Archief | oktober, 2016

Kind.

21 okt

Kind, lief kind.  Ik heb je stem nu al zo lang niet meer  gehoord. Vertel me je verhalen zoals je altijd deed. Vertel me over je avond, vertel me wat je meemaakte. Vertel me over het plezier met je lachend gezicht erbij. Vertel me over het oneindige leven van jochies van achttien.

Vertel me dat je leeft. Dat je plezier hebt en dat je vanavond thuiskomt.

Ik zal niet mopperen omdat je zo laat bent. Ik zal niet mopperen over de troep in je kamer. Ik zal het hok van je konijn met liefde verschonen. Ik zal nooit meer mopperen als je maar thuiskomt.

Ik zal niet mopperen als je pas na vijf keer schreeuwen naar beneden komt om aan tafel te eten met ons vijven. Ik zal niet mopperen, nooit meer. Als je maar bij me bent.

Met liefde koop ik het meest gore fast food voedsel voor je voordat je aan je avondbaantje begint en dan krijg je nog een biertje erbij van mij, als je maar tegen me praat. Ik mis je stem, ik mis je alles.

Kind, lief kind. Ik kan niet zonder je.  Alsjeblieft, help me.

 

As.

20 okt

Pieter is nog niet helemaal weg. Van het crematorium kreeg ik een nette brief waar in stond dat we, één maand na de crematie, zijn as konden ophalen. En vervolgens twee A-viertjes met allerlei mogelijkheden die het crematorium had. Met prijslijst uiteraard.

Na de ontvangst van deze brief begon ik na te denken over wat we zouden kunnen doen met de as van Pieter. Vrij snel dacht ik aan een mooie plek die onlosmakelijk verbonden zou zijn met hem. De tuin en boomgaard waar hij bijna zijn hele leven gespeeld en later gefeest had zou logisch zijn. Ware het niet dat ons huis te koop staat en ik er niets in zag om over een paar jaar aan de nieuwe bewoners te vragen of ik even een uurtje onder de oude perelaar mocht zitten om mijn zoon te herdenken.

Dus piekerde ik verder. Waar was Pieter nou het liefst? Tja, in de kroegen en disco’s van Arnhem, Nijmegen, Bemmel en heel Gelderland eigenlijk. Maar om nou al die plekken af te gaan met een wijde cape om en dan stiekem overal wat as van hem verstrooien? Nee. Ik ben er dus nog niet uit maar dat is geen punt. Eerst Pieter wederom naar huis halen en dan zien we wel.

Met een paar mensen hebben we die woensdagmiddag Pieter naar de oven gebracht. Klinkt rauw, was het ook want we kwamen in een soort fabrieksachtige ruimte terecht waar geen bloemen stonden of gepast behang hing. Het personeel begon ons in een verhit staccato uit te leggen waar ze mee bezig waren en wat er ging gebeuren. Pieter’s  kist kreeg een kenmerk mee dat in de as kon worden teruggevonden zodat we later zeker wisten dat we Pieter in die disco zouden verstrooien en niet een oud dametje van 89.

Nu was ik al vaker tot op het laatste moment bij crematies aanwezig geweest en vaak werd er dan een discreet gordijntje opzij geschoven of een deurtje met daar ver achter weer een deurtje. In plaats daarvan werd er nu met luid geratel een metalen luik omhoog getakeld. De hitte die vrij kwam verschroeide mijn wenkbrauwen en ik stapte achteruit. Niet ver genoeg om te missen hoe de kist met mijn zoon langzaam de zinderend roodgloeiende ruimte werd in geschoven. Toen ratelde het luik weer naar beneden.

Scenario.

19 okt

Er is geen scenario voor het  overlijden van je kind. In onschuldige, gelukkigere momenten probeer je je wel eens voor te stellen hoe dat zou voelen, hoe dat zou moeten.  Als er een ziekenwagen met loeiende sirenes voorbij scheurt is het eerste dat je je afvraagt als moeder  ‘Waar zijn mijn zonen op dit moment?’  En je bent opgelucht als geen van drie zich in de richting van de ambulance bevindt.

Als je staat te koken en er is één zoon nog steeds niet thuis dan fluistert er een geniepige klootzakkerige duivel in je oor:  “Stel je voor dat zo direct de politie aanbelt.”  Je bent er van overtuigd dat je dan nooit meer het gerecht  zal kunnen eten dat je nu aan het maken bent. Je twijfelt er geen seconde aan dat je de jurk, die je op dat moment draagt, nooit meer aan zal doen.

Toen Floris een paar jaar geleden op zijn scooter werd aangereden, belde hij zelf. Dat maakte voor het gierende gevoel in mijn keel niks uit. Ik smeet het strijkijzer op de plank en sprong in de auto zonder te vragen waar hij was.

Wouter bracht het wat anders. “Mam, er is hier een ongeluk gebeurd.” Waarop ik zei “Nou, niet blijven kijken, kom maar snel naar huis.” Bleek het om hem zelf te gaan. Ik vermoed dat hij het voorzichtig wilde brengen aan mijn immer angstig moederhart.

En Pieter? Pieter reed vorig jaar zomer tegen een muurtje aan maar kwam gewoon vreselijk zen midden in de nacht naar huis lopen met zijn half aan barrels gereden scooter.

Dus je bent wel wat gewend. Denk je. Maar er is geen scenario en als moeder blijf je toch enge dromen hebben. Dat ik wakker schoot uit zo’n nachtmerrie waarin Wouter een ongeluk had gehad en belde:  “Er is zoveel bloed, mam, zoveel bloed.”

Er is geen scenario. Ik stond niet te koken toen de politie om kwart over vijf die zaterdagochtend aanbelde. En ik had geen jurk aan. Wel een nachthemd en ik weet niet meer welk. Ook weet ik niet meer wat we aten op vrijdagavond, de laatste maaltijd met ons vijven. Ik weet niet meer wat ik allemaal gezegd heb en gedacht. Ik weet alleen nog dat ik mijn vader wilde bellen en niet meer wist hoe mijn mobiel werkte.

Er was geen scenario. Er was alleen “zoveel bloed, mam, zoveel bloed.”

The world beyond.

18 okt

Pieter werkte het liefst op mijn laptop. Had iets te maken met een onverwachte beweging met een hamer en iets met een scheur in zijn beeldscherm. Het gevolg hiervan was dat hij diverse documenten had opgeslagen in mijn computer. Teksten, foto’s en andere dingen.

Ik heb nooit de behoefte gehad om te kijken wat er in stond maar in de dagen na Pieter’s dood zocht ik zoveel mogelijk informatie, zaken en foto’s van zijn leven. En ik vond dat ik nu wel een klein beetje recht had om te kijken in die files die mijn zoon op mijn pc had opgeslagen. Zonder wachtwoord dus zo erg kon het niet wezen.

Ik was benieuwd of hij nog andere kanten had, kanten waar ik niks van wist. Misschien was hij wel dé drugsdealer van Elst. Misschien hield hij er twintig vriendinnen tegelijk op na. Maar ik kon me dat eigenlijk niet voor stellen want Pieter was altijd heel open en direct over wat hij uitspookte.

Hij vertelde netjes dat hij wel eens alcohol dronk ( ik reserveerde meteen een plekje in de praatgroep ‘Moeders van jonge alcoholisten’). Meldde terloops dat hij wel eens een jointje rookte ( ik reserveerde meteen een plekje in de praatgroep ‘Jonge mensen en drugs’ , voor hem dan.) Ook zei hij dat hij wel eens een roze pilletje had geslikt op een festivalavond ( ik reserveerde meteen een plekje voor hem in de praatgroep voor jongeren met erectieproblemen maar dat bleek ik verkeerd begrepen te hebben.) Dus dat viel allemaal heel erg mee en we konden daar gewoon over praten.

In het document Instagramfoto’s  vond ik alleen maar lol en plezier. Goed, ook flesjes bier en flessen ander spul maar vooral foto’s van Pieter en zijn vrienden  op chillavonden, zomerse festivals en hangend op bankjes overal en nergens. Wel vond ik verdacht veel foto’s van mijn handtekening.  Ik besloot dat ik niet alsnog de schooladministratie om kopieën van de  ‘ziekmeldingsbriefjes’ ging vragen.

Bijna alle documenten die ik opende op mijn laptop vertegenwoordigden de levensgenieter die mijn zoon was. Vrienden, vriendinnen, lang leve de lol en vooral ‘Wij zijn jong en halen alles uit het leven wat er in zit-geest.’  Het plezier straalde overal vanaf, je zou wensen dat je weer één week achttien mocht zijn.

Misschien zijn de Instagramfoto’s van zijn vrienden iets minder vrolijk dezer dagen. Ze verloren één van hun goede vrienden en de impact die dat had was erg verdrietig. Zo blij was ik daarom ook vandaag met ‘t berichtje van een moeder van een vriend van Pieter. Ze schreef dat haar zoon dit weekend bij thuiskomst ’s nachts tegen haar zei: “Pieter was er bij, ma. Echt, hij was er bij.”

Waarom ik schrijf.

17 okt

Aan alle lieverds die de moeite nemen wat te zeggen over mijn stukjes. Ik schrijf over leuke dingen waarover ik zelf kan lachen. Ik schrijf om niet te vergeten.Ik schrijf nog ouderwets met pen en papier, ja ja, ik weet ‘t… Ik schrijf omdat dat mijn hele leven lang al de manier is voor mij om dingen te verwerken. Niets meer en niets minder. Nu, in deze barre tijden, schrijf ik vooral om Pieter’s dood te accepteren. Om een manier te vinden om te kunnen huilen. Soms schrik ik van de emoties die ik bij jullie losmaak maar aan de andere kant is dat ook weer prettig voor mij. Het troost me. Het verlies van Pieter zal voorlopig nog heel veel pijn gaan doen maar ik vind het fijn te weten dat jullie allemaal meeleven. Dank, dank.

Missen.

17 okt

Gisteravond werd ik ziek. Ineens. Misselijk. Krampen in mijn buik, maagzuur. Dichtbij de wc en met een emmer naast mijn bank probeerde ik te slapen. Toen kreeg ik ook nog eens een huppelhartslag en erge pijn in mijn borstkas en boven tussen mijn schouders.

“Oké “ dacht ik toen. “Ik heb een hartaanval.”  Normaal gesproken zou ik door die gedachte alleen al vreselijk gaan hyperventileren maar dat gebeurde niet. Ik lag daar in het donker naar de kaarsjes bij de foto van Pieter te kijken.

Ik geloof niet in een hiernamaals, Pieter zal ik nooit meer terug zien maar gisteravond dacht ik heel even “Stel je nu voor dat ik nu dood ga en ik kom hem toch weer tegen? “ Daar lag ik gelaten aan te denken. Alles deed pijn, alles was verdriet.

Na twee uur waren de waxinelichtjes opgebrand en ik bleek toch geen hartaanval te hebben want ik moest weer rennen naar de wc. Mijn hele lichaam was al leeg maar toch kwam er nog steeds troep overal uit, het leek wel gif en ik vroeg me af of het menselijk lichaam verdriet kon omzetten in iets substantieels dat je uit kon spugen.

Het was vier uur in de ochtend, ik stak nieuwe lichtjes aan en ging weer liggen. Natuurlijk wilde ik niet dood. Maar mijn lichaam rouwt mee met mijn hoofd, mijn baarmoeder trekt van ellende in elkaar, iedere vezel van mijn moederlijf doet zeer. Ik ben doormidden gebroken, zo voelt het.

Het werd gewoon weer licht en ik moest de dingen doen die ik moest doen. Het liefst ben ik bij mensen die, drie weken na de dood van Pieter, nog steeds elke dag om hem moeten huilen.

Want ik mis hem zo. Ik mis hem zo verschrikkelijk erg.

Straks.

14 okt

Ik kreeg een email van mijn huisarts. Eerder had ik hem gevraagd  om het rapport van de schouwarts. De arts die Pieter het eerst heeft mogen aanraken en zien na die klote klap tegen de lantaarnpaal op weg naar huis. En dan laat ik al de hulpverleners en eerste  getuige even buiten beschouwing. Het volledige rapport bleek ik om juridische redenen – nog-  niet te mogen inzien. Maar mijn huisarts had dat wat ik wilde weten uit de berichtgeving gehaald. Pieter is overleden door een grote schedelbasisfractuur. Hij was op slag dood en heeft niet geleden.

Drugs, medicijnen en alcohol-testen bleken negatief. Er was een mogelijkheid om aan het volledig rapport te komen maar ik vond dit afdoende. Later die ochtend was ik bezig met het afwikkelen van Pieter’s  bankzaken. Ik moest ergens een bewijs aanleveren dat zei dat ik Pieter’s moeder was.

Een uurtje na het bericht van mijn huisarts kwam de mail van de politie die bij het ongeluk ter plaatse was geweest. De losse onderdelen en restanten van de scooter hadden we inmiddels opgehaald. De helm niet. Ik wilde wel graag de foto’s zien die genomen waren van de helm ter plekke.

Die foto’s kreeg ik dus toen. Foto’s van een helm, aan de linkerkant een gigantische barst, nog net niet open gespleten. Bloed aan de buitenkant en binnenkant. Ik zag de helm waaraan ik Pieter altijd herkende. Zwart met een smiley-sticker aan de zijkant. Die zijkant was nu gekreukeld en rood bevlekt.

Vanavond bekeek ik voor het eerst de opnames van de afscheidsdienst van Pieter. Het USB-stickje lag er al zes dagen maar ik verstopte het de hele week. Tot vanavond. Alles kwam samen. Het gedeeltelijke autopsie rapport, de foto’s van de helm, het bekijken van de dienst. Ik keek en ik las.

Ik waste de pannen van het verjaardagsfeestje van zoon2 af. Ik brak. Ik viel. Ik liet tranen vallen. Ik gaf mezelf een schop onder mijn kont en droogde de pannen af. En mijn tranen.

Straks, als het donker is en iedereen slaapt.