Archief | september, 2017

24-09-2017

26 sep

 

En toen was je één jaar dood. Stiekem hoopte ik dat na 24 september 2017 het allemaal makkelijker zou worden. Maar toen ik die ochtend om vijf uur wakker werd en niet meer kon slapen wist ik dat dat niet ging lukken.

Ook al is er één jaar voorbij, ook al hebben alle seizoenen langs je gezicht geblazen, zijn alle dagen van het afgelopen jaar beleefd zonder jou. Maandag 25 september. Een jaar geleden haalde ik je op uit het mortuarium. Een moeder zonder voorbereiding. Een moeder met een plastic tasje met kleren en schoenen. Een moeder die niet kon huilen om je dode lijf daar. En geholpen werd door moeders die wel huilden.

Afgelopen zondag waren je beste vrienden hier. En dat was mooi. We hadden het goed, leuke verhalen over jou, prettige herinneringen en ook momenten dat iedereen even stil viel. Even in gedachten bij jou. En dat je er eigenlijk gewoon tussen had moeten zitten. Maar dat dat echt niet meer kan.

Je vrienden gaan zo dapper door. Vertelden me dat ze na een jaar niet meer dagelijks aan je denken maar dat je voor altijd in hun hart en hoofd zit. En ik was zo trots, Pik. Al die jongens en meisjes in onze tuin, met alleen maar mooie en liefhebbende getuigenissen. Wat heb je veel voor hun betekend. Wat was je een gewaardeerde vriend. Ik genoot er van.

Die zelfde avond, 24 september 2017, zijn je maatjes de tocht van het OBC terrein naar die klote lantaarnpaal begonnen met een minuut stilte. Daarna met fakkels naar De Plek gelopen. Ik zag de foto de dag erna en ik moest huilen. En ik was trots.

Wonen.

18 sep

Ik hoop dat als ik woon waar jij nooit gewoond hebt, het beter met me gaat. Dat ik niet meer in iedere hoek, achter elke deur je schaduw zie. Geen kinderstemmetjes die weerklinken in alle kamers van het huis. Geen troep meer om op te ruimen. Geen overgebleven eten dat ik voor je warm maakte.

Dan maar liever stiltes. En lege herinneringsloze ruimtes. Geen flikkerende lampen. Geen verdwaalde sokken van je die ik nog steeds tegen blijf komen. Cold turkey afkicken. Waar ik straks mijn ogen dicht doe, ben jij nog nooit geweest. Ik hoop dat dat het helpt. Niet dat ik je wil vergeten, echt niet.

Ik moet door, verder, blijven ademhalen en leven. Ik zal altijd aan je blijven denken. Altijd van je blijven houden. Maar het huis waarin je bijna je hele leven gewoond hebt strooit teveel zout in mijn wond. Teveel extra verdriet.

Over zes nachten ben je één jaar dood. Het staat ook hier zwart op wit. Maar vergeef me dat ik het nog steeds niet geloof. Dat ik een jaar geleden nog zo zorgeloos in het leven stond. Dat ik niet wist. Hoe is het mogelijk dat ik zoiets ergs niet van te voren heb gevoeld?

Ik, zo’n moeder die minstens drie keer per nacht checkte of je brommerhelm wel op het kastje in de gang lag en dat ik dan wist dat je veilig thuis was gekomen.

Die vrijdagnacht heb ik dat niet gedaan. Ik sliep aan één stuk door tot je vader om kwart over vijf ’s ochtends me wakker maakte en zei: “Je moet naar beneden komen. De politie is er. Pieter is dood”. En vanaf toen werd alles anders.

 

 

 

Hoge boom.

12 sep

Ik laat je niet achter. Ik neem je mee. Voor altijd. Niet in die knipperende lamp. Niet op die vijfde stoel. Niet in die boom van drie meter hoog waarin je geklommen was en vrolijk riep  “Hallo, mam!!”.  En dat ik moedig terug zwaaide maar dan zo snel mogelijk het huis in dook, wachtend op onheilspellende kreten van jongetjes die uit bomen vielen.

Ik neem je mee in mijn hoofd. Mijn hoofd is vierentwintig/zeven volgepropt met jou. Bij alles wat ik doe, koop, vervloek, poets en weggooi zit jij in mijn kop. Ook de oneerlijkheid. Het stiekeme afvragen waarom ons dit moest overkomen. Dat ik me afvraag of ik soms slechte dingen heb gedaan in het verleden. Dat jouw dood mijn karma zou zijn.

Gelukkig weet ik beter. Jij en ik hebben gewoon bijzonder veel pech gehad. Ik kon met jou als geen ander lezen en schrijven. Jij was net effe anders en makkelijker daar in dan je broers. Sneller te doorgronden.  En daar vergiste je je zo vaak in! Ik zag altijd aan je gezicht of je de hele boel weer eens bij elkaar aan het besodemieteren was en dat vond je verschrikkelijk!

We gaan weg, Piet. Weg uit dit huis waar je kwam wonen toen je net negen maanden was. Alle plekjes in dit huis herbergen herinneringen aan jou. Soms te veel, soms te weinig. Maar ik, je vader en je broers gaan verder, ieder op zijn eigen nieuwe plek. En dat is best eng.

Ik heb een mooie flat gevonden. Ik neem je mee in alles wat ik heb en voel. Ik kan nog steeds geen afscheid van je nemen. Ik moet dat wel maar het lukt me niet. Ik blijf huilen, Pieter. Ik wil je terug. Waar ik ook woon, waar ik ook slaap en waar ik ook verbijsterd uit het raam kijk.

Ik wil je terug om mijn gebroken moederhart te troosten. Ik voel me niet meer heel zonder je. Ik doe wel stoer maar ik ben het niet. Ik mis je.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Dag”

6 sep

Neem je tijd om ‘dag’ te zeggen. Ook al rollen je pubers met hun ogen. Gewoon doen. Iedere keer weer. ’s Ochtends als ze naar school fietsen of scooteren. Niets is vanzelfsprekend, zelfs het leven van je kind niet. Zo maar, patsboem, bij donderslag kan het over zijn.

Ik had de mazzel dat mijn zoon zijn hoofd om de deur stak en zei “Ik ben weg, mam.” Waarop ik antwoordde “Veel plezier en doe voorzichtig!”

Gelukkig had je plezier op die avond. De foto’s getuigen ervan. Ik heb de laatste foto die van je gemaakt is toen je nog in leven was in mijn bezit. Wazig, onscherp maar je bent het. En het is zo cru en onwaarschijnlijk om je daar op te zien. Alsof ik de tijd kan terugdraaien en je kan waarschuwen. Al je vrienden beseften later dat dat de laatste foto van jouw levend was. Zo raar.

Zij hebben de foto’s van het ongeluk en de schouw nooit gezien. In hun herinnering blijf je die mooie gozer die je was, wees maar niet bang. En ook al zie je er op die aller, allerlaatste foto’s zo anders uit, ik blijf je herkennen en bewaar ze. Ik aai je gezicht en wou dat ik toen bij je was geweest. Ik zie je mooie koppie door al het bloed heen en ik ben zo blij dat ik je nog geen twaalf uur geleden een fijne avond heb gewenst en dat we tijdelijk afscheid van elkaar namen. Tijdelijk. Wisten we maar dingen van te voren.

Ik was die avond druk met sieraden verkopen . Want dan kon ik, als verrassing, die naaimachine van de Lidl voor je kopen. Op een tientje na lukte me dat. Maar dat tientje had ik gewoon van de huishoudrekening gepikt. Alles voor mijn kind. Alles voor mijn kinderen. Je weet echt niet hoe ver ik zou gaan voor jullie. Alles, alles zou ik doen voor jullie. Maar jij stelde me voor een fait a complit. Ik wil wel maar kan niks meer voor je doen. Onmacht is de nachtmerrie van moeders. Maar ik weet zeker dat je me vergeeft. Ik hou van je, Piet. En ik mis je gruwelijk. Eigenlijk is het leven niet eerlijk.