overeenkomsten tussen ons die genoeg gespreksstof opleverden. Allebei een boerderij in de Betuwe, al zat jij tijdelijk in Hongkong, allebei rood haar en krullen, van jou echt, van mij nep. Hondenliefhebbers en nog veel meer. In DM bespraken we dagelijks onze andere beslommeringen waar niemand wat mee te maken had. Vanuit Hongkong probeerde jij en passant  jouw overtollige hanen aan mij te slijten en ik hielp via Twitter-oproepen mee toen één van je honden, die  in Nederland waren gebleven, was weggelopen.

Langzamerhand ontwikkelden we een nauwe dierbare vriendschap. Toen er bij een controle toevallig een tumor in je rib werd ontdekt werd die vriendschap nog sterker. Kanker is altijd een schrikbarende diagnose en eventjes wankelde je. Jij, als wiskundig, analytisch en nuchter denkende vrouw met een heerlijk brein, moest hier pas op de plaats maken. Gelukkig viel het mee, was er een goed operatieplan en een nog betere uitslag. Daadkrachtig verder, niet janken maar aan de slag.

Dat verliep moeizamer dan je wilde en gewend was. Je bleef moe, viel kilo’s af en herkende jezelf niet meer in heel veel dingen. Je vroeg me hoe dat kon. Waarop ik antwoordde dat zelfs praktische beta-mevrouwen een opdonder krijgen van zulke diagnoses, operaties en ervaringen.

Ondanks een geweldige week bij een traditioneel Japans echtpaar ging het langzaam bergafwaarts. Moe, pijn en na twee keer flauw te zijn gevallen terug naar het ziekenhuis. Onderzoek na onderzoek met een uiteindelijke diagnose die je iets geruster stelde.  Morgen mag ik naar huis, zei je blij. Je volgende bericht kwam van de IC. Hartinfarct. Je was beroerd en ik heb je nog nooit zo bang meegemaakt. Je kon niet slapen en ik ook niet dus bleven we nog een lange tijd wakker om te praten.

De dag er na was je ECG goed, gaf een rustig beeld en je was blij. Dat waren je laatste woorden aan mij. Ik las ze en ging mijn zaterdagavond vieren. Zondagmiddag vertelden je dochters me dat je er niet meer was.

Daar zat ik dan. Achter mijn laptop, je was er niet meer. “Maar we zijn nog lang niet uitgepraat” zei ik. “We moeten nog een keer in het echt afspreken” zei ik. “Hoe moet ik nu alles hier relativeren zonder jou? “ zei ik. Je zei niets terug. Dat is niet jouw schuld. Maar ik blijf tegen je praten. In gedachten hoor ik echt wel wat je zegt.

Computergames

9 aug

Zoon2 kwam na veertien dagen Dover, Engeland terug naar huis en hij nam twee vrienden mee. Eentje uit Engeland en eentje uit Noorwegen. Met zijn drieën zouden ze hier nog een weekje gamen. Computergamen, iets met LAN of zo. Mij maakte het allemaal niets uit, veels te leuk om vrienden van je kinderen te ontvangen. Van de indertijd half gereed gekomen Bed&Breakfast maakte ik een acceptabel jonge mannenverblijf, alleen douchen moest met koud water.

Dinsdagochtendvroeg zou Zoon2 met zijn kornuiten aankomen op Centraal Station Nijmegen, na een nachtelijke bus en bootreis. Wederhelft had het kortste strootje getrokken en zou vroeg opstaan om ze op te halen. Pech voor hem en dat bleek wel want om kwart over acht belde hij op. “Ik sta met pech midden op het Trajanusplein” zei hij. Ja, vervelend maar kon hij dan niet beter de ANWB bellen? Dat had hij natuurlijk al gedaan maar achterin zijn auto zaten die Noor en die Engelsman. En Zoon2. Ik sprak af dat als het te lang zou duren, ik de jongens zou oppikken.

Na drie kwartier belde Zoon2. “Kun je ons ophalen, pa is weggesleept met de ANWB-wagen. We staan achter het NEC-bord”.  Dat was op zich al een onheilsbode gezien de resultaten de laatste tijd, maar dat bord staat ook zo ongeveer midden tussen zes drukke uitgaande wegen en vijf nog drukkere ingangswegen van Nijmegen. Daar kon ik echt niet even rustig stilstaan en drie mannen plus koffers vol computerapparatuur inladen.

Op hoop van zegen sprong ik in de auto en reed zuidwaarts. Op het bewuste punt zag ik ze staan en gebaarde en zwaaide hevig in linker richting waar ik heen reed omdat ik daar een sneaky omweggetje wist. Maar zoals altijd bij sneaky omweggetjes was de route plotseling anders en er was een straat opgebroken. Daar stond ik dan, kon niet keren alleen maar verder de diepe krochten der stad in. En dat is niets voor mij. Ik belde Zoon2 maar zoals dat gaat met sneaky omweggetjes, gaat dat ook met mobiele telefoons, zijn batterij was leeg.

Dus zat er niks anders op de auto ergens te parkeren en naar het punt te lopen waar ik voor het laatst een glimp van mijn kind had gezien. Na over vier stratenmakers en vijf bouwvakkers te zijn gestruikeld waarbij mijn korte jurkje gevoelsmatig alleen maar korter werd, vond mijn spiedend oog dan eindelijk mijn zoon.

Inmiddels was het tien uur, de drie mannen waren al uren onderweg, moe, vies en hongerig. Toen ze me zagen vielen ze met slepende tred in mijn armen en droeg ik ze als Moeder Theresa naar mijn auto, vijf kilometer verderop. De Noor kreunde nog even want hij moest alweer in een Volvo waar ze net pech mee hadden gehad. En ik weet eigenlijk niet hoe de verhoudingen liggen tussen die twee buurlanden. Maar moe als ze waren namen ze weinig van de omgeving op, ik hoorde een hongerige kreun bij het passeren van een McDonaldsbord en een angstkreetje toen ik met zeventig kilometer de dijk op scheurde want die hebben ze daar niet.

Thuis waren de bedden slaapklaar en geruime tijd was het stil in het opvangcentrum. Toen ik ze een brunch van stapels gebakken eieren met spek had gebracht zei de Noor: “Please, let me hug you! Those were the best bacon and eggs I’ve ever had!” Blij hiermee liep ik ons huis weer in waar wederhelft kwijlend een nieuwe Volvo zat uit te zoeken want er was iets met een distributieriem en kosten. Die heb ik snel uit de droom geholpen, hij mag de mijne hebben. Ik ga op zoek naar een Noorse auto.