Archief | mei, 2019

Tijd.

12 mei

Ik let niet meer op dagen, weken, maanden, jaren. Het is niet belangrijk meer hoe lang je al dood bent. Het zegt me niks omdat tijd ophield toen je er ineens niet meer was. Ik voel me gewapend tegen al de verdrieten die nog komen gaan. Erger dan dit kan niet. En dan toch iedere keer dat afgrijzen. Dat mijn oppaskind me een Duplo-popje geeft. Een poppetje met een helm. En dat ik naar dat poppetje kijk en een klap in mijn smoel krijg. Alleen maar die helm kan zien. Die helm, doormidden, vol met bloed.

Je bent dood en ik zal je nooit meer zien. Nooit meer bekvechten, nooit meer omhelzen, nooit meer lachen om je grapjes, nooit meer niks. Jouw dood heeft mijn tijd veranderd. Ik verbaas me over bloeiende seringen. Hoe kan dat? Bloeiende seringen in september? En dan realiseer ik me met een pijnlijke knauw dat het mei 2019 is. Dat seringen niet weten dat jij er niet meer bent. Dat seizoenen in mijn wereld niet meer bestaan.

En dan zeg ik tegen mezelf: “Hij is dood, moeders. Hij is er niet meer, de tijd gaat gewoon verder, ook al stopt hij voor jou”. Maar ik mis je. Mis je zo. En ik weet dat dat nooit zal veranderen. En dat maakt me droevig. Weten dat ik de rest van mijn leven die pijn zal voelen.Dat verdriet dat nooit over zal gaan. Zoals mijn ouwe wijze oma al zei: “Pien, dit gaat nooit meer over.”

Tijd. Tijd doet rare dingen met je. Tijd is relatief. Maar ook niet.

Het was een goedkope spaarlamp die ik ongeveer vijf jaar geleden in de ganglamp draaide. Vlak na je dood, bijna drie jaar geleden, begon hij te flikkeren. Bijna op? Los contactje? Goedkope troep? Ik weet het niet. Weet wel dat ook in mijn nieuwe huis met die zelfde lamp, deze lamp bij tijd en wijle flikkert.

En dan zeg ik altijd “Hallo, lieve Pieter! Ik hou van je!”