Archief | mei, 2018

Hulp.

21 mei

Het lukt me niet, Piet. Meer dan anderhalf jaar na je dood moet ik toegeven. Ik accepteer je dood niet. Ik probeer zoveel mogelijk die bijtende, alles verwoestende pijn weg te proppen in het angstige hoekje van mijn hoofd. En dat vindt zijn uitweg in mijn oude vriend hyperventileren en pleinvrees. Terwijl ik sinds jouw dood absoluut niet meer bang ben voor wat er eventueel hierna komen gaat.

Begrijp me niet verkeerd, ik werk, ik functioneer, ik knuffel mijn oppaskinderen en heb plezier in dingen. Ik kook lekkere maaltijden voor mijn vrienden en mijn huis is bijna altijd vol. Maar het duizelige in mijn hoofd blijft. Daarvoor zoek ik steun. Steun die ik niet kan eisen van mensen die me zo na staan. Misschien te dichtbij. Misschien heb ik een buitenstaander nodig die niet betrokken is en niet geraakt wordt door mijn verstopte verdriet en tranen.

Ik zie je kop als je dit allemaal leest en hoor je zeggen: “Trut!” Ja, Pik, maar ik ben niet diegene die tegen die lantaarnpaal is geknald. Ik durfde pas na een half jaar uit te stappen en op die plek te staan. Ik doe wel stoer maar ik ben het niet meer.

Ik weiger vanaf nu zonder tranen over jouw dood te praten. Ik weiger grappige opmerkingen te plaatsen. Ik hoor Grote Oma zeggen: “Pien doet altijd stoer, ze wil alles maar iets lachend brengen”. Het ouwe wief heeft gelijk. Waarom zou ik in vredesnaam stoer moeten zijn?

Ik ben in elkaar gedeukt. En het lukt me niet om mezelf weer glad te strijken.  En daar zoek ik dus hulp voor. Niet om jouw dood te vergemakkelijken. Niet om te vergeten. Niet om te herdenken. Maar om me te laten weten dat je nooit meer door die deur naar huis zal komen.

Om te accepteren. En om de gedachten aan jou niet meer weg te drukken.  Dat die achttien jaar, twee maanden en twee dagen alles is dat ik nog van je heb. En dat er echt niks meer komt, hoelang ik het ook uitstel. Ik zal altijd blijven vloeken, alles en iedereen verwensen omdat jij doodging en zij  niet.

Maar misschien lukt het me met hulp van buitenaf om ’s ochtends met een glimlach te beginnen, en niet met een stoer smoelwerk. En dat ik gewoon de Primark kan inlopen en binnen één kwartier weer buiten sta,  jij had altijd minstens drie kwartier nodig voordat alles gekeurd  en gepast was. Take your time, sweetie.