Archief | mei, 2017

Weer verder.

23 mei

Ik ben druk. Ik ben vrolijk. Er gebeuren mooie dingen en ik ga verder. Maar ik kijk vaak om het hoekje. Daar zit jij. Ik voel me soms bijna verplicht om aan je te vragen of ik verder mag. Idioot natuurlijk maar ik zit nog in de fase waarin ik schrik van mijn eigen lach. Dat ik blij kan zijn met vooruitgang. Dat ik überhaupt kan leven zonder jou.

Dat ik er bewust voor kies niet naar de foto’s van jouw ongeluk te kijken. Niet de beelden wil zien van de schouw, jij in je blote kont met die mooie kop van je vol verbazing. Ik weet dat al die video’s en foto’s  me ongenadig hard terug zullen slingeren in die duistere dagen van eind september 2016. In die verloren en onvoorstelbare pijnlijke staat. Dat ik vreselijk moet huilen. Dat mijn wereld toen stil stond. Dat weet ik, lief kind.

En daarom kijk ik niet, liefste Pieter van de hele wereld. Ik kijk niet omdat ik verder moet en wil. Jij bent echt wel bij me op elk moment maar op een liefhebbende en vertrouwde manier.  Bij alles wat ik doe zweef je prettig in mijn gedachten en om mijn oren. Ik kan je bijna aaien, ik ruik vleugjes jouw in de hoekjes van mijn leven.

Ik zou alles opgeven om je terug te krijgen maar weet donders goed dat geen enkel offer dat waar kan maken. En het voelt alsof ik daar steeds meer vrede mee kan hebben. Het ligt niet aan mij, mijn liefde voor jou is einde- en grenzeloos maar niet machtig genoeg om je weer hier te toveren.

Moeders kunnen wel willen maar zelfs moeders botsen soms tegen hun grenzen. Dus ik ben bezig. Ik ga verder en vooruit. Met grote stappen en met mijn kont tegen de krib. Jij kent je moeder. En die eigenwijsheid heb je dus echt van mij. Of ik van jou. Laat ze maar lullen, wij doen wat wij denken dat goed voor ons is.

Vannacht pak ik je lievelingsknuffel weer bij zijn voorpootje vast. Altijd en altijd en overal zal ik aan je denken. Voel ik je aanwezigheid, mis je en hou godverdomme zoveel van je.

Muur.

5 mei

Ik ben druk bezig met het vinden van een nieuw huis. Een nieuwe  start. Een nieuw begin waarin jij er niet meer bent. Het huis waar jij kwam wonen toen je negen maanden oud was, achter me laten. En dat voelt goed. Want dit hele huis, de tuin, het grindpad, alles, alles heeft een herinnering waar jij aan vast geplakt zit. Waar ik ook loop, waar ik ook zit, waar ik ook huil, daar was jij ooit.

Ik wil niet noodgedwongen geconfronteerd worden met herinneringen aan jou. Ik wil zelf uitmaken  of ik aan je denken wil, kan. Want soms kan ik dat niet, lief joch. Vandaag maakte ik foto’s van het Franse spijlenledikant waar in ik sliep voor je dood. In je oude kinderkamer.

Ik schoof een nachtkastje opzij en stootte op een berichtje dat ik ooit op de muur schreef voor jou als je niet kon slapen. Keihard, Piet, keihard. Ik stond daar met een bed in mijn handen en las de tekst op de muur. Keihard. Pijn, verdriet, zorgen en liefde. Tranen. Ik huilde om de tijd dat je dat lezen kon.

Als je niet kon slapen. Als je me riep van bovenaf de trap. Met een flutsmoesje waar ik graag intrapte. Dit huis. Genoeg. Genoeg. Ik wil hier niet meer wonen.

Ik herinner me je liever op tijden dat ik dat wil. Niet als ik naar de wc ga en moet denken aan al die keren dat ik je billetjes moest  afvegen. Niet bij die trap die je eens helemaal onderkotste. Niet aan al die plekken dat jij hier was. Schrijnende plekken. Pijn en verdriet.

Dit huis ademt Pieter, op elke mogelijke manier, in elke zin. Het was mijn droomhuis waarin we met zijn vijfjes zo gelukkig begonnen. Ik kan er niet meer gelukkig zijn. Dat lukt niet meer, te veel Pieter in alles wat ik tegenkom. Ik wil weg. Opnieuw beginnen. Dat woordje laat me huilen, opnieuw. Opnieuw zonder Pieter. Opnieuw. Ik zal wel moeten.

Maar dan nog. Opnieuw klinkt als een herkansing. Dat is het niet. Kon ik de tijd terugdraaien dan zou ik schreeuwen tegen je: “Kijk uit, !!!”  Vanavond schrijf ik op alle muren in dit huis dat ik van je hou.

Opa.

1 mei

Twee dagen na je dood nam je opa, tijdens al het geregel, me apart en zei ”Pien, je hoeft je niet groot te houden. Niet stoer doen. Gewoon huilen.” Ik knikte. Ja, dat zou ik moeten doen. Ik hoorde mijn eigen oma zeggen “ Pol lacht altijd maar en zegt dat het wel goed komt”. Na een paar dagen mailde opa me. “Pien, als ik je nou eens meenam naar een groot bos waar je heel hard mag schreeuwen en huilen?”  “Nee” mailde ik terug.

Een dag of wat daarna schreef ik één van mijn eerste stukkies na lange tijd. Over je dood, over mijn pijn, over het missen. Over hoe het voelde om alleen te slapen in die kamer waar ik eerder naast je lag, de laatste drie nachten voor de crematie. Over flakkerende kaarslichtjes en verdriet.

Na het publiceren op Pienindekop belde opa me op. In tranen. Hij zei dat hij zo had moeten huilen om dat stukje. Toen zei ik tegen hem dat dit mijn manier van rouwen, huilen en verwerken was. Dat ik niet anders kon. Dat ik dat wel probeerde maar dat dat niet lukte. Mijn tranen bleven halverwege mijn luchtpijp vastzitten. En dat begreep hij steeds meer, Piet.

Ik wou dat je had meegemaakt hoe opa Rob mij geholpen en bij gestaan heeft. Ik wou dat je de snik in zijn stem had gehoord tijdens jouw uitvaartdienst. Dat je de liefde had gevoeld. De liefde voor jou toen we samen naar Utrecht reden om de aquarellen op te halen die een vriendin van mij van je gemaakt had.

Toen ik samen met je opa naar mijn oma ging. En dat hij even sigaretten ging halen voor haar zodat ik eerst even alleen kon zijn met mijn oma, met ons gezamenlijk verlies en verdriet. Want wie wist er nou beter hoe het was om een kind te verliezen?

Ik wou dat je het verdriet en de tranen op zijn gezicht had gezien toen ik de baar waarop jij lag naar binnen reed, de zondagochtend na je dood. En dat je had gezien hoe opa en oma alles regelden voor ons want wij waren een lamgeslagen zooitje zonder jou. Zonder jouw opa had ik dit allemaal niet gered.

En dat jouw dood de familiebanden zo heeft versterkt, al is de reden dan zo cru. Zo zie je maar, lief jong van me, dat je zelfs na je dood nog mensen dichter bij elkaar kan brengen. Want dat was één van je mooiste eigenschappen, ouwe bruggenbouwer van me. Hou van je. Mis je.