Archief | maart, 2017

Blaaskaakje.

7 mrt

En natuurlijk was je geen heilige en kon ik je soms wel heel hard tegen je schenen trappen als je weer eens vreselijk arrogant je broers beschimpte aan tafel. Iets te zelfverzekerd voor een knulleke van die leeftijd, iets teveel kritiek voor een broekie. Gelukkig lieten je broers je tirades langs zich heen glijden en keken mij rologend aan. Waarop ik rologend terug keek en nog maar eens een trap tegen je benen gaf.

Maar het is ook wel logisch. Vanaf het moment dat je geboren was zag je er mooi uit. Een grote bos zwart haar en een perfect koppie. En dat bleef zo. Je was een mooi kind en hoorde dat vaak genoeg. Oude mevrouwtjes wilden altijd in jouw wangetjes knijpen en ik als moeder vond die complimentjes natuurlijk heel leuk.

Het gevolg was wel dat je je heel erg bewust werd van je uiterlijk. En daar natuurlijk schandalig gebruik van maakte. Met je engelachtige smoel kreeg je alles voor elkaar. Thuis pestten wij je natuurlijk een beetje met je getut voor de spiegel en je grootverbruik van gel en deo. Maar in het laatste jaar van de basisschool kwam je glimmend op me af lopen en zei: “ Mam, dat ijdele gedoe heeft wel succes gehad want ik ben gekozen als mooiste jongen van de klas. “

Toen je na twee jaar uitsluitend zwarte kleding gedragen te hebben besloot om dat te veranderen kwam je aan tafel met een nog net zichtbaar wit randje van een t-shirt onder je trui. “Mam” zei je ” Ik ben op zoek naar een nieuwe identiteit”.  Elf was je toen….

Maar met die nieuwe identiteit kwam het helemaal goed. Je werd een lokale trendsetter qua kledingstijl en dat vond je heerlijk. En bij deze beloof ik met terugwerkende kracht jouw eerste ontwerp van een bloemetjesjurk met verve te dragen.

 

 

Tractor

5 mrt

Kleine herinneringen wapperen voorbij. Je was een jaar of drie en met mij in een tuincentrum. Je was helemaal gek van tractors. Logisch, we woonden op het platteland, die dingen kwamen dagelijks en vaak voorbij. En je vijftien jaar oudere buurjongen gaf je regelmatig verouderde speelgoed modellen uit zijn verzameling.

Maar goed, wij waren in dat tuincentrum en daar zag je een gigantische tractor. Die wilde je. Die moest je hebben. Maar ik zei “Nee”. Je wilde hem heel graag maar weer zei ik “Nee”. Op dat moment deed je wat veel kinderen van die leeftijd doen maar wat ik nog nooit meegemaakt had met jullie. Je viel languit over de vloer met hysterisch gekrijs en geschreeuw.

Ik duwde mijn karretje vol met begonia’s verder in de rij en deed net alsof je mijn kind niet was. Achter me stond een oud boertje en die zei “Ach, gif da jong toch die tractor”.  Ik zei niets, probeerde me alle wijze raadgevingen en tips uit de jarenlang verslonden ‘Ouders van Nu’ te herinneren maar wist niks meer.

Toen ik mijn perkgoed had afgerekend lag jij  tien meter verderop nog steeds dramatisch op de grond. Ouwe mevrouwtjes aaiden je over je hoofd maar die gromde je snel weg. Vanachter de kassa riep ik naar je dat ik naar de auto ging en dat je op moest schieten als je nog mee wilde.

Zo heldhaftig mogelijk probeerde je je verloren terugtocht te verbloemen want om nou tot sluitingstijd daar te blijven liggen, nee. Alsof er  niks aan de hand was verliet je de winkel met mij, naar het parkeerterrein waar de auto stond. Eenmaal vastgesnoerd in je kinderzitje volgde er wel een meelijwekkende nasnik maar na tien minuten was je het hele gebeuren alweer vergeten.

Ik niet want vier weken daarna was je jarig.

Slecht nieuws gesprekken.

3 mrt

Vrijdagavond. Ik hoor je roepen “Mam, ik ben weg!” altijd in een diklippig Surinaams accent. Ik riep  moedersgetrouw terug  “Doe voorzichtig! “. En soms als toegift “Hou de familienaam in ere! “. En ging weer verder met dat wat ik op dat moment aan het doen was.

Want je gaat er vanuit dat je kind weer veilig thuiskomt. Enge ongelukken gebeuren alleen in de krant en bij andere mensen. Je gaat rustig slapen met het idee ‘Dat gebeurt ons niet’.

Maar dan ineens hoor je bij de gevreesde statistieken. Dan ineens staat er politie op de stoep om half vijf zaterdagochtend. Dan ineens maakt je man je wakker en die zegt “Je moet naar beneden komen, de politie is er, Pieter is dood”.  Dan ineens kun je alleen maar “Nee !!“ zeggen tegen die politie. En dan pakt zoon2 je stevig vast en kun je alleen maar zeggen “Ik geloof dit niet, Wout!”

In dat wat je aan had die septembernacht zak je door je knieën op een stoel. De politieagenten zitten op de bank. Naast elkaar, jonge mensen.  Je zegt “Ik geloof dit niet” maar ze kunnen geen antwoord geven. Ze zitten daar maar. Ongetwijfeld een cursus ‘Slecht-nieuws-gesprekken’ gevolgd maar op een moeder die niet wil geloven dat haar kind dood is kun je niet oefenen.

Ik stond op en liep naar de keuken om een glas water te halen. Meteen werd zoon2 achter mij aangestuurd want wat ze wel hadden geleerd tijdens die cursus is dat familieleden vaak wanhopig kunnen reageren op onheilstijdingen en zichzelf dan wat aan kunnen doen.

Maar ik wilde alleen maar wat water drinken. Dood was ik toch al.