Archief | april, 2017

Disk.

30 apr

De disk met foto’s van je ongeluk, de schouw en alle andere officiële rapporten zit standaard in mijn laptop. Iedere keer als ik mijn computer opstart rammelt en rommelt dat diskje een beetje heen en weer. En iedere  keer maakt dat geluid me aan het huiveren en verdrietig. Omdat ik weet wat er op dat schijfje staat. Omdat ik soms  maar ook heel vaak niet durf te kijken naar al die foto’s die er op staan.

Ik blijf schrikken ook al zeg ik dat tegen niemand. Ik blijf verbijsterd naar je hoofd en lichaam kijken. Dit kan niet. Dit is niet mijn kind. Dit is een kind in een oorlogsgebied na een bombardement. Dit moet een kind zijn, overreden op een plattelands weggetje in Groningen. Dit is mijn kind maar dit hoort niet te gebeuren. Dit zouden krantenfoto’s moeten zijn, ver van mijn bed.

Enge dingen die andere mensen overkomen maar niet mij. Niet hier waar ik zoveel van mijn zonen hou. Dit overkomt mij niet. Ik geloof dit niet.  Ik denk dat ik dat wel twintig keer heb gezegd tegen de politieagenten, die zaterdagmorgenvroeg in september. “Ik geloof dit niet.”

Toen vroeg ik: “Kunnen we hem zien? Ik wil naar hem toe.” Die ene agent zei “Nee, dat kan niet. Hij is nog daar.” Die zin. Die vreselijke zin. Die me liet beseffen dat ze misschien de waarheid spraken. Dat mijn kind met zijn hele lijffie en al nog verongelukt op een stomme straat in Bemmel lag.

Alles in mij wilde toen, meteen, nu, direct en zo snel als het kon naar die plek. Misschien kon ik nog wat doen. Iets wat zij vergeten waren. Moeders hebben magische krachten. Maar de agent was onverbiddelijk. Hij vroeg alleen aan me waar ze je naar toe moesten brengen. “Welk mortuarium?” vroeg hij zachtjes. Alles in mij vocht tegen dat woord, die term, die conclusie.

Toen we daar aankwamen stond er een lijkenwagen op de parkeerplaats en moesten we even wachten. Pas toen we binnen waren beseften we dat dat de auto was waarmee je terug naar ons was gebracht.

Vergeten.

26 apr

Vergeet niet. Vergeet niet dat ik je nog zo erg mis. Vergeet mijn tranen niet. Vergeet niet hoe belangrijk je was.

De laatste paar dagen merk ik dat ik niet meer elk moment aan je denk. Ik ben heel druk en dan moet ik ineens aan je denken en realiseer me dat ik dat even niet deed. En dat is goed ook al doet het soms pijn en voel ik me schuldig. Want een moeder zou toch de hele dag en nacht aan haar overleden kind moeten denken? Maar ik ben niet alleen maar moeder. Ik ben zoveel meer, al is moederzijn mijn leukste baan.

Nog iedere dag en nacht branden er waxinelichtjes in huis bij je foto’s. Ik sluit nog iedere dag af met een gesprek met jou, je oude knuffel in mijn hand en de bijtende pijn alom aanwezig. En het gekke is dat die pijn ’s avonds laat goed voelt. Zorgt ervoor dat ik weet dat ik je nooit zal vergeten. Een bewijs van onze band.

Het bewijs dat ik je altijd zal blijven missen ook al vergeet ik daar soms aan te denken. Ook het bewijs dat ik blijkbaar toch verder kan, al is éénderde van mijn hart neergesabeld.

En natuurlijk wil ik je boven alles gewoon terug. Maar ik begin steeds meer te begrijpen dat dat niet kan. Daar moet ik van huilen maar dat zijn andere tranen dan voorheen. Ik ga er niet vanuit dat je ergens op een wolk of ster zit en naar beneden kan kijken. Je bent weg, in alle betekenissen van dat woord.

Maar stel dat je toch om een hoekje kon kijken dan hoop ik dat je  trots op me bent. Dat je ziet dat ik me echt wel een beetje red, de laatste tijd. Ook al blijf ik voorlopig de grootste afnemer van waxinelichtjes en papieren zakdoekjes  bij je voormalige werkgever. Ik hou van je, Piet.

Wouter.

18 apr

De twee politieagenten die die zaterdagochtend heel vroeg op onze bank zaten vroegen of we iemand konden bellen. Familie of iemand anders die steun kon bieden. Ik zei dat ik je opa en oma al gebeld had en dat die er aan kwamen. Tegelijkertijd zag ik dat Wouter niet meer in de woonkamer zat en ik ging op zoek naar hem.

Ik vond hem aan de voorkant van het huis. Hij zat met de deur open op de drempel te kijken naar de oprit. Te wachten op jullie opa. Bijna op datzelfde moment reed de auto van mijn vader het grind op. Er werd niks gezegd, alleen maar gehuild in elkaars armen. En Wout, die broer van je die nooit wat zegt tijdens het avondeten, omarmde iedereen.

Ik zag toen pas de politieauto op de oprit staan en dat maakte de vreselijke boodschap pas echt realistisch. Twee politieagenten kunnen het nog mis hebben maar een auto niet. Een politieauto liegt niet. Er was dus echt iets heel ergs met je gebeurd.

Maar Wouter wist dat allemaal al. Wouter was de eerste die me vasthield toen de agenten zeiden dat je dood was. Die lieve broer van je met zijn grote hart. Door een kinderpsychiater in Tiel afgeserveerd  als autist en ADHD-er. Met alvast een receptje voor medicatie erbij. Wat ben ik blij dat ik niet naar haar geluisterd heb. Dat ik na afloop met je broer naar de McDonalds ben gegaan om te vieren dat we wisten wat er in zijn koppie speelde en daar op onze eigen manier aan gingen werken.

Dat ik mijn gevoel heb gevolgd. Dat die grote beer van een broer van je me vasthield en niet meer losliet. Dat hij die ochtend glazen water voor me bleef halen. Dat hij na de afloop van jouw crematiedienst met mijn handtas rondliep omdat hij wist dat ik die zou vergeten mee te nemen.

Die lieve grote beer. Die verteld werd door zijn laatste stagebegeleiders dat hij beter een ander beroep kon kiezen omdat hij volgens hen niet met mensen kon omgaan.  Op dat adres laat ik binnenkort een kuubje of honderd koeienstront afleveren. En ik weet dat je het met me eens zou zijn geweest.

Vaag.

11 apr

Zaterdagavond schrok ik. Ik was bij een filmfestival en bedacht me dat je dat animatiefilmpje dat ik zag heel erg leuk had gevonden. Ik wist zeker dat je erom had moeten lachen. Dat bedacht ik me….en vervolgens lukte het me niet om je lach te herinneren. Je lach, je stem, je gemopper , je antwoorden. Het was allemaal even weg, vervaagd.

Ineens was er een gapend zwart gat waar jij had moeten zitten en ik zei boos tegen me zelf dat het veel te vroeg was voor je om te vervagen in mijn hoofd. Paniekerig zocht ik mijn geheugen af naar je stemgeluid. En dat lukte.

Maar ik werd wel bang. Stel je nou toch voor dat ik nooit meer zou kunnen horen hoe je klonk, hoe je eruit zag? En wat was ik toen blij dat we in het heden leven. Het heden en verleden vastgelegd op foto’s en films en audiomateriaal. Tegenwoordig kun je iemand bijna niet meer vergeten door al het bewijs dat er is van zijn of haar bestaan hier.

Maar ik schrok dus effe wel, Piet. Voelde me bijna een ontaarde moeder. Dat ik na een half jaar al niet meer zou weten hoe je stem klonk.

Toch merk ik dat de pijn en de scherpe randjes iets minder scherp worden, iets vager. Snap je wat ik bedoel? Jij weet als geen ander hoe ik ’s avonds op mijn bedbank lig te janken en me vasthoud aan het geflakker van de kaarslichtjes bij je foto. Jij bent bij me tijdens de dagelijkse paniekaanval in de supermarkt. Jij houdt mijn hand vast als ik hyperventilerend in de file sta. Maar jij weet ook dat het steeds beter gaat. Dat ik soms de winkel uitloop en huppel omdat het goed ging. En dan vervaag je echt niet.

Dan hoor ik je loud and clear in mijn hoofd. Dan weet je dat ik het verder red in mijn eentje en dan zeg je op zijn Surinaams  “Mam, ik ben weg”.  En dan zeg ik “Veel plezier, jochie”.

Stilte.

6 apr

’s Avonds als iedereen naar bed is, de kippen in het hok zitten, de verwarming uit is en er een stilte heerst in huis, hoor ik jou het meest. De geluiden van overdag kunnen je dan niet meer overstemmen en ik word iets harder geconfronteerd  met jouw afwezigheid.

Maar dat is niet erg. Ik verwelkom de uren dat we met zijn tweeën zijn. Waarin ik even met niemand iets te maken heb, alleen met jou. Ik voel toch je aanwezigheid om me heen ook al ben je er niet echt meer. Mijn herinneringen, mijn gedachten, mijn gevoel, mijn verdriet. Mijn mooie kind.

En het spijt me zo dat je niet meer mee kan maken waar ik allemaal mee bezig ben omdat ik weet dat je graag had meegedaan. Dingen verzinnen, dingen maken, buiten effe samen een peuk roken en dan weer verder achter de naaimachine en tekentafel.

In deze rustige uren ben je wel even hier en probeer ik je te horen. Probeer je terug te luisteren, terug naar hier. Waar je hoort. Waar ik je zo mis.

Soms kom je aanrijden op je scooter en slaakt mijn ongeruste moederhart een verlichte zucht. Totdat ik op het laatste moment zie dat jij het helemaal niet bent. En dan is het even heel erg. Echt heel erg, Pik. Maar daar kun jij niks aandoen. Is niet jouw schuld.

En dat probeer ik je te vertellen in die stille uurtjes hier in huis. Ik ben niet boos op je. Ik schreeuw niet dat je godverdomme had moeten blijven pitten bij je vrienden. Ik gil niet dat je moet remmen. Ik zeg helemaal niks. Ik luister naar de stilte. Ik probeer je te horen. En ik hoor je. En ik zie je gezicht zo levendig voor me. En ik hou van je. En ik mis je.