Archief | december, 2017

Zoon1 des Bouvrie

19 dec

Mijn oudste zoon. De eerstgeborene.  Die jarenlang van zijn kamer een No Go Area maakte. En als ik dan eens  een beginnetje maakte met het opruimen van de zooi, haakte ik snel af na het vinden van 137 Pringles dozen volgepropt  met lege pistachenootjes schilletjes. Waarom? ”Waarom ? ” vroeg ik mijn kind. Ik vroeg het zo dikwijls maar kreeg nooit antwoord.

Trap je nooit in een rondvliegend schroefje? Waar is je vuile was? Hoe vind je je bed terug in die troep? Hoe beweeg je je überhaupt in het donker voort? Het heeft een naam. Hoarding. En ondanks het feit dat zoon1 een prettig hoog IQ heeft, verdacht ik hem daar soms wel van.

De totale desinteresse over hoe zijn kamer er uitzag, de oorlogsverklaringen mijnerzijds, dat ik weigerde zijn kamer nog schoon te maken, het deed hem allemaal niets. Ik hield mijn hart vast als ik dacht aan de tijd dat hij op zich zelf zou gaan wonen.

Gister ging ik kijken. Naar zijn eigen gekochte flat waar hij sinds het weekend woont. Ik schrok! Ik kon gewoon naar binnen lopen. De vloer was te zien en in plaats van her en der rondverspreid lagen er nu keurige stapeltjes met gescheiden afval, klaar voor de kliko.

Hij was naar meubelzaken geweest en dat zag ik. Gigantische eettafel met stoelen ( Ja, mam, die hoezen kunnen er af en kan ik dus wassen en eventueel van kleur wisselen), hanglampen die matchenden met de gordijnen , een strak bureau met nette opberglades, een tweepersoonsbed (Je weet maar nooit, dacht ik), een dankzij vrienden meer dan gevulde besteklade in de keuken. Ik was er stil van.

Toen gingen we samen nog even naar de Ikea omdat zoon1 nog wat kleine dingetjes nodig had en mijn auto groter is dan de zijne. En dat was maar goed ook. Voor mijn ogen ontsprong de latente Jan des Bouvrie die mijn zoon toch altijd geweest had moeten zijn. De megashopper werd volgestouwd met servies, lampjes voor op de nachtkastjes, tweepersoons dekbedden uiteraard met twee verschillende maar bij elkaar passende hoezen, snijplankjes voor in de keuken ( na een half uurtje dubben toch de groene genomen) , een extra ladenkastje voor het bureau en over het dressoir wilde hij nog even nadenken. Niet dat dat nog in mijn Volvo had gepast…

Ik keek verbijsterd naar dit creatuur. Mijn bloedeigen zoon, die lege cola flessen als jacht trofeeën liet slingeren in zijn hol en het geen reet interesseerde hoe zijn kamer er uit zag, verdiepte zich ineens in de kwaliteit van donzen dekbedden, de lichtsterkte van bedlampjes en ophangsystemen voor gordijnen  en of de kleuren wel bij elkaar pasten.

Volgeladen reden we Duiven uit richting zijn kraakverse eigen plek. Toen we alles naar boven hadden gebracht vroeg hij: “Wil je misschien wat drinken?” Opvoeding geslaagd, dacht ik zo.

 

Dat het moeilijk was voor mij om hem daar in zijn eentje achter te laten, zal iedere moeder begrijpen. Het grote loslaten.  En alle dingen die we meegemaakt hebben. Hij woont op tien minuutjes afstand van mij. Ongeveer een half pakje papieren zakdoekjes.