Archief | november, 2016

Ik.

28 nov

Vandaag ging het niet. Vandaag was klote. Niets kwam er uit mijn handen. Ik kon alleen maar naar buiten staren en me hopeloos verdrietig voelen.  Mijn kind is dood. De hele dag door. Hij komt nooit meer thuis. De hele dag door.

Ik zei tegen een vriend op Twitter dat mijn stoere ridderharnas begon te roesten. Waarop hij zei dat dat hem een goede zaak leek. ”Het is kut, Pien maar goed. Het kan niet anders, lieverd anders ga je stuk. Echt stuk.” Ik schrok. Kan ik nog erger stuk dan dit? Dat is toch niet te doen? Hoe doen mensen dat?

Ik sta lang naar de foto’s van Pieter te kijken. Dat jochie dat ik gemaakt heb. Dat mooie kind. De waxinelichtjes flakkeren een levendige gloed op zijn gezicht maar hij is toch echt weg en heel erg dood. Het bodemloze gevoel in me wordt erger.

Alles mislukte vandaag. Op het parkeerterrein van de supermarkt ramde ik woest op de toeter toen iemand niet goed oplette tijdens het wegrijden en in de winkel vervloekte ik luid de kinderen die voor mijn karretje in de weg liepen. Maar zo wil ik niet zijn. Zo ben ik niet.

Ik ben mijn eigen Ik tijdelijk kwijt, denk ik. Ik moet een nieuwe Ik maken. Een Ik met twee zonen in plaats van drie. En dan kunnen jullie wel allemaal zeggen dat ik altijd drie zonen zal hebben maar dat is natuurlijk niet zo. De derde is dood. Hartstikke dood.

En mijn Ik hapert. Ik struikel en val in kuilen. Ik weet het niet meer. Ik zie alleen maar zwart. Ik ben bang. Ik mis hem zo. Ik ben geen Ik meer.

Meer pijn.

27 nov

Mijn lief jochie, wat mis ik je toch. Waarom draait alles maar door terwijl jij er niet meer bent? Waarom kunnen mensen verder zonder jou? Hoe flik ik dat zelf eigenlijk? Ik eet, ik leef, ik doe. Ik lach zelfs en kan moeiteloos de bezem door je ontruimde kamer halen.

Maar ’s avonds springt het gemis van je me onverwachts in mijn nek, vloert me en laat me geradbraakt achter. Dan is er niets meer van me over en in het donker komt mijn ware ik van onder de bank tevoorschijn.

Het is geen mooie ik. Het is een ik die alles zou doen om je terug te krijgen. Geen offer te hoog. Ik laat mijn tanden zien, krimp inéén na een oerkreet en zou kunnen moorden als ik je daarmee terug kreeg. Niets ontziend, alles voor jou.

Na vijf minuten zie ik het idiote hiervan in. Kruip terug onder de bank, veeg mijn tranen weg en wikkel warme dekens om mijn koude hart. En besef dat mooie herinneringen niet genoeg zijn maar dat ik het er mee zal moeten doen.

Nooit meer “Mam, ik ben weg.”  horen. Nooit meer niks en alles. Nooit meer. Nog nooit hebben twee woorden zo’n gigantisch gat in mijn hart geslagen. Een onherroepelijk gat en dat weet ik. Dus lig ik voorlopig op en onder de bank en knijp in mijn handen om de storm van verdriet te kunnen verdragen. Ik ben niet stoer. Ik ben niet sterk. Ik ben maar gewoon een klein moedertje dat haar kind zo vreselijk mist.

Toen ik eens tegen driejarige Pieter zei dat ik iedereen die hem pijn zou doen in elkaar zou slaan, keek hij me geringschattend aan en zei “Kan zo’n klein vrouwtje als jij dat wel? “

Ik kan het inderdaad niet, Pikkieman. Zij hebben gewonnen.

Leed

27 nov

Afscheid genomen van oma. De derde crematie in twee maanden. Maar oma was op en der dagen moe. Het was mooi geweest, ze wilde niet meer.

Weer zat ik op een bankje naar een kist te staren. Luisterde naar mooie verhalen en herinneringen. Hoorde een ongeuite snik door de zaal gaan toen mijn vader aan de dood van Pieter refereerde en hoe oma had gezegd dat zij degene was die dood had moeten gaan in plaats van Pieter. Nu is zij er ook niet meer en moet ik twee mensen waarvan ik zoveel hou missen.

Na de dienst waren we met de familie bij elkaar. Het was fijn, met gelach, eten én lekker drinken natuurlijk. Pieter en oma waren erbij. Iedereen dacht aan hun. Ik voelde de familiebanden en de sterkte die je daaraan hebt. Warme liefhebbende omhelzingen.

Een paar uur voor de dienst stonden er bekenden op de stoep. De ouders van de basisschool boezemvriend van zoon2. Drie jaar geleden verloren zij hun oudste zoon. En ik besefte dat dit verdriet, van hun en van mij, nooit over zal gaan.

Het leed was nog steeds snoeihard te lezen op hun gezichten. Het leed dat meteen weerklonk in al onze woorden en zinnen. Het leed dat je nooit zult begrijpen als je het niet persoonlijk overkomt. Het leed van het ongeloof. En het grote Waarom?

Er zijn geen gradaties in het verdriet om een kind. Toch breekt mijn hart net iets meer bij hun verhaal. Hun zoon wilde niet meer verder leven en ze weten nog steeds niet waarom. Zij konden hun zoon niet meer zien na zijn dood en ik realiseer  hoe bevoorrecht ik was om mijn dode kind nog een paar dagen bij me te hebben.

Als ik mijn ogen dicht doe kan ik Pieter weer ruiken zoals hij rook die laatste dagen en hoe hij aanvoelde. Zij niet. Ze hebben alleen allebei een laatste bericht van hun zoon op hun mobiel. “Ik hou van jullie” En vanaf dat bericht zou alles nooit meer hetzelfde zijn.

 

Gevoel.

20 nov

Mijn gevoel staat uit. Ik rol door de dagen heen. Ik doe wat ik moet doen. Zonder gevoel, zonder liefde. Ik durf mijn gevoel nog steeds niet aan te zetten. Het lijkt zo ontzettend eng daar. Ik kan dat nog niet. Dus laat ik mondjesmaat brokjes ellende naar binnen kruipen waar ik vervolgens lang op herkauw. Te lang? Te kort? Ik weet het niet.

Soms voelt het alsof ik geen contact meer heb met de werkelijkheid. Niet meer met mijn beide voeten op aarde sta. Je broers vermijden angstvallig je naam en alles wat met je te maken heeft. Ze zijn bang om me pijn te doen en verdrietig te maken. Zo doorzichtig en zo lief. Dus hebben we het tijdens het avondeten over Trump, de NS en de kippen.

Ik krijg geen hap door mijn keel. Ik wil schreeuwen “Nou!!? Waar is hij dan? “ wijzend op de lege plek naast me. Doe ik natuurlijk niet. Het is allemaal al moeilijk genoeg.

Ik denk terug aan je afscheidsdienst. Dat iedereen om mij heen zat te huilen en dat ik alleen maar kon denken: “Zijn we nou klaar? Ik wil naar huis.” En dat is alles wat ik wil op dit moment ook al ben je al bijna twee maanden dood. Gewoon de dingen doen die ik moet doen en dan als de sodemieter naar mijn bed.

Niemand meer die tegen me praat, niemand meer die me probeert op te beuren. Niemand die me met goedbedoelde teksten wil helpen. Ik wil alleen luisteren naar de oorverdovende suis in mijn oren die daar sinds die zaterdagochtend piept. Misschien heb ik nog geen behoefte aan hulp, wil ik liever nog even in dit wazige schemergebied blijven.

Met dat ik dat schreef zag ik dat de kaarsjes bij je foto  uit waren gegaan. Ik stak nieuwe aan zodat ik vanavond al je verhalen, geschreven in flakkerend kaarslicht op het plafond, weer kan lezen.

Ik mis je, Pikkieman.

Klote.

15 nov

Ik meldde het al op Twitter vandaag. Ik speel verstoppertje. Ik ontwijk alle nare gedachten, ik ontwijk jouw dood. Maar je dood is niet langer te ontwijken. Het is al veel te lang geleden dat ik je stem hoorde, dat ik een vijfde bord op tafel zette, dat ik niet bij alles wat ik doe aan jou denk. Ik word er iedere dag mee geconfronteerd. Maar probeer snel aan iets anders te denken.

Dat lukt niet meer. Dus besloot ik om in een misplaatste mantra vanaf vanmiddag iedere vijf minuten ‘Pieter is dood’ hardop te zeggen tegen mijzelf. Na twintig minuten was ik kotsmisselijk. Eigenlijk al na drie minuten. Toch bleef ik volhouden en me met dat kleine, lullige zinnetje om mijn oren slaan.

Gister zocht ik op het internet alle foto’s op die waren genomen van jouw ongeluk en alle handelingen daarna. Allemaal discrete foto’s.  Op één foto zag ik iets wat een stukje jij zou kunnen zijn. Ik probeerde de foto uit te vergroten maar dat lukte niet. Omdat ik een rare behoefte aan detail had, nam ik me voor de persfotograaf te mailen.

Deze man was bijna direct ter plaatste, heeft jou kunnen zien zo als ik jou nog nooit gezien heb. En dat mag niet. Dat kan niet! Ik ben je moeder, ik had daar moeten zijn!

Ik wilde het persbureau vragen om alle foto’s van mijn kind op te sturen, ook de niet-discrete. Want mijn honger naar foto’s van jou is pijnlijk aanwezig. Alsof ik het pas geloof als ik je daar daadwerkelijk dood zie liggen rond die lantaarnpaal. Alsof ik het dan geloof. Of ik het dan geloven kan.

Ik wil het zien, ik wil weten. De oermoeder in mij schreeuwt, wil antwoorden. De oermoeder in mij is verdwaald.  Maar ik ben geen oermoeder meer. Mijn kind is dood en geen enkel oerinstinct doet daar wat aan. Ik wil je terug, lief kind. Zo heel erg graag. Ik zou er alles voor doen.

Liever heb ik nog je dode lijf hier naast me, in de opkamer . Dat ik je kon vasthouden, je haren netjes kon doen, je ogen kon sluiten, je lippen aan elkaar kon plakken met lijm, de vliegen van je mond kon verjagen en in slaap kon vallen naast je. Mijn hand naast jouw hand en dat je zei: “Jij bent mijn vriend.”

 

Iedere avond.

13 nov

’s Avonds komen de geesten. De geesten van waarom en ongeloof. Als iedereen naar bed is en slaapt. Het huis is stil en ik zit achter mijn bureau. En ik word niet meer afgeleid door het leven van alledag. Ik hoef niks meer te doen, de boodschappen zijn allang gedaan, het eten is allang gegeten. Het is stil. Je broers slapen. Ik denk aan jou. Het is stil, op een naargeestig suizende piep in mijn oren na.

Het leven gaat ook zonder jou gewoon door. Er werd dit weekend een jongen van twintig overreden door een auto. Hij heeft het niet overleefd. Hij is ook dood. Een jongen, niet ver hier vandaan. Ik weet nu hoe zijn ouders zich moeten voelen.

Ik weet ook dat me dat geen reet interesseert. Ik weet alleen van jou en mij. Ik denk alleen aan jou en mij. Over hoe ik nog steeds niet tegen mezelf durf te zeggen dat je dood bent en dat ik je  godverdomme nooit meer terug zal zien.

Mijn mooie lieve kind. Hoe haal je het in je hoofd om zo weg te gaan? Mij achterlaten met niets wat ik kan doen. Mij alleen laten met zoveel pijn. Dat is niks voor jou, zo ben je niet. Toch zit ik hier met een doormidden gescheurd hart.

Morgenochtend gaan we gewoon weer door. Naar de supermarkt. Naar de glasbak. Naar de stofzuiger door het huis. Naar het doen alsof het leven gewoon doorgaat.

Maar voor mij gaat het leven niet meer gewoon door. Misselijk van verdriet doe ik wel alsof maar ’s avonds laat komen de geesten. Als iedereen naar bed is en slaapt. En het huis stil is en als ik nog steeds achter mijn bureau zit. Iedere avond weer.

Waarom?

9 nov

Bijna iedereen slaapt al. Mijn TL valt stil. De verwarming is al uit en ik ril. Vandaag gemerkt dat ik even niet aan je dacht en daar schrok ik van. Hoe durfde ik?! Je bent nog geen twee maanden dood  en ik dacht zo maar aan iets anders!

Verward begon ik aan de rest van de dag. Bedacht  me dat ik de foto’s van je laatste dagen moest gaan bekijken. En de video van je afscheidsdienst. Want ik rouw blijkbaar niet genoeg. Hoe durf ik als moeder die haar jongste kind heeft verloren, te denken aan iets anders?

Je vader kwam in tranen naar beneden met je gedemonteerde tafelblad en snikte iets over te zwaar. En ik maar denken dat hij bedoelde dat het bureaublad te zwaar was en dat hij daarom zo moeilijk sprak. Maar nee, onder je bureaublad  had hij minstens veertig aangekoekte kauwgomballenpropjes gevonden en daardoor werd hij ook weer onverwachts verpletterd door je afwezigheid.

We missen je zo. Iedereen op zijn eigen manier, iedereen met zijn eigen verdriet. Ik liep toevallig vandaag de schuur in om iets te pakken en daar stond de scooter waarmee je op weg naar huis was. Ik stond stil,  voelde zo’n immense pijn en wist niet meer waarom ik de schuur moest zijn.

Het rare is dat je eigenlijk al voor je dood afwezig was. Want je was namelijk altijd weg, de hort op, naar vrienden. Naar school (tenminste, dat hoopte ik ), naar de sportclub, naar je baantjes en naar avondjes de stad in. Negen van de tien keer at je niet mee en in het weekend bleef je bijna altijd bij vrienden slapen.

Tegen etenstijd zou ik me niet gauw vergissen en vijf borden op tafel neer zetten omdat ik al gewend was om na te denken of je mee at of niet. Ik bleef niet meer wakker tot diep in de nacht omdat ik wist dat je bij je vrienden zou blijven slapen als het te laat werd of als je teveel biertjes had gedronken.

Waarom, lief kind? Waarom ben je toch die zaterdagochtend om vier uur op de scooter gestapt en naar huis gereden? Waarom ben je niet  blijven slapen? Waarom? Waarom?!!