Archief | februari, 2017

Hoe verder?

27 feb

Ik wil verder maar dat lukt niet. Iedere keer staar ik vol ongeloof naar de foto’s van je dooie lichaam in het mortuarium. Ik zie een mooi jong liggen. Met een slapende uitdrukking op zijn gezicht. En ik moet tegen mezelf zeggen: “Pien, dit is je kind. Dit is je jongste. Hij is dood, hartstikke dood.” Maar mijn eigenwijze hoofd blijft dit ontkennen, blijft dit vreselijke iets wegschuiven alsof het niet gebeurd is.

Moeders schrijven mij dat ze zich deze pijn niet voor kunnen stellen. Nou dames, ik ook niet. Zelfs nu het me overkomen is. Dit is zo iets machtigs, zo iets groots dat je alleen maar terug kunt kruipen naar je bed, je bank of wat dan ook. Naar een plek waar je niks voelt. Want als je gaat voelen ga je simpelweg dood. En dan ben ik niet dramatisch, echt niet.

Ik verbaas mij iedere ochtend over de kracht die ik blijkbaar ergens verstopt heb en die er voor zorgt dat ik op sta. Eet. Drink. Poets. Boodschappen doe. Huil. En zo verschrikkelijk mijn kind mis. Ik probeer te doen alsof er niks aan de hand is.  Echt. Maar bij sommige herinneringen of gevonden voorwerpen  stort alles in elkaar.

Dan kijk ik naar alle foto’s van jou. Kijk naar de video van jouw afscheidsdienst. En luister naar de verhalen van je vrienden. Draai de muziek die jij mooi vond.

Maar ik blijf kapot. Uit elkaar gescheurd. Niet wetend waar ik het zoeken moet en vinden kan. Sta ik te suffen in de rij voor de kassa, denk ik ineens “Mijn kind is dood”. Die pijn laat me zoekend achter, waar ben je?

’s Nachts huil ik mijn tranen van die dag, verstop ze in je knuffel van vroeger die nog steeds naar jou ruikt. Eens zal dit overgaan. Maar wil ik dat wel? Wil ik avonden zonder tranen om jou? Wil ik gewoon in slaap vallen zonder brandende kaarsjes bij je foto?

Wim.

26 feb

De Twittervriend die altijd als eerste een kaartje stuurde of een bos bloemen als ik in het ziekenhuis lag gaat dood. Dat weet hij. Dat weten wij. En dat is pijnlijk verdrietig. Sinds een week of wat verblijft hij in een hospice. Vroeger noemden we dat een sterfhuis maar tegenwoordig wordt alles verbloemd.

Zo niet Wim. Snoeihard weten en vertellen dat hij dit hospice alleen binnen zes plankjes verlaten zal. Met zijn humor presteert hij het om zijn aanstaande dood bespreekbaar te maken. En ook niet. Toen wij vorig weekend onverwachts langs kwamen lag hij te slapen op zijn bed. Een ingevallen koppie. Ik schrok. Het leek net alsof hij al dood was. Maar dat was hij niet. Hij werd wakker en ik kreeg de grootst mogelijk denkbare omarming van dat magere lijfje. Eindelijk, na zoveel jaren Twittervriendschap ontmoetten we elkaar dan in het echt. Alleen zo jammer dat hij daarvoor dood moest gaan.

Afgelopen zaterdagavond had een ploeg NEC-ers een speciale avond voor Wim geregeld. Wim zou worden opgehaald door een echte stadsbus en een speciale plek in de Goffert krijgen om de wedstrijd te volgen. Helaas, op het laatste moment liet het lijf van Wim het afweten. Te veel, te inspannend, te zwaar.

Vandaag gingen we weer langs. Ik zag Wim voor hij ons zag. Ik zag een grote vent, neergeslagen door die klote ziekte en de pijn. Tot hij ons zag. Niks zielig doen over pijn en verdriet. Big smile op zijn gezicht en vooruit met die geit! Scheurend in zijn elektrische rolstoel volgden wij hem  naar de rookruimte. Ja, ik weet het. Daarom gaan mensen dood maar dat was nu effe niet belangrijk.

Maar deze vent. Blij met ons bezoek. Blij met iedere dag die hij nog krijgt. Blij met de zoute haring die drie keer per week te verkrijgen is. Blij met de onverwachte zoen van zijn vrouw die al twee jaar in het aangrenzende gebouw woont omdat ze op bijzonder vroege leeftijd dement werd. Blij met de gedachte dat ze hem misschien toch herkende. Blij met ieder frummelig shagje dat hij nog rollen kan.

Daarom ben ik ook een beetje gepast blij. Dat ik hem nog voor zijn dood heb leren kennen. Lieve, moedige, taaie en bewonderingswaardige Wim. Ik ben trots op je en mis je nu al.

Emoties.

24 feb

Van de week kreeg ik van een vriendin van Pieter een soort compilatie clipje. Allemaal foto’s van de vriendengroep tijdens de laatste zomerfeesten, 2016. Ik genoot van al het plezier dat van het scherm afspatte tot ik me realiseerde dat er naast foto’s en muziek ook iemand aan het vertellen was. En dat was Pieter. Ademloos luisterde ik naar hem toen hij bedankte voor alle felicitaties. Die avond was hij achttien geworden en dat werd uitbundig gevierd.

Diezelfde avond was ik een paar honderd meter verderop bij een zomerfeestfestival voor de ietwat ouderen onder ons. Swingen op jaren zeventig en tachtig nummers. Generatiekloofgevalletje dus. Ik heb hem toen nog wel een bericht gestuurd, om twaalf uur, met de ijdele hoop dat we ergens tussen die twee generaties elkaar konden zien. En dat ik hem kon feliciteren met zijn verjaardag.

Blijkbaar bracht ik dit iets te enthousiast en te vijftigplus want ik hoorde later van een vriend dat Pieter mijn SMS-bericht aan hem liet zien en zei: “Kijk, mijn moeder is dronken.”  Maar ik heb nu dat filmpje waar ik hem hoor praten dus ik vind alles best.

Gisteravond kwamen er twee goede vrienden van Pieter langs. Ook hun telefoons bleken, na een paar biertjes, een schat aan beelden, informatie en tekst van en over Pieter te bevatten. Gretig vroeg ik ze of ze die allemaal door wilden sturen zodat ik hier vaker van kon genieten. Ook hoorde ik het ware verhaal achter het reclamebordje-verwijderen-van- de-paal-van-Pieter-operatie. Nadat vriendJ, op de schouders van andere vriendJ, al vijf minuten lang probeerde met zijn sleutel de tiewrap door te snijden, zei vriendS plotseling: “Ow wacht, ik heb een mesje in mijn jaszak “. (ook een bijbaantje bij een supermarkt en die gozers hebben altijd wel twintig aardappelschilmesjes op zak, tenminste, ik heb er hier een stuk of tien van Pieter, overgebleven.)

Vandaag was ik bij de afscheidsdienst van een meisje van drieëntwintig.  Haar moeder is één van mijn oudste Twittervriendinnen. Zij was op de dienst van Pieter. Zij stuurde mij na zijn dood minstens één keer per week een kaart, iets liefs of troostzoenen en schreef in die tijd “Ik kan me niet voorstellen wat je meemaakt nu.”

Op alle gezichten van alweer veel te jonge mensen en haar familie las ik “Waarom? “

Vandaag is het ook vijf maanden geleden dat Pieter overleed. En ik weet nog steeds niet waarom.

Komma,

19 feb

Mijn dagen zijn met een komma, nooit meer met een punt. Doe ik ’s avonds de deur op slot, tel ik mijn kinderen. Is iedereen binnen? Nee, jij nog niet dus sluit ik niet af en eindig de dag met een komma. Jij moet nog komen met je verhalen, ik kan de deur niet voor je neus dichtdoen.

Overdag zie ik de scholieren op hun scooters, op weg naar huis. Weet wanneer de schoolonderzoeken zijn en stel me je voor achter je boeken. Met die vastberaden blik die je de laatste paar dagen van je leven had. Eindelijk had je een strak plan voor je toekomst en je had er zo veel zin in. Je was nog lang niet klaar hier en daarom geen punt. Een komma, waar achter jij je gang kan gaan.

Geen dag wordt meer afgesloten, geen maand gaat voorbij. Ik kan de tijd niet stil laten staan maar vertragen kan ik hem wel. En dat doe ik. Ik hou je stevig vast en laat je niet verder gaan. Want als ik dat doe, waar kom je dan terecht? Nog verder van me vandaan? Daar waar ik er helemaal niet meer bij kan?

Iedereen is allang weer verder, ik doe net alsof. Maar onder mijn vermomming sla ik mijn klauwen in dat wat van jou is en gromgrauw me alles toe wat met jou te maken heeft. Alles verzamel ik in mijn nest, alles tastbaars, alle herinneringen, al je stemmen.

En die Kenau die op dat nest zit, Piet, die ken ik niet. Toch ben ik dat geworden. Een boze radeloze moeder die haar kind zo mist. Die zou moorden om je terug te krijgen.  Die nooit meer zal zijn hoe ze was. En dat zal nooit overgaan. Als je vierentwintig wordt. Als je dertig wordt en als…

Ik blijf boos en op mijn nest zitten. Ik blijf alles van je om me heen vergaren. Verzamel ieder splintertje van je leven. Volg het bloedspoor langs de weg en zet nooit meer een punt. Alleen maar een komma, daarna mag jij,

Zorgen.

7 feb

 

Een rare dag. Waarop ik je extra miste. Waarop ik nogmaals naar de foto’s van de dode jij keek. Met mijn vinger over het beeldscherm. Ik aaide je gezicht en veegde je schoon. Ik moest niet huilen. Dat was teveel. Dat had ik gisteravond tot diep in de nacht al gedaan. Ik verwonderde me alleen over het principe Dood.  Ik zie je. Je ligt daar. Dus ben je er. Maar niet dus.

Ik ben vandaag een jaar ouder geworden. Jij een dag langer dood en dat voelt belangrijker dus valt er eigenlijk niets te vieren. Gelukkig kwamen er alleen mensen langs die nog net zo verdrietig zijn als ik. Die de dingen doen die gedaan moeten worden maar met dezelfde pijn als ik voel. En dat voelt goed. Hoe raar dat ook klinkt.

Vanavond ga ik weer om je huilen, kind. Omdat ik je zo mis. Omdat het zo oneerlijk is dat je geen pret met je vrienden kan hebben. Omdat jochies van achttien het eindeloze leven zouden moeten hebben en moeders van drieënvijftig daarvan zouden moeten genieten.

Dus doen we alsof vanavond. Ik zorg voor lekkere happen als je terugkomt uit de sportschool. Ik zorg ervoor dat je favoriete t-shirt gewassen is. Ik zorg voor ik weet niet wat. Als ik maar voor je kan zorgen. Om er voor te zorgen dat je het goed hebt, waar je nu ook bent.

Omdat mijn moederhart niet kan ophouden met zorgen voor. Zelfs als je er al meer dan vier maanden niet meer bent. Ik zorg, ik koester, ik kus, ik mis je, ik weet het ook allemaal niet meer. Ik wacht. Misschien zie ik je vanavond.

Paal. Het vervolg.

4 feb

Gisteravond hebben vrienden van Pieter het bordje weggehaald!

Paal.

3 feb

 

Ik reed vandaag langs de plek waar Pieter verongelukt is, in de volksmond reeds bekend als De Paal Van Piet. Ik kom er eigenlijk nooit, dit was de derde keer na zijn dood. Eigenlijk wilde ik even stoppen maar het was druk, teveel auto’s op de weg.

Er heerste een unheimisch sfeertje in mijn hoofd. In de verte zag ik de paal opdoemen en ik was er even van overtuigd dat mijn hart spontaan zou stoppen met kloppen zodra ik er langs reed. Dat gebeurde niet. Wel ging ik wat langzamer rijden, zag alle teksten staan en mompelde een soort groet aan mijn zoon.

Mijn broer belde van de week en vertelde dat er een geel reclamebordje van een supermarkt aan Pieter’s lantaarnpaal was bevestigd. Met een pijl verwijzend naar de locatie van de super. En inderdaad, tussen de afscheidswensen en verdrietige vaarwelteksten hing  een misplaatst geel bordje.

Iets boven het blauwe petje dat er al sinds 24 september hangt en in flauw contrast met bloemen die onlangs nog aan de paal gebonden waren. Toen ik verder reed zag ik dat aan meerdere lantaarnpalen gele bordjes waren geklemd. Hadden ze die van Pieter nou echt niet kunnen overslaan?

Iedereen in Bemmel en omstreken weet wat deze plek betekent voor al zijn vrienden. Regelmatig gaan er nog jongeren naar toe om over Pieter te praten en hem bij hun belevenissen te betrekken. En hem met een traan te herdenken.

Het bordje hangt voor mij te hoog, ik kan het niet weghalen. Vanavond app ik zijn vrienden wel effe.